NOODZWERMEN.

Somtijds verlaat eene geheele bijenkolonie, in het vroege voorjaar

of zelfs ook reeds in het najaar, hare woning. De nood dringt haar

hiertoe, hetzij dat de woning door instorting van den wasbouw, door

stank van muizen, motten of andere onreinheden onbewoonbaar voor haar

is geworden, hetzij dat haar geheele voorraad opgeteerd is. In dit

geval noemt men den noodzwerm ook wel hongerzwerm.

De noodzwermen bedelen zich soms bij moederlooze of zwak bevolkte

stokken in, waarom zij ook wel bedelzwermen heeten. Meestal hangen

zij zich echter hier of daar aan en komen van gebrek om.

Handboek voor Bijenhouders · 第 66 / 109 题