Somtijds verlaat eene geheele bijenkolonie, in het vroege voorjaar
of zelfs ook reeds in het najaar, hare woning. De nood dringt haar
hiertoe, hetzij dat de woning door instorting van den wasbouw, door
stank van muizen, motten of andere onreinheden onbewoonbaar voor haar
is geworden, hetzij dat haar geheele voorraad opgeteerd is. In dit
geval noemt men den noodzwerm ook wel hongerzwerm.
De noodzwermen bedelen zich soms bij moederlooze of zwak bevolkte
stokken in, waarom zij ook wel bedelzwermen heeten. Meestal hangen
zij zich echter hier of daar aan en komen van gebrek om.