HET OPLEGGEN VAN HET BLOEMENSTOF.

De bij, die met bloemenstof beladen te huis komt, zoekt terstond

de cel op, die er voor bestemd is, klemt zich met de voorbeenen aan

den rand vast, steekt er de achterbeenen in en ontdoet deze met de

middelste van de stuifmeelballetjes. Komt zij bepoederd te huis,

dan borstelt zij het stof bijeen en legt het in de cel, waarbij zij

veelal door de te huis zijnde bijen geholpen wordt. Is zij van haar

last ontdaan, dan gaat zij weder op nieuwen voorraad uit, en laat

het aan de te huis blijvende over, om het stuifmeel in de cellen te

stampen, na eerst de balletjes te hebben fijn gemaakt.

De bergplaats van het bloemenstof is gewoonlijk in de onmiddellijke

nabijheid van het broednest, omdat zij het daarin steeds voor het

broed behoeven. In woningen met lossen bouw zal men den voorraad

gewoonlijk in de eerste en tweede tafel, te rekenen van den voorwand

van de woning, vinden. Neemt men dus den bouw uiteen, dan zal men

dit stof, in de laatste tafel en in de laatste op eene na, aantreffen.

Om het bloemenstof voor uitdroogen te bewaren, bedekken zij de

daarmede gevulde cellen met een blinkend vlies, geheel verschillend

van de wasdeksels der honigcellen.

Het uitwendig aanzien van eene met bloemenstof gevulde tafel is zeer

bevallig, daar men er al de verschillende kleuren van het stof in ziet.

Handboek voor Bijenhouders · 第 56 / 109 题