Men ziet in den zomer, bij elken gezonden stok, in den omtrek van
het vlieggat van 5 tot 20 en meer bijen staan, met den kop naar het
binnenste van de woning en het onderlijf naar boven gerigt, welke
onophoudelijk met de vleugels slaan en daarbij onafgebroken een vrij
sterk en brommend geluid doen hooren. Men noemt dit luchtpompen,
omdat zij door dit slaan met de vleugels een niet onbeduidenden
luchtstroom veroorzaken, waardoor de warme en bedorven lucht uit
de woning gedreven en door koudere buitenlucht vervangen wordt. Hoe
volkrijker en gezonder de stok is, en hoe rijker de honigdragt geweest
is, des te meer bijen ziet men hiermede bezig.--Daar men dit stertsen
ook ziet bij het intrekken van een zwerm in eene nieuwe woning,
het wedervinden van den stok, het terugvinden van de koningin of het
ontdekken van gezond broed in een moederloozen stok, het voorspel enz.,
zoo moet het ook als een teeken van vreugde beschouwd worden, en dit
te meer, omdat het in een moederloozen stok geheel ontbreekt. Men
kan het er dan ook bijna zeker voor houden dat een stok, waarbij het
gezien wordt, van eene moederbij voorzien is.