HET KANAAL VAN SULLIVAN.

Twee dagen na de ontmoeting met de noordelijke korvet, bevond de

Dolfijn zich tusschen de Bermudas-eilanden en werd door een hevigen

storm beloopen. Die streken zijn berucht wegens hare ongelukken;

dáár heeft Shakespeare zich de verschrikkelijke tooneelen van zijn

»Tempest" gedacht.

De storm was vreeselijk en James Playfair dacht er een oogenblik aan

of hij in Mainland, een der Bermudische eilanden zou binnen loopen,

waar de Engelschen eene factorij bezitten. Dat zou een geduchte

tegenspoed geweest zijn. Gelukkig hield de Dolfijn zich uitmuntend

gedurende den storm, en nadat hij zich een geheelen dag door den

orkaan uit den koers had laten drijven, kon hij zijn tocht naar de

Amerikaansche kusten weder voortzetten.

Maar was James Playfair tevreden over zijn schip, hij was niet

minder verrukt over den moed en de kalmte van Jenny Halliburtt, die

zelfs in den hevigsten orkaan bij hem op het dek gebleven was. Ook

begon de jonge man te begrijpen, toen hij zich zelven onderzocht,

dat een vurige, onweerstaanbare liefde zich van zijne geheele ziel

meester maakte.

»Ja," dacht hij, »dat moedige meisje is baas op mijn schip. Wat zal oom

Vincent zeggen! 'k Weet zeker dat, zoo Jenny mij beval die vervloekte

lading in zee te werpen, ik het uit liefde voor haar zonder aarzelen

doen zou."

Gelukkig voor het huis Playfair vergde Jenny dat offer niet. Maar met

dat al was de kapitein erg verliefd en Crockston die als in zijn hart

las, wreef zich zoo hard in de handen dat hij ze bijna ontvelde.

»We hebben hem, we hebben hem!" zeide hij onophoudelijk voor zich

heen, »en eer wij acht dagen verder zijn, zit mijnheer Halliburtt

veilig en wel in de mooiste hut van den Dolfijn."

En Jenny? Was zij bewust van de gevoelens die zij inboezemde en

beantwoordde zij die gevoelens? Niemand wist het en James Playfair

minder dan iemand.

Maar terwijl de liefde zulken voortgang maakte in het hart des jongen

kapiteins, stoomde de Dolfijn niet minder snel naar Charleston.

Den 13en Januari zagen zij land op tien Engelsche mijlen, in het

westen. Crockston bleef oplettend den horizon gadeslaan, en om negen

uur in den morgen, een lichtpunt aan de kust ontdekkende, riep hij:

»De vuurtoren van Charleston!"

Toen daaruit bleek op welk punt van de kust de Dolfijn zich bevond,

had James nog slechts te beslissen door welk vaarwater hij in de baai

van Charleston zou binnenloopen.

»Als we binnen de drie uren geen hinderpaal ontmoeten," zeide hij,

»liggen we veilig in de haven van Charleston."

De stad Charleston ligt aan het uiteinde eener baai, van zeven

Eng. mijlen lengte en twee mijlen breedte, welker toegang vrij moeilijk

is; die toegang ligt ingesloten, zuidelijk door het eiland Morris en

noordelijk door het eiland Sullivan. Toen de Dolfijn zijn waagstuk

uitvoerde van de blokkade te verbreken, behoorde het eiland Morris

reeds aan de Noordelijken. Het eiland Sullivan daarentegen was in de

handen der Zuidelijken, die zich staande hielden in het fort Moultrie,

op het uiterste punt van het eiland gelegen. Het was derhalve raadzaam

voor den Dolfijn vlak langs de noordkust te varen, ten einde het vuur

van het eiland Morris te vermijden.

Er waren vijf toegangen door welke hij in de haven kon komen:

het kanaal van Sullivan, het Noorder kanaal, het kanaal Overal, het

Hoofdkanaal en eindelijk het kanaal Lanford. Het Noorder kanaal en het

kanaal Overal werden bestreken door de batterijen der Noordelijken;

daaraan was dus geen denken. Als James Playfair had kunnen kiezen,

zou hij het Hoofdkanaal gekozen hebben; maar nu moest hij zijne

beslissing van de omstandigheden laten afhangen. De kapitein was

volkomen met de gevaren en de diepte van den stroom der baai bekend;

hij kon derhalve zijn schip veilig sturen, zoodra hij een der enge

doortochten door was. De groote zaak was daarin door te dringen en

die manoeuvre vereischte eene groote mate van zeemanschap en eene

juiste kennis van de eigenschappen van den Dolfijn.

Er kruisten bovendien twee noordelijke fregatten in de wateren van

Charleston, die weldra door den stuurman werden aangewezen.

»Ze maken zich klaar om ons te vragen wat we hier komen doen," zeide

hij tot den kapitein.

»Nu, we geven hun geen antwoord," antwoordde Playfair, »al zijn ze

nog zoo nieuwsgierig."

De kruisers kwamen met alle stoomkracht op den Dolfijn los, die

zijn weg vervolgde en zorg droeg buiten het bereik hunner schoten

te blijven. Nu richtte de kapitein, om tijd te winnen, koers naar

het zuid-westen, ten einde de vijandelijke vaartuigen in den waan

te brengen dat hij naar het eiland Morris stevende; daar waren

batterijen en kanonnen waaruit een enkele kogel voldoende zou zijn om

het Engelsche schip te doen zinken. Zij lieten den Dolfijn derhalve

zijn gang gaan en vergenoegden zich met hem op een afstand te volgen

en gade te slaan.

Zoo bleven de verschillende vaartuigen een uur lang op gelijken afstand

van elkander, wijl James, om den vijand te bedriegen, slechts langzaam

voortstoomde, waarbij hij zorg droeg dat er een dikke zwarte rook uit

de schoorsteenen drong, om te doen gelooven dat hij zijn maximum van

drukking, en derhalve van snelheid gebruikte.

»Wat zullen ze kijken als ze ons aanstonds tusschen hen door zien

stoomen," zei de kapitein.

Inderdaad, toen de kapitein zich dicht bij het eiland Morris zag en

in de buurt van kanonnen, wier kracht hij niet kende, veranderde hij

plotseling van richting, liet de boot omkeeren en keerde naar het

noorden terug, de beide kruisers twee mijlen achter zich latende.

Toen de noordelijke kruisers die manoeuvre zagen, begrepen zij het

plan van den Dolfijn en begonnen hem achterna te zetten; doch de

Dolfijn verdubbelde zijne snelheid, had hen weldra op een afstand

en naderde de kust. Zij zonden hem nog een paar kogels na, doch die

bereikten den halven weg niet.

Des morgens om elf uur stoomde de Dolfijn vlak langs het eiland

Sullivan, met alle macht het kanaal in. Daar was hij veilig, want

geen noordelijke kruiser zou hem in dat ondiepe vaarwater hebben

durven volgen.

»Is dat nu al die moeielijkheid!" riep Crockston.

»Hei, hei, baas Crockston," antwoordde James Playfair, »de

moeielijkheid zit 'em niet in het komen, maar in het heen gaan."

»O," antwoordde de Amerikaan; »met een schip als de Dolfijn en een

kapitein als mijnheer Playfair komt en gaat men zoo als men wil."

Intusschen onderzocht de kapitein, met den kijker, den weg dien hij

volgen moest; hij had uitmuntende zeekaarten voor zich, zoodat hij

zonder aarzeling voorwaarts ging.

Toen hij eenmaal met zijn schip in het nauwe kanaal was, stuurde

hij eerst op het fort Moultrie aan, totdat hij het kasteel Pikney,

op het eenzame eilandje Shute's Folly in het oog kreeg.

Op dat oogenblik werd hij door eenige kogels uit de batterijen van

het eiland Morris begroet, die hem niet bereikten. Hij zette zijn

koers voort, stoomde Moultrie-Ville, aan het uiterste punt van het

eiland Sullivan, voorbij en de baai in.

Weldra had hij het fort Sumter links achter zich, dat hem tegen de

batterijen der Noordelijken beschermde.

Dat fort, dat zoo beroemd geworden is in den Amerikaanschen oorlog,

ligt ruim drie Engelsche mijlen van Charleston.

Uit dat fort werden in April 1861 Anderson en zijne Noordelijke troepen

verjaagd, op wien de eerste schoten der Geconfedereerden gelost werden.

Het was toen nog in krachtigen staat van tegenweer en de zuidelijke

vlag wapperde nog van den ontzaglijken steenen vijfhoek.

Toen de Dolfijn het fort voorbij was, zag men dat Charleston tusschen

de beide rivieren Ashley en Cooper in is gelegen.

James Playfair stoomde tusschen de drijftonnen door en liet den

vuurtoren zuid-west ten zuiden liggen. Hij had toen reeds de Engelsche

vlag geheschen en stoomde met eene wonderbare snelheid tusschen de

engten door.

Toen hij de drijfton der quarantaine aan stuurboordzijde achter

zich had, ging hij vrij, midden in de baai, vooruit. Jenny stond op

de kampanje en aanschouwde de stad waar haar vader wederrechtelijk

gevangen werd gehouden en de tranen schoten haar in de oogen.

Eindelijk verminderde de Dolfijn zijn stoom en lag weldra voor de

kade de North commercial Wharf.

Avonturen van drie Russen en drie Engelschen, Gevolgd door 'De Blokkadebrekers' · 第 33 / 41 题