De waterval van de Zambese.
De wonden van Palander hadden niet veel te beteekenen. De Boschjesman,
die daar verstand van had, wreef ze met eenige kruiden, en de
astronoom van Helsingfors kon de reis weder mede aanvaarden. Zijn
zegepraal gaf hem krachten; maar die overspanning verdween spoedig,
en hij werd weldra weder de afgetrokken geleerde, die slechts in eene
wereld van cijfers leefde. Men had hem één van de registers gelaten;
maar als voorzichtigheidsmaatregel had hij het andere aan William
Emery moeten afstaan, dat hij overigens goedschiks deed.
Het werk werd nu voortgezet. De driehoeksmeting ging goed en spoedig
voort. Men behoefde nog slechts eene geschikte vlakte te hebben om
eene basis te meten.
Den 1sten April moesten de Europeanen uitgestrekte moerassen
doortrekken, waardoor hun tocht eenigszins vertraagd werd. Op die
vochtige vlakten volgden talrijke vijvers, welker water een verpestende
lucht verspreidde. Kolonel Everest en zijne makkers haastten zich
dit ongezonde oord te verlaten, door aan hunne driehoeken de grootst
mogelijke uitgebreidheid te geven.
De toestand van het kleine gezelschap was voortreffelijk en de beste
geest heerschte onder hen. Michel Zorn en William Emery wenschten
elkander geluk dat zij zulk eene gewenschte overeenstemming tusschen
de beide aanvoerders zagen heerschen. Deze schenen vergeten te hebben
dat een internationale oorlog hen had moeten scheiden.
»Beste vriend," zeide Zorn eens tegen zijn jeugdigen makker, »ik hoop,
dat, als we in Europa terugkomen, de vrede tusschen Engeland en Rusland
gesloten is, en we dan het recht zullen hebben dáár, evenals hier,
vrienden te blijven."
»Ik hoop het even goed als gij, waarde Michel," antwoordde Emery. »De
hedendaagsche oorlogen kunnen niet lang duren; een of twee veldslagen
en de vrede wordt geteekend. Die ellendige oorlog is sedert een jaar
aan den gang, en ik denk, evenals gij, dat bij onze terugkomst de
vrede wel geteekend zal zijn."
»Uw plan is toch niet om naar de Kaapstad terug te keeren,
William?" vroeg Zorn. »Het observatorium heeft u niet zoo volstekt
noodig, en ik hoop u op mijn observatorium van Kiew bij mij te zien."
»Ja, mijn vriend," hernam William Emery, »ja, ik zal u naar Europa
vergezellen, en niet naar Afrika terugkeeren, voordat ik eene reis
door Rusland gemaakt heb. Maar ge zult mij ook eens te Kaapstad
opzoeken, niet waar? Ge zult eens met mij komen ronddwalen tusschen
de prachtige gesternten van ons zuidelijk halfrond. Ge zult eens zien
welk een rijken sterrenhemel wij hebben, en wat een genot het is er
niet met volle handen, maar met volle blikken in te tasten! Kom aan,
als ge wilt zullen we samen de ster theta van den Centaurus in tweeën
deelen! Ik beloof u dat ik zonder u niet beginnen zal."
»Is dat afgesproken, William?"
»Zeker, Michel. Ik bewaar theta voor u, en zal u daarentegen te Kiew
een van uwe nevelvlekken helpen oplossen!"
Die flinke jonge mannen! Was het niet alsof het uitspansel hun
toebehoorde! En inderdaad, aan wie zou het eerder toebehooren dan aan
die schrandere geleerden, die tot in zijne diepten zijn doorgedrongen?
»Maar vooral moet eerst die oorlog geëindigd zijn," hernam Michel Zorn.
»Dat zal wel zijn, Michel. Veldslagen met het kanon duren veel korter
dan twisten over sterren. Rusland en Engeland zullen veel eerder
verzoend zijn dan de kolonel en Mathieu Strux."
»Gelooft ge dan niet aan hunne oprechte verzoening," vroeg Zorn,
»nadat zij zoovele beproevingen met elkander hebben doorgestaan?"
»Ik zou het niet vertrouwen," antwoordde William Emery. »Denk toch
eens, het is de afgunst tusschen geleerden, en nog wel beroemde
geleerden."
»Laten we dan maar minder beroemd zijn, waarde William," antwoordde
Zorn, »maar elkander steeds liefhebben."
Er waren elf dagen sedert het geval met de bavianen voorbijgegaan,
toen het kleine gezelschap dicht bij den waterval der Zambese eene
vlakte vond, die zich verscheidene kilometers ver uitstrekte. De grond
was hier volkomen geschikt om eene basis rechtstreeks te meten. Aan den
rand der vlakte stond een klein dorp van slechts eenige hutten. De zeer
geringe bevolking bestond uit vreedzame inlanders, die de Europeanen
goed ontvingen. Het was gelukkig voor de reizigers, want zonder wagens,
zonder tenten, bijna zonder kampmaterieel zou het moeilijk geweest
zijn om zich voldoende in te richten; de meting van de basis kon
wel eene maand duren, en men kon toch die maand niet in de openlucht
doorbrengen, met de takken der boomen als eenige beschutting.
De wetenschappelijke commissie vestigde zich dus in die hutten, die
voorloopig voor de nieuwe bewoners werden ingericht, en de geleerden
waren mannen, die met weinig tevreden waren. Een enkele zaak hield
hun geest bezig, namelijk het nagaan der nauwkeurigheid van hun
vroegeren arbeid, die zou worden verkregen door de rechtstreeksche
meting eener nieuwe basis, dat is te zeggen van de laatste zijde van
den laatsten driehoek. Volgens de berekening toch had deze zijde eene
meetkunstig bepaalde lengte, en hoe meer deze maat met de later door
meting verkregene zou overeenkomen, des te beter zou het blijken dat
de meting van den meridiaan nauwkeurig verricht was.
De astronomen begonnen aanstonds met die rechtstreeksche meting. De
schragen, paaltjes en platina-linialen werden op dezen vrij vlakken
grond opgesteld. Men nam even nauwkeurig dezelfde voorzorgen als
bij de meting van de eerste basis. Men bracht den toestand van de
atmosfeer, de veranderingen van den thermometer, het vlak leggen der
toestellen, enz. in rekening. Kortom, niets werd bij deze laatste
bewerking verzuimd, en de geleerden leefden voor het oogenblik voor
niets anders dan voor dezen arbeid alleen.
Het werk begon den 10den April, en eindigde niet vóór den 15den
Mei. Vijf weken waren aan dit nauwkeurige werk besteed geworden. Het
hart klopte den astronoom hoorbaar, toen de uitslag der opmeting
werd bekend gemaakt. Welk eene vergoeding voor hunne vermoeienis,
voor hunne beproevingen, indien bij de narekening en nameting van
hun arbeid, »deze als een kostbaar, onaantastbaar wetenschappelijk
erfdeel aan de nakomelingschap kon overgaan."
Toen de verkregen lengten door de rekenaars herleid waren tot boogjes,
die met het vlak der zee, en met die van eene temperatuur van 61°
Fahrenheit (16° C.) moesten overeenkomen, boden Palander en Emery
hunnen ambtgenooten de volgende cijfers aan:
Nieuw rechtstreeks gemeten basis 5075.25 vademen.
Dezelfde basis door berekening en
driehoeksmeting verkregen 5075.11 »