XXIII.

De waterval van de Zambese.

De wonden van Palander hadden niet veel te beteekenen. De Boschjesman,

die daar verstand van had, wreef ze met eenige kruiden, en de

astronoom van Helsingfors kon de reis weder mede aanvaarden. Zijn

zegepraal gaf hem krachten; maar die overspanning verdween spoedig,

en hij werd weldra weder de afgetrokken geleerde, die slechts in eene

wereld van cijfers leefde. Men had hem één van de registers gelaten;

maar als voorzichtigheidsmaatregel had hij het andere aan William

Emery moeten afstaan, dat hij overigens goedschiks deed.

Het werk werd nu voortgezet. De driehoeksmeting ging goed en spoedig

voort. Men behoefde nog slechts eene geschikte vlakte te hebben om

eene basis te meten.

Den 1sten April moesten de Europeanen uitgestrekte moerassen

doortrekken, waardoor hun tocht eenigszins vertraagd werd. Op die

vochtige vlakten volgden talrijke vijvers, welker water een verpestende

lucht verspreidde. Kolonel Everest en zijne makkers haastten zich

dit ongezonde oord te verlaten, door aan hunne driehoeken de grootst

mogelijke uitgebreidheid te geven.

De toestand van het kleine gezelschap was voortreffelijk en de beste

geest heerschte onder hen. Michel Zorn en William Emery wenschten

elkander geluk dat zij zulk eene gewenschte overeenstemming tusschen

de beide aanvoerders zagen heerschen. Deze schenen vergeten te hebben

dat een internationale oorlog hen had moeten scheiden.

»Beste vriend," zeide Zorn eens tegen zijn jeugdigen makker, »ik hoop,

dat, als we in Europa terugkomen, de vrede tusschen Engeland en Rusland

gesloten is, en we dan het recht zullen hebben dáár, evenals hier,

vrienden te blijven."

»Ik hoop het even goed als gij, waarde Michel," antwoordde Emery. »De

hedendaagsche oorlogen kunnen niet lang duren; een of twee veldslagen

en de vrede wordt geteekend. Die ellendige oorlog is sedert een jaar

aan den gang, en ik denk, evenals gij, dat bij onze terugkomst de

vrede wel geteekend zal zijn."

»Uw plan is toch niet om naar de Kaapstad terug te keeren,

William?" vroeg Zorn. »Het observatorium heeft u niet zoo volstekt

noodig, en ik hoop u op mijn observatorium van Kiew bij mij te zien."

»Ja, mijn vriend," hernam William Emery, »ja, ik zal u naar Europa

vergezellen, en niet naar Afrika terugkeeren, voordat ik eene reis

door Rusland gemaakt heb. Maar ge zult mij ook eens te Kaapstad

opzoeken, niet waar? Ge zult eens met mij komen ronddwalen tusschen

de prachtige gesternten van ons zuidelijk halfrond. Ge zult eens zien

welk een rijken sterrenhemel wij hebben, en wat een genot het is er

niet met volle handen, maar met volle blikken in te tasten! Kom aan,

als ge wilt zullen we samen de ster theta van den Centaurus in tweeën

deelen! Ik beloof u dat ik zonder u niet beginnen zal."

»Is dat afgesproken, William?"

»Zeker, Michel. Ik bewaar theta voor u, en zal u daarentegen te Kiew

een van uwe nevelvlekken helpen oplossen!"

Die flinke jonge mannen! Was het niet alsof het uitspansel hun

toebehoorde! En inderdaad, aan wie zou het eerder toebehooren dan aan

die schrandere geleerden, die tot in zijne diepten zijn doorgedrongen?

»Maar vooral moet eerst die oorlog geëindigd zijn," hernam Michel Zorn.

»Dat zal wel zijn, Michel. Veldslagen met het kanon duren veel korter

dan twisten over sterren. Rusland en Engeland zullen veel eerder

verzoend zijn dan de kolonel en Mathieu Strux."

»Gelooft ge dan niet aan hunne oprechte verzoening," vroeg Zorn,

»nadat zij zoovele beproevingen met elkander hebben doorgestaan?"

»Ik zou het niet vertrouwen," antwoordde William Emery. »Denk toch

eens, het is de afgunst tusschen geleerden, en nog wel beroemde

geleerden."

»Laten we dan maar minder beroemd zijn, waarde William," antwoordde

Zorn, »maar elkander steeds liefhebben."

Er waren elf dagen sedert het geval met de bavianen voorbijgegaan,

toen het kleine gezelschap dicht bij den waterval der Zambese eene

vlakte vond, die zich verscheidene kilometers ver uitstrekte. De grond

was hier volkomen geschikt om eene basis rechtstreeks te meten. Aan den

rand der vlakte stond een klein dorp van slechts eenige hutten. De zeer

geringe bevolking bestond uit vreedzame inlanders, die de Europeanen

goed ontvingen. Het was gelukkig voor de reizigers, want zonder wagens,

zonder tenten, bijna zonder kampmaterieel zou het moeilijk geweest

zijn om zich voldoende in te richten; de meting van de basis kon

wel eene maand duren, en men kon toch die maand niet in de openlucht

doorbrengen, met de takken der boomen als eenige beschutting.

De wetenschappelijke commissie vestigde zich dus in die hutten, die

voorloopig voor de nieuwe bewoners werden ingericht, en de geleerden

waren mannen, die met weinig tevreden waren. Een enkele zaak hield

hun geest bezig, namelijk het nagaan der nauwkeurigheid van hun

vroegeren arbeid, die zou worden verkregen door de rechtstreeksche

meting eener nieuwe basis, dat is te zeggen van de laatste zijde van

den laatsten driehoek. Volgens de berekening toch had deze zijde eene

meetkunstig bepaalde lengte, en hoe meer deze maat met de later door

meting verkregene zou overeenkomen, des te beter zou het blijken dat

de meting van den meridiaan nauwkeurig verricht was.

De astronomen begonnen aanstonds met die rechtstreeksche meting. De

schragen, paaltjes en platina-linialen werden op dezen vrij vlakken

grond opgesteld. Men nam even nauwkeurig dezelfde voorzorgen als

bij de meting van de eerste basis. Men bracht den toestand van de

atmosfeer, de veranderingen van den thermometer, het vlak leggen der

toestellen, enz. in rekening. Kortom, niets werd bij deze laatste

bewerking verzuimd, en de geleerden leefden voor het oogenblik voor

niets anders dan voor dezen arbeid alleen.

Het werk begon den 10den April, en eindigde niet vóór den 15den

Mei. Vijf weken waren aan dit nauwkeurige werk besteed geworden. Het

hart klopte den astronoom hoorbaar, toen de uitslag der opmeting

werd bekend gemaakt. Welk eene vergoeding voor hunne vermoeienis,

voor hunne beproevingen, indien bij de narekening en nameting van

hun arbeid, »deze als een kostbaar, onaantastbaar wetenschappelijk

erfdeel aan de nakomelingschap kon overgaan."

Toen de verkregen lengten door de rekenaars herleid waren tot boogjes,

die met het vlak der zee, en met die van eene temperatuur van 61°

Fahrenheit (16° C.) moesten overeenkomen, boden Palander en Emery

hunnen ambtgenooten de volgende cijfers aan:

Nieuw rechtstreeks gemeten basis 5075.25 vademen.

Dezelfde basis door berekening en

driehoeksmeting verkregen 5075.11 »

Avonturen van drie Russen en drie Engelschen, Gevolgd door 'De Blokkadebrekers' · 第 26 / 41 题