X.

De snelle strooming.

Gedurende hun verblijf bij de kraal waren kolonel Everest en

Mathieu Strux volstrekt niet met elkander in aanraking geweest. De

breedteopnamen hadden zonder hunne hulp plaats gehad; daar zij niet

verplicht waren elkander »wetenschappelijk" te ontmoeten, hadden zij

elkander niet opgezocht. Den dag voor het vertrek had de kolonel dood

eenvoudig zijn kaartje met P. P. C. aan den Russischen sterrekundige

gezonden, en had er een met dezelfde letters van Mathieu Strux terug

ontvangen.

Den 19en Mei brak de geheele karavaan de legerplaats op en hervatte

de reis naar het noorden. Men had de hoeken gemeten, die aan de

basis gelegen waren van den achtsten driehoek, welks top aan de

linkerzijde van den meridiaan door een paaltje, dat juist op zes

kilometers afstands stond, werd aangewezen. Men behoefde dat nieuwe

punt dus slechts te bereiken om den geodesischen arbeid te hervatten.

Van 19 tot 29 Mei werden er twee nieuwe driehoeken gemeten. Alle

voorzorgen waren genomen om met wiskundige zekerheid te werk te

gaan. Het werk ging naar wensch, en tot nog toe waren de moeilijkheden

niet groot geweest. Het weder was gunstig voor de waarnemingen gebleven

en de grond bood geen onoverkomelijke hinderpalen aan. Misschien zelfs

was hij door al te groote vlakheid niet eens zoo bijzonder geschikt

om hoeken te meten. Het was als een woestijn van groen, hier en daar

doorsneden door beekjes, die tusschen rijen karreeboomen doorliepen,

waarvan de inboorlingen hunne bogen maken, en die door hunne bladeren

veel op wilgenboomen gelijken. Deze vlakte, bezaaid met stukken

verweerde rots, vermengd met klei, zand en ijzerhoudende steenen, droeg

op sommige plaatsen de bewijzen van groote onvruchtbaarheid. Daar

verdween elk spoor van vocht, en bestond de flora slechts uit

zekere slijmachtige planten, die aan de grootste droogte weerstand

bieden. Maar mijlen ver bood deze streek geene enkele verhevenheid

aan, die voor natuurlijk station had kunnen dienen. Daarom moest

men seinpalen van tien of twaalf meters hoog oprichten, die als

aanwijzingspunten konden dienen. Men verloor dus een min of meer

kostbaren tijd, waardoor de meting eenige vertraging ondervond. Als

de waarneming geschied was, moest men den paal uit den grond halen

en hem eenige kilometers verder dragen om op nieuw als hoekpunt te

kunnen dienen. Doch dit geschiedde gewoonlijk zonder veel moeite,

daar de bemanning van de Queen and Tzar aan zulk werk gewoon was

en het gemakkelijk volvoerde. Deze mannen waren goed geoefend en

werkten snel, en men zou hen voortdurend hebben moeten prijzen om

hunne bekwaamheid, wanneer nationale eigenliefde hen niet dikwijls

met elkander had doen twisten.

De onvergeeflijke naijver, dien de aanvoerders jegens elkander

koesterden, hitste soms ook de matrozen tegen elkander op. Zorn

en Emery gebruikten al hunne wijsheid en al hunne voorzichtigheid

om deze noodlottige neiging te bestrijden; maar zij slaagden daar

niet altijd in. Van daar twisten die bij onbeschaafde menschen in

betreurenswaardige handtastelijkheden konden ontaarden. De kolonel en

de Russische geleerde kwamen dan wel tusschenbeiden, doch op eene wijze

die den haat nog verergerde, daar ieder hunner partij koos voor zijne

landgenooten, zóó zelfs dat hij hen steunde al hadden zij ongelijk. Van

de ondergeschikten ging de twist over op hunne meesters en nam toe,

zooals Michel Zorn beweerde, in evenredigheid van den rang dien de

twistenden bekleedden. Twee maanden na het vertrek uit Lattakou waren

alleen nog de beide jongelieden door zulke vriendschapsbanden verbonden

gebleven, als voor het welslagen der onderneming noodzakelijk was. John

Murray en Nikolaas Palander hoe ingespannen ook, de een met zijne

berekeningen, de ander met zijne jachtavonturen, begonnen zich in

die twisten te mengen. Kortom, weldra was de twist zóó hoog gestegen,

dat Mathieu Strux meende tegen den kolonel te moeten zeggen:

»Neem zoo'n hoogen toon niet aan, mijnheer, met sterrekundigen, die

aan het observatorium van Pulkowa geplaatst zijn en die met hunne

groote kijkers hebben kunnen ontdekken dat de schijf van Uranus

volkomen rond is!"

Waarop de kolonel Everest antwoordde dat men recht had nog veel

hooger toon aan te slaan, wanneer men de eer had te behooren tot

het observatorium van Cambridge, met welks kolossalen kijker men

de nevelvlek van Andromeda onder de onregelmatige nevelvlekken had

kunnen rangschikken!

Daarop dreef Mathieu Strux den twist zóóver, dat hij beweerde met

den kijker van Pulkowa met zijn objectief van veertien centimeters,

sterren van de 13e grootte te kunnen zien, waarop Everest antwoordde,

dat het objectief van den kijker van Cambridge even goed veertien

centimeters groot was, en dat hij in den nacht van 31 Januari 1852

daarmede eindelijk den geheimzinnigen satelliet ontdekt had, die de

storingen in de loopbaan van Sirius teweegbrengt!

Toen de geleerden elkander zulke hatelijkheden naar het hoofd begonnen

te werpen, begreep men dat er geene toenadering meer mogelijk was. Het

was dus te vreezen dat voor het vervolg de triangulatie onder deze

onherstelbare vijandschap lijden zou.

Gelukkig had tot nog toe de twist nergens anders over geloopen dan over

stelsels of geodesische feiten. Soms was men het oneens geweest over

metingen, die met den theodoliet of met den repetitiecirkel gedaan

waren; maar in plaats van er stoornis in teweeg te brengen, had dit

verschil integendeel gediend om ze des te nauwkeuriger te bepalen. De

keuze der stations had tot nog toe geen punt van geschil opgeleverd.

Den 30sten Mei veranderde het weder, dat tot nog toe helder en dus zeer

gunstig voor de waarnemingen geweest was, bijna plotseling. In elke

andere hemelstreek zou men zeker onweder met stortregens voorspeld

hebben. De hemel werd met sombere wolken bedekt. Nu en dan schoot een

bliksemstraal door de nevelmassa zonder evenwel door een donderslag

gevolgd te worden. De verdichting van den waterdamp tot vloeibaren

toestand had in de bovenste lagen der lucht echter geen plaats,

zoodat de uitgedroogde grond door geen enkelen regendroppel verfrischt

werd. Alleen bleef de hemel gedurende eenige dagen zeer somber. Deze

ontijdige mist moest de waarnemingen noodzakelijk hinderen; de stations

waren op een kilometer afstands niet meer te zien.

Evenwel wilde de Engelsch-Russische commissie geen tijd verliezen, en

besloot om lichtsignalen te plaatsen, ten einde gedurende den nacht te

kunnen werken. Op raad van den Boschjesman evenwel, moest men in het

belang der waarnemers eenige voorzorgsmaatregelen nemen. Des nachts

toch dwaalden wilde dieren, aangelokt door den schijn der elektrieke

lampen, in menigte om de stations. De waarnemers hoorden dan het

geschreeuw van den jakhals en het schorre gegrinnik van de hyena,

dat aan het eigenaardige lachen van dronken negers deed denken.

Gedurende deze eerste nachtelijke waarnemingen, van alle kanten omringd

door brullende dieren, waaronder men dikwijls den leeuw hoorde, werden

de sterrekundigen wel een weinig afgetrokken van hun werk. De metingen

geschiedden niet zoo spoedig, maar daarom niet minder nauwkeurig. Die

vurige oogen, welke uit de dikke duisternis op hen gevestigd waren,

hinderden de geleerden wel eenigermate. Onder zulke omstandigheden

waren er groote koelbloedigheid en onverstoorbare zelfbeheersching

bij noodig, om de afstanden der lantarens en de daar tusschen gelegen

hoeken te meten. Doch de leden der commissie bezaten deze hoedanigheden

in hooge mate. Na eenige dagen hadden zij hunne tegenwoordigheid

van geest geheel terug, en werkten midden tusschen de wilde dieren

even goed alsof zij in de stille zalen van een observatorium geweest

waren. Bovendien stonden op elk station eenige met geweren gewapende

jagers en een zeker aantal al te stoutmoedige hyena's vielen door de

Europeesche kogels. Het is onnoodig er bij te voegen dat John Murray

deze manier van driehoeksmeting »verrukkelijk" vond. Terwijl hij door

het oculair van den kijker keek, had hij zijn buks in de hand en het

gebeurde dikwijls dat hij tusschen twee waarnemingen in nog even een

schot loste.

De geodesische waarnemingen werden dus niet afgebroken door het

slechte weder; de juistheid liet zelfs niets te wenschen over, en het

meten van den meridiaan ging regelmatig naar het noorden voort. Geen

enkel meldenswaardig voorval had er plaats tusschen 30 Mei en 17

Juni. Nieuwe driehoeken werden gemeten door middel van kunstmatig

aangewezen stations, en voor het einde der maand hoopten Mathieu Strux

en de kolonel wederom een graad van den 24sten meridiaan gemeten te

hebben, als ten minste geen natuurlijke hinderpaal den gang hunner

werkzaamheid stoorde.

Den 17den Juni kwam hun een vrij breede stroom, een zijtak van

de Oranjerivier dwars in den weg. De leden der wetenschappelijke

commissie waren voor hun persoon niet verlegen om er overheen te

komen; zij hadden eene boot van caoutchouc, die bestemd was om hen

over middelmatige rivieren en meren heen te brengen; maar de wagen

en het materieel van de karavaan konden er zoo niet over. Men moest

stroomop- of stroomafwaarts eene waadbare plaats opzoeken. Men besloot

derhalve tegen het gevoelen van Mathieu Strux, dat de Europeanen met

hunne instrumenten over den stroom zouden gaan, terwijl de karavaan

onder geleide van Mokum eenige kilometers lager eene waadbare plaats

zou opzoeken, die de jager beweerde te kennen.

Deze zijtak van de Oranjerivier had op deze plaats een halven kilometer

breedte. De snelle stroom, hier en daar door rotspunten of boomstammen

afgebroken, was dus vrij gevaarlijk voor een licht vaartuig. Mathieu

Strux had daarover een en ander in het midden gebracht, maar daar hij

den schijn niet wilde hebben voor het gevaar, dat zijne makkers zouden

loopen, terug te deinzen, had hij zich aan de zijde der meerderheid

geschaard.

Alleen zou Nikolaas Palander het overige gedeelte der karavaan

stroomafwaarts volgen, niet omdat de waardige rekenmeester eenige

vrees koesterde! Hij was al te ingespannen om zelfs eenig gevaar te

vermoeden, maar zijne tegenwoordigheid was niet strikt noodzakelijk

voor de leiding der werkzaamheden, en zonder hinder kon hij zijne

makkers voor een of twee dagen verlaten. Bovendien kon de zeer kleine

boot slechts een gering aantal passagiers medevoeren. Het was bovendien

ook veel beter om slechts eens over dien snellen stroom heen te gaan,

en mannen, instrumenten en levensmiddelen in ééne enkele maal naar den

tegenoverliggenden oever te brengen. Er waren zeer geoefende zeelieden

voor noodig om de caoutchouc-boot te sturen en Nikolaas Palander

stond daarom zijne plaats af aan een van de Engelsche matrozen van

de Queen and Tzar, die in deze omstandigheden veel nuttiger was dan

de eerzame sterrekundige van Helsingfors.

Nadat men afgesproken had om ten noorden van den stroom weder bij

elkander te komen, begon de karavaan onder leiding van den jager langs

den linkeroever voort te trekken. Weldra waren de laatste wagens in de

verte verdwenen, en kolonel Everest, Mathieu Strux, Emery, Zorn, John

Murray, twee matrozen en een Boschjesman, die zeer ervaren was in al

wat de riviervaart betrof, bleven op den oever der Nosoub achter. Zóó

toch werd door de inlanders deze stroom genoemd, die op dat oogenblik

door de in den regentijd gevormde beken zeer gestegen was.

»Een zeer schoone rivier," zeide Michel Zorn tegen zijn vriend William,

terwijl de matrozen de boot gereed maakten.

»Zeer schoon, maar moeilijk om over te komen," was het antwoord. »Deze

snelle stroomen hebben weinig tijd van bestaan, maar genieten hun

bestaan dan ook volop! Binnen eenige weken, in het drooge jaargetijde

zal er misschien niet zóóveel water van overblijven om eene karavaan

te lesschen, en nu is het een bijna onoverkomelijke rivier! Zij

stroomt snel, maar zal spoedig uitdroogen. Zoo is, waarde vriend, de

wet van de natuur. Maar wij hebben geen tijd om ons in wijsgeerige

bespiegelingen te verdiepen. De boot is gereed, en ik wil wel eens

zien hoe zij zich op den snellen stroom houden zal."

Binnen eenige minuten was de caoutchouc-bekleeding om het ijzeren

geraamte der boot vastgemaakt, en werd deze te water gelaten. Zij

wachtte de reizigers onder aan eene helling, die zacht glooiend

tusschen de granietrotsen afliep. Hier stroomde het water, dank zij

eene vooruitstekende punt van den oever, zachtkens tusschen het met

bloeiende planten vermengde riet voort. De inscheping had dus met

het grootste gemak plaats. De instrumenten werden onder in de boot op

een hoop gras gelegd om niet geschokt te worden. De reizigers namen

zoodanig plaats, dat zij de beide matrozen niet hinderden, aan wie

de riemen waren toevertrouwd. De Boschjesman plaatste zich achter

in en stuurde. Deze inboorling was de geleider der karavaan. Mokum

had hem medegegeven als een bekwaam man, die zeer bekend was met de

Afrikaansche stroomen. Hij kende eenige woorden Engelsch, en raadde

den reizigers aan om gedurende den overtocht der Nosoub de grootste

stilte in acht te nemen.

Het touw, waarmede de boot aan den oever was vastgemaakt, werd

losgelaten, en de riemen hadden haar spoedig buiten de branding

gevoerd. Men begon den invloed van den stroom te gevoelen, die

honderd ellen verder zeer in snelheid toenam. De bevelen door den

stuurman aan de beide matrozen gegeven, werden stipt uitgevoerd. Nu

eens moest men de riemen opbeuren om een half onder water verborgen

boomstronk te vermijden, dan weder met dubbele snelheid roeien

om door een maalstroom te komen, die door een tegenstroom gevormd

werd. Als vervolgens de gang al te sterk werd, liet men de lichte

boot met den stroom afdrijven. De inboorling, de hand aan het roer,

met vasten blik en onbeweeglijk hoofd, voorkwam alle gevaren van deze

vaart. De Europeanen beschouwden met zekere ongerustheid dezen nieuwen

toestand. Zij voelden dat zij met onwederstaanbare kracht door den

onstuimigen stroom werden medegesleept. Kolonel Everest en Mathieu

Strux keken elkander aan met stijf gesloten lippen. John Murray zat

met zijne onafscheidelijke buks tusschen de beenen en zag naar de

tallooze vogels, wier vleugels de oppervlakte des waters schoren. De

beide jonge sterrekundigen bewonderden, zonder door iets afgetrokken

te worden, de schoone oevers, die met duizelingwekkende snelheid

onder hun oog voorbijvlogen.

Weldra had de lichte boot het snelste gedeelte van den stroom bereikt;

men moest daar dwars doorheen om den tegenoverliggenden oever te

bereiken, waar het water stiller was. Op een teeken van den Boschjesman

deden de matrozen krachtiger riemslagen; maar niettegenstaande hunne

inspanning werd de boot onwederstaanbaar en evenwijdig met de oevers

medegesleept en gleed stroomafwaarts. De sloep gehoorzaamde niet

meer aan het roer; de toestand werd zeer gevaarlijk, want een stoot

tegen eene rots of een boomstam zou de boot onvermijdelijk hebben

doen omslaan.

De reizigers begrepen het gevaar, maar geen hunner sprak een

woord. De stuurman was half opgestaan en keek in de richting, die

de boot volgde. Hij kon hare vaart niet matigen in dezen stroom,

die dezelfde snelheid had als het vaartuig, dat aan het roer niet

meer gehoorzaamde. Op twee honderd meters voor de boot stak een

soort van eilandje, eene gevaarlijke opeenhooping van steenen en

boomstammen, uit de bedding van de rivier uit. Het was onmogelijk het

te vermijden. Binnen weinige oogenblikken moest de boot het eilandje

bereiken en er bijna zeker op verbrijzeld worden.

En inderdaad had er bijna oogenblikkelijk een schok plaats, maar minder

hevig dan men verwacht had. De boot dook een weinig en schepte wat

water, de reizigers konden echter op hunne plaatsen blijven zitten;

zij keken vooruit..... De zwarte rots waartegen zij gestooten hadden,

veranderde van plaats, en bewoog zich te midden van de woelende

wateren. Deze rots was een reusachtig rivierpaard, dat door den stroom

naar het eilandje was medegesleept, en zich niet meer in de snelle

strooming durfde wagen om den eenen of anderen oever te bereiken. Toen

de boot tegen het dier aankwam, lichtte het den kop op en keek met

zijne kleine domme oogen om zich heen. De vreeselijke dikhuid was tien

voet lang, had eene harde, bruine en kale huid, en vertoonde boven in

den open muil snijtanden, en onderin zeer groote hondstanden. Bijna

op hetzelfde oogenblik wierp het dier zich op de sloep, waarin het

woedend de tanden sloeg, en die het dreigde te vernielen.

Maar John Murray was er bij; zijne koelbloedigheid verliet hem geen

oogenblik; hij legde bedaard zijn geweer aan en schoot het dier met een

kogel vlak achter het oor. De hippopotamus liet niet los, en schudde

de boot evenals een hond met een haas doet. Aanstonds werd het geweer

weder geladen en trof het dier nogmaals in den kop. Het schot was

doodelijk, want de geheele vleeschklomp zonk bijna onmiddellijk na

met eene laatste krachtsinspanning de boot weder midden in den stroom

geduwd te hebben.

Vóór de reizigers tot zichzelven konden komen, draaide de boot, die

dwars op stroom was gekomen, als een tol, en dreef schuin weder in

de richting van den snellen stroom voort. Een plotselinge bocht in de

rivier, eenige honderden meters stroomafwaarts, brak den snellen stroom

van de Nosoub. In twintig seconden bereikte de sloep deze plaats. Een

hevige schok hield haar tegen en de reizigers sprongen gezond en wel op

den oever na over een afstand van twee kilometers te zijn medegesleept.

Avonturen van drie Russen en drie Engelschen, Gevolgd door 'De Blokkadebrekers' · 第 13 / 41 题