"Elias! Elias!" herhaalde de menigte, tot in het andere einde der
zaal. In hun verbeelding zagen allen een grijsaard oprijzen, een
vlucht raven streek om zijn hoofd. Een bliksemschicht zette een altaar
in vlammen; afgodendienaars werden meegesleept door een stroom. De
vrouwen op de galerijen dachten aan de weduwe van Sarepta.
Jacob werd niet moede te herhalen, dat hij hem kende! Hij zelf had hem
gezien! en het volk ook had hem gezien!
"Zijn naam?"