Jacob antwoordde: "Elias! maar die is reeds gekomen!"

"Elias! Elias!" herhaalde de menigte, tot in het andere einde der

zaal. In hun verbeelding zagen allen een grijsaard oprijzen, een

vlucht raven streek om zijn hoofd. Een bliksemschicht zette een altaar

in vlammen; afgodendienaars werden meegesleept door een stroom. De

vrouwen op de galerijen dachten aan de weduwe van Sarepta.

Jacob werd niet moede te herhalen, dat hij hem kende! Hij zelf had hem

gezien! en het volk ook had hem gezien!

"Zijn naam?"

Drie Vertellingen · 第 18 / 20 题