Waarin de assistent Ygeen een verstandigen raad geeft, die driftig
door Dr. Ox wordt van de hand gewezen.
»Wel! meester," zei de assistent Ygeen den volgenden dag, terwijl hij
emmers met zwavelzuur in den bak zijner enorme batterijen uitstortte.
»Wel!" hernam dokter Ox, »had ik geen gelijk? Daarvan hangt nu niet
alleen de physische ontwikkeling van een geheele natie af, maar haar
zedelijkheid, haar waardigheid, haar talenten, haar politieke zin! 't
Is maar een quaestie van moleculen."
»Zeker, maar..."
»Maar?..."
»Vindt u niet, dat het nu al wel zoo is en dat die arme duivels nu
genoeg overprikkeld zijn?"
»Neen! neen!" riep de dokter uit, »neen! 'k houd tot het einde
toe vol."
»Zooals u wilt, meester, ofschoon de proef, naar 't me voorkomt,
genoeg bewijst en daarom dunkt me, zou het tijd zijn om..."
»Om?..."
»De kraan te sluiten."
»Nu nog mooier!" riep dokter Ox uit. » Probeer het eens als je 't
hart hebt!"