AANHANGSEL I.

Mijne opvatting omtrent de voeding van den zuigeling, om aan hem,

althans in den beginne, over te laten wanneer hij zijn voedsel zal

nemen en hoeveel, is in strijd met het tegenwoordig in Nederland vrij

algemeen toegepaste stelsel, om de kinderen op bepaald aangegeven

tijdstippen te voeden. Hetzelfde geldt voor het voeden in den nacht.

Tot mijne opvatting ben ik gekomen aan de hand van het feit, dat ik, na

afscheid te hebben genomen van moeder en kind als de tijd, gedurende

welken de verloskundige gewoonlijk voor beiden zorgt, verstreken was,

menigmaal bespeurde, dat zoovele van die kinderen na eenigen tijd aan

voedingsstoornissen lijdende waren, ondanks het nauwgezet opvolgen der

voorschriften, om het kind op door den geneesheer bepaalde tijdstippen

op te nemen en te voeden. Door ernstig nadenken kwam ik tot de slotsom,

dat de zuigeling te veel verstelseld wordt.

In de jaren 1915 en 1916 heb ik, in het Medisch Weekblad, getracht aan

te toonen, waarom ik het gewenscht acht den zuigeling meer vrijheid te

gunnen, dan hem gemeenlijk wordt toegestaan. Toen heb ik met instemming

de woorden aangehaald van Prof. W. Preyer (‘Die Seele des Kindes’, 7te

Auflage 1908): „Die Kunst, das kleine Kind werden zu lassen, ist viel

schwerer als die, es vorzeitig zu dressiren” en „Zuerst Natur ohne

Dressur, dann Kultur” en ik doe dat nu opnieuw.

De ondervinding heeft mij geleerd, dat ik niet voorzichtig genoeg zijn

kan met het mededeelen van eene opvatting, welke afwijkt van de voor

het oogenblik algemeen geldende. De omstandigheid, dat eene van de

algemeen geldende leer afwijkende opvatting verkondigd wordt, schijnt

er steeds onmiddellijk toe te moeten leiden zulk eene opvatting als

volstrekt verkeerd, en dus uit den booze, te brandmerken, en tot verzet

aanleiding te geven.

Daarom heb ik de vrijheid genomen in dit boek eenige aanhalingen,

betreffende de voedingswijzen van zuigelingen, van verschillende

schrijvers op te nemen, waaruit duidelijk blijkt, dat men niet zoo vast

staat met het algemeen aangenomen stelsel als gewoonlijk gedacht wordt.

Moeder en kind · 第 21 / 28 题