DE KRAAMKAMER EN DE BENOODIGDHEDEN VOOR DE BEVALLING.

De eischen, welke aan de kraamkamer gesteld moeten worden, zullen in

vele opzichten ongeveer dezelfde zijn als die, welke voor iedere

slaapkamer gelden en waaraan, helaas, in vele gevallen nog te weinig de

aandacht geschonken wordt. Onbegrijpelijk mag het genoemd worden, dat

in vele woningen nog steeds eene ruime, op straat uitziende, kamer

wordt ingericht tot salon of zoogenaamde „goeie kamer”, waarin de

bewoners hoogst zelden vertoeven en waar allerlei „mooie” meubels

worden neergezet, terwijl voor slaapkamer, waarin zij zooal niet den

langsten tijd, dan toch een groot deel, van hun leven doorbrengen, een

klein vertrek, dat vaak uitziet op eene donkere binnenplaats, in

gebruik genomen wordt. Juist het omgekeerde behoort het geval te zijn.

Beter geen mooie kamer en eene goede slaapkamer, dan een salon als

bergplaats van allerlei moois en eene bedompte slaapgelegenheid. De

ruimste en droogste kamer, met uitzicht op het Zuiden of het

Zuid-Oosten, waarin de zonnestralen kunnen binnendringen, moet tot

slaapkamer worden ingericht. Licht en frissche lucht bevorderen de

gezondheid en behooren tot de beste hulpmiddelen om haar te herstellen;

duisternis en bedorven lucht benadeelen haar, werken schadelijk op het

zenuwstelsel. Waar zon en frissche lucht binnenkomen, is de geneesheer

minder noodig.

Dit alles geldt vooral voor de kraamkamer, waarin moeder en kind ook

overdag verblijven moeten.

De kamer behoort frisch te zijn. De frischheid wordt bevorderd door

luchtverversching, welke behoort te geschieden zonder tocht te

veroorzaken. Warme, vooral vochtige, lichaamsdeelen worden door tocht

te sterk afgekoeld, wat het lichaam ziek kan maken. Het best zorgt men

voor luchtverversching door openingen boven in de ramen, die naar

believen kunnen gesloten worden. Waar dat niet mogelijk is, worde het

raam opgeschoven en de open ruimte afgesloten met een hor van

muskietengaas, waardoor insekten worden geweerd. Op die wijze kan ook

des nachts geventileerd worden. Vooral in groote steden is de lucht ’s

nachts zuiverder dan overdag. In den winter heeft men dan zorg te

dragen voor verwarming van de kamer door middel van een open haard of

een kachel, waardoor de ventilatie nog bevorderd wordt. De meerdere

kosten voor verwarming mogen geen gewicht in de schaal leggen waar het

de gezondheid geldt. Wanneer het bed te dicht bij de ramen mocht staan,

of men om andere reden vreest dat de frissche lucht van buiten

hinderlijk of gevaarlijk zou kunnen zijn, opene men het raam of de

ramen in een aangrenzend vertrek, dat met de slaapkamer in ruime

gemeenschap staat, desnoods den doorgang gedeeltelijk afsluitende met

een tochtscherm. Petroleumkachels en gaskachels, zonder afvoer naar

buiten, zijn uit den booze. Zelfs de beste, de zoogenaamde reukelooze,

bederven de lucht in hooge mate. De temperatuur in de kamer schommele

hoogstens tusschen 17° en 19° C. (13°–15° R., ± 62°–65° Fahrenheit),

doch zij zoo gelijkmatig mogelijk. Voor kinderen, vooral dus daar waar

een pasgeborene verblijf houdt, mag de temperatuur iets hooger zijn.

Ook reinheid is een zaak van groot gewicht. Tapijten, zware

overgordijnen, portières, stoelen met stoffen bekleeding en franjes,

allerhande versieringen, welke stof houden, mogen geen plaats vinden in

de kamer, omdat met het stof allerlei ziektekiemen in het lichaam

kunnen binnendringen. Dus ook geen overtollige vloerkleedjes. De beste

vloerbedekking is linoleum. Het reinigen daarvan behoort zoo te

geschieden, dat het eerst wordt afgenomen met een vochtigen doek, opdat

het stof niet in de lucht verspreid worde, en daarna gedweild.

Stofdoeken, kussens, enz., worden buiten de kamer, niet door het

geopende venster, uitgeklopt. Als behangselpapier zij

gezondheidspapier, dat met water kan worden gereinigd, aanbevolen.

Ook rustig en aangenaam moet de kraamkamer zijn. Men gebruike haar dus

niet als ontvang- of huiskamer. Klepperende ramen kunnen worden

vastgezet met houten wiggetjes; scharnieren en sloten van deuren zullen

niet knarsen en piepen, wanneer zij zorgvuldig gesmeerd worden.

Zoo zijn er velerlei kleinigheden, welke rust geven en het verblijf

aangenaam maken voor haar, die geruimen tijd het slaapvertrek gebruiken

moet als verblijfplaats. Tot die kleinigheden behoort ook de keuze van

het behang. Geen onrustige patronen daarin, geen schrille kleuren. Het

turen daarop werkt op den duur onaangenaam. Daarentegen zullen platen

aan den wand, muurborden en dergelijke eene aangename breking geven.

Herhaaldelijk viel het mij op, dat juist uurwerken in de

slaap-kraamkamer niet loopen of den tijd al heel zonderling aanwijzen.

Men bedenke dat ook de kraamvrouw gaarne wil weten hoe laat het is.

De meubileering zij voldoende en eenvoudig. Liefst twee ledikanten, een

waschtafel met dubbel waschstel, nachttafeltjes, eenige stoelen, een

tafel met zeil bedekt, waaroverheen een schoon servet. Verkiezelijk is

ook een zoogenoemde gemakstoel of stilletje en een eet-, lees- of

bedtafeltje.

Het ledikant moet zoo geplaatst worden, dat het gemakkelijk van twee

kanten toegankelijk is, met het hoofdeinde naar den muur, en wel een

zijmuur, gekeerd, midden in de kamer en niet te dicht bij de kachel. Te

hooge ledikanten vindt men niet veel, te lage tegenwoordig des te meer.

Het beste ledikant is een van ijzer, waarin een spiraalveeren

onderstel, gedekt met een matras met paardenhaar gevuld, dus niet te

zacht. Veeren bedden zijn te warm, terwijl de kraamvrouw er te diep

inzakt. Als bedekking gebruike men een laken en wollen dekens, geen

gewatteerde, die te zwaar zijn, en de verdamping van het zweet

beletten.

Voor de bevalling dient het bed in orde gemaakt te worden. Op het

onderlaken komt een onderlaag van molton te liggen, daarop een stuk

hospitaaldoek, aan beide zijden van gummi voorzien, minstens een

vierkante meter groot, en daarop, dwars over het bed, een zoogenaamd

steeklaken, d.i. een laken overlangs en overdwars dubbel gevouwen, met

veiligheidsspelden aan de matras vastgestoken om het verschuiven te

beletten. Aanbeveling verdient het een soort matrasje, eveneens

ongeveer een vierkante meter groot, van houtwolwatten en gaas

vervaardigd en niet te dik, waarin allerlei vocht, dat bij de baring te

voorschijn komt, wordt opgevangen en dat, na afloop, wordt weggeworpen,

op het steeklaken te leggen.

Daar vaak reeds eenigen tijd voor het berekende einde van de

zwangerschap, zonder eenige voorafgaande pijn, het water breekt, d.w.z.

de blaas, waarin het kind zich bevindt, scheurt en het vruchtwater zich

naar buiten ontlast, is het een verstandige voorzorgsmaatregel, om, ten

einde het bed voor onverwacht nat worden te behoeden, reeds eenige

weken voor den tijd het hospitaaldoek, b.v. onder het onderlaken, op de

matras te leggen.

Zoolang het hospitaaldoek nog ongebruikt blijft, beware men het

opgerold op een ronden stok, niet gevouwen. In de vouwen toch breekt

het gummi-bekleedsel, laat daar schilfertjes los en verleent het

doorgang aan alle vocht, zoodat later blijkt dat de onderliggende laag

allerminst beschermd was.

Met deze opmerkingen hebben wij reeds een begin gemaakt met de

vermelding van datgene, wat voor de bevalling noodig is. Wij sluiten

hierbij een lijst aan van al het andere dat daartoe verder behoort:

GROOTE EN KLEINE VEILIGHEIDSSPELDEN.

OUD LINNEN OF MOLTON VOOR ONDERLAGEN.

STOP- OF BANDDOEKEN, of kussentjes van watten, in hydrophiel gaas,

vervaardigd, om de afscheiding na de bevalling, de zoogenaamde

kraamzuivering, op te vangen.

SLUITLAKENS, zacht en zoo hoog, dat zij van de ribboog tot over de

heupen reiken. Verschillende modellen worden daarvoor aangegeven.

EEN ONDERSTEEK VAN EMAIL OF AARDEWERK, zoogenaamd slof-model.

WARMWATER-KRUIKEN.

VERBANDWATTEN, ZEEP.

TWEE FLINKE HANDENBORSTELS. Deze moeten van te voren worden

uitgekookt en bewaard worden in een glazen wijdmondsstopflesch

gevuld met eene desinfectie-vloeistof, of in een schoonen doek.

EEN OF ANDER DESINFECTIE-MIDDEL. Het aangenaamste lijkt mij

Lysoform.

EEN BAD-THERMOMETER.

EEN MAXIMAAL KOORTS-THERMOMETER.

EEN GLAZEN HEVELBAK OF IRRIGATOR, met 1½ meter goede slang en twee

glazen canules, één voor scheedeuitspoeling en één voor het zetten

van lavementen.

VETERBAND, niet te breed, rein.

FLINKE HOEVEELHEDEN HEET EN KOUD WATER.

Voor het Kind:

EEN BADKUIP. Daarvoor kan ook een groote zinken teil dienst doen.

EEN TAFEL, waarop het kind geholpen wordt.

EEN BEDJE, waarin een matras van paardenhaar of zeegras, een

hoofdkussen gemaakt van paardenhaar, zeegras of varen, niet te

groot, niet te dik, niet te zacht; lakentjes en één of twee wollen

dekentjes.

MOLTON ONDERLAGEN, 30–40 cM2. lang en breed.

HOSPITAALDOEK, 50 cM. groot.

NAVELBANDEN. Het beste lijkt mij een tricot-windsel ter breedte van

8–10 cM.

LUIERS, het best uit badhanddoekengoed. Zij moeten van te voren

gewasschen zijn.

ZUIVERE OLIJFOLIE, SLAOLIE, VASELINE of eenig ander zuiver vet.

TALKPOEDER, witte pijpaarde, vasenol-strooipoeder of

alsol-strooipoeder.

EEN POEDERBUS.

OVERVETTE ZEEP.

ZACHTE, KLEINE, GOED UITGEKLOPTE SPONZEN.

WARMWATER-KRUIKEN.

EENIGE KOMMETJES VAN AARDEWERK.

VERKIEZELIJK IS OOK EEN KINDERWEEGSCHAAL.

KLEEDEREN.

Omtrent de kleederen zou velerlei kunnen worden opgemerkt. Ik laat dat

echter achterwege. Het „pak”, zooals dat oudtijds voor den pasgeborene

gebruikt werd, is gelukkig in onbruik geraakt, daar men heeft ingezien,

dat lichte, zachte, warme en losse bekleeding, welke gemakkelijk kan

worden aan- en uitgetrokken en het kind zooveel mogelijk vrijheid laat

voor beweging van armen en beenen, de doelmatigste is.

Moeder en kind · 第 12 / 28 题