oevers van den Oceaan doen verzwelgen:--het Friesche Volk is
staande gebleven, als een historisch gedenkteeken, waardig om
zoowel den Franken als Angelsaksers en Scandinaviers gelijke
belangstelling in te boezemen.
MALTE-BRUN.
_Eerste Bijlage._
~TIJDREKENKUNDIGE LIJST~ VAN DE VOORNAAMSTE GEBEURTENISSEN DER ~FRIESCHE
GESCHIEDENIS~.
EERSTE TIJDVAK.
~OUD FRIESLAND.~
_Van de vroegste tijden tot Karel den groote._
Van het Jaar 11 vóór Chr. tot omstreeks 800 na Christus.
11 jaar vóór onze tijdrekening.
Komst van Drusus in Friesland. De Friezen treden in verbond met de
Romeinen.
28 jaar van onze tijdrekening.
Opstand der Friezen tegen Olennius, Landvoogd der Romeinen, wier benden
bij het woud Baduhenna geslagen en uit Friesland verdreven worden.
48. Corbulo, in het land der Friezen eene sterkte gesticht hebbende,
door Keizer Claudius teruggeroepen.
59. Verritus en Malorix, afgezanten der Friezen, trekken naar Rome, om
Keizer Nero over de hun betwiste gronden aan den Rijn te spreken.
69. De Friezen staan de Batavieren bij in den opstand van dezen tegen de
Romeinen.
240-455. Trapsgewijze uitbreiding van het land der Friezen, zuidwaarts
tot over de Schelde, oostwaarts tot over den Wezer.
250 omstr. De Friezen nemen deel in het Frankische Verbond, doch
verlaten het spoedig.
449. Vele Friezen, steken met de Anglen, Saksers enz. over naar
Brittannië en vestigen zich in dat land.
463. Begin van der Franken aanvallen op het Friesche rijk.
520 en verv. Invallen der Denen en Noormannen in Friesland.
630. De Franken vestigen zich te Wiltenburg (Utrecht), waar Dagobert I
eene kerk sticht, welke in
680 door Koning Radboud I verwoest wordt.
641. Komst van den Evangelie-verkondiger Eligius in Friesland,
677 van Wilfrid, die in
686 gevolgd wordt door Egbert en in
690 door Wigbert en Willebrord.
692. Koning Radboud bij Dorestad door Pepijn van Herstal overwonnen.
696. Stichting van eene nieuwe kerk en het Bisdom Utrecht, door
Willebrord.
716. Overwinning van Radboud op Karel Martel bij Keulen.
717, 726 en 736. Karel Martel valt bij herhaling in Friesland tot
uitbreiding van het Frankische gezag en ter invoering van het Evangelie.
755. Bonifacius op zijne togten ter verkondiging van het Christelijk
geloof te Dokkum met de zijnen vermoord.
775. Karel de groote wordt door de Friezen als Beschermheer aangenomen.
Invoering van het Christendom.
800. Karel de groote, Koning der Franken, als Keizer van het Westen
gekroond.
TWEEDE TIJDVAK.
~HET VRIJE FRIESLAND.~
_Van Karel den groote tot Albert van Saksen._
Van omstreeks 800-1498.
804. Verbond van Karel den groote met de door hem onderworpene Saksers
en Friezen beoosten de Eems, te Salza.
806 en later. Herhaalde Watervloeden.
808 en vervolgens. Vernieuwde invallen van de Denen en Noormannen op de
Friesche kusten.
809. Togt der Friezen naar Rome ter hulpe van Keizer Karel.
814. Keizer Karel sterft en wordt opgevolgd door zijn zoon Lodewijk den
vrome, die tot 840 regeert.
1004. De Hollandsche Graven zoeken hun gebied uit te breiden door
West-Friesland (Noord-Holland) te veroveren, waarbij Graaf Arnoud
sneuvelt.
1096. Begin van de Kruistogten naar het Heilige land, waaraan vervolgens
vele Friezen deelnemen.
1169. Nederlaag van Graaf Floris III, bij een nieuwen inval in
West-Friesland.
1170. Begin der wegscheuring van de landen bewesten de tegenwoordige
Friesche Kust, waardoor in de volgende eeuw de Zuiderzee ontstaat.
Omstreeks 1200. Opkomst van de Friesche Steden, als Steden.
1218. Heldendaden der Friezen bij de verovering van de Egyptische stad
Damiate.
1248. De Friezen helpen Graaf Willem II, Roomsch Koning, de stad Aken
winnen, en ontvangen van hem de bevestiging van hunne vrijheden en
voorregten.
1255. Graaf Willem II sneuvelt op een togt ter verovering van de West
Friezen.
1260. Omstreeks dezen tijd is de verdeeling Van Oostergoo en Westergoo
in Grietenijen ingevoerd, en de Middelzee van lieverlede opgeslijkt,
tijdens de vergrooting van de Zuiderzee.
1282. Graaf Floris V brengt de West-Friezen onder het gezag der
Hollandsche Graven, en weet in
1292 zich ook te vestigen in Stavoren, welke stad hij met vele
voorregten begunstigt.
Omstreeks 1300. Begin der partijschappen tusschen de Schieringers en
Vetkoopers, welke ongeveer twee eeuwen hebben gewoed.
1310. Graaf Willem III door Westergoo, in naam, als Heer erkend.
1345. Graaf Willem IV valt Friesland met eene aanzienlijke vloot en
leger bij Stavoren aan, doch wordt met vele edelen verslagen.
1396 en 1398. Groote togten van Hertog Albrecht van Beijeren tegen de
Friezen. Slag bij Schoterzijl en Takozijl. Korte vestiging van het
Hollandsche gezag in Friesland.
1400 en 1401. Nieuwe heirvaarten van Albrecht ter verovering van
Friesland, zonder zijn oogmerk te bereiken.
1417. De Roomsch Koning Sigismund bevestigt de vrijheden en voorregten
der Friezen; evenzoo in
1457 Keizer Frederik III.
1435. Leeuwarden vergroot door de vereeniging van de stad met de
naburige dorpen Oldehove en Hoek.
1470. Vergeefsche pogingen van Graaf Karel den stoute, om Heer van
Friesland te worden.
1487. Bier-oproer te Leeuwarden, hetwelk door de Schieringers wordt
aangevallen en ingenomen.
1491. Verbond van Oostergoo en Westergoo met de stad Groningen.
1493. 's Keizers gezant, Otto van Langen, komt in Friesland ter
bemiddeling van de partijen.
1495. De Schieringers nemen vreemde benden uit Holland en elders ter
hulp aan.
1498. De Keizer draagt aan Hertog Albert van Saksen, als Erf-Potestaat,
het bestuur over Friesland op.
DERDE TIJDVAK.
FRIESLAND BESTUURD NAMENS VREEMDE VORSTEN.
_Van Albert van Saksen tot de Hervorming._
1498-1580.
_A. De Saksische Regering._
1498. Hertog Alberts Stedehouder, Willebrord van Schaumburg, trekt met
2,000 man in Westergoo, neemt Leeuwarden in, en verovert Oostergoo en
Zevenwouden.
1499. Albert komt met zijn zoon Hendrik in Friesland, wordt gehuldigd en
stelt een Provincialen Raad in.
1500. Hertog Hendrik verbittert de Friezen, die hem in Franeker
belegeren, doch aftrekken, zoodra Albert tot ontzet nadert.
1504. Hertog Georg van Saksen komt in Friesland, plaatst te Leeuwarden
een Geregtshof en voert vele verbeteringen in, zoodat de rust en
welvaart hersteld worden.
1505-8. Het Bildt verpacht en bedijkt.
1509. Graaf Hendrik van Stolberg, de edele Stadhouder, overleden.
1512. Jemme Herjuwsma en Gerbrand Mokkema te Leeuwarden onthoofd, wegens
verstandhouding met den Graaf van Oost-Friesland.
1514. De Geldersche benden van Karel van Egmond bezetten een groot deel
van Friesland, belovende herstel der vrijheid.
_B. De Bourgondische Regering._
1515. Hertog Georg draagt Friesland over aan Karel van Oostenrijk, Graaf
van Holland enz.--Bestendige strijd van dezen tegen de Gelderschen om
het gebied.
1516. Leeuwarden door de Gelderschen belegerd en door Bourgondische
benden ontzet.
1517. Groote Pier maakt de Zuiderzee onveilig, om de Hollanders, die
zijne woonplaats verbrand hadden, afbreuk te doen.
1522. De Gelderschen verlaten Sneek, 1523 Dokkum, Bolsward enz., zoodat
in 1524 geheel Friesland Keizer Karel V als Heer aanneemt.
Begin van een langdurig tijdperk van vrede, welvaart en vooruitgang.
1531. Begin der geloofsvervolgingen. Martelaren.
1535. Ongeveer 300 der Munstersche Wederdoopers nemen Oldeklooster in,
doch worden belegerd, gevangen genomen en meerendeels omgebragt.
1536. Gellius Faber de Bouma en Menno Simons verlaten het pausdom en
ondersteunen de zaak der hervorming.
1550. Invoering van de Inquisitie.
1551. De omstreken van Heerenveen ontgonnen en vaarten derwaarts
gegraven.
_C. De Spaansche Regering._
1555. Karel V draagt de regering over aan zijn zoon Filips II.
1560. Invoering van nieuwe Aarts-Bisdommen en Bisdommen in Nederland.
1565. 108 Friezen nemen deel aan het verbond der Nederlandsche Edelen
tegen Spanje.
1566. De Hervormde leer te Leeuwarden en elders ingevoerd, doch weder
onderdrukt.
1567. Herstelling van de Roomsche eeredienst. Komst van den Hertog van
Alva. Vlugt van vele Edelen en Geestelijken.
1568. Begin van den tachtigjarigen oorlog tegen Spanje. De Stadhouder
Aremberg sneuvelt bij Heiligerlee.
1570. Komst van Cunerus Petri, als Bisschop van Leeuwarden. Groote
schade en nood door den Allerheiligenvloed.
1572. De pogingen der Bondgenooten, om eenige steden op de Spanjaarden
te veroveren, door Robles verijdeld.
1574. Verbetering van de Zeeweringen onder Caspar de Robles.
1576. De Pacificatie van Gent.
1578. Afkondiging van den Religions-vrede.
1579. De Unie van Utrecht gesloten.
1580. De Blokhuizen van Leeuwarden, Harlingen en Stavoren veroverd; de
Hervorming van Staat en Kerk doorgezet.
VIERDE TIJDVAK.
FRIESLAND ONDER DE STATEN EN STADHOUDERS.
_Van de Hervorming tot de Staats-omwenteling._
1580-1795.
1580. De Roomsche eeredienst verboden en de Kloosters afgeschaft.
Invoering van de Hervormde leer.
De Spaansche benden stroopen langs de zuidkust van Friesland.
1580 en 90. Nieuw-Dongeradeel of de Holwerder- en Ternaarder-Polders
bedijkt.
1581. Afzwering van Koning Filips II van Spanje.
Prins Willem I komt in Friesland, om orde op de regering te stellen.
Twisten tusschen de Staatsleden, de Gedeputeerden en het Hof.
1582. De Hertog van Anjou tot Landvoogd aangenomen.
1583. Inval der Spanjaarden. Proces tusschen de Landen en Steden.
1584. Graaf Willem Lodewijk eerst tot Luit.-Gouverneur, daarna tot
Stadhouder aangenomen. Verdeeldheid onder de Regeringsleden.
1585. 's Lands Akademie te Franeker opgerigt.
Voortdurende gevaarlijke toestand des lands.
1586. Inval der Spaanschen. Slag bij Boxum.
Handelingen met den Engelschen Landvoogd Leicester.
1588. Vergaan der Onoverwinnelijke Vloot.
1591. Pogingen om den vijand uit Groningen en de andere vestingen te
verdrijven.
1592. Steenwijk, Koevorden enz. gewonnen.
1593. Verdugo's laatste strooptogt in Friesland.
Verschillen tusschen Carel Roorda en Graaf Willem Lodewijk.
1594. Groningen belegerd, gewonnen en met de Ommelanden tot de Unie
gebragt.
Aftogt der Spaansche benden uit deze noordelijke streken.
1596. Het Collegie ter Admiraliteit te Dokkum opgerigt.
Verschillen over de inwilliging van de belastingen.
1598. Bewegingen ten gevolge der handelingen van den Ontvanger-Generaal
Taco van Dijxtra.
1600. In den slag van Nieuwpoort nemen de Friezen den Admirant van
Arragon gevangen.
Hevige staatstwisten over de zware schattingen. Scheuring tusschen de
Regeringsleden. Gezanten der Algemeene Staten herwaarts gezonden.
1600. Het Nieuwe Bildt bedijkt.
1601. Amnestie tot herstel van 's lands rust.
1602. De Lands-ordonnantie uitgevaardigd.
1609. Twaalfjarig Bestand met Spanje.
1609-15. Hevige verschillen tusschen de Stedelijke Regering en de
ingezetenen van Leeuwarden.
Toenemende welvaart tijdens het Bestand.
1613. Begin der bedijking van het Stavorensche Noorder- en Zuidermeer.
1619. Uitbreiding en versterking van Leeuwarden.
De leer, doch niet de Kerken-orde der Dordsche Synode in Friesland
aangenomen.
1620. Graaf Willem Lodewijk sterft en wordt opgevolgd door Graaf Ernst
Casimir van Nassau.
1622. Inval der Spanjaarden in de Zevenwouden.
Verschillen over de Raadsbestelling der Steden.
1624. Het Workumer-Nieuwland bedijkt.
1626. Hevige bewegingen tegen de invoering van gelijke belastingen als
in Holland.
Reformatie van de misbruiken in de regering.
1631-37. Voortdurende onlusten over de verpachting van 's lands
middelen, de wijze van verdeeling, de inning der quota enz.
Volksberoeringen.
Gezanten der Algemeene Staten met krijgsvolk herwaarts gezonden.
Groote verdeeldheid onder de Regering en het volk.
1632. Dood van Graaf Ernst Casimir, die door Graaf Hendrik Casimir I
wordt opgevolgd.
1633. Het Warregaster en andere Meren bedijkt en drooggemaakt.
1640. Graaf Hendrik Casimir I sneuvelt en wordt door zijn broeder, Graaf
Willem Frederik van Nassau, als Stadhouder opgevolgd.
1641. De Dragster-Compagnons-Veenvaart begonnen.
1645. Het Friesche Collegie ter Admiraliteit van Dokkum naar Harlingen
overgebragt.
1647. De eerste Trekweg, tusschen Leeuwarden en Harlingen, aangelegd en
door vele andere gevolgd.
1648. De Vrede met Spanje te Munster gesloten.
* * * * *
1651 env. Verschillen van de Friesche Staten met die van Holland.
1653. Eerste Engelsche Oorlog.
1657. Onlusten te Leeuwarden, Franeker en elders jegens de
Regeringsleden.
1662. Klagten en bewegingen over het verkoopen van de lands Ambten enz.
1663. De Post van Leeuwarden op Zwolle ingevoerd.
1664. Eerste aanvallen van den Bisschop van Munster.
Dood van den Stadhouder Prins Willem Frederik.
1665. Tweede Engelsche Oorlog. Frieslands Luitenant-Admiraal Auke
Stellingwerf sneuvelt.
Schade door storm en watervloed.
1666. Hevige zeegevechten. Lt.-Adm. Tjerk Hiddes de Vries gesneuveld.
1672. Friesland, door de vereenigde Fransche, Munstersche en Keulsche
magten bedreigd, wapent en versterkt zich onder Aylva.
Hevig gevecht tusschen het regiment van dien Generaal en de Franschen
bij den overtogt van dezen over den Rijn.
Prins Hendrik Casimir II tot Stadhouder verkozen.
De Munstersche benden bij herhaling afgeslagen en Blokzijl met hulp der
Friezen veroverd.
Krachtige pogingen van het volk tot verbetering van de misbruiken in de
Regering.
Nieuwe Staten gekozen, terwijl eenige oude leden een Landsdag te Sneek
houden.
Hooggaande verdeeldheid tusschen de Regeringsleden.
1673. Pogingen der Staten Generaal tot bemiddeling. Invoering van het
Reglement-reformatoir. Nieuwe volkswapening en versterking. Vruchtelooze
aanval van de bisschoppelijke troepen, die geslagen en verdreven worden.
1675. De Labadisten vestigen zich te Wienwerd.
1677. Heldendood van den Kommandeur Jacob Binckes op Tabago.
1678. Verschillen met Prins Willem III over het afdanken van krijgsvolk,
gelijk in 1684 over de werving.
1683. Fransche Hervormde vlugtelingen in bescherming genomen.
1684. Huwelijk van Prins Hendrik Casimir met Prinses Amalia van
Anhalt-Dessau.
1689. Dapperheid van dezen Prins, van Aylva en van Coehoorn in den
veldslagen van Fleurus enz.
1696. Prins Hendrik Casimir II en zijne moeder Prinses Albertina Agnes
overlijden.
1700. Aanvang van den Spaanschen Successie-oorlog.
1701 en 3. Stormen, dijkbreuken en watervloeden.
1702. De Statendijk en Schoterzijl aangelegd.
1704. Voortzetting van het groote Veenkanaal van Lippenhuizen naar
Appelscha, van 1781 tot 1819 voltooid.
1707. Prins Jan Willem Friso wordt Stadhouder; betoont in
1708 env. grooten heldenmoed in den Successie-oorlog; huwt in
1709 aan Prinses Maria Louisa van Hessen-Kassel, en komt in
1711, bij het overvaren van het Strijensche sas, ongelukkig om het
leven.
Prins Willem Carel Hendrik Friso geboren.
1712. Inval van den Generaal Grovestins in Frankrijk.
1713. De Vrede met Frankrijk te Utrecht gesloten.
* * * * *
1729. De Dokkumer Nieuwe Zijlen aangelegd.
1730-34. Verwoestingen van den Paalworm. Slaperdijken aangelegd.
1731. Prins Willem Carel Hendrik Friso Stadhouder, en in
1734 gehuwd aan Prinses Anna van Engeland.
1740. Aanvang van den Oostenrijkschen Successie-oorlog.
1747. De Prins, als Willem IV, verheven tot Algemeen Stadhouder, verlaat
Friesland.
1748. Hevige volksberoeringen. Verbeteringen in het Staatsbestuur.
1751. Dood van den Prins.
1759. Prinses Anna, Gouvernante, sterft, waarna Prinses Maria Louisa
Gouvernante wordt in Friesland, tot
1765, toen zij overleed.
1766. Prins Willem V aanvaardt het Stadhouderschap.
1775 en 76. Dijkbreuken en overstroomingen.
1780. Begin der staatkundige onlusten.
1787. Eenige leden der Friesche Staten scheiden zich van de overige af
en vestigen zich te Franeker, dat versterkt en door de gewapende
Patriotten bezet wordt.
De Pruissische troepen herstellen het stadhouderlijk gezag.
Vervolging en vlugt van de Patriotten.
VIJFDE TIJDVAK.
DE VOLKS- EN FRANSCHE REGERING.
_Van de Omwenteling tot de herstelling van Nederland._
1795-1813.
1795. Prins Willem V vlugt. De Staats-omwenteling.
De Franschen bezetten ons land. Volksregering.
1798. Staatsregeling. Opheffing van de Souvereiniteit der provinciën.
Het Feest der Een- en Ondeelbaarheid te Leeuwarden gevierd.
1801. Nieuwe Staatsregeling.
1805. Gewijzigde Staatsregeling met R. J. Schimmelpenninck als
Raad-pensionaris aan het hoofd van 't Bataafsch Gemeenebest.
1806. Lodewijk Napoléon, Koning van Holland.
1810. Nederland bij Frankrijk ingelijfd.
ZESDE TIJDVAK.
DE KONINKLIJKE REGERING.
_Van de herstelling van Nederland tot de invoering van de Gemeentewet._
1813-1851.
1813. Bevrijding van Nederland. Vertrek der Franschen.
Prins Willem Frederik komt terug en wordt
1814 Souverein Vorst der Nederlanden. Eerste Grondwet.
Jhr. Idsert Æbinga van Humalda Gouverneur van Friesland.
1815. De Staten en Grietenij-besturen hersteld.
Nieuwe Grondwet voor het Koningrijk der Nederlanden (met België
vereenigd), onder Koning Willem I.
Oprigting van het Athenæum te Franeker.
1825. Dijkbreuken en overstroomingen.
1826. Heerschende ziekte en groote sterfte.
Jan Adriaan Baron van Zuijlen van Nijevelt Gouverneur.
1827. Begin van het aanleggen van Straatwegen.
1830. Afscheiding van België. Algemeene volkswapening.
1830-50. Verbeteringen in Frieslands Waterstaat.
1840. Gewijzigde Grondwet. Willem II Koning.
Maurits Pico Diderik Baron van Sytzama Gouverneur.
1843. Opheffing van het Rijks Athenæum te Franeker.
1844. Tentoonstelling van voorwerpen van Friesche Nijverheid.
1847. Duurte en volksbewegingen ten gevolge der aardappelziekte.
1848. Nieuwe Grondwet. Jhr. Jan Ernst van Panhuijs Gouverneur.
1849, 12 Mei. Willem III tot Koning gehuldigd.
1851, 5 Julij. Invoering van de Gemeentewet.
1852, 19 April. Koning Willem III bezoekt Friesland.
_Tweede Bijlage._
~TIJDREKENKUNDIG OVERZIGT~ VAN DE ~FRIESCHE VORSTEN~, OPPERHOOFDEN,
KONINGEN, STADHOUDERS ENZ.
_van de vroegste tijden tot 1851._
Alle volksgeschiedenissen, zonder eenige uitzondering, hebben hare
_mythen_, verdichtselen, sagen en overleveringen, waarmede zij
aanvangen. Zeldzaam zijn ze geheel verdicht; meestal is de waarheid
opgesierd en voorgesteld in een vorm, welke dadelijk verraadt, dat deze
verhalen eerst in schrift gesteld zijn in latere eeuwen (de 12e en 13e),
wier kenmerken en behoeften op vroegere gebeurtenissen overgebragt of
toegepast zijn. Zaken en voorstelling zijn daarin dus zeer moeijelijk te
onderscheiden. Langzamerhand vloeijen ook die verhalen met de ware
oorkonden zamen, zonder dat iemand in staat is met juistheid aan te
wijzen, waar het tijdpunt is, dat volkomene zekerheid geeft. Hoe meer
echter de gebeurtenissen, ook in de oude Friesche Landskronyken
verhaald, overeenstemmen met de godsdienstoefeningen, zeden, karakter en
gewoonten des volks en de omstandigheden der tijden--hoe meer waarde en
gezag wij er aan kunnen hechten, vooral, wanneer geschiedschrijvers van
andere landen deze berigten bevestigen. Sommigen hebben die verhalen als
waarheid aangenomen; anderen hebben ze verworpen: beide zyn te ver
gegaan. Waarheid en verdichting ondereengemengd en in het kleed der
oudheid gehuld, kunnen door geene magtspreuken vaneen gescheiden worden;
en zal het immer aan het verstandig oordeel en de mate der ontwikkeling
van ieder lezer blijven overgelaten, wat hij voor waarheid, voor
opgesierde waarheid of enkel verdichting, aanvulling of voorstelling
meent te moeten houden. Tegen Emmius, die al te veel heeft verworpen, is
vooral in den laatsten tijd de waarde der Friesche Kronyk van
Scharlensis verdedigd door Mr. J. van Lennep, in Nijhoff's Bijdragen; II
221. Belangrijk is te dezen aanzien ook de inleiding der verhandeling
van Mr. F. Binkes, over eene Volkplanting der Friezen in Zwitserland, in
de Vrije Fries, I 1, waar de ~ligtgeloovigen~ zoowel als de
~ongeloovigen~ nadeelig voor de beoefening der geschiedenis worden
genoemd.[379]
[379] Men vergelijke hiermede ook mijne denkbeelden over dit
onderwerp, medegedeeld in de Geschiedkundige Beschrijving van
Leeuwarden, I 18-23.
Zoodra de Friezen hier gevestigd waren, zich uitbreidden en vooral
sedert zij met de Romeinen in betrekking kwamen, hadden zij behoefte aan
Opperhoofden, die met de oudsten en de priesters de weinige algemeene
belangen regelden. Maar hoe hunne namen en welke hunne titels waren in
die eerste tijden--wie zal dit met zekerheid kunnen zeggen? Op grond van
oude volksverhalen, die van een roemrijken stamvader _Friso_, uit
het Oosten afkomstig, gewagen, geven de kronyken echter eene
aaneengeschakelde lijst van al de Vorsten, die van hem af het gebied
over Friesland hebben gevoerd. Zoolang het ons onmogelijk is, waarheid
en verdichting te scheiden, hebben wij eerbied voor deze volksverhalen,
en als zoodanig geven wij hier een kort overzigt van al de personen,
welke de overlevering als vroegere _Bestuurders van Friesland_ opgeeft.
Daar echter de schrijfkunst en de jaartelling of onze wijze van
tijdrekening eerst na de invoering van het Christendom in deze landen
(omstreeks het jaar 800) hier in gebruik gekomen en later meer algemeen
geworden zijn, zoo kan men alleen aan dezen maatstaf eenigzins de waarde
toetsten van de opgaven onzer kronyken ten aanzien van den tijd en de
bijzonderheden der vroegste gebeurtenissen.
EERSTE TIJDVAK.
_Van Prins Friso tot Keizer Karel den groote._
Van het jaar 313 vóór- tot omstr. 800 na Christus.
I. ZEVEN PRINSEN.
FRISO. (313 j. v. C.)
Ten tijde van Alexander den groote zou deze Indische Prins, uit zijn
vaderland verdreven, zich met vele anderen op eene vloot begeven hebben,
waarmede zij, na vele omzwervingen, landden in Friesland, waar hij aan
het Flie eene stad stichtte, naar den God Stavo Stavoren geheeten. Hij
wordt gehouden voor den Stamvader der Friezen, voor den eersten bevolker
van dit land, hetwelk bij 68 jaren lang regeerde. Zijn zoon
ADEL (245 j. v. C.)
volgde hem op, en zou gedurende zijne 94jarige regering de Noormannen
bestreden, wijze verordeningen gemaakt, den Adel ingesteld en de groote
gastmalen ingevoerd hebben.
UBBO, (151 j. v. C.)
zijn zoon en opvolger, zou Keulen, gelijk de zonen van dezen Batenburg
en Vroonen gesticht hebben. Na 80 jaren geregeerd te hebben, volgde zijn
zoon
ASINGA ASKON (71 j. v. C.)
hem op. Deze zou Stavoren vergroot en bemuurd, en onderscheidene
oorlogen met naburige volken gevoerd hebben, gedurende zijne 82jarige
regering. Op hem volgde
DIOKARUS SEGON, (11 j. n. C.)
zijn neef en veldheer, onder wien de Friezen in het jaar 28 tegen de
Romeinen opstonden. Zijn zoon
DIBBALDUS SEGON, (46 j. n. C.)
was zijn opvolger, om zijne krijgshaftige daden, zoowel te land als ter
zee, beroemd.
TABBO, (85)
zijn veldheer, zou dapper met de Romeinen tegen de Britten gestreden en
ook de Denen bevochten hebben.
II. ZEVEN HERTOGEN.
ASKON, (130)
zou, onder een anderen titel, de opvolger van zijn vader geworden zijn,
en tevens de stichter van verscheidene dorpen. Minder vredelievend dan
hij was zijn zoon en opvolger
ADELBOLD, (173)
die de Romeinen met hulpbenden ondersteunde en tegen verschillende
naburige volken oorloogde. Zijn broeder
TITUS BOJOCALUS (187)
wordt zeer geroemd als een geleerd en dapper vorst, bij den Romeinschen
Keizer en den Hertog van Braband, welken hij hulp bood, zeer geacht.
UBBO, (240)
zijns broeders zoon, was zijn opvolger, en zou gedurende zijne vreedzame
regering vele gebouwen, sterkten en steden, ook Dokkum, gesticht hebben.
HARON UBBO (299)
zou zich met de Denen verbonden en Diderik, den Koning van
West-Friesland, bestreden hebben. In zijn lusthuis bij het Roode Klif,
dat toen dikwijls vlammen braakte, zou hij, 97 jaren oud, in 335
gestorven zijn.
ODILBALD (335)
was zijn zoon en opvolger, die door zijne dapperheid het rijk zou
uitgebreid hebben, even als zijn zoon
ODOLF HARON, (360)