Opmerkingen van de bewerker

Gespatieerde tekst is geplaatst tussen =tekens=, de transliteratie van

een Griekse letter tussen +tekens+.

De voetnoten zijn hernummerd en geplaatst achter de alinea waar ze

bijhoren.

Er is een inhoudsopgave toegevoegd na de titelpagina.

Bij verwijzingen naar bladzijden in ditzelfde boek moet 6 worden

opgeteld, bijv. “Zie boven blz. 61”, moet zijn: “Zie boven blz. 67”.

In het algemeen zijn er drie soorten van aanhalingstekens gebruikt. Hier

en daar zijn de aanhalingstekens gecorrigeerd voor de duidelijkheid.

Inconsequente spelling is in het algemeen niet gecorrigeerd. De paar

keren dat een afwijking is aangepast aan de meerderheid van de gevallen

is aangegeven in onderstaande lijst.

Duidelijke drukfouten o.a. van leestekens, ontbrekende spaties en

gekantelde letters zijn stilzwijgend gecorrigeerd. Ook zijn de volgende

correcties aangebracht, op bladzij

7 “bepaalder” in “bepaalden” (nemen hier bepaalden vorm aan)

9 “sarophagen” in “sarcophagen” (werden sarcophagen van steen en

hout)

9 “lijdwaad” in “lijnwaad” (benevens windsels van lijnwaad)

10 “hymmen” in “hymnen” (om godsdienstige hymnen te zingen)

11 “nachttelijke” in “nachtelijke” (verboden om op deze nachtelijke

roovers jacht te maken)

15 “Pembesa” in “Penbesa” (Weet gij, Penbesa, gij trouwe bewaker)

17 “Thutmes” in “Thotmes” (dat Thotmes III had gegrondvest)

18 “Qornah” in “Qoernah” (van den tempel van Qoernah)

19 “ontrokken” in “onttrokken” (door pleisterkalk aan het oog

onttrokken)

20 “adelijke” in “adellijke” (uit eene oude adellijke familie)

21 “vijfstigste” in “vijftigste” (zijn vijftigste jaar ingetreden.)

23 “Penim” in “Pinem” (de dochter van Pinem, den Paraschiet)

23 “Ami” in “Ameni” (vroeg Ameni op hoog ernstigen toon)

24 “onwewetend” in “onwetend” (waarlangs de menigte onwetend

voorbijging.)

26 “antwoorde” in “antwoordde” (»De prinses,” antwoordde Pentaoer)

26 “Penim” in “Pinem” (naar het huis van Pinem den weg te wijzen)

26 “peizend” in “peinzend” (liep peinzend het vertrek op en neer)

33 “grieken” in “Grieken” (De Grieken noemden hem)

35 “litaniën” in “litanieën” (aan een ziekbed zijne litanieën

prevelde)

38 “voveel” in “zoveel” (toch reeds zooveel nieuwigheden uit den

vreemde)

43 “Paâkers” in “Paäkers” (en Paäkers vader is niet alleen)

46 “Heroscoop” in “Horoscoop” (hernam de Horoscoop Septah)

47 “zijn” in “zijns” (Deze bracht de mummie zijns vaders naar Thebe)

56 “ztch” in “zich” (gewenscht zich te kunnen verkleinen)

59 “Pantaoer” in “Pentaoer” (vroeg Pentaoer zich af)

61 “terechtwijzigingen” in “terechtwijzingen” (zijne

terechtwijzingen toeriep)

61 “van” toegevoegd (wanneer het gewicht van de verhevenste

gedachten)

66 “Ben-Anat” in “Bent-Anat” (zeide Bent-Anat, terwijl de oude)

77 “volgden” in “volgde” (Met angstige spanning volgde hij)

77 “onstuiming” in “onstuimig” (die hij onstuimig aan zijne lippen

drukte)

79 “Bent-Annat” in “Bent-Anat” (Bent-Anat zag hem nu voor het eerst

in)

79 “vertoonde” in “vertoonden” (trekken van minachting vertoonden

zich)

80 “Bent-Annat” in “Bent-Anat” (Bent-Anat bleef nog een oogenblik

staan)

88 “Nyldag” in “Nijldal” (de Hyksos uit het Nijldal waren)

90 “zieh” in “zich” (verroerde zich geen zijner leerlingen)

93 “taai” in “taal” (van wiens lippen de zoete taal vloeit van)

99 “a” in “ja” (van uw soort, ja dat zeg ik)

101 “Eyptische” in “Egyptische” (van het Egyptische volk niet

nauwlettend)

112 “war” in “was” ( Hij was gesproten uit een Semitisch geslacht)

112 “des” in “der” (de verdrijving der Hyksos)

112 “Thatmes” in “Thotmes” (en onder Thotmes en Amenophis zich door

dapperheid had onderscheiden.)

113 “maakte” in “maakten” (Zij maakten zich meester van het Nijldal)

115 “berichttet” in “berichtte” (berichtte Ani, die op hem wachtte)

115 “onstond” in “ontstond” (ontstond er weder eene beweging)

118 “vronw” in “vrouw” (Bent-Anat, tot vrouw, en ik zou Ramses niet

zijn)

124 “Bent-Annat” in “Bent-Anat” (om de hand der prinses Bent-Anat te

verkrijgen)

125 “Katoetie” in “Katoeti” (en zag Katoeti vragend aan)

138 “voitooide” in “voltooide” (Maar hij voltooide den volzin niet)

139 “voetzoelen” in “voetzolen” (juist zijn hoofd en zijne voetzolen

raakten)

146 “ware” in “waren” (Terwijl dit gesprek werd gevoerd, waren voor

de hut van den Paraschiet twee mannen)

149 “eIkander” in “elkander” (vielen de verdorde bloemblaadjes uit

elkander)

151 “hiëropglypen” in “hiëroglyphen” (de rijen hiëroglyphen op de

praalgebouwen)

154 “te” toegevoegd (met bijzonderen ijver te velde te trekken)

163 “Syriscbe” in “Syrische” (bestuurde zijne vurige Syrische rossen)

169 “vermelten” in “versmelten” (als ijs versmelten en als zand

verwaaien)

173 “jakhalsen” in “jakhalzen” (Wat janken de jakhalzen!)

189 “bidt” in “bid” (Ik bid in het geheel niet)

194 “u” in “uw” (Bij al uw zoeken naar de verborgenheden)

200 “pharo’s” in “pharao’s” (op den troon der pharao’s dan hij.”)

202 “bezorgheid” in “bezorgdheid” (met eene uitdrukking van onrust

en bezorgdheid)

205 “Nochthans” in “Nochtans” (Nochtans was zijn verzoek om

schrijvers)

209 “beberoemd” in “beroemd” (hebt ge u zoo even beroemd, dat de

menschen)

216 “toonen” in “teenen” (de nagels van vingers en teenen met

oranjekleurige hennah)

216 “neen” in “neem” (neem dit reukwerk en verbrand ervan)

221 “ondeling” in “onderling” (Zij waren onderling verbonden door)

222 “lievelingdochter” in “lievelingsdochter” (in het vertrek van

Ramses’ lievelingsdochter)

229 “jeudige” in “jeugdige” (niemand heeft mijne jeugdige schreden

gericht)

241 “gezalft” in “gezalfd” (de hallen waarin ze gezalfd werden)

249 “Rameni” in “Rameri” (zoo waarachtig als ik Rameri heet)

250 “Rameni” in “Rameri” (Rameri viel Anana in de rede)

254 “reliquiën” in “reliquieën” (wordt onder de heiligste reliquieën

gerekend)

265 “Bent Annat” in “Bent-Anat” (Bent-Anat gaf trotsch een wenk)

273 “w nneer” in “wanneer” (te doorwaden, wanneer zij op buit

uitgaat)

278 “panlherhuiden” in “pantherhuiden” (bezig met de pantherhuiden

en verdere kleedingstukken)

284 “alleen” in “allen” (gij jongste van allen)

284 “Pentooer” in “Pentaoer” (De laatste kende Pentaoer)

287 2x “Pinim” in “Pinem” (verwonde kind van den Paraschiet Pinem)

en (»En het was Pinem,” sprak de opperpriester)

289 “de” in “ze” (Wij kroonden de vorsten, wij noemden ze goden en

leerden het volk)

291 “rijkte” in “reikte” (Ameni reikte den grijsaard zijne)

291 “uitgsproken” in “uitgesproken” (mag volstrekt niet uitgesproken

worden.)

294 “Terzelder” in “Terzelfder” (Terzelfder ure had vrouwe Katoeti)

296 “diet” in “niet” (waaraan ik heden niet offeren mag.)

302 “uitgebouwen” in “uitgehouwen” (in de rots uitgehouwen grafkamer)

303 “ingelijks” in “insgelijks” (traden insgelijks het graf binnen)

314 “medgezel” in “metgezel” (zijn trouwen metgezel op al zijne

tochten)

339 “oogeu” in “oogen” (toen ik het zag, mijne oogen meer zeer

gedaan)

356 “Rameni” in “Rameri” (riep prins Rameri, die zonder)

357 “veplegen” in “verplegen” (zij moet hare zieke grootmoeder

verplegen)

362 “hondermaal” in “honderdmaal” (is wel honderdmaal gebeurd)

363 “noch” in “nog” (Ik kan nog niets met zekerheid zeggen)

365 “edelknaaap” in “edelknaap” (uitgegeven voor een edelknaap uit

het gevolg)

368 “moedér” in “moeder” (de moeder bepaalt de afkomst der kinderen)

370 “Rameni” in “Rameri” (»Maar een deel?” vroeg Rameri.)

376 “vertrouwste” in “vertrouwdste” (de vertrouwdste raadgeefster

van den stadhouder)

376 “daar” in “naar” (behoeft hij niet naar de goudmijnen te gaan)

377 “scheepsgezagvoeder” in “scheepsgezagvoerder” (den

scheepsgezagvoerder te bewegen in Chennoe te landen)

380 “getróffen” in “getroffen” (Zij was getroffen over hare

buitengewone)

383 “Pentaoers’s” in “Pentaoer’s” (Pentaoer’s slapen klopten

geweldig.)

391 “melodiën” in “melodieën” (dat Warda hare melodieën nazong)

400 “ij” in “hij” (heeft hij zich aan mij geopenbaard)

406 “havan” in “haven” (aan de haven van Thebe)

408 “aklig” in “aaklig” (In ’t aaklig oord waar slechts)

416 “trachte” in “trachtte” (De Ethiopische slaaf trachtte, nu hij

overtuigd was)

422 “Egygtoloog” in “Egyptoloog” (gestorven Franschen Egyptoloog E.

de Rougé)

427 “Mernepthah” in “Mernephtah” (De beide jongsten, Mernephtah en

Rameri)

428 “toe” in “toen” (toen ik voor het eerst naar het land)

430 “hehben” in “hebben” (schijnt te hebben gelegd)

431 “Pidasa” in “Pisada” (volken van Pisada (Pisidië))

443 “Hijksos” in “Hyksos” (waar vroeger de Hyksos gelegerd waren)

443 “Chrolonogie” in “Chronologie” (Chronologie der Aegypter)

443 “Wissenschapften” in “Wissenschaften” (der Berliner Akademie der

Wissenschaften)

449 “nog” in “noch” (wij zien noch rechts noch links)

466 “Pinim” in “Pinem” (kleindochter van den Paraschiet Pinem)

474 “eenveroordeelde” in “een veroordeelde” (als een veroordeelde

uit zijn kerker)

494 “stukkken” in “stukken” (Beide stukken geleken elkander volkomen)

502 “Setschem” in “Setchem” (besteeg het schip van vrouwe Setchem en

beproefde)

503 “af” in “of” (dat haar zoon dood was, of Paäker nog leefde)

507 “steven” in “streven” (Overigens was het zijn ijverig streven)

507 “Hykos” in “Hyksos” (sedert de dagen der Hyksos).

Warda: Roman uit het oude Egypte · 第 57 / 58 题