13 November. Kappen met den inl. verkenner en 5 Dajaks den weg verder.

Ten 2 uur komt onder leiding van een Eur. serg. het transport van

depôt B aan. In depôt B heeft hij achtergelaten 3 zieken (1 inl. fus. +

2 dwangarb.).

14 November. 's Morgens stuur ik 1 Eur. serg., 1 fuselier en 10

dwangarbeiders terug naar Prauwbivak. Zij zijn niet meer noodig en

mijn aantal dagen rantsoen wordt hierdoor niet onbelangrijk uitgebreid;

de zieken uit depôt B worden tevens medegenomen.

Met 1 inl. verkenner, 1 Eur. serg., 1 fuselier, 10 Dajaks en

15 dwangarbeiders op marsch naar boven. 3 Inl. fuseliers worden

achtergelaten als dekking van Hoofdbivak. Na een steilen klim bereiken

wij een kam van 3000 meter hoogte.

Legden vandaag ± 2 KM. af.

15 November. Volgen, voortdurend een pad kappende, den kam, die weinig

stijgt. Regen en windvlagen.

Onze tenten zijn slecht geworden door het reeds langdurig gebruik,

zoodat wij bij regen 's nachts weinig slapen. En gaat het er niet

doorheen, dan waait het wel onder onze afdakjes door.

16 November. 's Nachts zeer koud; ondanks den wollen deken, slaapt

niemand; hout om een flink vuur te maken is niet meer te krijgen.

's Morgens weer met frisschen moed op marsch en reeds spoedig

wordt een 3200 M. hooge top bereikt, die zich uitmuntend leent voor

observatie's. (Observatiepunt B, 3200 M.) Zoo goed mogelijk wordt

hier bivak gemaakt.

De begroeiing bestaat uit lage struikjes; ik heb hier een prachtig

uitzicht. Het bivak maken gaat er door gebrek aan hout moeilijk. Morgen

heb ik nog 7 dagen vivres over; door nu een gedeelte der dragers terug

te zenden naar Prauwbivak houd ik minstens 14 dagen levensmiddelen

over om van Hoofdbivak weg te blijven. De Dajaks verzoeken om te

mogen blijven, ten einde den hoogen top mede te beklimmen.

Het uitzicht is hier schitterend; in het Noorden zien wij

duidelijk de samenvloeiing van Idenburg- en Van der Willigenrivier

(Kalongeiland), zoodat de lengtebepaling weder zeer nauwkeurig

wordt. De breedtebepaling is onafhankelijk van de tijdmeters, zooals

te voren reeds is medegedeeld.

In het kort was de werkwijze als volgt:

Magnetische peiling met boussole-tranche-montagne op Kalongeiland;

breedtebepaling op sterren. Dit geeft een voorloopige plaats op

breedte en lengte. Met deze plaats een standbepaling op de zon ter

verifiëering der tijdmeters. Deze nieuwe stand wordt gebruikt om

een astronomische peiling te nemen, ter bepaling van één zuivere

astron. richting en der magn. variatie; dus tevens wordt hiermede

de ware astronomische richting van Kalongeiland bepaald. De juiste

ware plaats van observatiepunt B wordt nu opnieuw uitgerekend. Deze

geheele verbetering kan men, indien men groote verschillen vindt

tusschen voorloopige en ware plaats, nogmaals herhalen.

Vanaf observatiepunt B. was de Wilhelminatop (sneeuw) te peilen, in

ongeveer Z. 1/4 O. richting. De hoogte van den Wilhelminatop klopte

precies, doch de peilingslijn liep er iets langs.

17 November. Transport 1 fus. + 12 dwangarbeiders terug naar

Hoofdbivak; vandaar met de dekking door naar Prauwbivak, dus 4

inl. fus. + 12 dwangarbeiders.

Door 5 Dajaks laat ik het pad verder kappen; de weg wijst zich vanzelf

en de verkenner en ik hebben het te druk met peilingswerk.

Onze colonne is nu nog sterk: 1 Luit.-ter-zee, 1 inl. verkenner,

1 eur. sergeant, 10 Dajaks en 3 dwangarbeiders. Totaal 16 man.

De geheele etappenlijn is nu zonder bezetting, in alle bivaks ligt

echter ruim voldoende eten voor den terugtocht.

's Nachts wordt in een fellen, kouden wind een astronomische

plaatsbepaling genomen.

18 November. Astronomische peiling. Standbepaling tijdmeters. De

Dajaks kappen het pad verder. Peilingswerk.

19 November. De geheele Centrale keten is nu te zien: Wilhelminatop,

Rhumphius keten, enz.

Vandaag kom ik met het peilingswerk gereed.

Nieuw-Guinee en de exploratie der "Meervlakte" De Aarde en haar Volken, 1918 · 第 16 / 23 题