9 November. Met een kleine colonne, waaronder 10 Dajaks en 10
dwangarbeiders, kappen wij den weg verder; het is zeer zwaar begroeid
bergterrein en wij schieten per dag niet meer dan 1 1/2 KM. hemelsbreed
op. Tegelijkertijd wordt tusschen depôts A en B transport geloopen.
10 November. Kappen door in zuidelijke richting, 1 1/2 KM. zeer zwaar
bergterrein met steile hellingen.
11 November. Kappen verder; ten 11 uur komt een transport
van 15 dwangarbeiders onder een Eur. serg. mij achterop. Het
transport-loopen van A naar B is gereed gekomen. In depôt A is alleen
eten achtergelaten, onbewaakt, voor den terugtocht.
Ten 2 uur zijn wij na een stijve klim op een plateau aangekomen, waar
een helder stroompje doorloopt. Daar ik volgens mijn kookthermometer
hier op 2430 M. hoogte ben aangekomen, besluit ik hier mijn Hoofdbivak
te maken en dan van dit bivak uit een tocht naar de 4000 meter,
zonder verdere depôts aan te leggen.
12 November. Transport terug naar depôt B: 1 inl. fuselier, 5 Dajaks,
19 dwangarbeiders.
Nacht en dag zware regen.