6 November. Er komt een transport van depôt B aan, dat op den bergkam
is gemaakt, ± 5 KM. verder om de Zuid; sterk 1 inl. fuselier, 10
Dajaks + 20 dwangarbeiders.
's Avonds krijg ik om de Zuid mooi uitzicht. Op ± 15 KM. ZZW. van
dit punt is een kale hooge top, naar meting ongeveer 4000 M. hoog;
duidelijk kan ik waarnemen, dat de kam, dien wij volgden, daarheen
voert. Dien top zal ik derhalve beklimmen; het uitzicht vandaar zal
loonend zijn, hoop ik.
Hoewel nog niet geheel gereed met het peilingswerk, wordt besloten
morgen door te gaan. Transport van Prauwbivak is nog niet aangekomen.
7 November. Onder harden regen op weg: 1 luit.-t./zee, 1 karabijn,
[33] 10 Dajaks + 16 dwangarbeiders; ten 1 uur 30 min. in depôt B,
een goed bivak met water in de nabijheid.
Wij liggen een beetje in duigen: ik zelf en de Eur. sergeant hebben
een flinken malaria-aanval, mijn verkenner heeft het in den buik.