31 October. Peilingswerk; astronomische plaatsbepaling van het bivak.

1 November. Regenachtig; slecht bergenzicht. Laat op den middag komen

de Dajaks van het transport aan; deze taaie kerels zijn de verdere

colonne een heel eind vooruit.

2 November. Het transport komt aan; 1 europ. serg., 3 fuseliers en

47 dwangarbeiders. Tevens ontvang ik bericht, dat de exploratie tot

ultimo Februari kan duren, zoodat kalm doorgewerkt kan worden.

3 November. Transport van 26 dwangarbeiders onder dekking van 1

inl. korp. + 1 fuselier terug naar Prauwbivak.

Mijn peilingswerk is hier nog niet gereed, zoodat ik een colonne laat

doorkappen onder leiding van den inl. verkenner, met 1 eur. serg.,

2 karabijnen, 10 Dajaks en 22 dwangarbeiders.

Naar Prauwbivak wordt bericht gezonden aan den

sergeant-bivakcommandant, om nog een transport van 20 dwangarbeiders

naar depôt A te zenden. Daarna, na terugkomst van dit loop-transport,

met 4 prauwen transport te gaan varen tusschen Bataviabivak en

Prauwbivak, zoodat ik na terugkomst van dezen tocht levensmiddelen

genoeg heb om dadelijk weer een nieuwen tocht te beginnen.

Vanaf depôt A houd ik alleen als dragers 10 Dajaks en 25

uitgezochte dwangarbeiders; de rest der 56 dwangarbeiders is door de

loop-transporten van Prauwbivak--Depôt A dusdanig in slechte conditie,

dat zij verder in dit zware bergterrein niet meer goed bruikbaar

zijn. De ziekenverpleger heeft het ook afgelegd, zoodat ik de gewonden

verder weer zelf kan behandelen; enfin, dit deed ik al van 3 Juni af.

4 November. Met eenige menschen in depôt A. Geen uitzicht. Mistig

en koud.

Nieuw-Guinee en de exploratie der "Meervlakte" De Aarde en haar Volken, 1918 · 第 13 / 23 题