7 Uur vertrek; kappen in Z.Z.W-richting; af en toe stukken diep moeras,
dan weer stukken boschterrein zonder ondergroei. Even na eetrust, ten
12 uur 30 min. gaan wij den eersten heuvel op en komen na een zware
klimpartij op den kam ± 400 meter hoog. Op den kam een goed beloopen
Papoea-pad. Dalen in de voorgenomen marschrichting den heuvel weder
aan de andere zijde af en maken ten 3 uur bivak aan een helder beekje.
28 October. 6 uur 30. Op marsch. Kappen het pad verder in
ZZW. richting; passeeren vele riviertjes, die alle om de West
(!!) stroomen. Ten 11 uur zijn wij aan de uitloopers van het gebergte;
stijgen zeer steil, om drie uur bereik ik den ± 1100 meter hoogen,
zeer smallen bergrug, waar bivak gemaakt wordt. De staart der colonne
komt pas om 5 uur aan.
Aangezien deze kam Oost-West loopt en maar 1 1/2 meter breed is,
kan hier een prachtig uitzicht om de Zuid worden verkregen, zoodat
hier het eerste vivresdepôt A wordt ingericht.
Het transport dragers gaat onder dekking van 1 inl. korp. en 3
karabijnen terug naar Prauwbivak.
Met den eur. serg., 1 karabijn, den inl. verkenner en eenige Dajaks
blijf ik achter om hier observaties te doen.
Dezen dag komt uit Bataviabivak aan in Prauwbivak een transport vivres
en kleeding, sterk 29 man, zoodat mijn geheele troep nu bestaat uit:
1 Luit.-ter-zee, 1 inl. verkenner, 3 eur. sergeants, 2 inl. korporaals,
15 inl. fuseliers, 1 ziekenverpleger, 10 Dajaks en 56 dwangarbeiders,
totaal 89 man.
30 October. Kappen uitzicht en maken een boomstelling, 's Middags
helder uitzicht, dus een begin gemaakt met het peilingswerk. Dit
bivak heeft een bezwaar; er is geen water, zelfs niet tot ver in
den omtrek. Gelukkig regent het elken nacht en vangen wij dan het
water van de tenten op, zoodat wij geen gebrek hebben; het is hier
na zonsondergang al vrij koud en wij kunnen onzen deken best velen.