I.

De samenstelling van het Exploratie detachement voor den Mamberamo.

Tot het reeds genoemde einddoel, het exploreeren van het Binnenland

benoorden het Sneeuwgebergte, voer in het begin van December 1913 het

eerste échelon van het "detachement voor den Mamberamo" deze groote

rivier op.

Dit échelon bestond uit den Kapitein der Infanterie Oppermann als

leider, den Officier van Gezondheid Thomsen en den Luitenant ter zee

der 2e klasse Langeler. Verder uit eenige Europeesche en Inlandsche

onderofficieren, voorts Inlandsche fuseliers en dwangarbeiders. Te

zamen een 70 man.

De fuseliers waren in hoofdzaak Javanen en enkele Timoreezen;

Amboneezen hadden wij er niet bij. De Timoreezen muntten bijzonder

uit. De dwangarbeiders vormden een staalkaart van rassen en stammen;

onder hen waren de Atjehers, Palembangers en Boegineezen de besten;

hun "zonden" waren moord en grove diefstal; geen wonder, dat het

régime streng was en er vaak ter bestraffing naar den rottan moest

worden gegrepen.

Een Inlandsche opnemer was toegevoegd aan het detachement; dit was

één der z.g. "verkenners" van den Topografischen dienst, welke

zijn opgeleid voor detailwerk, doch die ook voor het globalere

overzichtswerk uitstekende diensten kunnen bewijzen.

Met een volgend échelon kwamen 40 Dajaks van Borneo, bekwame

prauwenmakers en versnellingroeiers en 130 Papoea's van de kusten,

die als roeiers diensten zouden bewijzen.

Eind Maart 1914 kwam het geheele detachement van de Noordkust op

den Mamberamo aan en stelde zich onder de bevelen van den leider,

Kapitein Oppermann.

Dit detachement bestond uit den Kapitein der Infanterie Schultz,

1e Luitenant Schulze en de Luitenants ter zee 2e klasse Doorman en

Stroeve. De Officier van Gezondheid v. Steenis bleef te Manokwari

achter. Met een vorig échelon was reeds aangekomen de 1e Luitenant

der Infanterie Feuilleteau de Bruin, ter vervanging van Kapitein

v. d. Beeke, die na een kort verblijf op Nieuw-Guinee met malaria en

beri-beri geëvacueerd was.

Totaal hadden wij derhalve 9 officieren, 160 man kader en fuseliers,

40 Dajaks, 130 Papoea's en circa 240 dwangarbeiders. Vele zieken

maakten een voortdurende vervanging noodzakelijk.

Nieuw-Guinee en de exploratie der "Meervlakte" De Aarde en haar Volken, 1918 · 第 3 / 23 题