Het is op zich zelf reeds geen gemakkelijke zaak voor een koelie, om
een Europeaan aan te klagen. Wel schrijft art. 4 van de
koelie-ordonnantie voor, dat de koelie de onderneming mag verlaten,
wanneer hij wil klagen bij den controleur. Welke waarde dit voorschrift
in de praktijk heeft, valt licht te raden. In de meeste gevallen
beschikt de Europeaan, over wien zich de koelie beklagen wil, in ieder
geval de administrateur over voldoende middelen, om te beletten, dat de
klager zijn recht zoekt. Gedwongen verblijf in het hospitaal der
onderneming, totdat de wonden genezen zijn, en dus een visum repertum
zoo goed als onmogelijk is geworden, is een akal [35], even oud als de
koelie-ordonnantie.
Maar laat ons veronderstellen, dat het den koelie gelukt, den
controleur te bereiken. Laat ons veronderstellen, dat de betrokken
controleur een vijand is van het toetoepstelsel, de zaak onmiddellijk
onderzoekt en de processen-verbaal doorzendt aan den Resident als
hulp-officier van Justitie. Laat ons veronderstellen, dat de Resident
de stukken doorzendt naar Batavia, aan den officier van Justitie.
Rekenen wij, dat deze zoo spoedig doenlijk den beklaagde oproept voor
de voorloopige instructie. Dus, nemen wij alles op zijn gunstigst en
voordeeligst, dan heeft toch door deze wijze van behandeling de
beklaagde een paar maanden, die hij tot zijn voordeel benutten kan, ten
einde den loop van het Recht te stuiten of af te leiden.
En wat ligt nu meer voor de hand, dan dat hij van dezen termijn gebruik
maakt tot het verduisteren der getuigen?
De getuigen toch zijn gewoonlijk koelies, die gaarne hunne vrijheid
terug erlangen. Bovendien zijn zij zonder uitzondering arm. Het aanbod:
ontbinding van het werkcontract—dus voor den koelie terugbekoming
zijner vrijheid—, vrije overtocht naar Singapore of eene andere
buitenlandsche haven, benevens eene voor den koelie belangrijke som
gelds aldaar in contanten te ontvangen, zal zelden, indien het te
rechter tijd wordt gedaan, geweigerd worden.
En zoo komt het, dat van de betrekkelijk weinige strafzaken uit Deli,
die in Batavia worden behandeld, er zoovele eindigen met vrijspraak,
wegens gebrek aan bewijs.
En zoo komt het ook, dat bij den Europeaan het rechtsgevoel meer en
meer verzwakt, in daden van geweld en misbruik van macht door hem niets
onteerends meer wordt gezien, waar de overheid haar eersten plicht
verwaarloost: de handhaving der Gerechtigheid.
Gerechtigheid! wie gelooft aan haar bestaan, wie wenscht haar aanwezen
in Deli? De meester niet, omdat zij in strijd is met zijn belang, de
magistraat niet, omdat zij eischt nauwgezet onderzoek en eene
hinderpaal is voor autocratisch gezag, de koelie niet, omdat hij reeds
lang overtuigd is, dat macht gaat boven recht.
Gerechtigheid! Het is een woord geworden, dat goed klinkt in officieele
speeches, doch waarover men òf lacht, òf de schouders ophaalt.