Wee den koelie, die, bezwijkend onder den overmatigen last van arbeid,
hem opgelegd, den tjangkol laat zinken; wee den arbeider, die, uitgeput
door gebrek aan voedsel, de kracht niet meer heeft, zijne schreden te
richten naar het veld van zijn zweet; wee den slaaf, die niet
verschijnt op het tong-tongen in de morgenvroegte, omdat hij treurt
over den dood van zijn kind.
Er is een Magistraat der hoofdplaats, die hem veroordeelen zal
wegens.... verregaande luiheid of dienstweigering (art. 10 der
koelie-ordonnantie.)