ONGEVOELIGHEID EN GELDDORST.

Er is een tijd geweest, dat men de beroepen onderscheidde in eerlijke

en oneerlijke en hoewel die tijd reeds lang achter onzen rug ligt, het

is nog zoo heel lang niet geleden, dat het lang niet hetzelfde was,

waarmede men geld verdiende. En nog worden er eenvoudigen gevonden, die

ronselarij afschuwelijk en handel in koelies een minder waardig bedrijf

vinden.

Welnu, zij hebben ongelijk, want er is een goed stuk geld mee te

verdienen.

Ik wil erkennen, dat ik tot die eenvoudigen behoor en dat tot voor

korten tijd ik in de dwaling verkeerde, dat mijne meening in

overeenstemming was met de publieke opinie. Van deze opvatting ben ik

evenwel genezen, sinds ik als directeur van een zoogenaamd

emigratie-kantoor (een winkel, waar men koelies kan koopen) een

welbekend advocaat zag optreden. Het kan toch niet zijn, dat deze

Meester in de Rechten meent, dat de schande van het bedrijf vervalt,

doordat het wordt uitgeoefend door eene naamlooze vennootschap en hij

nu ook moraliter beperkte aansprakelijkheid wil pleiten? Wel komt zijn

naam als directeur nooit voor in de advertentie, waarbij het

emigratie-kantoor zijn vee en koelies aanprijst.

Zou het mogelijk zijn, dat toch diep in zijn gemoed eene stem afkeurend

fluistert en dat hij in de eenzaamheid, alleen met zichzelf, de

tinteling der schaamte voelt op voorhoofd en wang.

+++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

+ +

+ ENTLAUFEN. +

+ 1 Javane, Namens „Kasan” +

+ MIT +

+ 1 Frau und 2 kleinen Kindern. +

+ Alter 35 Jahre.—Höhe 161 cM. +

+ Kennzeichen linkes Auge blind. +

+ Um Benachrichtigung ersuchen +

+ A. SIEMSSEN & Co., +

+ Post: Tebing-Tinggi-Deli. +

+ +

+++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

(Deli-Courant 1899).

Kom, geen bespiegelingen, feiten!

„Waarlijk, Mark Twain merkt terecht op, dat in eene maatschappij, waar

slavernij bestaat, zelfs de meest elementaire begrippen van recht bij

de slavenhoudende klasse ontbreken”, schreef D. E. Liaan, of om hem bij

zijnen werkelijken naam te noemen, de heer C. de Coningh. En de

bewijzen?

Ziehier eene advertentie, geknipt uit de Sumatra-Post van 7 Mei 1902.

+++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

+ +

+ H.H. Hoofd-Administrateurs en +

+ Administrateurs, zoomede Slagers +

+ en Ondernemers van Mijnbouw! +

+ +

+ LEVERING tegen de LAAGSTE PRIJZEN: +

+ Gecastreerd, degelijk Madureesch of Oost-Java Trek-vee +

+ van 300–375 K.G., voorzien van certificaat van den Veearts. +

+ +

+ Prachtige Madureesche Slachtstieren. +

+ +

+ Flink, jong en gezond Oost-Java Werkvolk, +

+ MANNEN of VROUWEN voor LAND- en MIJNBOUW, tegen +

+ f 60.— per volwassen persoon, franco Belawan. +

+ +

+ Belast zich met het KOOPEN en VERZENDEN van: +

+ Savoeneesche en Rottineesche Rij- en Wagenpaarden, +

+ uitstekend geschikt voor BERGTERREIN. +

+ +

+ Minzaam aanbevelend, +

+ H. LEEKSMA Kzn., Soerabaia. +

+ +

+++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

Men ziet het: Sierlijk geëtaleerd tusschen trekvee en slachtstieren

links en rij- en wagenpaarden rechts, stelt de koopman zijne mannen en

vrouwen ten toon. Hij levert ze u tegen de laagste prijzen! Koopt toch,

koopt! Ziet, zij zijn allen flink, jong en gezond, geschikt voor land-

en voor mijnbouw! Mannen of vrouwen naar keuze! Voor de kleinigheid van

zestig gulden per stuk zijt gij de man! Wees gerust, zij zijn allen

volwassen! Geen kalveren... och, kinderen bedoel ik! Koopt er wat en

hij zendt ze u thuis, franco, van wege de concurrentie!

Men vraagt zich af, of de steller dezer advertentie alle menschelijk

gevoel heeft afgeschud en er zelfs niet in zijne ziel meer gloort een

vonkje van betamelijkheid. Zie ik wil toegeven, dat het menschelijk is,

door den nood gedrongen, niet te kieschkeurig te zijn in het middel om

zijn brood te verdienen. Ik wil erkennen, dat de zorg voor vrouw en

kind den man kan drijven tot het doen van daden, waarvan anders zijn

eergevoel hem zou terughouden. Ik begrijp den diefstal uit honger, den

moord uit haat, de schending der wet in drift of nood. Ik kan me zelfs

voorstellen, dat iemand ronselaar wordt of slavenhaler. Maar niet kan

ik mij indenken, hoe iemand zijne medemenschen kan behandelen als, kan

rangschikken onder het gedierte des velds. Hoe dor, hoe dood moet het

gemoed zijn van wie die Javaansche mannen en vrouwen eene plaats gaf

tusschen het gecastreerde trekvee uit Madura en de Savoeneesche rij- en

wagenpaarden!

De man beveelt zich minzaam aan.

De koeliemakelaar Lefèbre, geestig als altijd, drijft in de volgende

aanbieding den spot met de ongelukkige contractanten, die zooals zij

het noemen, zich verkocht hebben.

+++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

+ +

+ Immigratiekantoor J. C. +

+ DE JONGH te Batavia tot +

+ vertrek gereed vrije contractanten +

+ 25 vrouwen, 15 mannen, order te wenden +

+ tot den agent +

+ +

+ H. A. LEFÈBRE, Medan. +

+ +

+++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

Ze zijn immers vrij, te teekenen of niet!

Laat ons van dit onderwerp afstappen, ’t is te walgelijk. De

advertenties, die dit werkje verluchten, spreken voor zich zelve.

Voert de handel in koelies den mensch van het pad der humaniteit, ook

het gemoed der meesters wordt langzamerhand voor de ellende, het lijden

der slaven verhard. Het denken en gevoelen, het leven van den koelie,

wie kent het? Wie is er, die iets weet van wat er omgaat in de ziel van

den slaaf? Alleen zijne werkkracht, zijne Arbeitsfähigkeit boezemt den

meester belangstelling in... gedurende den tijd zijner slavernij.

„Daarna kan hij voor mijn part verrekken”, is eene uitdrukking, die men

dagelijks kan hooren. Het sap der citroen is genoten, wat bekommert den

gebruiker de schil?

Als een koelie sterft, wordt hij begraven. Als in den tijd der cholera

vele koelies sterven, worden vele koelies begraven. ’s Nachts komen dan

de wilde varkens, die het laagje aarde, dat de lijken bedekt, omwoelen

en... Ik wil u niet akelig maken, mijne bedoeling is alleen, tegen te

spreken het praatje, dat in Deli de lijken der koelies rechtstreeks den

varkens worden voorgeworpen. Wel vindt men op verschillende plaatsen de

doodsbeenderen op het veld, maar ik kan verzekeren, dat ze—al zij het

slechts gedurende eene korte poos—onder de aarde hebben vertoefd.

Nu moge men het vreemd vinden, doch een feit is het, dat de hoogste

wensch van den koelie is, niet in Deli te sterven. Den oosterling is

nog lang niet het beschaafde idee bijgebracht, dat het hem

onverschillig kan zijn, wat er met zijn lichaam geschiedt na den dood.

Met eene kinderachtigheid, waarover zijn beschaafde meester de

schouders ophaalt, is hij er op gesteld, begraven te worden volgens den

adat van zijn ras of de regels van zijn geloof, en de mogelijkheid

onder (?) den grond gestopt te zullen worden zonder meer, is hem eene

verschrikking.

+++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

+ +

+ Emigratie-Kantoor +

+ J. M. LEVIE, Medan. +

+ +

+ Telephoon No. 280. +

+ +

+ Beveelt zich beleefd aan voor de levering van: +

+ Flink, Jong, Gezond +

+ +

+ JAVAANSCH WERKVOLK, +

+ zoowel Mannen als Vrouwen. +

+ +

+ Orders worden spoedig en accuraat uitgevoerd, bij +

+ aanvragen speciaal +

+ +

+ BAGALENERS. +

+ +

+ Prijs en conditiën billijker +

+ dan elders. +

+ +

+ De Agent, +

+ J. M. LEVIE. +

+ +

+ Kantoor Hüttenbachweg. +

+ +

+++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

(Sum.-Post en Deli-Ct. 1902.)

Ten dezen kunnen de planters geene onwetendheid voorwenden. De

controleur Kühr zond in 1899 eene circulaire de wereld in, die pleit

voor zijn goed hart en eene aanklacht is tegen de planterswereld, die

dertig jaren achtereen gebrek toonde aan menschelijkheid. Deze

circulaire werd zoowel in de Deli-Courant als in de Sumatra-Post

gepubliceerd en besproken.

Aan

de Hoofd-administrateurs en Beheerders der

Landbouw-ondernemingen in de afdeeling Deli.

Zoowel de hoofden der Javanen, Bojans, Bandjareezen,

Mohammedaansche en Hindoesche Klingen en Bengaleezen, als die der

Chineezen hebben de opmerking gemaakt, dat de lijken der

contract-koelies niet overeenkomstig den adat worden begraven.

Op de meeste ondernemingen zijn er zelfs geene stukken grond

gereserveerd tot begraafplaatsen voor de verschillende

volksstammen.

Bovendien worden de meeste Chineezen ongekist ter aarde besteld en

hunne graven niet voorzien van een pitjiok of pisak (steenen

tablet, vermeldende den naam van den overledene en den naam van het

dorp of de plaats in China of elders, vanwaar de overledene

afkomstig is).

Aangezien nu:

1o. een chineesche doodkist plm. 1.50 dollar en een steenen

tablet plm. 25 cent kost.

2o. er op eene onderneming jaarlijks hoogstens 40 Chineezen

sterven; en

3o. de op de verschillende ondernemingen aan te wijzen drie

stukken grond:

a. voor het begraven van Mohammedanen (Javanen,

Soendaneezen, Bojans, Bandjareezen, Klingen,

Bengaleezen).

b. voor het begraven van Chineezen (Téo Tjioe’s, Keh’s of

Hakka’s, Hailohong’s, Hokien’s, Makau’s, Kangsi’s,

etc.), en

c. voor het begraven of verbranden van Hindoe’s (Klingen en

Bengaleezen),

van geen grooten omvang behoeven te wezen, zoo heb ik de eer,

UEdele beleefd in overweging te geven de bovenaangegeven drie

afzonderlijke begraafplaatsen op uwe onderneming(en) te willen

bepalen, zoo zulks nog niet is geschied—en elken overledene

overeenkomstig zijne godsdienstige gebruiken te doen begraven, ten

einde de godsdienstige gevoelens zijner bloed- of aanverwanten niet

te kwetsen en geen aanleiding tot bedekte tegenwerking van de zijde

der bovenbedoelde hoofden te geven.

De wd. assistent-resident van Medan,

E. K. M. Kühr.

Medan, 5 Juni 1899.

Dit humane rondschrijven heeft weinig of geen verbetering gebracht.

Zelfs de practische wenk, „geen aanleiding tot bedekte tegenwerking van

de zijde der bovenbedoelde hoofden te geven” heeft geen ander gevolg

gehad, dan een pluimpje voor zijn menschenkennis aan den steller der

circulaire in de Java-Bode.

++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

+ +

+ Emigratie-, Verkoop- en Commissiekantoor +

+ +

+ Telegramadres ESAS, Soerabaia. +

+ +

+ LEVEREN: +

+ Flink, jong en gezond Werkvolk, +

+ zoowel MADUREEZEN, JAVANEN en SOENDANEEZEN +

+ als CHINEEZEN +

+ +

+ voor Land- en Mijnbouw-Ondernemingen. +

+ +

+ RISICO van desertie van boord voor onze rekening. +

+ +

+ Wij hebben met onze Koeliezendingen het +

+ meeste succes en zijn bereid copie tevredenheidsbetuigingen +

+ ter inzage op te zenden. +

+ +

+ Leveren ook: +

+ Chineesche en Javaansche Ambachtslieden. +

+ +

+ Belasten zich met het effectueeren van alle mogelijke +

+ orders, ook voor +

+ +

+ Prachtig Madura en Bali Slacht- en Trekvee, +

+ tegen scherp concurreerende prijzen. +

+ +

+ Emigratie-, Verkoop- en Commissiekantoor. +

+ +

+ Telegram-adres ESAS. SOERABAIA (Roode Brug). +

+ +

+ Voor SOENDANEEZEN: +

+ +

+ Telegram-adres ESAS, Bandoeng. +

+ +

+++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

(Sum.-Post en Deli-Ct. 1902.)

Deze uitslag—hoe bedroevend ook voor het gemoed—was te voorzien. Zulke

dingen moeten niet verzocht, zij moeten bevolen worden. Waar de koelie

feitelijk lastdier, werktuig, handelsgoed is geworden, mag men niet

verwachten, dat de eigenaar hem als mensch behandelen zal.

Het is de vloek der slavernij, de openlijke of verkapte, de levenslange

of de tijdelijke, dat zij het hart der meesters verdort en gevoelloos

maakt voor de nooden der onderhoorigen, omdat zij zich niet meer met

hen gevoelen van eenen geslachte. Waartoe zij leidt, de „tijdelijke

beperking der persoonlijke vrijheid”, wat het ideaal is harer

voorstanders, leze men in de voorstellen van majoor Maurice Meany

omtrent de exploitatie van Rhodesia.

„Ik zeg niet, dat het Chineezen moeten zijn, maar ik beweer dat

arbeidskrachten van buiten ingevoerd moeten worden. Komen zij niet uit

China, dan zullen zij waarschijnlijk uit Indië komen. Maar de Indiërs

zijn Britsche onderdanen en gij kunt hen dus niet naar eigen willekeur

dwingen, zooals gij dat wel kunt doen met Kaffers of Chineezen.

Bovendien is de Indiër ongeschikt voor zwaar mijnwerk en niet bestand

tegen koorts. Wij moeten dus Mongolen hebben—of te gronde gaan.

Rhodesia hangt bijna geheel af van de mijn-maatschappijen. Ruim 90 pCt.

van het geld, dat voor Rhodesia is uitgegeven, is van hen afkomstig;

daaruit volgt, dat het land het grootste belang bij de welvaart der

mijnen heeft en de grootste behoefte der mijnen is een overvloedige en

standvastige aanvoer van arbeiders.

Laten wij den Chinees toe, dan zal zijn verblijf slechts tijdelijk

zijn. Hij moet verdwijnen, zoodra de inboorlingen hebben leeren werken.

Geen mijneigenaar kan hem echter geheel missen; het lage loon, waarmee

zijn arbeid betaald wordt, maakt zulks onmogelijk. Ondertusschen moet

hij alleen hier komen als „houthakker en waterputter”, zooveel mogelijk

als een lastdier als men een menschelijk wezen maar maken kan.

Hij mag geen aandeel krijgen in een mijn, hij mag geen onderzoekingen

doen en geen handel drijven. Geen blanke mag contracten met hem

sluiten, hij mag geen huis, geen land, geen claim koopen, noch huren.

Hij komt alleen als mijnwerker, boerenknecht of huisknecht.

Hij mag niet als opzichter, timmerman, smid of verver werkzaam zijn,

hij mag geen enkel handwerk verrichten en geen ontploffingsmiddelen

noch vuurwapenen hanteeren.

Op deze voorwaarden wenschen wij Chineesche arbeidskrachten in te

voeren, evenals de Amerikanen zulks op de Philippijnen wenschen te

doen, maar slechts tijdelijk. Als de inboorling in staat is, zijne taak

te vervullen, moet de Chinees vertrekken, en daar zijn behoeften

grooter zijn, dan die van den inboorling en zijn loon dus hooger moet

zijn, zal hij voor dezen het veld ruimen, niet door dwang, maar door de

natuurwet, volgens welke dure arbeidskracht voor goedkoopere wijken

moet.” [30]

Gedeeltelijk is in Deli deze heilstaat geene fictie meer. Moeten wij

verder den weg op naar het ons hier voorgetooverd Utopia, of zou het

wenschelijker zijn, terug te keeren tot den Christelijken staat, die

geen inbreuk duldt op de vrijheid van persoon?

De millioenen uit Deli · 第 15 / 27 题