Het woord „toetoep” (deksel) is een der vele Maleische woorden, die in
de spreektaal der Europeanen in Indië zijn opgenomen. Men heeft er het
werkwoord „toetoepen” van gemaakt en gebruikt dat bij voorkeur in
verband met rechtszaken. „Eene zaak toetoepen” staat dus gelijk met
haar in den doofpot te stoppen, niet te vervolgen. Nu gebeurt het in
ieder land ter wereld, dat niet juist alle overtredingen worden
vervolgd en de magistraat „het dezen keer nog maar eens met eene
berisping zal laten afloopen”. Maar ieder gevoelt, hoe glibberig dit
terrein is. In een land, waar het prestige van den Europeaan zoo gaarne
hoog gehouden wordt, ziet men uit den aard der zaak niet graag een
blanke voor den strafrechter. Daar komt bij dat in de afgelegen
streken, waar de controleur-hulpofficier van Justitie slechts met
enkele Europeanen in aanraking komt, allicht persoonlijke gevoelens mee
gaan spreken. Het moet, dunkt mij, eene alleronaangenaamste taak zijn,
om b. v. iemand, die u gisteren een paard leende, een onderdak
bezorgde, of met wien gij geregeld iederen Zaterdagavond een partijtje
hebt, een verhoor af te nemen, en eventueel te vervolgen. En zoo kan
het wel voorkomen, dat het onaangename der taak het noodzakelijke van
den plicht doet vergeten. Waar plichtsverzuim plaats heeft door
verkeerd opgevatte vriendschap of door overdreven dankbaarheidsgevoel,
keuren wij de daad af, doch pleiten verzachtende omstandigheden. Edoch,
waren er nooit andere dan ideëele factoren in het spel, wanneer eene
zaak getoetoept werd? Zonder het cynische „Ieder mensch heeft zijnen
prijs” te onderschrijven, meen ik toch, dat een enkel maal wel een zwak
vat voor de verleiding bezweken zal zijn, vooral als de zaak op handige
manier werd behandeld.
Als satan verleiden wil, verbergt hij zijne horens en maskeert
zorgvuldig hoeven en staart.
Eene rechtstreeksche poging tot omkooping zal dan ook zelden plaats
vinden. In de eerste plaats is zoo’n poging op zich zelve reeds
gevaarlijk, doch boven alles is zij dom, absoluut dom. Het geld moet
den betrokkene bereiken, maar hij moet eene plausibele reden kunnen
aanvoeren, dat hij het aangenomen heeft. En nu heerscht te dezen
opzichte op de Oostkust een werkelijk geraffineerd systeem. Het is over
het algemeen de gewoonte, dat ieder controleur, die naar eene andere
afdeeling in het gewest wordt overgeplaatst, vendutie houdt. En van de
verhouding tusschen controleur en planter gedurende den tijd van
zijn—des controleurs—bestuur hangt de opbrengst grootendeels af. Het
ligt voor de hand, dat een magistraat, die de koelies streng straft bij
de minste overtreding, of wel wiens lankmoedigheid tegenover vergrijpen
der Europeanen bijzonder groot is, hoog staat in de achting zijner
blanke medeburgers. Om uiting te geven aan die hoogachting, om bewijs
te leveren van de sympathie voor den persoon des controleurs, koopt de
rijke planter gaarne voor een honderd of meer guldens den pennehouder,
waarmede het harde vonnis over zijnen koelie geboekt werd ter rolle.
Eene aangename herinnering, voorzeker!
Ziehier een lijstje van ’t geen onder meer besteed werd een drietal
jaren geleden op de vendutie van een ambtenaar van het Binnenlandsch
Bestuur, die ’s lands dienst met een behoorlijk pensioen vaarwel zei.
ƒ 510.— voor een inktstel, kooper de hoofd-administrateur der
Koninklijke Maatschappij tot Exploitatie van Petroleumbronnen
in Ned. Indië;
ƒ 120.— voor een liniaal, kooper de hoofd-administrateur der Bombay
Burma Trading Cy.;
ƒ 350.— voor een sigarenknijper, kooper de hoofd-administrateur der
Deli Batavia Mij.;
ƒ 650.— voor een globe, kooper de hoofd-administrateur der Senembah
Mij.;
ƒ 600.— voor een globe, kooper de hoofd-administrateur der British
Deli and Langkat Tobacco Cy.;
Boodschapleien, presse-papiers en dergelijke kantoorbehoeften brachten
in doorsnede ƒ 200 per stuk op. [7]
Een schitterend voorbeeld levert de laatste.