Doch ik neem de vryheid ten plechtigste te protesteeren tegen den
minsten zweem van afkeuring omtrent éénige handeling, éénig woord,
éénige zinsnede, door my in deze zaak verricht, gesproken of
geschreven.
Ik heb de overtuiging myn _plicht_ te hebben gedaan, in doel en in
wyze van uitvoering, _geheel myn plicht, niets dan myn plicht_ zonder
de minste afwyking.
Lang, had ik nagedacht voor ik handelde--dat is: voor ik _onderzocht,
rapporteerde_ en _voorstelde_--en als ik in iets het minste zou
gefaald hebben ... uit overyling faalde ik niet.
In gelyke omstandigheden zou ik op-nieuw--iets sneller echter
--geheel, letterlyk geheel hetzelfde doen en nalaten.
Al ware het zelfs dat een hooger macht dan de uwe iets afkeurde in
wat ik deed--behoudens misschien het eigenaardige van myn styl die
een deel uitmaakt van myzelf, een gebrek waarover ik zoomin
verantwoordelyk ben als een stamelaar voor het zyne--al ware het dat
... doch neen, dit kàn niet zyn, maar al ware het zoo: ik _heb myn_
plicht _gedaan!_
Wel doet het my--zonder bevreemding evenwel--leed, dat gy hierover
anders oordeelt--en wat myn persoon aangaat, zou ik terstond berusten
in wat my een miskenning toeschynt--doch er is een _principe_ in 't
spel, en ik heb gewetensredenen die eischen dat uitgemaakt worde
welke meening juist is, die van _U_ of de _myne_.
Anders dienen dan ik te _Lebak_ diende, kan ik niet. Wenscht dus het
Gouvernement anders te worden gediend, dan moet ik als eerlyk man
eerbiedig verzoeken my te ontslaan. Dan moet ik op zes-en-dertigjarigen
leeftyd trachten op-nieuw een loopbaan aantevangen. Dan moet ik, na
zeventien jaren, na zeventien _zware moeielyke_ dienstjaren, na myn
beste levenskrachten te hebben ten-offer gebracht aan wat ik voor plicht
hield, op-nieuw aan de Maatschappy vragen of ze my brood wil geven voor
vrouw en kind, brood in ruil voor myn denkbeelden, brood wellicht in
ruil voor arbeid met kruiwagen of spade, als de kracht van myn arm meer
waard wordt gekeurd dan de kracht myner ziel.
Maar ik kan en wil niet gelooven dat uwe meening door zyne Excellentie
den Gouverneur-generaal gedeeld wordt, en ik ben dus verplicht, vóór ik
overga tot het bitter uiterste dat ik neerschreef in de vorige alinea,
u eerbiedig te verzoeken aan het Gouvernement voortestellen:
_den resident van_ Bantam _aanteschryven, alsnog goedtekeuren de
handelingen van den adsistent-resident van_ Lebak, _betrekking hebbende
op diens missieves van_ 24 en 25 dezer, Nis 88 en 91.
Of wel:
_genoemden adsistent-resident te roepen ter verantwoording op de door
den resident van_ Bantam _te formuleeren punten van afkeuring_.
Ik heb de eer u ten-slotte de dankbare verzekering te geven, dat
wanneer _iets_ me kon terugbrengen van myn lang doordachte, en
bedaard maar vurig aangekleefde principes ten dezen ... waarlyk, het
zou geweest zyn de heusche innemende wyze waarop gy in de konferentie
van eergister die principes hebt bestreden.
_De Adsistent-resident van Lebak_,