VOETNOTEN:

[Voetnoot 87: "Zij sloegen de klokken aan stukken om daarmede hunne

vijanden te verpletten." GALB., p. 319.]

[Voetnoot 88: "In zijne gramschap gebood de koning den toren spoedig

omverre te doen storten ... Onmiddellijk begonnen zij met ijzeren

werktuigen den toren van onderen uit te breken." GALB., p. 370.]

[Voetnoot 89: "Zij wierpen kolen, gedoopt in pik, in was en in boter.

Deze kolen, zich hechtende aan de daken, deden vlammen ontstaan, welke

de wind aanblies, en die, zich uitbreidende, het dak naar alle kanten

verslonden." GALB., p. 354.]

[Voetnoot 90: Den Maandag, 18 April, wierpen onze burgers zich weder

geknield voor den koning neder, en smeekten om genade voor Robrecht.

GALB., p. 370.]

[Voetnoot 91: "De koning verleende aan de belegerden, volgens hunne

vraag, oorlof om van den toren te komen, dewijl het voordeeliger was dat

zij zich zelven overgaven zonder de belegeraars aan de gevaren der

Instorting bloot te stellen."

GALB., p. 371.

"Zij kwamen dus uit de kerk ten getalle van zevenentwintig."

GALB., p. 371.

Volgens Galbertus werd de stad Brugge bij verraad ingenomen den 9en

Maart, en gaven de Kerels zich over den 19en April. Het beleg had

dienvolgens tweeënveertig dagen geduurd]

De Kerels van Vlaanderen · 第 76 / 85 题