Aldaar. Een kamer in 's Hertogs paleis.
Thurio, Proteus en Julia komen op.
THURIO. Heer, wat zegt Silvia van mijn aanzoek thans?
PROTEUS. Ik vond haar zachter, heer, dan vroeger, maar
Zij vindt aan uw persoon vrij wat te gispen.
THURIO. Wat? dat mijn been te lang is?
PROTEUS. Neen, te dun.
THURIO. Dan draag ik laarzen, die het ronder maken.
JULIA (ter zijde). Tot wat zij haat, laat liefde zich niet sporen.
THURIO. Hoe vindt zij mijn gelaat?
PROTEUS. Als blank papier.