Milaan. Een klooster.
Eglamour komt op.
EGLAMOUR. De zon verguldt den westerhemel reeds,
En 't is omstreeks dit uur, dat Silvia mij
Bij broeder Patrick's cel ontmoeten zou.
Zij blijft niet uit; verliefden houden woord,
Alleenlijk plegen zij te vroeg te komen;
Zoo zeer drijft ongeduld hen aan tot spoed.
(Silvia komt op.)
Daar komt zij reeds.--Mejonkvrouw, goeden avond!
SILVIA. Dank, amen, amen! Thans, vriend Eglamour,
Terstond door de achterpoort van 't klooster voort;
Bespieders, ducht ik, gaan mijn gangen na.
EGLAMOUR. Ducht niets; wij spoeden ons naar 't woud, en daar,
Geen drie mijl ver, bedreigt ons geen gevaar.
(Beiden af.)