VALENTIJN. Naar Verona. 17

EERSTE BANDIET. Van waar komt gij?

VALENTIJN. Van Milaan.

DERDE BANDIET. Hebt gij daar lang vertoefd?

VALENTIJN. Ruim zestien maanden, en ik ware er nog,

Zoo niet een heilloos lot mij had gedwarsboomd.

EERSTE BANDIET. Hoe zoo, werdt gij verbannen?

VALENTIJN. Verbannen, ja.

TWEEDE BANDIET. Om welk vergrijp?

VALENTIJN. Om een, dat ik met wroeging thans vermeld.

Ik doodde een man, wiens dood mij zeer berouwt;

Schoon, ik versloeg hem in manhaften strijd,

En niet door booze list of laag verraad.

EERSTE BANDIET. Wel, geen berouw, indien het zoo zich toedroeg.

En om zoo kleine schuld werdt gij verbannen?

VALENTIJN. Ja, en verheugd er zoo nog af te komen.

Twee Edellieden van Verona · 第 58 / 77 题