TWEEDE TOONEEL.

Verona. Een vertrek in Julia's huis.

Proteus en Julia komen op.

PROTEUS. Wees kalm, wees kalm, mijn lieve Julia!

JULIA. Ik moet, ik kan er niets aan doen.

PROTEUS. Zoodra 't mij moog'lijk is, keer ik terug.

JULIA. Is ommekeer u vreemd, te vroeger keert gij. Hier, neem, en

blijf uw Julia steeds gedenken.

(Zij geeft hem een ring.)

PROTEUS. Dank! maar in ruil, neem dit, en leef in hoop.

(Hij geeft haar een ring.)

JULIA. En zegel met een heil'gen kus den koop.

PROTEUS. Hier is mijn hand, als pand van eeuw'ge trouw; 8

Glipt mij op een'gen dag een uur voorbij,

Waarin ik niet om u, mijn Julia, zucht,

Dan straffe voor vergetelheid in liefde

Mij 't volgend uur met zware ramp en nood!

Mijn vader wacht mij reeds; neen, antwoord niet!

Het is nu vloed; 'k meen niet uw tranenvloed;

Die vloed zou mij voorbij mijn tijd doen toeven.

Julia, vaarwel!--

(Julia af.)

Zij ging? en sprak geen woord?

Ja, zoo doet trouwe liefde; zwijgen moet zij,

Want daden zijn de tooi der trouw, niet woorden.

(Panthino komt op.)

PANTHINO. Gij wordt gewacht, heer.

PROTEUS. Ga; ik kom, ik kom!--

Ach, scheiden, scheiden maakt gelieven stom!

(Beiden af.)

Twee Edellieden van Verona · 第 18 / 77 题