III.

Op hun doorreis te Batavia hadden ze samen Annie afgehaald, en het

kind meegenomen naar Magelang.

Dina's oogen stonden vol tranen toen ze de uitbundige blijdschap zag,

waarmee het kind zich in Paul's armen wierp.--Papa weer terug! jubelde

het.--Papa weer terug.... papa niet meer weggaan van Annie. En ze

knelde de bruine armpjes om zijn hals.

Háár Paul den vader-naam....

--Kom mama nou ook netjes groeten, gebood Paul toen het kind wat tot

bedaren was gekomen,--en zeg, dat je altijd een zoete meid zult zijn.

Annie gehoorzaamde, liet zich gewillig bij Dina brengen.

--Wat zou je nou zeggen?....

--Annie altijd zoet.... En een paar groote zwarte oogen zagen op

naar Dina.

Dina gaf het kind een kus en huiverde even bij de aanraking van die

kleine lenige handjes, die kil aanvoelden. Hoe wonderlijk leek haar

het kleine meisje, met dien ernst in de oogen.

Terwijl Paul met de zuster, die speciaal met de zorg voor het kind

belast was geweest, sprak, en overlegde over het verzenden der

kleertjes, bleef Annie dicht tegen Dina geleund, haar handje in die

van Dina, rustig het gesprek volgen, zag van de zuster naar haar vader,

in gestage vrees, dat papa weer weg zou gaan, zonder haar.

Wel was het een heerlijke tijd voor het kind geweest, het jaar, dat

zij bij de zusters had doorgebracht, dat ook aan haar opvoeding ten

goede was gekomen; maar het denkbeeld van opnieuw van hem gescheiden

te worden liet haar geen oogenblik los.

Op kostschool hadden ze het kind dadelijk andere kleeren laten maken,

zoodat Paul even verbaasd was toen hij zijn Annie terug zag in een net

japonnetje, in plaats van het baadje met lange mouwen, en daaronderuit

de broekspijpen, op den groei gemaakt.

Het deed hem pleizier om Dina, die hij al zoo wat had voorbereid. Het

portretje, dat hij haar van het kind had laten zien, deed haar geen al

te groote verwachtingen koesteren. Nu viel Annie haar mee. Het dunne,

met vaal-bruinen gloed overdekte haar was in een vlecht gestrengeld,

en met een strik van rood lint van onderen vastgemaakt. Aan de kleine

voeten droeg ze nette schoentjes; hooge laarsjes, die een gedeelte

van het been bedekten. Het helder wit japonnetje was netjes gestreken,

en van een hoogst eenvoudig snit, zooals al de kleine meisjes die in

Indië droegen: een kort rokje met nauw sluitend lijfje, dat het halsje

wat ontbloot liet, en korte mouwtjes. De bloedkoralen ketting, nog een

geschenk van haar moeder, tintte warm op het donkere halsje. Het magere

gezichtje, met het platte neusje leek een klein masker, waarin alleen

de oogen leefden. Oogen, zwart als de nacht, met vochtig fluweelen

waas, dat verzachtte den al te fellen gloed.

--Ziezoo, zei Paul, zich tot het kind wendend,--zeg de zuster nou

maar goeden dag....

Langzaam trok het kind haar handje uit die van Dina.--Gaat Annie mee

met papa?....

--Ja, Annie gaat mee met papa en mama.... verbeterde Paul.

--O.... lekker!.... En het kind klapte opgetogen in haar handjes.

De zuster kreeg de tranen in de oogen, toen het kind haar de armpjes

om den hals knelde en kuste tot afscheid.--Zal je nou altijd een

beste meid blijven.... en Zuster Denise niet vergeten?....

Annie beloofde het, liep toen dadelijk naar Paul, wiens hand zij

stevig vasthield, als was zij bang, dat hij haar op het laatste

oogenblik nog zou ontsnappen.

De religieuse bleef van uit de voorgalerij van het klooster het

kind naoogen.

En telkens omkijkend stapte Annie trots door, nog roepend zoolang

de zuster haar kon hooren: "dag zusterrrrr, dag zusterrrrr", met de

rollende "r", die als het gefluit van een vogeltje wegparelde.

Al gauw hechtte het kind zich aan Dina, die ze mocht helpen bij het

verzorgen van de bloemen--ze had zelve ook een tuintje gekregen,

waar ze allerlei plantjes in kweekte, die ze elken middag met haar

gietertje begoot.

Toen ze op een dag hoorde, dat ze een ade zou krijgen, voelde ze het

volle gewicht van haar rechten als oudere.--Dan mag Annie dragen,

ja ma? vroeg ze, Dina aanziende met haar groote peinsoogen.

--Ja zeker, als Annie sterk genoeg is geworden.... beloofde Dina.

--O, Annie ken wel dragen, net als groote pop, die is ook zwaar....

Die te spa gegeven belofte had Annie niet vergeten. Op zekeren dag

kwam ze, tot schrik en ontsteltenis van Dina en de baboe, met het

kleine broertje aandragen, in het volle besef van haar praestatie. En

ze was lang niet van zins zich het broertje te laten afnemen.

--Dat mag je nooit meer doen, hoor! berispte Dina.

--Maar Annie ken toch.... hield ze vol.

--Ja; Annie ken; maar Annie mag niet, niet goed voor

Annie.... probeerde Dina in Annie's brabbeltaaltje het haar duidelijk

te maken.--Later, als Annie grooter is....

Op een ochtend, dat Paul het kind meenam, op een wandelingetje

langs den kampementsweg, vroeg ze hem naar haar eigen moeder, naar

Ma-Annie....

Onder Inlandsche vrouwen is het de gewoonte de moeder te noemen naar

den naam van het kind. En zoo werd Annie's moeder naar háár Ma-Annie

genoemd.

Paul vertelde haar, dat Ma-Annie weg, ver weg was gaan wonen, en liet

het kind beloven daar nooit meer naar te vragen....

Het had Paul even onaangenaam gestemd, die vraag van het kind. Gelukkig

maar, dat zij die niet in tegenwoordigheid van Dina gedaan had.

Het liefste wou hij, dat het kind die vrouw zou vergeten.

Bij zijn vertrek naar Holland had hij haar een som gelds gegeven, en

een huisje voor haar gekocht in het Solosche; daar kon ze van het geld

handel drijven, en was hiermee voorgoed elke betrekking tusschen hem en

die vrouw geëindigd. Het was de conditie geweest, waaronder ze afstand

deed van het kind, dat Paul noodig vond aan haar invloed te onttrekken.

Zich volkomen bewust, dat hij haar een ruime belooning had gegeven,

was Paul verzekerd in het vervolg niet meer door haar lastig gevallen

te worden.

Alleronaangenaamst werd hij eens getroffen, toen hij 's morgens van

zijn dienst komend, bij de baboe, die zijn jongste kindje wat in de

buitenlucht ronddroeg, een Inlandsche vrouw te zien, die hem sterk

herinnerde aan Annie's moeder.

Wat ter wereld kon die vrouw bewogen hebben naar Magelang te

komen... Hij overwoog, of hij haar niet kon laten dwingen weg te gaan,

voordat Dina haar tegenwoordigheid bemerkte.

Maar was het niet beter elke nieuwe relatie te vermijden.

Al den tijd van zijn huwelijk had hij niet meer aan de mogelijkheid van

een terugzien gedacht. Het was een afgesloten periode in zijn leven,

die hij het liefst uit zijn herinnering wilde wegwisschen.

Tusschen hem en Dina was er nooit met een woord over die

vrouw gerept. En nu plots kwam ze op het onverwachts in zijn

leven terug.... Wat zou hij moeten doen om haar van zich af te

houden....? Die tegenwoordigheid spelde niet veel goeds, angstte het

in hem.

Uit de slaapkamer naderden, met zacht gekraak van de mat, lichte

voetstappen aan.... Annie, bemerkend, dat papa niet naar bed was

gegaan, had zich voorzichtig uit haar bedje laten glijden, kwam nu

dralend nader.--Papa niet slapen?.... neen?.... vroeg ze met haar

vleistemmetje.

Paul keek naar het kleine donkere figuurtje in den ruimen hansop,

en zette een boos gezicht.

--Papa moet werken....

--Annie ook niet slapen....

Aarzelend kwam ze naderbij, zette zich stilletjes op de punt van een

wipstoel, dat die voorover helde. Ze greep zich aan de armleuningen

vast, bang door wippen haar vader te storen. En ze keek naar buiten,

tusschen de bladeren van de groote planten door, den zonbeschenen

kampementsweg op.

Ongemerkt zag Paul naar haar kleine aardige beweginkjes, naar de

smalle bloote voetjes, die even tipten op den grond.--Jij moest

eigenlijk in je bedje liggen.....

--Laat maarrrrrr, papa ook niet in bed....

Paul soesde door, de hand onder het hoofd.

Annie sloeg de fluweelige oogen telkens even naar hem op. Ze scheen

na te denken.

--Mooi, die bloemen, mooi.... herhaalde ze een paar malen als tot

zich zelf, en haar oogen kregen een droomende uitdrukking, dreven

weer vragend den kant op van Paul....

Plots scheen ze een inval te krijgen.--Papa moet niet boos zijn,

ja.... Papa heeft gezegd Annie mag niet meer praten over Ma-Annie,

maar Annie heeft Ma-Annie gezien....

Paul sprong op, dat het kind ervan schrok.

--Waar?.... Waar heb je haar gezien?....

Een kleine hoofdbeweging wees naar achteren.--Daar, bij Ma-Annie in

huis.... Ma-Annie is getrouwd.... met korpraal.

Paul liep eenige malen de voorgalerij op en neer....

--Lekker bij Ma-Annie.... Annie heeft koekjes gekregen.... snaterde

ze voort.

Was dat nou het resultaat van al zijn zorgen....!

Paul had een gevoel of iets vreeselijks dreigde. Die onrust, die hem

dagen lang vervolgde.... Daar was nu de oorzaak!

Annie moest hij wegzenden, hij kon het kind niet voortdurend onder

zijn toezicht houden, en de bedienden waren niet te vertrouwen,

voor een kleinigheid om te koopen teneinde het kind bij de moeder te

brengen. Ze zagen er bovendien geen kwaad in.

Het ergste vond hij het voor Dina.... Wat moest hij haar zeggen,

als ze hoorde, dat die vrouw hier was....

Als het waar was, wat Annie daar vertelde van den korporaal, dan zou

het eenige middel zijn den kolonel zijn toestand uiteen te zetten,

en de overplaatsing van dien korporaal te bewerken.

Tot zoolang zou hij dan Annie en ook het kleinste van haar weg moeten

zien te houden.

Maar, hoe kon hij dat doen zonder zijn vrouw er mee bekend te

maken....?

En dat moest hij tot elken prijs vermijden. Dina, in haar toestand

van hopelooze zwakte.... dat moest er nog bij komen....

Hij ging naar buiten, staarde met starren blik voor zich uit. Dit

was dus weer een nieuwe ellende, die hem bedreigde.... Maar hij mocht

zich niet laten gaan, in zijn zelfbeklag, hij moest energiek handelen,

geen oogenblik verliezen....

Annie, intuitief, besefte, dat zij iets kwaads gedaan had, keek

schuw naar papa.... bedacht, dat het stout van haar was geweest over

Ma-Annie te spreken. In haar onwetendheid begreep het kind niet wat

voor kwaad er in stak, dat zij haar moeder had opgezocht. Ze was er

al meer malen naar toe geweest, en werd er onthaald op Inlandsche

koekjes, daar het kind dol op was, en die zij van Dina, een afkeer

als die had voor al dat vreemde Indische goed, nooit kreeg.

De kazerne, die aan den achterkant van het kampement lag, was zoo

dicht bij, dat zij gemakkelijk den weg erheen had gevonden, om haar

moeder op te zoeken.

--Je mag nou niet meer naar Ma-Annie gaan, barschte Paul tegen

het kind.

Hij zag er zoo ontsteld uit, dat Annie in elkaar kromp van angst,

haar lipjes beefden.

--Huil nou maar niet, anders maak je mama ook nog wakker, zei hij

met een poging om wat zachtheid in zijn stem te leggen.

--Is papa dan niet meer boos?

--Neen, als je niet meer huilt....

Het was vier uur. De eerste hoornsignalen overschetterden het

exercitieveld bij de kazerne. De soldaten begonnen hun middagdienst.

Paul pakte zijn papieren bij elkaar en deed ze in een portefeuille. De

tijd alweer verstreken en nog was hij tot geen resultaat gekomen.

--Ga nu maar baden, gebood hij Annie. Een bediende kwam de thee klaar

zetten, en de tuinjongen liep met sproeiemmers de planten te begieten.

Zwoele aardlucht sloeg op uit den pas gedrenkten bodem, vermengde

zich met de geuren van rozen en begonia's, die buiten bloeiden;

in de witte potten voor het huis.

Dina, verkwikt door haar middagslaapje, zette zich bij Paul in de

voorgalerij, schonk hem zijn thee in.

In de doorschijnende kabaja, het weelderige haar los neerhangend over

haar schouders, leek ze nog slanker.... Kwam het door zijn opwinding,

hij vond dat ze er bleeker uit zag dan aan tafel....

Een baboe droeg het kleintje, frisch gewasschen en gepoederd, op een

draagkussen naar buiten.

--Niet verder dan voor het huis, gebood Paul, die zag, dat ze er mee

uit wou gaan.

--Ik had juist beloofd, dat mevrouw de Wilde hem eens mocht zien. Ik

heb hem expres er voor gekleed, zei Dina teleurgesteld.

--Doe dat later liever eens.... ontweek Paul.--Kijk, daar heb je

den dokter....

De jonge medicus liep met vlugge passen de marmeren trappen op,

keek even naar het kleintje, en zette zich dan vriendelijk groetend

tegenover Dina, haar pols nemend en haar nauwlettend gade slaande.--Ik

geloof, dat u weer niet gedaan hebt, wat ik voorgeschreven heb. Goed

melk gedronken?....

Dina lachte witjes.--Het is te veel dokter, heusch, ik kan zoo veel

niet drinken.

--Te veel? Vindt u twee flesschen te veel? U komt zoo nooit op

krachten, en.... het eind wordt, dat ik u naar Holland moet sturen.

Maar Dina liet hem niet uitspreken.--Dat doe ik nooit dokter.... zei

ze beslist.

Paul kreeg een schok. Het was een idee, misschien wel de eenige

oplossing....

Even flitste door zijn denken het vooruitzicht van treurige

eenzaamheid, na dien korten droom van geluk. Maar het was billijk,

dat hìj, niet zìj leed, om wat zijn schuld was. En alles was beter

dan dit. Dina's tegenstand zou hij wel overwinnen.... dat leed geen

twijfel.

Hij zou er den dokter eens onder vier oogen over spreken, en als die

het raadzaam vond, dan maar hoe eer hoe beter. Dina kon het kleintje

mee naar Holland nemen, en Annie ging dan maar weer terug naar de

zusters....

's Avonds liep hij even bij den kolonel op, die hem in zijn kantoor

ontving.

--Wat heb je voor bezwaren van Weede?.... vroeg de kolonel toen Paul

plaats had genomen op den hem aangeboden stoel.

In korte trekken vertelde Paul waarvoor hij gekomen was.

--Een lastig geval.... daar kan je nog onaangename dingen van

beleven.... Weet je of de meid inderdaad met den korporaal getrouwd

is?.... De vraag is of ze mee zou gaan, als ik hem overplaats. Als

ze met bedoelingen hier is gekomen, doet ze het zeker niet.

Paul wist niet anders dan wat hij van Annie gehoord had.... En hij

zei; dat hem geen anderen weg open bleef dan Dina naar Holland te

laten terugkeeren.

--Maar dat zou toch verschrikkelijk zijn voor jullie allebei; in

dit klimaat kan je vrouw gemakkelijk genezen. Moet je nou dat alles

ondernemen ter wille van die meid? Ik acht je vrouw verstandig genoeg

om alles kalm onder de oogen te zien, of... ben je soms bang, dat er

bij die meid gedachten aan wraak voorzitten? Je hebt haar toch niet

met leege handen weggezonden?....

Paul vertelde onder welke condities zij van hem weg was gegaan,

en wat hij haar had gegeven.

--Dan bestaat er mijnsinziens van dien kant niet het minste

gevaar.... Vertel je vrouw eenvoudig wat de zaak is, de rest komt

wel van zelf.... Ik zal in elk geval probeeren, wat ik voor je doen

kan. Een overplaatsing zou het radikaalste zijn; lukt dit niet, dan kan

je alleen door samenwerking met je vrouw haar onschadelijk maken....

Paul ging wat verlicht heen. Hij was blij, dat hij er met den

kolonel over gesproken had. Het was, of, nu deze het wist de last

hem minder zwaar lag. In ieder geval kon hij op diens medewerking

rekenen. Voorloopig zou hij den bedienden zeggen niet met de kinderen

uit te gaan, voorgevend, dat er een paar gevallen van mazelen op

de plaats waren voorgekomen. Daarna zou hij verder zien. In dien

tusschentijd had de kolonel alle gelegenheid zijn maatregelen te nemen.

Dina zat in de binnengalerij met ongeduld op Paul te wachten. Het

bevreemdde haar, dat hij na diensttijd nog uit was gemoeten. En het

gesprek van dien middag met den dokter bezwaarde haar. Nooit, nooit,

zou ze Paul alleen laten....

Maar als het toch eens moest....? Ze nam zich voor, alles wat de

dokter haar voorgeschreven had stipt na te komen....

--Ben ik lang weggeweest? vroeg Paul, inkomend, met opzettelijke

poging een vroolijken toon aan te slaan.

--Ja, ik heb je erg gemist. Wat was er voor bizonders? Ik maakte me

doodelijk ongerust;.... toch geen expeditie op til?....

Paul zag haar smalle gezichtje betrekken.--Er zijn nog ergere dingen,

dan een expeditie kind.... En hij sloot haar mond met een kus.

--Mag je er niet over spreken?.... Ze dwong hem haar aan te zien,

vleide haar gezichtje vlak tegen hem aan.

Paul weifelde een oogenblik. Zou hij den raad van den kolonel opvolgen,

en haar nu maar alles zeggen?....

Maar de moed ontbrak hem haar blije stemming te verstoren. Dit

oogenblik van gelukkig samenzijn, was hem zoo een zaligheid, dat hij

besloot er nog mee te wachten.

--Later mag je alles weten, zei hij ontwijkend.

Dina was tevreden met dit bescheid, drong niet langer aan. Officieren

hadden altijd dienstgeheimen. Als er maar geen expeditie kwam, die

Paul van haar weghaalde, kon de rest haar niet schelen.

Annie kwam goedennacht zeggen, keek nog wat schuw naar Paul, en zag

met een blik van wel begrijpen weer dadelijk voor zich, toen Paul er

niet meer op terugkwam.

--Je moet de kinderen voorloopig maar niet uitsturen, zei hij.--Er

zijn eenige gevallen van mazelen......

Balmoedertje · 第 23 / 24 题