Op hun doorreis te Batavia hadden ze samen Annie afgehaald, en het
kind meegenomen naar Magelang.
Dina's oogen stonden vol tranen toen ze de uitbundige blijdschap zag,
waarmee het kind zich in Paul's armen wierp.--Papa weer terug! jubelde
het.--Papa weer terug.... papa niet meer weggaan van Annie. En ze
knelde de bruine armpjes om zijn hals.
Háár Paul den vader-naam....
--Kom mama nou ook netjes groeten, gebood Paul toen het kind wat tot
bedaren was gekomen,--en zeg, dat je altijd een zoete meid zult zijn.
Annie gehoorzaamde, liet zich gewillig bij Dina brengen.
--Wat zou je nou zeggen?....
--Annie altijd zoet.... En een paar groote zwarte oogen zagen op
naar Dina.
Dina gaf het kind een kus en huiverde even bij de aanraking van die
kleine lenige handjes, die kil aanvoelden. Hoe wonderlijk leek haar
het kleine meisje, met dien ernst in de oogen.
Terwijl Paul met de zuster, die speciaal met de zorg voor het kind
belast was geweest, sprak, en overlegde over het verzenden der
kleertjes, bleef Annie dicht tegen Dina geleund, haar handje in die
van Dina, rustig het gesprek volgen, zag van de zuster naar haar vader,
in gestage vrees, dat papa weer weg zou gaan, zonder haar.
Wel was het een heerlijke tijd voor het kind geweest, het jaar, dat
zij bij de zusters had doorgebracht, dat ook aan haar opvoeding ten
goede was gekomen; maar het denkbeeld van opnieuw van hem gescheiden
te worden liet haar geen oogenblik los.
Op kostschool hadden ze het kind dadelijk andere kleeren laten maken,
zoodat Paul even verbaasd was toen hij zijn Annie terug zag in een net
japonnetje, in plaats van het baadje met lange mouwen, en daaronderuit
de broekspijpen, op den groei gemaakt.
Het deed hem pleizier om Dina, die hij al zoo wat had voorbereid. Het
portretje, dat hij haar van het kind had laten zien, deed haar geen al
te groote verwachtingen koesteren. Nu viel Annie haar mee. Het dunne,
met vaal-bruinen gloed overdekte haar was in een vlecht gestrengeld,
en met een strik van rood lint van onderen vastgemaakt. Aan de kleine
voeten droeg ze nette schoentjes; hooge laarsjes, die een gedeelte
van het been bedekten. Het helder wit japonnetje was netjes gestreken,
en van een hoogst eenvoudig snit, zooals al de kleine meisjes die in
Indië droegen: een kort rokje met nauw sluitend lijfje, dat het halsje
wat ontbloot liet, en korte mouwtjes. De bloedkoralen ketting, nog een
geschenk van haar moeder, tintte warm op het donkere halsje. Het magere
gezichtje, met het platte neusje leek een klein masker, waarin alleen
de oogen leefden. Oogen, zwart als de nacht, met vochtig fluweelen
waas, dat verzachtte den al te fellen gloed.
--Ziezoo, zei Paul, zich tot het kind wendend,--zeg de zuster nou
maar goeden dag....
Langzaam trok het kind haar handje uit die van Dina.--Gaat Annie mee
met papa?....
--Ja, Annie gaat mee met papa en mama.... verbeterde Paul.
--O.... lekker!.... En het kind klapte opgetogen in haar handjes.
De zuster kreeg de tranen in de oogen, toen het kind haar de armpjes
om den hals knelde en kuste tot afscheid.--Zal je nou altijd een
beste meid blijven.... en Zuster Denise niet vergeten?....
Annie beloofde het, liep toen dadelijk naar Paul, wiens hand zij
stevig vasthield, als was zij bang, dat hij haar op het laatste
oogenblik nog zou ontsnappen.
De religieuse bleef van uit de voorgalerij van het klooster het
kind naoogen.
En telkens omkijkend stapte Annie trots door, nog roepend zoolang
de zuster haar kon hooren: "dag zusterrrrr, dag zusterrrrr", met de
rollende "r", die als het gefluit van een vogeltje wegparelde.
Al gauw hechtte het kind zich aan Dina, die ze mocht helpen bij het
verzorgen van de bloemen--ze had zelve ook een tuintje gekregen,
waar ze allerlei plantjes in kweekte, die ze elken middag met haar
gietertje begoot.
Toen ze op een dag hoorde, dat ze een ade zou krijgen, voelde ze het
volle gewicht van haar rechten als oudere.--Dan mag Annie dragen,
ja ma? vroeg ze, Dina aanziende met haar groote peinsoogen.
--Ja zeker, als Annie sterk genoeg is geworden.... beloofde Dina.
--O, Annie ken wel dragen, net als groote pop, die is ook zwaar....
Die te spa gegeven belofte had Annie niet vergeten. Op zekeren dag
kwam ze, tot schrik en ontsteltenis van Dina en de baboe, met het
kleine broertje aandragen, in het volle besef van haar praestatie. En
ze was lang niet van zins zich het broertje te laten afnemen.
--Dat mag je nooit meer doen, hoor! berispte Dina.
--Maar Annie ken toch.... hield ze vol.
--Ja; Annie ken; maar Annie mag niet, niet goed voor
Annie.... probeerde Dina in Annie's brabbeltaaltje het haar duidelijk
te maken.--Later, als Annie grooter is....
Op een ochtend, dat Paul het kind meenam, op een wandelingetje
langs den kampementsweg, vroeg ze hem naar haar eigen moeder, naar
Ma-Annie....
Onder Inlandsche vrouwen is het de gewoonte de moeder te noemen naar
den naam van het kind. En zoo werd Annie's moeder naar háár Ma-Annie
genoemd.
Paul vertelde haar, dat Ma-Annie weg, ver weg was gaan wonen, en liet
het kind beloven daar nooit meer naar te vragen....
Het had Paul even onaangenaam gestemd, die vraag van het kind. Gelukkig
maar, dat zij die niet in tegenwoordigheid van Dina gedaan had.
Het liefste wou hij, dat het kind die vrouw zou vergeten.
Bij zijn vertrek naar Holland had hij haar een som gelds gegeven, en
een huisje voor haar gekocht in het Solosche; daar kon ze van het geld
handel drijven, en was hiermee voorgoed elke betrekking tusschen hem en
die vrouw geëindigd. Het was de conditie geweest, waaronder ze afstand
deed van het kind, dat Paul noodig vond aan haar invloed te onttrekken.
Zich volkomen bewust, dat hij haar een ruime belooning had gegeven,
was Paul verzekerd in het vervolg niet meer door haar lastig gevallen
te worden.
Alleronaangenaamst werd hij eens getroffen, toen hij 's morgens van
zijn dienst komend, bij de baboe, die zijn jongste kindje wat in de
buitenlucht ronddroeg, een Inlandsche vrouw te zien, die hem sterk
herinnerde aan Annie's moeder.
Wat ter wereld kon die vrouw bewogen hebben naar Magelang te
komen... Hij overwoog, of hij haar niet kon laten dwingen weg te gaan,
voordat Dina haar tegenwoordigheid bemerkte.
Maar was het niet beter elke nieuwe relatie te vermijden.
Al den tijd van zijn huwelijk had hij niet meer aan de mogelijkheid van
een terugzien gedacht. Het was een afgesloten periode in zijn leven,
die hij het liefst uit zijn herinnering wilde wegwisschen.
Tusschen hem en Dina was er nooit met een woord over die
vrouw gerept. En nu plots kwam ze op het onverwachts in zijn
leven terug.... Wat zou hij moeten doen om haar van zich af te
houden....? Die tegenwoordigheid spelde niet veel goeds, angstte het
in hem.
Uit de slaapkamer naderden, met zacht gekraak van de mat, lichte
voetstappen aan.... Annie, bemerkend, dat papa niet naar bed was
gegaan, had zich voorzichtig uit haar bedje laten glijden, kwam nu
dralend nader.--Papa niet slapen?.... neen?.... vroeg ze met haar
vleistemmetje.
Paul keek naar het kleine donkere figuurtje in den ruimen hansop,
en zette een boos gezicht.
--Papa moet werken....
--Annie ook niet slapen....
Aarzelend kwam ze naderbij, zette zich stilletjes op de punt van een
wipstoel, dat die voorover helde. Ze greep zich aan de armleuningen
vast, bang door wippen haar vader te storen. En ze keek naar buiten,
tusschen de bladeren van de groote planten door, den zonbeschenen
kampementsweg op.
Ongemerkt zag Paul naar haar kleine aardige beweginkjes, naar de
smalle bloote voetjes, die even tipten op den grond.--Jij moest
eigenlijk in je bedje liggen.....
--Laat maarrrrrr, papa ook niet in bed....
Paul soesde door, de hand onder het hoofd.
Annie sloeg de fluweelige oogen telkens even naar hem op. Ze scheen
na te denken.
--Mooi, die bloemen, mooi.... herhaalde ze een paar malen als tot
zich zelf, en haar oogen kregen een droomende uitdrukking, dreven
weer vragend den kant op van Paul....
Plots scheen ze een inval te krijgen.--Papa moet niet boos zijn,
ja.... Papa heeft gezegd Annie mag niet meer praten over Ma-Annie,
maar Annie heeft Ma-Annie gezien....
Paul sprong op, dat het kind ervan schrok.
--Waar?.... Waar heb je haar gezien?....
Een kleine hoofdbeweging wees naar achteren.--Daar, bij Ma-Annie in
huis.... Ma-Annie is getrouwd.... met korpraal.
Paul liep eenige malen de voorgalerij op en neer....
--Lekker bij Ma-Annie.... Annie heeft koekjes gekregen.... snaterde
ze voort.
Was dat nou het resultaat van al zijn zorgen....!
Paul had een gevoel of iets vreeselijks dreigde. Die onrust, die hem
dagen lang vervolgde.... Daar was nu de oorzaak!
Annie moest hij wegzenden, hij kon het kind niet voortdurend onder
zijn toezicht houden, en de bedienden waren niet te vertrouwen,
voor een kleinigheid om te koopen teneinde het kind bij de moeder te
brengen. Ze zagen er bovendien geen kwaad in.
Het ergste vond hij het voor Dina.... Wat moest hij haar zeggen,
als ze hoorde, dat die vrouw hier was....
Als het waar was, wat Annie daar vertelde van den korporaal, dan zou
het eenige middel zijn den kolonel zijn toestand uiteen te zetten,
en de overplaatsing van dien korporaal te bewerken.
Tot zoolang zou hij dan Annie en ook het kleinste van haar weg moeten
zien te houden.
Maar, hoe kon hij dat doen zonder zijn vrouw er mee bekend te
maken....?
En dat moest hij tot elken prijs vermijden. Dina, in haar toestand
van hopelooze zwakte.... dat moest er nog bij komen....
Hij ging naar buiten, staarde met starren blik voor zich uit. Dit
was dus weer een nieuwe ellende, die hem bedreigde.... Maar hij mocht
zich niet laten gaan, in zijn zelfbeklag, hij moest energiek handelen,
geen oogenblik verliezen....
Annie, intuitief, besefte, dat zij iets kwaads gedaan had, keek
schuw naar papa.... bedacht, dat het stout van haar was geweest over
Ma-Annie te spreken. In haar onwetendheid begreep het kind niet wat
voor kwaad er in stak, dat zij haar moeder had opgezocht. Ze was er
al meer malen naar toe geweest, en werd er onthaald op Inlandsche
koekjes, daar het kind dol op was, en die zij van Dina, een afkeer
als die had voor al dat vreemde Indische goed, nooit kreeg.
De kazerne, die aan den achterkant van het kampement lag, was zoo
dicht bij, dat zij gemakkelijk den weg erheen had gevonden, om haar
moeder op te zoeken.
--Je mag nou niet meer naar Ma-Annie gaan, barschte Paul tegen
het kind.
Hij zag er zoo ontsteld uit, dat Annie in elkaar kromp van angst,
haar lipjes beefden.
--Huil nou maar niet, anders maak je mama ook nog wakker, zei hij
met een poging om wat zachtheid in zijn stem te leggen.
--Is papa dan niet meer boos?
--Neen, als je niet meer huilt....
Het was vier uur. De eerste hoornsignalen overschetterden het
exercitieveld bij de kazerne. De soldaten begonnen hun middagdienst.
Paul pakte zijn papieren bij elkaar en deed ze in een portefeuille. De
tijd alweer verstreken en nog was hij tot geen resultaat gekomen.
--Ga nu maar baden, gebood hij Annie. Een bediende kwam de thee klaar
zetten, en de tuinjongen liep met sproeiemmers de planten te begieten.
Zwoele aardlucht sloeg op uit den pas gedrenkten bodem, vermengde
zich met de geuren van rozen en begonia's, die buiten bloeiden;
in de witte potten voor het huis.
Dina, verkwikt door haar middagslaapje, zette zich bij Paul in de
voorgalerij, schonk hem zijn thee in.
In de doorschijnende kabaja, het weelderige haar los neerhangend over
haar schouders, leek ze nog slanker.... Kwam het door zijn opwinding,
hij vond dat ze er bleeker uit zag dan aan tafel....
Een baboe droeg het kleintje, frisch gewasschen en gepoederd, op een
draagkussen naar buiten.
--Niet verder dan voor het huis, gebood Paul, die zag, dat ze er mee
uit wou gaan.
--Ik had juist beloofd, dat mevrouw de Wilde hem eens mocht zien. Ik
heb hem expres er voor gekleed, zei Dina teleurgesteld.
--Doe dat later liever eens.... ontweek Paul.--Kijk, daar heb je
den dokter....
De jonge medicus liep met vlugge passen de marmeren trappen op,
keek even naar het kleintje, en zette zich dan vriendelijk groetend
tegenover Dina, haar pols nemend en haar nauwlettend gade slaande.--Ik
geloof, dat u weer niet gedaan hebt, wat ik voorgeschreven heb. Goed
melk gedronken?....
Dina lachte witjes.--Het is te veel dokter, heusch, ik kan zoo veel
niet drinken.
--Te veel? Vindt u twee flesschen te veel? U komt zoo nooit op
krachten, en.... het eind wordt, dat ik u naar Holland moet sturen.
Maar Dina liet hem niet uitspreken.--Dat doe ik nooit dokter.... zei
ze beslist.
Paul kreeg een schok. Het was een idee, misschien wel de eenige
oplossing....
Even flitste door zijn denken het vooruitzicht van treurige
eenzaamheid, na dien korten droom van geluk. Maar het was billijk,
dat hìj, niet zìj leed, om wat zijn schuld was. En alles was beter
dan dit. Dina's tegenstand zou hij wel overwinnen.... dat leed geen
twijfel.
Hij zou er den dokter eens onder vier oogen over spreken, en als die
het raadzaam vond, dan maar hoe eer hoe beter. Dina kon het kleintje
mee naar Holland nemen, en Annie ging dan maar weer terug naar de
zusters....
's Avonds liep hij even bij den kolonel op, die hem in zijn kantoor
ontving.
--Wat heb je voor bezwaren van Weede?.... vroeg de kolonel toen Paul
plaats had genomen op den hem aangeboden stoel.
In korte trekken vertelde Paul waarvoor hij gekomen was.
--Een lastig geval.... daar kan je nog onaangename dingen van
beleven.... Weet je of de meid inderdaad met den korporaal getrouwd
is?.... De vraag is of ze mee zou gaan, als ik hem overplaats. Als
ze met bedoelingen hier is gekomen, doet ze het zeker niet.
Paul wist niet anders dan wat hij van Annie gehoord had.... En hij
zei; dat hem geen anderen weg open bleef dan Dina naar Holland te
laten terugkeeren.
--Maar dat zou toch verschrikkelijk zijn voor jullie allebei; in
dit klimaat kan je vrouw gemakkelijk genezen. Moet je nou dat alles
ondernemen ter wille van die meid? Ik acht je vrouw verstandig genoeg
om alles kalm onder de oogen te zien, of... ben je soms bang, dat er
bij die meid gedachten aan wraak voorzitten? Je hebt haar toch niet
met leege handen weggezonden?....
Paul vertelde onder welke condities zij van hem weg was gegaan,
en wat hij haar had gegeven.
--Dan bestaat er mijnsinziens van dien kant niet het minste
gevaar.... Vertel je vrouw eenvoudig wat de zaak is, de rest komt
wel van zelf.... Ik zal in elk geval probeeren, wat ik voor je doen
kan. Een overplaatsing zou het radikaalste zijn; lukt dit niet, dan kan
je alleen door samenwerking met je vrouw haar onschadelijk maken....
Paul ging wat verlicht heen. Hij was blij, dat hij er met den
kolonel over gesproken had. Het was, of, nu deze het wist de last
hem minder zwaar lag. In ieder geval kon hij op diens medewerking
rekenen. Voorloopig zou hij den bedienden zeggen niet met de kinderen
uit te gaan, voorgevend, dat er een paar gevallen van mazelen op
de plaats waren voorgekomen. Daarna zou hij verder zien. In dien
tusschentijd had de kolonel alle gelegenheid zijn maatregelen te nemen.
Dina zat in de binnengalerij met ongeduld op Paul te wachten. Het
bevreemdde haar, dat hij na diensttijd nog uit was gemoeten. En het
gesprek van dien middag met den dokter bezwaarde haar. Nooit, nooit,
zou ze Paul alleen laten....
Maar als het toch eens moest....? Ze nam zich voor, alles wat de
dokter haar voorgeschreven had stipt na te komen....
--Ben ik lang weggeweest? vroeg Paul, inkomend, met opzettelijke
poging een vroolijken toon aan te slaan.
--Ja, ik heb je erg gemist. Wat was er voor bizonders? Ik maakte me
doodelijk ongerust;.... toch geen expeditie op til?....
Paul zag haar smalle gezichtje betrekken.--Er zijn nog ergere dingen,
dan een expeditie kind.... En hij sloot haar mond met een kus.
--Mag je er niet over spreken?.... Ze dwong hem haar aan te zien,
vleide haar gezichtje vlak tegen hem aan.
Paul weifelde een oogenblik. Zou hij den raad van den kolonel opvolgen,
en haar nu maar alles zeggen?....
Maar de moed ontbrak hem haar blije stemming te verstoren. Dit
oogenblik van gelukkig samenzijn, was hem zoo een zaligheid, dat hij
besloot er nog mee te wachten.
--Later mag je alles weten, zei hij ontwijkend.
Dina was tevreden met dit bescheid, drong niet langer aan. Officieren
hadden altijd dienstgeheimen. Als er maar geen expeditie kwam, die
Paul van haar weghaalde, kon de rest haar niet schelen.
Annie kwam goedennacht zeggen, keek nog wat schuw naar Paul, en zag
met een blik van wel begrijpen weer dadelijk voor zich, toen Paul er
niet meer op terugkwam.
--Je moet de kinderen voorloopig maar niet uitsturen, zei hij.--Er
zijn eenige gevallen van mazelen......