IV.

Eer een week verloopen was had de kolonel zijn maatregelen

getroffen. Het bleek, dat de Inlandsche korporaal inderdaad met

Annie's moeder gehuwd was. En het leed geen twijfel, of ze zou hem

volgen naar het andere garnizoen.

Die mededeeling ontlastte Paul van zijn grootste zorgen.

Hij wist zeker, dat Annie geen gelegenheid meer had gehad naar de

kazerne te gaan. En ook het kleintje was buiten bereik gebleven

van Ma-Annie.

't Liep alles beter dan hij gedacht had. En voor het eerst na dagen

van spanning en onrust kon hij weer vrijer ademen.

--Een beste kerel de kolonel, herhaalde hij zich in oprechte

dankbaarheid dat die had willen meewerken in zijn belang. Toch maar

goed, dat hij er over gesproken had....

Weer kwam er iets van zijn vroegere levenslust in hem opbruisen. Hij

liep met veerkrachtigen gang van het bureau naar zijn huis.

De Soembing gloriede in de stralende morgenzon, en wit huifde de

zilverige wolkenmuts, die regen spelde, over den rotsberg. Jammer,

dat het ging regenen... Hij wou tegen den avond een mylord laten komen,

en Dina verrassen met een toertje. Ze was er dol op.

Toch maar even bij den rijtuigverhuurder aanloopen.... Als het

weer meewerkte, zouden ze den grooten toer maken om den Tidar,

den begroeiden spijkerkop waarmee, volgens de legende, Java aan den

aardbol was geklonken.

De jonge solanum boomen langs den kampementsweg, met hun kruinen in

kleurovergangen van paars tot zacht lila en wit, stonden in vollen

bloei, wierpen lange schaduwen op den weg, waar vluchten kleurige

vogeltjes neerstreken om te stoeien in een plas. Het was al van een

jubelende blijdschap in de natuur.

Paul haalde diep adem, liet de warme lucht zijn longen

binnenstroomen. Een fijne geur van patjar tjina woei hem tegen uit de

tuintjes waar hij langs ging. Lage heggen begroeid met klimplanten,

gingen schuil onder een overvloed van gentiaanblauwe klokken, fluweelig

zacht opgeloken uit het aan alle kanten neerschietend groen. Een

enkele slinger kroop tegen het dak op, van een klein woonhuisje,

had zich tusschen de pannen vastgehecht, waar nu een kleed van blauw

overheen lag, met bloeiende uitloopers te allen kant. Een eind verder

groeiden passiebloemen tegen korte pilaren op, en weer verder de

trossende bruidstranen, in een val van zachtrose over het groen van

generfde blaren. In bloeidrang knopten de kembang sepatoestruiken.

Nog nooit had Paul dien weg zoo schoon gevonden, was de bloemenweelde

hem zoo opgevallen. Het was àl licht in hem.

Aan het zijpad, langs de huizen zag hij naar de rozen: geurende La

Frances, gouden Maréchal Niels en vuurgestroomde gemskleurige Madame

Bérards. En daarboven, in lichte zweving de fijn gewiekte vlinders,

in liefde-wellust van een enkelen dag....

Hoog daarbovenuit het zacht geruisch van den waterval, die klaterend

den berm overstroomde, zich dan splitste in kleine beekjes, die

vloeiden door de bamboe kokers, naar de rijstvelden, al met een

groen waas bedekt. De zonnestralen kaatsten er in, doopten zich in de

roerlooze klaarte als van gesmolten metaal in smaragden bekers gevat.

Het was Paul een openbaring die heerlijke tropennatuur, die gehevene

plechtigheid van sereene rust, die stemde harmonisch met hem, na

dagen van uiterste spanning.

Hij liep langs de manége, en sloeg het zijpad in, dat voerde naar

zijn huis.

Het ijzeren hek er naast dat toegang gaf tot het erf, stond wijd

open, en Paul keek langs perspectief van bloeiende citroenboomen naar

achteren, waarvan tot hem doordrongen zacht gedempte stemmen.

Hij liep regelrecht het hek in om Dina te verrassen.

Toen was het plots of het bloed in zijn aderen stolde....

Vlak langs hem heen, met lenig heupgewieg, kwam Ma-Annie het erf

af, boog in deemoed voor hem in stameling van haar zangerig: tabé

toewan....

Een oogenblik voelde Paul een woede in hem opbruisen, die hem

verbijsterde.

Zij hier,.... op zijn erf.... in tegenwoordigheid van zijn vrouw!

Hij had haar kunnen worgen in den greep van zijn hand!

Maar Dina stond naast hem, nam zijn arm....

--Wees niet boos Paul, smeekte ze met bevende lippen.--'t Is mijn

schuld....

--Kind, kind,.... waarom heb je dat gedaan?.... verweet hij, hakkelend

en met gebroken stem.

Hij zag Annie gauw wegsluipen; en dat bracht zijn woede tot razernij.

Verschrikt schoolden de bedienden te zamen op het achtererf. Hun

handen bleven werkeloos.

Het was of alle levenskracht uit Paul wegvlood, hij voelde zich

rampzalig.

--Kom mee naar binnen, smeekte Dina,--ik zal je alles vertellen.

Zijn beenen weigerden hem elken dienst, waggelend volgde hij haar

naar hun slaapkamer, waar hij zijn pet op het bed gooide, en zijn

sabel met luid gerinkel op den grond neerviel.

Dina raapte die op, en trok Paul naast zich op den divan, hem streelend

met haar koele handen.--Paul, wil je naar me luisteren?

Haar stem klonk heesch, toonloos.

Hij schudde starend het hoofd.--Wat zou je me vertellen? Die vrouw

is hier geweest, op ons erf, in ons huis, ze heeft met jou gesproken,

met jou.... Dat is nooit meer goed te maken....

Een verwijt brandde hem op de lippen. Maar hij hield het in.

--Hoe heeft ze het durven wagen....

Hij wrong zijn handen, dat de nagels in zijn palmen drongen.

--Het is zoo erg niet als je denkt Paul.... kalmeerde Dina.--Van

ochtend nadat je een poosje weg was, terwijl ik met Annie aan 't

rozenplukken was, viel het me op, dat aan den overkant van den weg

een vrouw voortdurend naar binnen keek. Ze zat op haar hurken, en ik

dacht, dat ze om wat geld wilde vragen. Ik wou Annie erheen sturen,

maar de baboe riep haar terug, en Annie....

Annie.... had.... haar moeder herkend....

--En.....? barschte Paul.

--En verder niets; de baboe vertelde mij toen, dat die vrouw weg zou

gaan van hier, en nog uit de verte haar kind wilde zien.... en.... en

toen heb ik haar.... geroepen....

--Jij zelf....

--Ja Paul,.... ik.... Ik heb haar toegestaan, dat ze afscheid nam

van haar kind.... Als je niet juist thuis gekomen was, zou je het

misschien nooit te weten zijn gekomen....

Een looden zwaarte zonk neer over Paul, star zag hij voor zich

uit. Zijn klamme handen lagen doelloos op zijn knieën. Het was of

hij hoorde Dina's stem ver.... ver.... van zich af.

--Arme lieveling, waarom heb je dat toch gedaan? wrong zich schor

door zijn keel.

--Omdat ik me in dat verlangen kon indenken.... Paul.

Zij sloeg haar arm om hem heen, en trok hem naar zich toe. Een traan

viel op zijn hand.--'t Was zoo bitter, bitter weinig,.... waar ze

tevreden mee moest zijn.... Ik had zoo'n medelijden met haar.... en

ook.... met Annie.... Paul....

Zij stond op, en liep naar de achtergalerij om het kind te zoeken.

In een hoekje op den grond zat Annie, stil ineen gedoken. De groote

droom-oogen in wijde staring. Naast haar haar pop.

--Kom mee; zei Dina haar een hand toestekend.

Maar Annie draalde, zag haar schuw aan.--Zal papa niet boos

zijn?.... neen?.... aarzelde ze.

--Neen, wij gaan samen naar papa...

En zij bracht hem zijn kind,.... zag toe, dat Annie zich op zijn

schoot nestelde, hem streelde met haar kleine bruine handjes.

Hij kuste Annie en sloot Dina zwijgend in zijn armen.

En hun tranen vermengden zich over het hoofdje van het kind....

Balmoedertje · 第 24 / 24 题