Ze bleven samen nog wat praten en Elly vertelde in onstuimige vreugde
van haar succes, dronk intusschen gretig van haar champagne frappé,
was zoo opgewonden dat haar moeder haar bestraffend aankeek.
--Ik heb ook zoo'n dorst, verontschuldigde ze bangelijk.
De pauze was om.
--Nou moet ik weer weg, zuchtte Elly, de fijne plooien van haar
kleedje rechtschikkend aan haar lijf.
--Zie ik er nog goed uit moeder, nog niet gefaneerd?
En zult u nu eens echt naar me kijken?
Zonder te hooren wat haar moeder antwoordde vlinderde ze naar beneden
de trap af.
Balmoedertje zag nu onrustiger en gejaagder toe naar de dansers,
die zich weer schikten tot paren.
Nu zag ze weer Elly's mooie gezichtje doorgloeid van verrukking en
opwinding. Nu zag ze scherper en klaarder dan ooit.
Ze zag de blikken van verliefden elkaar kruisen. Ze zag het
kleurengewemel en ze hoorde het voetengeschuif en overal om haar
heen een gezwier en gezwirrel onder het gloeiend licht en de damp
van bloemengeuren, die haar weer in een zachte verdooving en een
zwijmelende versuffing brachten. Weer sloot ze de oogen.
Nu brandde en gloeide er iets in haar ziel, verspringend door haar
heele lichaam, als wentelde een vonkenrad in haar. Ze voelde het
bloed kloppen in haar slapen; koorts rillen in haar wangen.
Nu omsloop haar een eindelooze weemoed, een droefenis die haar een
sterfgevoel gaf.
Plotseling verstomde de muziek, hoorde ze roepen: "eerste extra".
In kramp omklemde haar vuist haar kanten zakdoekje. Nu zou het gebeuren
drong het klaar in haar op, nu zou hij komen, de man tot haar dochter,
zooals hij ook eens gekomen was tot haar zelve.
Ze kreeg een stikkend gevoel in de keel; ze wou opstaan en roepen,
roepen haar kind. Ze wou zeggen wie die man was en haar onder den
brandenden adem van zijn hartstochtmond wegrukken.
Maar ze zat verlamd, zonder kracht, zonder wil en zonder stem.
Daar wiegde aan een streelend rythme van een wals.
Elly, verrukt, zag ze in zijn armen, 't teere slanke lijf zacht tegen
hem aan, in een innige overgave van liefde....
Toen beefde een sluier neer voor haar oogen, voelde ze een wilde
vlammende verbijstering, een kou in de hersenen, 'n hitte in de hand,
'n angstige koorts in 't gansche lamme bevende lijf, zag ze voor haar
dichtgekrampte oogen niets dan een wilde horde van dansende paren,
omvlamd door een groenen gloed, vreemd en geheimzinnig voor haar
dichte oogen.
En nog even in haar sidderende hoofd zong het geluid van streelende
violen....