Beneden haar woelde de roezemoes van lichte toiletjes, de heeren in
rok, zwart en gestrakt als kellners, de claque in de hand. Enkele
uniformen schitterden met zachte gloeiing van gouden vangsnoeren
tusschen de zwarte rokken en kleurige baltoiletjes.
Mevrouw Van Weelen kon nog niet onderscheiden, zag niet anders nog
dan damp uitstralenden gloed van licht, hoorde den feestroes op haar
aangonzen; en onophoudelijk bleef ze getroffen door de streelend
zoete klanken van de zachte bedwelmende dansmuziek.
Toch zonder te zien persoon voor persoon, voelde ze met een trotsch
zelfbewustzijn, dat haar Elly, haar mooie Elly daar tusschen die
menschenwemeling een heel lieve figuur was.
Soms onder de lichtende voorbijzweving van dansende paren, meende
ze even haar gezichtje te zien, of de fijne blankheid van haar
kleedje. Maar dan plots zwierden weer nieuwe paren tusschen de
plek, waar ze haar dochtertje meende gezien te hebben en haar in,
tuurde ze met zoo groote inspanning, dat ze vermoeid en duizelig de
oogen sloot. Dan hoorde ze weer de lokkende streelklanken; de zoete
muziek begon in haar eigen ziel weer een zacht liedje van verlangen
te zingen. Er koortste een heet gevoel in haar.
Als ze zich niet beheerschte zou ze zich wel dadelijk willen laten
gaan, zou ze de galerij willen afstappen, zou ze zich storten in het
gewoel der dansende paren.
Zoo zat ze, de oogen van vermoeienis gesloten, de lokkende dansmuziek
in haar ooren, en voor haar weer het visioen van dien donkeren mooien
man, haar eigen jeugd en verrukking den avond, toen ze de wereld met
al haar wee en liefde voelde te kunnen omvatten te kunnen dragen.
Had ze ook nu geen recht, koortste het in haar gedachten, op geluk,
op nieuwe ontroering. Was die rythmische dansmelodie om haar te
roepen om mee te drijven in dien zaligen stroom van verrukking,
die daar beneden haar uitging naar allen kant.
Moest zij dien zachten zwijmel van tonenpracht niet meer hooren en
niet toegeven aan dat demonische verlangen om daar plots te gaan
tusschen die dansende wereld aan haar voeten, die gloeiende wereld
van weelde en uitbundigheid.
Ze huiverde, ze rilde van angst voor haar eigen opstandig gevoel,
dat toch weer met smartelijk ingehouden drang moest sterven in haar
eigen ziel.
Ze voelde geweldige hartbonsingen en een benauwing die haar als
deed stikken.
O dat die duivelsche muziek zweeg, dat het orkest wegstortte uit de
zaal, dat ze niets meer kon hooren, niets meer kon zien, en dat toch
in haar ophield dat jubelend verlangen naar nieuw geluk en nieuw leven.
Plotseling, overweldigd door een smartgevoel, zich niet langer kunnende
bedwingen, schreide ze zacht, opende ze haar oogen.
Nu merkte ze, dat meer menschen op de galerij hadden plaats genomen. Ze
schrok bij het denkbeeld dat anderen haar ontroering hadden gezien,
haar ook misschien hadden bekeken terwijl zij weende.
Was ze nu weer vergeten waarom ze eigenlijk hier bleef? Toch alleen
om Elly te chaperonneeren. Hoe kon ze nu zoo doen, zich zoo laten
kwellen en martelen door een innerlijken strijd, waarin ze toch zelf
altijd de nederlaag moest lijden.
't Soesde weer om haar heen, 't geraas en geroezemoes.
't Lang alleen zijn en het turen op de wemelende paren begon haar
te kwellen.
Waarom kwam Elly haar toch niet eventjes aanspreken?
Weer bleef ze een poos in stomme onbewustheid staren met achter haar
hoofd de lokkende roepstem van haar eigen verleden.
Toen langzaam als uit een verdooving opklarend bemerkte ze, dat het
in de zaal leeg was geworden.
Plotseling hoorde ze achter haar 't lief luiende lachje van Elly.
--Moeder, mag ik u voorstellen?
Elly stond voor haar met een slanken heer, wiens naam ze niet goed
gehoord had. Snel naar hem opkijkend voelde ze plotseling een schrik,
een verstomming die haar verlamde.
Vlak voor haar stond de Varennes, ouder, ernstiger, maar met denzelfden
hartstochtgloed in de donkere geheimzinnige oogen.
Hij bleef, niet merkend haar schrik, wat met haar praten,
complimenteerde haar over Elly's verrukkelijk walsen.
Terwijl hij sprak had ze haar zelfbeheersching herwonnen, deed ze
niets dan beleefd glimlachen en ja knikken; ze voelde wel, dat ze er
bleek moest uitzien.
Maar met haar sterkste wilsinspanning wou ze ontkomen aan lichtelijk
argwaan-gekijk van Elly.
--Mag ik straks nog een dans van u hebben, freule?
Even vreugde-gloeiden Elly's oogen.
--Al mijn dansen zijn besproken, maar wil u een extra?
--Heel, heel gaarne.
Toen boog hij voor moeder en dochter en ging heen.
Mevrouw van Weelen zag hoe Elly hem volgde met bewonderend en
liefkoozend kijken. Ze wist zelf niet meer wat ze voelde: verbazing,
schrik of angst. Plotseling merkte ze het liefkoozend handje van Elly
die ook streelde met haar stemmetje.
--Nee moes, u mag nooit meer zoo alleen gaan zitten; ik heb aldoor
aan u gedacht onder het dansen.
--Zoo lieveling, lispelde ze heel zacht.
--Ach moes, niet zoo ernstig kijken, dat maakt u oud.
--Dat ben ik tóch Elly. Jong zijn alleen zij, die zich jong voelen,
ik voel me heel oud.