Deze meening scheen de vloo niet te deelen, hij lachte vroolijk.— — —

Urenlang duurde de huiszoeking, maar de detectives konden niets vinden.

Tevergeefs stak Miss Ethel Prince haar spitsen speurhondenneus in alle

kasten.

Alleen Marholm deed niet mee.

Hij had in een gemakkelijken stoel plaats genomen in de met

waaierpalmen versierde vestibule en rookte de eene pijp tabak na de

andere.

Op eenigen afstand van hem stond op een voetstuk het levensgroote

marmeren beeld van een Grieksch worstelaar.

Reeds herhaaldelijk had Marholm het prachtige marmeren beeld bekeken.

Plotseling sperde hij zijn kleine oogen zoover mogelijk open, nam de

tabakspijp uit den mond en sprak tot zichzelf:

„Droom ik of waak ik? Hield het marmeren beeld eenige oogenblikken

geleden niet den rechter-—inplaats van den linkerarm in de hoogte?”

Maar hij moest zich wel vergist hebben, het was immers een

onmogelijkheid!— —

Vier uur lang duurde het doorzoeken van het huis, totdat inspecteur

Baxter het eindelijk opgaf.

Miss Ethel Prince, hij en alle detectives kwamen samen in de vestibule

en toen Marholm zijn chef zag, wien de zweetdroppels langs het gelaat

liepen, sprak hij:

„Gij behoeft dit jaar geen vermageringskuur in Mariënbad te gaan doen.”

Baxter antwoordde met een woedenden blik:

„Gij hebt natuurlijk weer niets gedaan en ons alleen laten arbeiden.”

De vloo haalde de schouders op en antwoordde:

„Gij weet, dat ik secretaris ben. Ik heb alleen maar op te schrijven,

wat gij mij dicteert. Wat moet ik noteeren?

„Hebt gij Raffles gevonden?”

Inspecteur Baxter schuimbekte van woede.

„Hij is niet te vinden!”

„Allright!” antwoordde Marholm, „ik heb het protocol reeds opgemaakt,

voordat wij van Scotland Yard vertrokken:

„Nasporingen betreffende Raffles vruchteloos!”

„Maar hij moet hier zijn, hij kan niet weg zijn! Als ik maar wist, waar

hij zich heeft verborgen.”

„Misschien in den bloempot van een dier palmen als een regenworm,” riep

Marholm lachend uit, „of hij heeft zich in een marmeren beeld

veranderd. Bij Raffles is alles mogelijk.”

Inspecteur Baxter wilde niet verder luisteren naar de hoonende

opmerkingen van zijn secretaris en gaf het bevel tot vertrekken.

Eenige minuten later reden vier automobielen langs den landweg naar de

stad terug:

„Een onaangenaam gevoel,” sprak Marholm, die naast Baxter zat, „om te

weten, dat Raffles ons misschien uit de ramen van zijn villa nakijkt en

den spot met ons drijft.”

De vloo had niet geheel en al ongelijk.

De groote onbekende stond inderdaad aan het venster der eetzaal en keek

de automobielen na.

Intusschen pijnigden Miss Ethel Prince en inspecteur Baxter hun hersens

met de vraag, hoe het Raffles was gelukt, te ontsnappen.

Een paar weken later, toen Lord Lister „het vossenhol” aan een

liefhebber had verkocht, kreeg politie-inspecteur Baxter de oplossing

van het raadsel.

Raffles zond hem een photo van de vestibule met het levensgroote beeld

van den Griekschen worstelaar.

Daaronder stond geschreven:

Waar is Raffles?

Baxter had de oplossing ook nu nog niet gevonden, als Marholm niet had

opgemerkt, dat het beeld op de photo in een geheel andere houding stond

dan zooals hij het kende.

Met zijn vinger erop wijzend, sprak hij:

„Ik had gelijk! Raffles was veranderd in een marmeren beeld.”

Baxter zette een gezicht, alsof hij zelf verstijfd was tot een steenen

beeld.

Lord Lister No. 0034: De kamerheer van den Koning van Servië · 第 23 / 25 题