JOHN C. RAFFLES.”

Baxter kneep den brief in zijn vuist samen en stak hem in zijn zak.

Daarop wendde hij zich tot den hotelier.

„Wanneer hebben de heeren het hotel verlaten?”

„Reeds heel vroeg, Mr. Baxter. Ik geloof, dat de heeren van plan waren,

te gaan zeilen.”

„In hun eigen boot?”

„Neen”, antwoordde de directeur, „een kennis van Zijne Excellentie kwam

gisteren met zijn zeiljacht uit Londen en de heeren zullen met hem zijn

gaan varen.”

„Het zal het zeiljacht zijn geweest”, meende Marholm, „dat wij van de

stoomboot af hebben gezien.

„Waarschijnlijk heeft Raffles ons op het dek van de boot door zijn

verrekijker wel gezien.”

„Zwijg!” bulderde de politie-inspecteur en hij vroeg den hotelier:

„Kent gij den naam van dat jacht?”

„Het spijt mij”, antwoordde Mr. Smithson schouderophalend, „maar mag ik

de heeren verzoeken, mij te volgen? Zijne Excellentie gaf mij de

opdracht, u een ontbijt aan te bieden.”

De vloo lachte luidkeels, wat den inspecteur geheel van streek bracht.

Hij snauwde Mr. Smithson toe:

„Wilt gij ons soms voor den gek houden?”

„Pardon”, antwoordde deze, „ik zou niet weten, waarom ik dat zou doen.

Ik herhaal slechts het verzoek van Zijne Excellentie.”

„Naar de hel met uw Excellentie”, bulderde Baxter, „dat was geen

Excellentie— —”

Mr. Smithson zette plotseling een lang gezicht.

„Geen Excellentie?” herhaalde hij.

„Neen!” schreeuwde Baxter, „dat was Lord Lister, de veelgezochte

Raffles!”

„Raffles?”

„Ja, dat was Raffles!” klonk het nogmaals op barschen toon. „Als ik u

dat zeg, moet u dat voldoende zijn. Ik ben de politie-inspecteur der

stad Londen.”

Het gelaat van Mr. Smithson werd purperrood.

„Dus heeft Betsy toch gelijk gehad?”

„Welke Betsy?”

Nu vertelde Mr. Smithson het gebeurde van den laatsten nacht en toen

hij had uitgesproken, riep Baxter uit:

„Het is ongelooflijk! Zulke idioten!”

Miss Prince was dienzelfden morgen reeds voor den vierden keer naar

Scotland gegaan om Mr. Baxter te spreken.

Niemand wilde of durfde haar mede te deelen, waarom de inspecteur niet

aanwezig was.

Het was tegen den middag, toen zij het voor den laatsten keer

probeerde.

Een der beambten overhandigde haar een telegram.

Haastig opende zij het en las.

„Miss Ethel Prince,

Londen,

Scotland Yard.

Tevergeefs voor Raffles naar Oostende gereisd, verneem zooeven van

betrouwbare zijde, dat Raffles op zeiljacht van Mr. Piek terug is

en zich waarschijnlijk als gast in diens woning bevindt.

Bewaak het huis ten strengste, ik ben tegen den avond in Londen

terug.

Lord Lister No. 0034: De kamerheer van den Koning van Servië · 第 20 / 25 题