Baxter kneep den brief in zijn vuist samen en stak hem in zijn zak.
Daarop wendde hij zich tot den hotelier.
„Wanneer hebben de heeren het hotel verlaten?”
„Reeds heel vroeg, Mr. Baxter. Ik geloof, dat de heeren van plan waren,
te gaan zeilen.”
„In hun eigen boot?”
„Neen”, antwoordde de directeur, „een kennis van Zijne Excellentie kwam
gisteren met zijn zeiljacht uit Londen en de heeren zullen met hem zijn
gaan varen.”
„Het zal het zeiljacht zijn geweest”, meende Marholm, „dat wij van de
stoomboot af hebben gezien.
„Waarschijnlijk heeft Raffles ons op het dek van de boot door zijn
verrekijker wel gezien.”
„Zwijg!” bulderde de politie-inspecteur en hij vroeg den hotelier:
„Kent gij den naam van dat jacht?”
„Het spijt mij”, antwoordde Mr. Smithson schouderophalend, „maar mag ik
de heeren verzoeken, mij te volgen? Zijne Excellentie gaf mij de
opdracht, u een ontbijt aan te bieden.”
De vloo lachte luidkeels, wat den inspecteur geheel van streek bracht.
Hij snauwde Mr. Smithson toe:
„Wilt gij ons soms voor den gek houden?”
„Pardon”, antwoordde deze, „ik zou niet weten, waarom ik dat zou doen.
Ik herhaal slechts het verzoek van Zijne Excellentie.”
„Naar de hel met uw Excellentie”, bulderde Baxter, „dat was geen
Excellentie— —”
Mr. Smithson zette plotseling een lang gezicht.
„Geen Excellentie?” herhaalde hij.
„Neen!” schreeuwde Baxter, „dat was Lord Lister, de veelgezochte
Raffles!”
„Raffles?”
„Ja, dat was Raffles!” klonk het nogmaals op barschen toon. „Als ik u
dat zeg, moet u dat voldoende zijn. Ik ben de politie-inspecteur der
stad Londen.”
Het gelaat van Mr. Smithson werd purperrood.
„Dus heeft Betsy toch gelijk gehad?”
„Welke Betsy?”
Nu vertelde Mr. Smithson het gebeurde van den laatsten nacht en toen
hij had uitgesproken, riep Baxter uit:
„Het is ongelooflijk! Zulke idioten!”
Miss Prince was dienzelfden morgen reeds voor den vierden keer naar
Scotland gegaan om Mr. Baxter te spreken.
Niemand wilde of durfde haar mede te deelen, waarom de inspecteur niet
aanwezig was.
Het was tegen den middag, toen zij het voor den laatsten keer
probeerde.
Een der beambten overhandigde haar een telegram.
Haastig opende zij het en las.
„Miss Ethel Prince,
Londen,
Scotland Yard.
Tevergeefs voor Raffles naar Oostende gereisd, verneem zooeven van
betrouwbare zijde, dat Raffles op zeiljacht van Mr. Piek terug is
en zich waarschijnlijk als gast in diens woning bevindt.
Bewaak het huis ten strengste, ik ben tegen den avond in Londen
terug.