De keizer verbannen.
"Met de noodige wilskracht komen wij dit alles te boven," had Davoust
gezegd, doch aan Napoleon werd hiertoe den tijd niet gelaten. Reeds
was de mare van zijn nederlaag als een loopend vuurtje verspreid,
den 19en had hij zelf aan Jozef er van kennis gegeven. De ministers
waren diep terneergeslagen en vreesden het ergste.--Alleen Fouché,
die reeds vóór Napoleons vertrek naar het leger door den Keizer van
heulen met Metternich was overtuigd en toch zijn plaats niet had
verloren, vreesde niets.
Dat het met den Keizer ditmaal voor goed was gedaan, had die verrader
direct begrepen. In de eerstvolgende weken zou Wellington de groote
man wezen. Aan dezen schreef hij dus; tegelijkertijd riep hij tal
van aanhangers der oude constitutie bijeen op een avondvergadering.
Zij verschenen en Fouché schetste hun den toestand. Door eigenliefde,
haat of andere redenen verblind, liet de gedachte, dat het
vaderland door de troepen der geallieerden eerstdaags opnieuw zou
worden overstroomd--Blücher en Wellington naderden snel--deze mannen
tamelijk koud. Zij hadden genoeg van Napoleon en waren het eens met
Talleyrand: "Alles beter dan de Keizer zelfs de Bourbons." Dezelfde
hartstochten, welke den 30en Maart 1814 tijdens den slag voor Parijs
Lafayette hadden geleid tot een poging om de nationale garde in
opstand te brengen, beheerschten de gemoederen opnieuw. De Keizer
moest vallen! betoogde Fouché. Hij had genoeg op zijn kerfstok om
beducht te wezen voor zijn hoofd, als Napoleon met hem begon af te
rekenen. [37] In den bovenbedoelden ministerraad gaf de Keizer een
beeld van den toestand en vroeg de meening der aanwezigen. Carnot
vorderde de dictatuur voor hem. Dat geen zwakheid of vleierij dezen
patriot bij dit voorstel leidde, was door zijn bekende eerlijkheid
en zijn moedige houding onder het keizerrijk voldoende bewezen.--Het
vaderland was in gevaar, zeide hij; al de nationale gardes, al de
aanhangers van het keizerschap moesten onder de wapenen geroepen,
Parijs in staat van verdediging gebracht en tot het uiterste verdedigd
worden. In het eerste geval kon men tot achter de Loire teruggaan,
om daar den vijand weerstand te bieden tot het leger uit de Vendée
benevens de observatiekorpsen uit het oosten en uit het zuiden des
lands daar eveneens waren bijeengetrokken.
Fouché bestreed dit plan; zonder de medewerking der kamers kon de
Keizer niets beginnen, beweerde hij. De meerderheid verklaarde zich
echter voor Carnots voorstel.
Reeds waren de eerste stappen in die richting gedaan, toen de
tijding kwam dat de kamer van volksvertegenwoording, eveneens die
der Pairs volgens de acte additionnel ingesteld, zich op voorstel
van Lafayette permanent hadden verklaard, terwijl elke daad tegen
dit besluit zou beschouwd worden als hoogverraad. Tevens werden
de ministers uitgenoodigd voor de Kamer te verschijnen tot het
geven van inlichtingen en het ontvangen van bevelen. Deze daad,
een rechtstreeksche aanval op 't gezag der kroon, een onmiskenbare
schending der kort te voren bezworen grondwet, een uitdaging tot
den burgeroorlog, een spelen in de kaart van den vijand, bracht in
Napoleons plannen een volslagen omkeer.
Had hij, gebruik makende van de opgewondenheid der Parijsche bevolking,
die luide riep om wapens, die zich bij al de toegangen naar de Champs
Elysées letterlijk verdrong om hem te zien, die zijn verschijning
telkens met een daverend Vive l'Empereur! begroette, die in hem nog
altijd den drager van Frankrijks glorie zag, tot een forsche daad
willen overgaan, dan zou het hem toen weinig moeite hebben gekost
om, evenals in 1799, door een staatsgreep aan de zaak een einde
te maken en de Kamer naar huis te jagen; maar van een burgeroorlog
gruwde hij. Na eenige uren van besluiteloosheid legde hij zich bij de
beslissing der Kamer neder. Hij voelde dat hij het spel had verloren;
als een stoïcijn berustte hij in zijn lot.
Eenmaal zoover gekomen ging de Kamer nog een stap verder. Wel ontving
ze Lucien, die namens den Keizer naar haar zitting was gegaan, vrij
goed, doch Lacoste's; "Slechts één man staat er tusschen ons en den
vrede; gaat hij heen, dan is deze verzekerd," teekende genoegzaam den
geest, die velen bezielde. De Keizer moest heengaan!--"Als hij niet
zelf abdiceert, zetten wij hem af!" klonk er zelfs van verschillende
kanten.
Den 22en Juni, dus twee dagen na zijn terugkeer op het Elysée, werd in
de Kamer een hartstochtelijk ondersteunde en met juichkreten begroette
motie voorgesteld om hem tot de abdicatie te dwingen.--"Als hij niet
binnen een uur heeft afstand gedaan, stel ik voor hem vervallen te
verklaren," voegde Lafayette er zelfs bij.
Dit onbeschaamde ultimatum wekte 's Keizers verontwaardiging. Was
het zoover gekomen! Hij sloeg een blik om zich heen, zijn ministers
zwegen. Alleen Regnault verhief zijn stem om hem te bezweren toe
te geven.
Een uur later was de president van de Kamer in 't bezit van de
verklaring, dat hij afstand deed van den troon ten behoeve van zijn
zoon, dien hij tevens als Napoleon II uitriep tot Keizer der Franschen.
Nauwelijks was dit nieuws te Parijs bekend, of het volk liep
te hoop. Vooral in de voorstad Saint-Honoré was het gedrang
ontzettend. Geruchten, dat de Kamers den Keizer aan den vijand
wilden uitleveren, deden de ronde. Men wilde weten of dit waar was;
men wilde hem zien. Ten slotte werd het misbaar zoo geweldig, dat
hij zich verplicht achtte te voorschijn te komen.
Onbeschrijflijk was de uitbarsting van geestdrift, waarmede hij werd
ontvangen. De lucht daverde van het gejuich. Aangrijpend, ontzagwekkend
was die spontane betuiging van sympathie en genegenheid.
Fouché werd bang, dat Napoleon, ontwarende hoe innig de Parijsche
bevolking nog aan hem was gehecht, zich eensklaps aan haar hoofd zou
stellen, de dictatuur grijpen, de Kamers uiteenjagen en hem, de ziel
van dit kabaal, opknoopen zou. Hij deed hem dus verzoeken Parijs te
verlaten. Zijn tegenwoordigheid daar veroorzaakte een voortdurende
gisting in de gemoederen en ontstemde de Kamers, beweerde hij.
Napoleon deed, wat hem werd verzocht. Het volk wilde hem echter
niet laten vertrekken. In een rijtuig van generaal Bertrand, verdween
Napoleon onopgemerkt door de poort der Champs-Elysées, terwijl meer dan
tienduizend menschen in de faubourg St. Honoré stonden te wachten en
te kijken naar de galakoets met zes paarden bespannen, die op Napoleon
scheen te wachten, maar waarin Gourgaud, tot groote teleurstelling
van de bevolking, alleen vertrok. De Keizer ging naar Malmaison,
waar hij vol liefde en deelneming door Hortense werd ontvangen en
waar ook zijn oude moeder hem spoedig kwam troosten. Veel illusies
maakte de Keizer zich weldra niet meer, zelfs geloofde hij niet aan
de mogelijkheid dat zijn zoon ooit Keizer van Frankrijk zou worden.
Alle hoop op beter tijden was echter nog niet bij hem verdwenen. Wie
zal zeggen, wat er in zijn brein omging, als hij, voor zijn gansche
omgeving een raadsel van kalmte en lijdzaamheid, rustig in een hoek van
een kanapé een luchtig romannetje zat te lezen? Met den vurigen wensch
van Fouché en zijn clique om hem zoo spoedig mogelijk uit Frankrijk
te zien verdwijnen scheen hij onbekend.--Dat diezelfde Fouché echter
nooit den moed zou hebben hem met geweld hiertoe te dwingen, wist hij;
met de toebereidselen tot zijn vertrek maakte hij dus geen haast;
generaal Becker, lid der Kamer was hem als Commissaris toegevoegd om
toezicht op hem te houden.
Verbeidde de Keizer onder dit talmen het oogenblik, waarop in de
gemoederen een omkeer, bij de partijen in de Kamer zelve een strooming
te zijnen gunste komen zou?--'t Is niet onmogelijk. Vast staat, dat
hij, de nadering der Pruisen vernemende, door generaal Becker aan het
voorloopige bewind deed verzoeken hem als generaal zonder meer aan het
hoofd der troepen te stellen. Dan zou hij den vijand te gemoet gaan,
hem verslaan, Parijs bevrijden en, eenmaal zoover, in het ambtelooze
leven terugkeeren.--Carnot was met dit voorstel wel ingenomen. Denkt
Napoleon, dat wij zoo dom zullen zijn er op in te gaan? vroeg Fouché.
Door toedoen van dezen werd nu een besluit genomen om den Keizer zoo
spoedig mogelijk van Malmaison te doen vertrekken naar Rochefort. Hier
lagen reeds twee oorlogsschepen zeilklaar om hem over te voeren
naar Amerika.--Dan was men hem kwijt, en kon hij geen spaak meer
in 't wiel steken, dacht Fouché. Dat het in zijn bedoeling heeft
gelegen Napoleon op reis op de een of andere manier uit den weg te
doen ruimen, is nooit gebleken. Voldoende was 't hem, als de ander
het grondgebied van Frankrijk verliet. De vroegere koningsmoorder
had zich voorgenomen bij deze nieuwe omwenteling een eerste rol
te spelen en Lodewijk XVIII te dwingen zich van zijn hulp en zijn
tusschenkomst te bedienen. Hij had Talleyrand in 1814 tot model
gekozen. Zijn toeleg is vrijwel gelukt. Zijn brief aan Wellington
had vruchten gedragen. Deze had aanvankelijk niet kunnen gelooven,
dat Napoleon afstand had gedaan van den troon. Die daad ging boven
zijn begrip. Eenmaal hiervan zeker, aarzelde hij echter niet langer
doch rukte, reeds door Blücher voorafgegaan, zonder de komst af te
wachten van de Russen en Oostenrijkers, die nog bij Laon stonden,
naar Parijs. Dat Frankrijk na 's Keizers abdicatie niet meer in staat
was zich te verdedigen, meende hij stellig te weten. Dat er niet zou
worden gevochten, wist hij door Fouché.
Den 1en Juli stonden de bondgenooten onder de muren van de
hoofdstad. Hoewel Davoust er in geslaagd was een leger van 80.000
oude soldaten,--o. a. de 30.000 man van Grouchy--bij Parijs te
verzamelen, hoewel Blücher en Wellington samen slechts 120.000 man hier
tegenover konden stellen, de gedachte aan ernstigen weerstand door het
voorloopige bewind dus volstrekt niet behoefde te worden losgelaten,
ontving de hertog van Auerstadt last een capitulatie te sluiten.--Den
3en Juli kwam deze tot stand. Het leger zou teruggaan tot achter de
Loire.--Den 8en Juli d. a. v. hield Lodewijk XVIII, vergezeld van
Talleyrand en gesteund door de bajonetten der bondgenooten, zijn
tweeden intocht binnen Parijs.
Fouché zegevierde. Hij was aan Lodewijk XVIII voorgesteld en bleef
een korte poos de groote man.--Door hem belast met de portefeuille
van politie, in die troebele dagen de gewichtigste, heeft hij van
zijn listigen zet, die met verraad gelijk stond en zelfs door zijn
aanhang aldus werd bestempeld, toch niet lang genoegen gehad. Enkele
maanden later werd hij gedwongen zijn ontslag te nemen en vrijwillig
in ballingschap te gaan. Tegelijkertijd werd ook Talleyrand, met een
hooge waardigheid aan het hof bekleed, uit zijn staatsambt ontslagen
en verplicht in het ambtelooze leven terug te treden.--Dit was de
dank der royalisten voor 't geen die twee cynieke figuren voor hen
hadden gedaan.
De ironie van het toeval had dus gewild, dat de niet koningsgezinden
en de met een herstel der Bourbons in 't minst niet ingenomen
republikeinen en imperialisten den eenigen man terugwezen, die, zelf
een kind der omwenteling, bij machte zou zijn geweest Frankrijks
eer hoog te houden en den vijand te weerstaan. Thans moesten zij
dulden, dat de vreemdeling zich mengde in het inwendige bestuur van
hun land. Dit alles geschiedde nog wel na een jarenlange periode
van grootheid en roem, zooals Frankrijk die nooit had gekend, een
periode, waarin het aan half Europa de wet voorschreef! Welk een les
voor iedere natie, die haar zelfstandigheid wenscht te behouden!
Niet lang zou het duren of ook van al het goede door Napoleon tot
stand gebracht, zou weinig meer dan de code zijn overgebleven.
Toen Napoleon den 29en Juni vernam, dat de Pruisische cavalerie
de omstreken van Malmaison begon onveilig te maken en dat hij
blootstond aan een overrompeling, gaf hij eindelijk gevolg aan de
vertoogen zijner omgeving en vertrok naar Rochefort. Was hij in
Blüchers handen gevallen, dan zou het niet onmogelijk zijn geweest,
dat deze de wereld voor goed van hem had bevrijd. Deze bloeddorstige
gezindheid van den ouden veldheer was zelfs oorzaak, dat Wellington
hem schreef: "De persoon van Napoleon behoort zoomin aan u als aan
mij; die behoort aan onze souvereinen. In naam van Europa zullen die
over hem beschikken. Mochten zij een beul noodig hebben, dan zal ik
hun verzoeken hiervoor een ander te kiezen dan mij. Met het oog op
uw grooten naam raad ik u mijn voorbeeld hierin te volgen."
Na een reis van vijf dagen, door een landstreek, welker bewoners
hem herhaaldelijk de levendigste bewijzen van genegenheid en van
verslagenheid over zijn heengaan hadden gegeven, den 3en Juli te
Rochefort gekomen, vond de Keizer hier de Saale en de Medusa zeilklaar
liggen. Terstond had hij aan boord kunnen gaan en in zee steken;
geen enkel Britsch oorlogsvaartuig was nog te zien; ongehinderd had
hij den oceaan kunnen bereiken. Toch vertrok hij niet.--Den volgenden
morgen was het te laat; toen vertoonde zich de Engelsche kruiser de
"Bellerophon" voor de haven, en was de toegang tot de zee gesloten.
Allerlei voorstellen om onopgemerkt langs dezen bodem heen te komen
werden hem nu gedaan. Kapitein Ponet van de Medusa stelde zelfs voor
dezen reus met zijn vier en zeventig stukken bij nacht met zijn veel
kleiner schip aan te grijpen, om den Keizer dan aan boord van de
Saale te doen ontkomen. Jozef, die veel op zijn broeder geleek, wilde
zich in zijn plaats laten gevangen nemen; een voor hen te Bordeaux
gereed liggend vaartuig zou hem dan naar Amerika overvoeren.--Voor
deze zelfopofferende voorstellen evenals voor verschillende andere
bedankte de Keizer.
Een kostbare tijd ging op deze wijze verloren. Een vraag, aan den
kapitein ter zee Maitland van de Bellerophon gedaan, of hij geen last
had hem ongehinderd te laten vertrekken, werd ontkennend beantwoord
met de opmerking er bij, dat, indien de Keizer naar Engeland mocht
willen oversteken, hij, Maitland, machtiging had zijn bodem hiervoor
beschikbaar te stellen. De ontvangst ginds zou dan zeker wezen
overeenkomstig zijn rang en stand.
Nog steeds bleef de Keizer, die zich inmiddels aan boord van
de Saale had begeven en den 12en op het eiland Aix aan wal was
gestapt, besluiteloos. Eindelijk, den 14en Juli, schreef hij aan den
prins-regent van Engeland:
"Koninklijke Hoogheid, het doelwit van de partijen, die mijn
land verdeelen, en van de vijandschap der grootste machten
van Europa, ik heb mijn staatkundige loopbaan gesloten; als
Themistocles kom ik nederzitten aan den haard der Britsche
natie. Ik stel mij onder de bescherming van haar wetten. Ik
roep die in van uw Koninklijke Hoogheid, als de machtigste,
de standvastigste en de edelmoedigste mijner vijanden."
Met dit schrijven moest generaal Gourgaud zich naar Londen naar
den Regent begeven. Graaf de las Cases zou kapitein Maitland tevens
meedeelen, dat de Keizer plan had den volgenden morgen bij dezen aan
boord te komen.
De generaal vertrok met het Engelsche korvet de Slaney. De Keizer ging
den 15en aan boord van de Bellerophon. Generaal Becker was vooraf
weggezonden. "Men moest niet kunnen meenen, dat een Franschman hem
aan zijn vijanden was komen overleveren," zei Napoleon.
"Ik kom mij stellen onder de bescherming der wetten van Engeland,"
zeide hij, toen hij den voet zette op het dek van den kruiser en door
Maitland eerbiedig werd welkom geheeten.
Door tegenwind opgehouden, ankerde men eerst den 24en op de reede
van Torbay. Half Engeland liep uit om hem te zien. Hij glimlachte
bij 't aanschouwen van dit huldebetoon, hem door duizenden in roei-
en zeilbooten gebracht,--bij de woelige zee een gevaarlijk werk,
dat zelfs menschenlevens kostte--maar weldra verdween die glimlach,
want Gourgaud kwam onverrichterzake uit Londen terug. De Regent had
hem niet willen ontvangen.
Den 30en Juli volgde een ministerieele nota, behelzende, dat het
eiland St. Helena in den Zuid-Atlantischen Oceaan den Keizer als
generaal Bonaparte tot toekomstig verblijf was aangewezen.
Zelfs in de keuze der personen, die hem derwaarts zouden vergezellen,
werd hij niet geheel vrijgelaten. Hoewel velen, waaronder Savary
en graaf Lobau, zich aanboden om de ballingschap met hem te deelen,
ontvingen alleen de generaals Bertrand en Gourgaud, die reeds jaren
lang tot zijn omgeving behoorden, voorts graaf de Montholon en graaf
de Las Cases benevens eenige bedienden hiertoe verlof. Oostenrijk,
Rusland en Frankrijk zouden ieder een commissaris aanwijzen om te
zorgen, dat hij niet ontvluchtte. [38] Eindelijk zouden de Keizer en
zijn gevolg worden ontwapend, hun koffers en verder eigendom doorzocht
en alle voorwerpen van waarde, die bij een ontvluchting konden dienst
doen, hem afgenomen worden. [39] De Northumberland zou hem naar zijn
bestemming brengen.
In waardige taal protesteerde Napoleon tegen deze bejegening. Gevangen
genomen had men hem niet. Uit eigen beweging had hij zich aan boord
van een Engelsch oorlogsschip begeven en Engelands gastvrijheid
ingeroepen; dus had men het recht niet hem te behandelen als een
gevangene. "Men veinst de vriendschapshand toe te steken en wanneer
die in goed vertrouwen wordt aanvaard door den vijand, offert men
hem op," alzoo de Keizer in een zijner protesten.
Dat zijn protesten hem niets zouden baten, was te voorzien. Van een
natie, wier minister-president, lord Liverpool, aan den secretaris
van Buitenlandsche zaken, lord Castlereagh, had geschreven, dat de
beste oplossing van den toestand zou wezen, indien de koning van
Frankrijk hem als een oproermaker deed doodschieten, was geen genade
te wachten. Alleen de krachtige oppositie van den Hertog van Sussex
behoedde Engeland voor de schanddaad hem aan Lodewijk XVIII uit te
leveren, maar het besluit om hem als gevangene naar St. Helena te
brengen kon niet worden voorkomen. Engeland was bereid de bewaking
van den gevallen vijand op zich te nemen.
Een groot deel der Engelsche natie was het eens met de Engelsche
regeering. Twintig jaar lang had zij tegen den Keizer gestreden en was
zij zoo goed als al dien tijd van de gemeenschap met het vasteland
afgesneden gebleven. Het jongere geslacht zag in hem volstrekt geen
grootsche figuur, slechts een vijand van het menschdom.
Albion heeft Napoleon niet aan Frankrijk uitgeleverd om met hem
kort recht te maken evenals later met Ney en de Labédoyère; maar
wraak genomen heeft het wel, wraak op een wijze, die zelfs thans nog
een ieder weldenkend en niet door blinden haat vervoerd mensch, met
afkeer en walging vervult, die door alle eeuwen heen een schandvlek
zal blijven op Albions historiebladen.
Hoe is Napoleons houding tegenover deze bejegening geweest? Waardig en
fier tot het einde toe, zooals dit van een gevallen monarch als hij
kon worden verwacht. Toen Hudson Lowe, zijn cipier, hem op zekeren
dag dreigde met inhouding zijner levensbehoeften, wees hij naar het
Engelsche legerkamp in de nabijheid. "Ziet u dat kamp? Daar liggen
soldaten. Ik zal ze gaan opzoeken. "De oudste soldaat van Europa komt
u verzoeken om een plaatsje aan uw tafel" zal ik zeggen. Dan ga ik
eten bij hen. Met beschaamde kaken droop de ander af.
Niet alleen 's Keizers aanhangers koesteren eerbied voor de wijze
waarop hij zich tegenover zijn cipiers gedroeg. Bij het overlijden
van prins Bismarck schreef de Times, het groote Engelsche dagblad,
dat zeker niet van Napoleontische neigingen zal worden verdacht in
haar nommer van 31 Augustus 1898 o.a. "In meer dan één opzicht geleek
Bismarck op Napoleon, maar diens zielegrootheid, welke de rampen des
levens met waardigheid doet dragen, bezat hij niet."
In den namiddag van den 7en Augustus ging Napoleon met hen, die zijn
gevangenschap zouden deelen op de Northumberland, in allerijl voor
haar nieuwe bestemming in gereedheid gebracht, over. De overigen,
die naar Malta gevoerd zouden worden, bleven op de Bellerophon. Het
afscheid was hartroerend. Mannen, die in honderd veldslagen de kogels
om de ooren hadden hooren fluiten, snikten als kinderen. "Au revoir,
Sire, au revoir!" fluisterden zij met een door tranen verstikte
stem. Napoleon, die zijn zelfbeheersching volkomen behield, antwoordde
slechts met een weemoedigen glimlach.
Den 9en Augustus werd het anker gelicht en ging men onder zeil. "Daags
na het vertrek kreeg men, bij het optrekken van den mist, eensklaps
de kust van Bretagne in 't zicht. "Frankrijk! Frankrijk!" klonk het
uit honderden monden. De Keizer wandelde op dat oogenblik op het
dek. De armen over de borst gekruist, staarde hij met strakken blik
op de schoone kust. Een doodelijke bleekheid overtoog zijn gelaat
en zijn oogen vulden zich met tranen. "Adieu, terre des braves je
te salue! Adieu, France, adieu!" fluisterde hij. De ontroering der
Franschen deelde zich zelfs aan de Engelschen mede.
Allen ontblootten het hoofd.
Den 16en October, dus na een reis van negen en zestig dagen wierp
de Northumberland het anker uit op de reede van Jamestown en den
volgenden dag, 't was de verjaardag van den slag bij Leipzig, betrad
Napoleon den bodem van St. Helena.