HOOFDSTUK XXIX.

De keizer verbannen.

"Met de noodige wilskracht komen wij dit alles te boven," had Davoust

gezegd, doch aan Napoleon werd hiertoe den tijd niet gelaten. Reeds

was de mare van zijn nederlaag als een loopend vuurtje verspreid,

den 19en had hij zelf aan Jozef er van kennis gegeven. De ministers

waren diep terneergeslagen en vreesden het ergste.--Alleen Fouché,

die reeds vóór Napoleons vertrek naar het leger door den Keizer van

heulen met Metternich was overtuigd en toch zijn plaats niet had

verloren, vreesde niets.

Dat het met den Keizer ditmaal voor goed was gedaan, had die verrader

direct begrepen. In de eerstvolgende weken zou Wellington de groote

man wezen. Aan dezen schreef hij dus; tegelijkertijd riep hij tal

van aanhangers der oude constitutie bijeen op een avondvergadering.

Zij verschenen en Fouché schetste hun den toestand. Door eigenliefde,

haat of andere redenen verblind, liet de gedachte, dat het

vaderland door de troepen der geallieerden eerstdaags opnieuw zou

worden overstroomd--Blücher en Wellington naderden snel--deze mannen

tamelijk koud. Zij hadden genoeg van Napoleon en waren het eens met

Talleyrand: "Alles beter dan de Keizer zelfs de Bourbons." Dezelfde

hartstochten, welke den 30en Maart 1814 tijdens den slag voor Parijs

Lafayette hadden geleid tot een poging om de nationale garde in

opstand te brengen, beheerschten de gemoederen opnieuw. De Keizer

moest vallen! betoogde Fouché. Hij had genoeg op zijn kerfstok om

beducht te wezen voor zijn hoofd, als Napoleon met hem begon af te

rekenen. [37] In den bovenbedoelden ministerraad gaf de Keizer een

beeld van den toestand en vroeg de meening der aanwezigen. Carnot

vorderde de dictatuur voor hem. Dat geen zwakheid of vleierij dezen

patriot bij dit voorstel leidde, was door zijn bekende eerlijkheid

en zijn moedige houding onder het keizerrijk voldoende bewezen.--Het

vaderland was in gevaar, zeide hij; al de nationale gardes, al de

aanhangers van het keizerschap moesten onder de wapenen geroepen,

Parijs in staat van verdediging gebracht en tot het uiterste verdedigd

worden. In het eerste geval kon men tot achter de Loire teruggaan,

om daar den vijand weerstand te bieden tot het leger uit de Vendée

benevens de observatiekorpsen uit het oosten en uit het zuiden des

lands daar eveneens waren bijeengetrokken.

Fouché bestreed dit plan; zonder de medewerking der kamers kon de

Keizer niets beginnen, beweerde hij. De meerderheid verklaarde zich

echter voor Carnots voorstel.

Reeds waren de eerste stappen in die richting gedaan, toen de

tijding kwam dat de kamer van volksvertegenwoording, eveneens die

der Pairs volgens de acte additionnel ingesteld, zich op voorstel

van Lafayette permanent hadden verklaard, terwijl elke daad tegen

dit besluit zou beschouwd worden als hoogverraad. Tevens werden

de ministers uitgenoodigd voor de Kamer te verschijnen tot het

geven van inlichtingen en het ontvangen van bevelen. Deze daad,

een rechtstreeksche aanval op 't gezag der kroon, een onmiskenbare

schending der kort te voren bezworen grondwet, een uitdaging tot

den burgeroorlog, een spelen in de kaart van den vijand, bracht in

Napoleons plannen een volslagen omkeer.

Had hij, gebruik makende van de opgewondenheid der Parijsche bevolking,

die luide riep om wapens, die zich bij al de toegangen naar de Champs

Elysées letterlijk verdrong om hem te zien, die zijn verschijning

telkens met een daverend Vive l'Empereur! begroette, die in hem nog

altijd den drager van Frankrijks glorie zag, tot een forsche daad

willen overgaan, dan zou het hem toen weinig moeite hebben gekost

om, evenals in 1799, door een staatsgreep aan de zaak een einde

te maken en de Kamer naar huis te jagen; maar van een burgeroorlog

gruwde hij. Na eenige uren van besluiteloosheid legde hij zich bij de

beslissing der Kamer neder. Hij voelde dat hij het spel had verloren;

als een stoïcijn berustte hij in zijn lot.

Eenmaal zoover gekomen ging de Kamer nog een stap verder. Wel ontving

ze Lucien, die namens den Keizer naar haar zitting was gegaan, vrij

goed, doch Lacoste's; "Slechts één man staat er tusschen ons en den

vrede; gaat hij heen, dan is deze verzekerd," teekende genoegzaam den

geest, die velen bezielde. De Keizer moest heengaan!--"Als hij niet

zelf abdiceert, zetten wij hem af!" klonk er zelfs van verschillende

kanten.

Den 22en Juni, dus twee dagen na zijn terugkeer op het Elysée, werd in

de Kamer een hartstochtelijk ondersteunde en met juichkreten begroette

motie voorgesteld om hem tot de abdicatie te dwingen.--"Als hij niet

binnen een uur heeft afstand gedaan, stel ik voor hem vervallen te

verklaren," voegde Lafayette er zelfs bij.

Dit onbeschaamde ultimatum wekte 's Keizers verontwaardiging. Was

het zoover gekomen! Hij sloeg een blik om zich heen, zijn ministers

zwegen. Alleen Regnault verhief zijn stem om hem te bezweren toe

te geven.

Een uur later was de president van de Kamer in 't bezit van de

verklaring, dat hij afstand deed van den troon ten behoeve van zijn

zoon, dien hij tevens als Napoleon II uitriep tot Keizer der Franschen.

Nauwelijks was dit nieuws te Parijs bekend, of het volk liep

te hoop. Vooral in de voorstad Saint-Honoré was het gedrang

ontzettend. Geruchten, dat de Kamers den Keizer aan den vijand

wilden uitleveren, deden de ronde. Men wilde weten of dit waar was;

men wilde hem zien. Ten slotte werd het misbaar zoo geweldig, dat

hij zich verplicht achtte te voorschijn te komen.

Onbeschrijflijk was de uitbarsting van geestdrift, waarmede hij werd

ontvangen. De lucht daverde van het gejuich. Aangrijpend, ontzagwekkend

was die spontane betuiging van sympathie en genegenheid.

Fouché werd bang, dat Napoleon, ontwarende hoe innig de Parijsche

bevolking nog aan hem was gehecht, zich eensklaps aan haar hoofd zou

stellen, de dictatuur grijpen, de Kamers uiteenjagen en hem, de ziel

van dit kabaal, opknoopen zou. Hij deed hem dus verzoeken Parijs te

verlaten. Zijn tegenwoordigheid daar veroorzaakte een voortdurende

gisting in de gemoederen en ontstemde de Kamers, beweerde hij.

Napoleon deed, wat hem werd verzocht. Het volk wilde hem echter

niet laten vertrekken. In een rijtuig van generaal Bertrand, verdween

Napoleon onopgemerkt door de poort der Champs-Elysées, terwijl meer dan

tienduizend menschen in de faubourg St. Honoré stonden te wachten en

te kijken naar de galakoets met zes paarden bespannen, die op Napoleon

scheen te wachten, maar waarin Gourgaud, tot groote teleurstelling

van de bevolking, alleen vertrok. De Keizer ging naar Malmaison,

waar hij vol liefde en deelneming door Hortense werd ontvangen en

waar ook zijn oude moeder hem spoedig kwam troosten. Veel illusies

maakte de Keizer zich weldra niet meer, zelfs geloofde hij niet aan

de mogelijkheid dat zijn zoon ooit Keizer van Frankrijk zou worden.

Alle hoop op beter tijden was echter nog niet bij hem verdwenen. Wie

zal zeggen, wat er in zijn brein omging, als hij, voor zijn gansche

omgeving een raadsel van kalmte en lijdzaamheid, rustig in een hoek van

een kanapé een luchtig romannetje zat te lezen? Met den vurigen wensch

van Fouché en zijn clique om hem zoo spoedig mogelijk uit Frankrijk

te zien verdwijnen scheen hij onbekend.--Dat diezelfde Fouché echter

nooit den moed zou hebben hem met geweld hiertoe te dwingen, wist hij;

met de toebereidselen tot zijn vertrek maakte hij dus geen haast;

generaal Becker, lid der Kamer was hem als Commissaris toegevoegd om

toezicht op hem te houden.

Verbeidde de Keizer onder dit talmen het oogenblik, waarop in de

gemoederen een omkeer, bij de partijen in de Kamer zelve een strooming

te zijnen gunste komen zou?--'t Is niet onmogelijk. Vast staat, dat

hij, de nadering der Pruisen vernemende, door generaal Becker aan het

voorloopige bewind deed verzoeken hem als generaal zonder meer aan het

hoofd der troepen te stellen. Dan zou hij den vijand te gemoet gaan,

hem verslaan, Parijs bevrijden en, eenmaal zoover, in het ambtelooze

leven terugkeeren.--Carnot was met dit voorstel wel ingenomen. Denkt

Napoleon, dat wij zoo dom zullen zijn er op in te gaan? vroeg Fouché.

Door toedoen van dezen werd nu een besluit genomen om den Keizer zoo

spoedig mogelijk van Malmaison te doen vertrekken naar Rochefort. Hier

lagen reeds twee oorlogsschepen zeilklaar om hem over te voeren

naar Amerika.--Dan was men hem kwijt, en kon hij geen spaak meer

in 't wiel steken, dacht Fouché. Dat het in zijn bedoeling heeft

gelegen Napoleon op reis op de een of andere manier uit den weg te

doen ruimen, is nooit gebleken. Voldoende was 't hem, als de ander

het grondgebied van Frankrijk verliet. De vroegere koningsmoorder

had zich voorgenomen bij deze nieuwe omwenteling een eerste rol

te spelen en Lodewijk XVIII te dwingen zich van zijn hulp en zijn

tusschenkomst te bedienen. Hij had Talleyrand in 1814 tot model

gekozen. Zijn toeleg is vrijwel gelukt. Zijn brief aan Wellington

had vruchten gedragen. Deze had aanvankelijk niet kunnen gelooven,

dat Napoleon afstand had gedaan van den troon. Die daad ging boven

zijn begrip. Eenmaal hiervan zeker, aarzelde hij echter niet langer

doch rukte, reeds door Blücher voorafgegaan, zonder de komst af te

wachten van de Russen en Oostenrijkers, die nog bij Laon stonden,

naar Parijs. Dat Frankrijk na 's Keizers abdicatie niet meer in staat

was zich te verdedigen, meende hij stellig te weten. Dat er niet zou

worden gevochten, wist hij door Fouché.

Den 1en Juli stonden de bondgenooten onder de muren van de

hoofdstad. Hoewel Davoust er in geslaagd was een leger van 80.000

oude soldaten,--o. a. de 30.000 man van Grouchy--bij Parijs te

verzamelen, hoewel Blücher en Wellington samen slechts 120.000 man hier

tegenover konden stellen, de gedachte aan ernstigen weerstand door het

voorloopige bewind dus volstrekt niet behoefde te worden losgelaten,

ontving de hertog van Auerstadt last een capitulatie te sluiten.--Den

3en Juli kwam deze tot stand. Het leger zou teruggaan tot achter de

Loire.--Den 8en Juli d. a. v. hield Lodewijk XVIII, vergezeld van

Talleyrand en gesteund door de bajonetten der bondgenooten, zijn

tweeden intocht binnen Parijs.

Fouché zegevierde. Hij was aan Lodewijk XVIII voorgesteld en bleef

een korte poos de groote man.--Door hem belast met de portefeuille

van politie, in die troebele dagen de gewichtigste, heeft hij van

zijn listigen zet, die met verraad gelijk stond en zelfs door zijn

aanhang aldus werd bestempeld, toch niet lang genoegen gehad. Enkele

maanden later werd hij gedwongen zijn ontslag te nemen en vrijwillig

in ballingschap te gaan. Tegelijkertijd werd ook Talleyrand, met een

hooge waardigheid aan het hof bekleed, uit zijn staatsambt ontslagen

en verplicht in het ambtelooze leven terug te treden.--Dit was de

dank der royalisten voor 't geen die twee cynieke figuren voor hen

hadden gedaan.

De ironie van het toeval had dus gewild, dat de niet koningsgezinden

en de met een herstel der Bourbons in 't minst niet ingenomen

republikeinen en imperialisten den eenigen man terugwezen, die, zelf

een kind der omwenteling, bij machte zou zijn geweest Frankrijks

eer hoog te houden en den vijand te weerstaan. Thans moesten zij

dulden, dat de vreemdeling zich mengde in het inwendige bestuur van

hun land. Dit alles geschiedde nog wel na een jarenlange periode

van grootheid en roem, zooals Frankrijk die nooit had gekend, een

periode, waarin het aan half Europa de wet voorschreef! Welk een les

voor iedere natie, die haar zelfstandigheid wenscht te behouden!

Niet lang zou het duren of ook van al het goede door Napoleon tot

stand gebracht, zou weinig meer dan de code zijn overgebleven.

Toen Napoleon den 29en Juni vernam, dat de Pruisische cavalerie

de omstreken van Malmaison begon onveilig te maken en dat hij

blootstond aan een overrompeling, gaf hij eindelijk gevolg aan de

vertoogen zijner omgeving en vertrok naar Rochefort. Was hij in

Blüchers handen gevallen, dan zou het niet onmogelijk zijn geweest,

dat deze de wereld voor goed van hem had bevrijd. Deze bloeddorstige

gezindheid van den ouden veldheer was zelfs oorzaak, dat Wellington

hem schreef: "De persoon van Napoleon behoort zoomin aan u als aan

mij; die behoort aan onze souvereinen. In naam van Europa zullen die

over hem beschikken. Mochten zij een beul noodig hebben, dan zal ik

hun verzoeken hiervoor een ander te kiezen dan mij. Met het oog op

uw grooten naam raad ik u mijn voorbeeld hierin te volgen."

Na een reis van vijf dagen, door een landstreek, welker bewoners

hem herhaaldelijk de levendigste bewijzen van genegenheid en van

verslagenheid over zijn heengaan hadden gegeven, den 3en Juli te

Rochefort gekomen, vond de Keizer hier de Saale en de Medusa zeilklaar

liggen. Terstond had hij aan boord kunnen gaan en in zee steken;

geen enkel Britsch oorlogsvaartuig was nog te zien; ongehinderd had

hij den oceaan kunnen bereiken. Toch vertrok hij niet.--Den volgenden

morgen was het te laat; toen vertoonde zich de Engelsche kruiser de

"Bellerophon" voor de haven, en was de toegang tot de zee gesloten.

Allerlei voorstellen om onopgemerkt langs dezen bodem heen te komen

werden hem nu gedaan. Kapitein Ponet van de Medusa stelde zelfs voor

dezen reus met zijn vier en zeventig stukken bij nacht met zijn veel

kleiner schip aan te grijpen, om den Keizer dan aan boord van de

Saale te doen ontkomen. Jozef, die veel op zijn broeder geleek, wilde

zich in zijn plaats laten gevangen nemen; een voor hen te Bordeaux

gereed liggend vaartuig zou hem dan naar Amerika overvoeren.--Voor

deze zelfopofferende voorstellen evenals voor verschillende andere

bedankte de Keizer.

Een kostbare tijd ging op deze wijze verloren. Een vraag, aan den

kapitein ter zee Maitland van de Bellerophon gedaan, of hij geen last

had hem ongehinderd te laten vertrekken, werd ontkennend beantwoord

met de opmerking er bij, dat, indien de Keizer naar Engeland mocht

willen oversteken, hij, Maitland, machtiging had zijn bodem hiervoor

beschikbaar te stellen. De ontvangst ginds zou dan zeker wezen

overeenkomstig zijn rang en stand.

Nog steeds bleef de Keizer, die zich inmiddels aan boord van

de Saale had begeven en den 12en op het eiland Aix aan wal was

gestapt, besluiteloos. Eindelijk, den 14en Juli, schreef hij aan den

prins-regent van Engeland:

"Koninklijke Hoogheid, het doelwit van de partijen, die mijn

land verdeelen, en van de vijandschap der grootste machten

van Europa, ik heb mijn staatkundige loopbaan gesloten; als

Themistocles kom ik nederzitten aan den haard der Britsche

natie. Ik stel mij onder de bescherming van haar wetten. Ik

roep die in van uw Koninklijke Hoogheid, als de machtigste,

de standvastigste en de edelmoedigste mijner vijanden."

Met dit schrijven moest generaal Gourgaud zich naar Londen naar

den Regent begeven. Graaf de las Cases zou kapitein Maitland tevens

meedeelen, dat de Keizer plan had den volgenden morgen bij dezen aan

boord te komen.

De generaal vertrok met het Engelsche korvet de Slaney. De Keizer ging

den 15en aan boord van de Bellerophon. Generaal Becker was vooraf

weggezonden. "Men moest niet kunnen meenen, dat een Franschman hem

aan zijn vijanden was komen overleveren," zei Napoleon.

"Ik kom mij stellen onder de bescherming der wetten van Engeland,"

zeide hij, toen hij den voet zette op het dek van den kruiser en door

Maitland eerbiedig werd welkom geheeten.

Door tegenwind opgehouden, ankerde men eerst den 24en op de reede

van Torbay. Half Engeland liep uit om hem te zien. Hij glimlachte

bij 't aanschouwen van dit huldebetoon, hem door duizenden in roei-

en zeilbooten gebracht,--bij de woelige zee een gevaarlijk werk,

dat zelfs menschenlevens kostte--maar weldra verdween die glimlach,

want Gourgaud kwam onverrichterzake uit Londen terug. De Regent had

hem niet willen ontvangen.

Den 30en Juli volgde een ministerieele nota, behelzende, dat het

eiland St. Helena in den Zuid-Atlantischen Oceaan den Keizer als

generaal Bonaparte tot toekomstig verblijf was aangewezen.

Zelfs in de keuze der personen, die hem derwaarts zouden vergezellen,

werd hij niet geheel vrijgelaten. Hoewel velen, waaronder Savary

en graaf Lobau, zich aanboden om de ballingschap met hem te deelen,

ontvingen alleen de generaals Bertrand en Gourgaud, die reeds jaren

lang tot zijn omgeving behoorden, voorts graaf de Montholon en graaf

de Las Cases benevens eenige bedienden hiertoe verlof. Oostenrijk,

Rusland en Frankrijk zouden ieder een commissaris aanwijzen om te

zorgen, dat hij niet ontvluchtte. [38] Eindelijk zouden de Keizer en

zijn gevolg worden ontwapend, hun koffers en verder eigendom doorzocht

en alle voorwerpen van waarde, die bij een ontvluchting konden dienst

doen, hem afgenomen worden. [39] De Northumberland zou hem naar zijn

bestemming brengen.

In waardige taal protesteerde Napoleon tegen deze bejegening. Gevangen

genomen had men hem niet. Uit eigen beweging had hij zich aan boord

van een Engelsch oorlogsschip begeven en Engelands gastvrijheid

ingeroepen; dus had men het recht niet hem te behandelen als een

gevangene. "Men veinst de vriendschapshand toe te steken en wanneer

die in goed vertrouwen wordt aanvaard door den vijand, offert men

hem op," alzoo de Keizer in een zijner protesten.

Dat zijn protesten hem niets zouden baten, was te voorzien. Van een

natie, wier minister-president, lord Liverpool, aan den secretaris

van Buitenlandsche zaken, lord Castlereagh, had geschreven, dat de

beste oplossing van den toestand zou wezen, indien de koning van

Frankrijk hem als een oproermaker deed doodschieten, was geen genade

te wachten. Alleen de krachtige oppositie van den Hertog van Sussex

behoedde Engeland voor de schanddaad hem aan Lodewijk XVIII uit te

leveren, maar het besluit om hem als gevangene naar St. Helena te

brengen kon niet worden voorkomen. Engeland was bereid de bewaking

van den gevallen vijand op zich te nemen.

Een groot deel der Engelsche natie was het eens met de Engelsche

regeering. Twintig jaar lang had zij tegen den Keizer gestreden en was

zij zoo goed als al dien tijd van de gemeenschap met het vasteland

afgesneden gebleven. Het jongere geslacht zag in hem volstrekt geen

grootsche figuur, slechts een vijand van het menschdom.

Albion heeft Napoleon niet aan Frankrijk uitgeleverd om met hem

kort recht te maken evenals later met Ney en de Labédoyère; maar

wraak genomen heeft het wel, wraak op een wijze, die zelfs thans nog

een ieder weldenkend en niet door blinden haat vervoerd mensch, met

afkeer en walging vervult, die door alle eeuwen heen een schandvlek

zal blijven op Albions historiebladen.

Hoe is Napoleons houding tegenover deze bejegening geweest? Waardig en

fier tot het einde toe, zooals dit van een gevallen monarch als hij

kon worden verwacht. Toen Hudson Lowe, zijn cipier, hem op zekeren

dag dreigde met inhouding zijner levensbehoeften, wees hij naar het

Engelsche legerkamp in de nabijheid. "Ziet u dat kamp? Daar liggen

soldaten. Ik zal ze gaan opzoeken. "De oudste soldaat van Europa komt

u verzoeken om een plaatsje aan uw tafel" zal ik zeggen. Dan ga ik

eten bij hen. Met beschaamde kaken droop de ander af.

Niet alleen 's Keizers aanhangers koesteren eerbied voor de wijze

waarop hij zich tegenover zijn cipiers gedroeg. Bij het overlijden

van prins Bismarck schreef de Times, het groote Engelsche dagblad,

dat zeker niet van Napoleontische neigingen zal worden verdacht in

haar nommer van 31 Augustus 1898 o.a. "In meer dan één opzicht geleek

Bismarck op Napoleon, maar diens zielegrootheid, welke de rampen des

levens met waardigheid doet dragen, bezat hij niet."

In den namiddag van den 7en Augustus ging Napoleon met hen, die zijn

gevangenschap zouden deelen op de Northumberland, in allerijl voor

haar nieuwe bestemming in gereedheid gebracht, over. De overigen,

die naar Malta gevoerd zouden worden, bleven op de Bellerophon. Het

afscheid was hartroerend. Mannen, die in honderd veldslagen de kogels

om de ooren hadden hooren fluiten, snikten als kinderen. "Au revoir,

Sire, au revoir!" fluisterden zij met een door tranen verstikte

stem. Napoleon, die zijn zelfbeheersching volkomen behield, antwoordde

slechts met een weemoedigen glimlach.

Den 9en Augustus werd het anker gelicht en ging men onder zeil. "Daags

na het vertrek kreeg men, bij het optrekken van den mist, eensklaps

de kust van Bretagne in 't zicht. "Frankrijk! Frankrijk!" klonk het

uit honderden monden. De Keizer wandelde op dat oogenblik op het

dek. De armen over de borst gekruist, staarde hij met strakken blik

op de schoone kust. Een doodelijke bleekheid overtoog zijn gelaat

en zijn oogen vulden zich met tranen. "Adieu, terre des braves je

te salue! Adieu, France, adieu!" fluisterde hij. De ontroering der

Franschen deelde zich zelfs aan de Engelschen mede.

Allen ontblootten het hoofd.

Den 16en October, dus na een reis van negen en zestig dagen wierp

de Northumberland het anker uit op de reede van Jamestown en den

volgenden dag, 't was de verjaardag van den slag bij Leipzig, betrad

Napoleon den bodem van St. Helena.

Napoleon(#27883) · 第 47 / 49 题