Napoleon."

Met de opdracht aan Marmont te vragen of hij hen naar Parijs wilde

vergezellen, begaven de Caulaincourt, Macdonald en Ney, die dit

staatsstuk naar keizer Alexander brengen en de rechten van het

regentschap bepleiten zouden, zich naar Essonnes. Hier vernamen zij

van Marmont, dat hij met Schwartzenberg onderhandeld en zich verbonden

had, het leger des Keizers te verlaten. Zij verbaasden zich, Marmonts

eigenliefde kennende, niet al te zeer over deze daad, togen met hem

naar Parijs, en gaven Talleyrand kort en bondig te kennen, dat zij

maling hadden aan zijn nieuwbakken Voorloopig Bewind. Hierna spraken

zij met Alexander, die in zijn gemoed met den terugkeer der Bourbons in

geenen deele was ingenomen en wel iets gevoelde voor een regentschap,

maar tenslotte moesten zij toch onverrichter zake vertrekken.

De daad van Marmont was bekend geworden. Het leger was vleugellam

geslagen; de vrees voor een aanval van Napoleon op Parijs verdween;

en toen zijn gevolmachtigden, nog ziedende van verontwaardiging over

't geen zij ginds gehoord en gezien hadden, bij hem terugkeerden,

konden zij hem alleen mededeelen, dat zijn voorwaardelijke abdicatie

niet was aangenomen en dat een onvoorwaardelijke werd geëischt.

Diep getroffen, omdat hij behandeld werd als een vogelvrij-verklaarde,

met wien men niet verkoos te onderhandelen, weigerde hij aanvankelijk

volstandig hiertoe over te gaan en somde al de korpsen op, die uit

Italië en uit Spanje onder Grenier, Soult en Suchet naar hem op marsch

waren. Zelfs stelde hij zijn generaals voor met zijn geheele macht

terug te gaan tot achter de Loire.

Hun uitroep vol ontsteltenis: "Of hij Frankrijk in tweeën splitsen en

een burgeroorlog beginnen wilde!" belette hem echter voort te gaan. De

woedende strijd in zijn binnenste was op zijn gelaat zichtbaar.

Als hij ook zijn voorstel om hem te volgen naar de Alpen, naar Italië,

met een dof gemor of een somber zwijgen beantwoord zag, gaf hij den

strijd op.

"De heeren verlangen naar rust. Welaan, deze zij hun geschonken! Welke

smarten hen op hun donzen bed wachten, weten zij nog niet. Hebt

maar een jaar of wat geduld, dan raapt de dood u nog sneller weg

dan in een veldtocht," zeide hij en trad naar een tafeltje, schreef

een verklaring, dat hij voor zich en zijn nakomelingen afstand deed

van den troon van Frankrijk en van Italië en zond dezelfde deputatie

daarmede naar Parijs terug.

Met uitbundige vreugde werd dit stuk door Talleyrand en zijn clique

ontvangen. Alle vrees voor den Corsicaanschen Menscheneter, zooals

men Napoleon in die dagen heeft betiteld, was nu geweken. Geen Nero,

geen Robespierre werd nu zoo vervloekt als hij; al het goede was

op eens vergeten. Alleen de gloeiende haat was aan 't woord. De

Chateaubriand goot nog olie in dezen laaien gloed met een pamflet,

waarin hij hem van de laagste ondeugden en misdaden betichtte.

De Keizer was inmiddels te groot om zich niet boven zulke onwaardige

taal verheven te gevoelen; ook kende hij zich zelf te goed om niet

te weten, dat die haat van een natie, welke hem zooveel jaren schier

aangebeden had, niet geheel onverdiend was.

Den 6en April kon men in het Bulletin des Lois kennis nemen

van de nieuwe grondwet. "Uit vrije beweging" [33] riep deze

Louis-Stanislas-Xavier van Frankrijk en na hem de leden van zijn

geslacht naar den troon.

Den 11en werd beslist over het lot van Napoleon zelf. Hij moest

afstand doen van de souvereiniteit over Frankrijk en Italië. Het

eiland Elba werd hem levenslang afgestaan; jaarlijks zouden hem twee

millioen francs, waarvan de helft naar verkiezing af te dragen aan

de keizerin, worden uitgekeerd. De hertogdommen Parma, Piacensa en

Guastalla kwamen aan deze en haar zoon. Het jaargeld van Joséphine werd

met de helft verminderd. Eindelijk werd hem toegestaan vierhonderd

man van zijn garde mede te nemen.--Aan geld en geldswaarde bezat

hij op dat oogenblik nog geen drie millioen francs; hiervan zou hij

ginds zijn soldaten moeten onderhouden en in den dienst van zijn

huishouden voorzien!

Napoleon(#27883) · 第 44 / 49 题