HOOFDSTUK XXIV.

De Berezina.

Nadat de Keizer Victor nogmaals dringend had bevolen Wittgenstein

aan te grijpen, zonder den ernst van den toestand ook voor dezen

maarschalk bloot te leggen, verliet hij den 14en Smolensk weder. Van

Schwartzenberg had hij ongunstige tijding ontvangen. Tschitchagow

had een deel zijner macht onder Sacken tegenover dezen laten staan

en was zelf in stilte afgemarcheerd naar Minsk. Het gevaar nam dus

ook toe van deze zijde.

Vóór zijn vertrek,--Junot was den 12en reeds weder op marsch

gegaan--had de Keizer bevolen, dat Eugène, Davoust en Ney, die de

achterhoede zou blijven uitmaken, voortaan niet langer vereenigd doch

met één dagmarsch onderlinge tusschenruimte zouden teruggaan en dat Ney

de muren van Smolensk bij den afmarsch in de lucht moest laten vliegen.

Steeds dichter begon Kutusofs voorhoede, die haar vuurmonden

grootendeels op sleden had geplaatst, den terugtochtsweg te

bedreigen. Bij Krasnoi overschreed zij dezen zelfs reeds. Nog

gevaarlijker dan bij Wiasma werd de toestand voor de Franschen, die

geen cavalerie meer bezaten om op grooten afstand te verkennen, te

fourageeren en het stoutmoedig opdringen der Russen te breidelen. Viel

Kutusof met zijn overmacht thans aan, dan zou het pleit spoedig

zijn beslist.

Doch Kutusof viel niet aan. Toen besloot de Keizer, die zijn

krijgsmakkers over de ruimte tusschen Smolensk en Krasnoi verdeeld

wist en hen niet aan de vernietiging wilde ten prooi geven, die

Kutusofs aarzeling begreep en fier was op het ontzag, dat zijn naam

als veldheer nog inboezemde, tot een van die vermetele zetten, welke

zijn wijze van krijgsvoeren steeds hebben onderscheiden. Hij houdt

bij Krasnoi halt, doet de Russische voorhoede bij nacht door een

divisie zijner garde terugwerpen, maakt dan rechtsomkeert en begint

naar Smolensk terug te marcheeren, zijn makkers te hulp. De veldheer

in zijn groenfluweelen pels met gouden snoeren, de Poolsche muts van

marterbont op den machtigen schedel, een berkenhouten stok in de hand

voor zijn dapperen uit, alleen gedekt door de macht van zijn naam en

van zijn roem, met 15.000 man, waarbij Davoust zich weldra met 10.000

krijgers aansluit, front makende, ja, ontzag inboezemende aan 80.000

vijanden. Wat een schouwspel!

Kutusof wordt bang, hij trekt de voorhoede bij zijn hoofdmacht aan en

geeft bevel Napoleon den aftocht ongehinderd te laten voortzetten en

alleen Davoust aan te grijpen. Zoodoende bereikt de Keizer Orscha;

Davoust slaat zich door den vijand heen; Eugène, de Polen en Junot

weten eveneens te ontkomen.--Maar thans ziet Ney, die Smolensk

eerst in den morgen van den 17en heeft kunnen verlaten, zich van

alle zijden besprongen. Voortdurend vechtende, gaat hij van de eene

stelling naar de andere terug tot bij Krasnoi. Hier heeft de vijand de

heuvels bezet. De verliezen bij het nog geen 6000 gewapenden tellende

korps van le plus brave des braves, zooals Napoleon hem zelf heeft

betiteld, nemen schrikbarend toe. Een poging door kolonel Bouvier met

een handvol sappeurs en een paar honderd vastberaden soldaten gewaagd

om zich door te slaan, mislukt. Bouvier sneuvelt.--Vastberaden als

altoos, een voorbeeld voor allen, die hem zien, besluit Ney thans

het gevecht voort te zetten tot het duister is gevallen en dan, dwars

door het terrein een weg zoekende naar den half toegevroren Dnieper,

die hier en daar een waadbare plaats heeft, deze te passeeren en

langs den rechteroever zich een weg naar Orscha te banen.

De rivier wordt bereikt, maar de vijand nadert en het voornemen om voor

dien zoo gevaarvollen overtocht den dag af te wachten, moet worden

opgegeven. Het waagstuk moet dus beproefd worden in 't donker. Al

de vuurmonden en de voertuigen worden achtergelaten. Dan begint de

levensgevaarlijke tocht in één lange, dunne lijn over het broze ijs,

dat bij iederen voetstap kraakt.

Wat lager af waadt de cavalerie, een paar escadrons Polen, tusschen

de schotsen door, de ruiters tot over het middel, zelfs tot aan den

hals in 't water. Maar al te vaak verscheurt een ijzingwekkende gil de

stilte. Weder is dan een man met zijn paard in de diepte weggezonken

om nooit weder boven te komen.--De tegenover liggende oever is steil

en glibberig. Zelf steekt Ney aan een paar officieren de reddende

hand toe om hun het beklimmen er van mogelijk te maken.

Zoodra de orde eenigermate is hersteld, wordt onder gestadig vechten

met een vijand, die het spoor van den troep heeft teruggevonden,

de aftocht dwars door moerassig terrein of zwaar bosch drie dagen

achtereen voortgezet. De patronenvoorraad geraakt uitgeput, voedsel

is er niet meer; hoogstens vijftienhonderd man zijn nog in staat het

geweer te dragen. Herhaalde malen wordt Ney gesommeerd zich over

te geven. Een salvo is dan zijn antwoord. Weldra zelfs houdt hij

de vijandelijke parlementairs gevangen, "dan kunnen zij met eigen

oogen zien hoe een maarschalk van Frankrijk zich overgeeft." Ten

slotte waagt hij het in een duisteren nacht, de troep zoo dicht

mogelijk opgesloten, in alle stilte dwars door het Russische bivak

te marcheeren. Zoo bereikt hij Orscha.

Hier stond de Keizer nog. Hij omhelsde zijn heldhaftigen

onderbevelhebber, en was hartelijk verheugd hem levend en gezond

weder te zien.--"Ik had reeds niet meer op je gerekend."

Een handvol meel en een mondvol schnaps was al het voedsel, dat

aan Ney's doodelijk vermoeide mannen kon worden verstrekt. Niet één

Fransche soldaat koesterde nog de hoop zijn vaderland terug te zien.

Zoo hevig was thans de koude, dat het vel van de vingers, bij de

aanraking van de geweerloop hier aan bleef hangen. Bij honderden

stierven de menschen; elk bivak, dat verlaten werd, geleek op een

slagveld. De weg door de diepe sneeuw was alleen nog kenbaar door de

lijken van menschen en dieren, die er op lagen. Van tijd tot tijd

kraakte het onheilspellend en angstwekkend onder de raderen van

de voertuigen, als zij over een plek reden, waar de weg een kleine

verhevenheid verried onder de sneeuw. De wagenvoerders hoorden dit

gekraak niet eens meer; het gebeente, dat daar door hen tot gruis werd

gereden, behoorde immers toch niet meer aan een levende! En zelfs al

ware dit wèl het geval geweest, wat maakte het uit? Den Niemen zag

toch niet één hunner terug. Een dag of wat vroeger of een dag of wat

later, vallen moest men toch. De zweep dus over de afgebeulde, tot

schimmen uitgeteerde paarden en vooruit! Een kans op redding bleef

er altijd nog.

Geen pen zal ooit bij machte zijn zelfs maar een ruwe schets te geven

van de ontzettende ellende, op dien terugtocht geleden. Slechts bij

hooge uitzondering werd niet onder den blooten hemel gebivakkeerd. Van

Borowsk tot Smolensk stond zoo goed als geen enkel huis meer overeind;

een dorp passeerende, trok men vaak voort tusschen twee muren van

vuur en vlammen. Niets werd gespaard. Vriend en vijand wedijverden

met elkander in dit werk der vernieling.

Iedere nacht maakte nieuwe slachtoffers. Wie, opstaande van het

bivakvuur, hiertoe de kracht en energie nog in zich voelde, begon

weder voort te sloffen, vaak barrevoets, want geen schoen was bestand

tegen de eischen, die er aan werden gesteld. Wie het ongeluk had uit

te glijden en te vallen was een verloren man. Als hyena's stortten

zijn lotgenooten zich op hem, scheurden hem de kleederen van 't

lijf, doorzochten zijn zakken naar voedsel en lieten hem, vaak nog

levend, moedernaakt liggen. De snerpende koude,--somtijds teekende

de thermometer van dokter Larrey zelfs 20° vorst--deed dan het overige.

Eigenaardige verschijnselen kon men bij oogenschijnlijk nog gezonde

menschen de voorboden heeten van den dood. Hier trad er een zijn

makkers met stralende blikken en een verheugd gelaat te gemoet,

drukte hen met warmte de hand en was toch een verloren man. Daar

keek een ander zijn omgeving met sombere blikken aan, stotterde

woorden vol verontwaardiging en wanhoop en leefde eveneens geen uur

meer. Het gelukkigste nog was hij, die geraakte in een toestand van

doffe onverschilligheid en die alleen nog dacht aan de manier, waarop

hij aan voedsel zou komen. Een generaal, van wiens commando geen man

meer was overgebleven, sleepte zich, gewapend met een kookketel, voort

van 't eene bivak naar het andere en was hier altoos welkom, omdat

kookgereedschap meestal ontbrak, en hij in deze leemte voorzag. Wie

geen leeftocht meer bezat en zich niet door houthakken, water dragen,

vuur aanleggen of een dergelijke bezigheid wist nuttig te maken, omdat

zijn handen waren bevroren, werd meestal onverbiddelijk van het vuur

weggedrongen. Dan was zijn laatste uur geslagen; hij viel op de knieën

achter zijn makkers, zakte ineen en was weldra een lijk. De sterksten

en schrandersten vereenigden zich tot groepjes van vijf of zes man,

laadden hun wapens en mondvoorraad op een paard, zochten in elkander

steun en trachtten op die wijze den Niemen te naderen. Een al te

koude nacht was echter vaak genoeg oorzaak, dat van zulk een clubje,

officieren en soldaten, niet één den volgenden dag zag aanbreken.

Met subalterne officieren als manschappen, generaals als

pelotons-commandanten had zich aanvankelijk een zoogenaamd "heilig

escadron" gevormd, speciaal ter bescherming des Keizers, weldra

echter beval Napoleon, dat vooral de generaals en kolonels, wier

troepen waren weggesmolten, zich naar het hoofd der armee begaven en

daar blijven zouden. Het verlies aan opper- en hoofdofficieren nam

schrikwekkend toe; wie zou de in Frankrijk nieuw te vormen regimenten

moeten aanvoeren, als het leven dier mannen niet zooveel mogelijk

werd gespaard?

De zucht naar zelfbehoud scheen weldra allen te overmeesteren

en verscheurde vaak banden van bloedverwantschap en jarenlange

vriendschap. Toch zijn ook talrijke voorbeelden te noemen, b.v. van de

onwrikbare verknochtheid van oppassers aan hun heeren, van soldaten aan

hun chefs. Een kapitein met een schot door het been werd b.v. bijna

vijftig uur ver door enkele soldaten zijner compagnie gedragen,

tot een generaal zich over hem ontfermde en hem opnam in zijn rijtuig.

Op den 4en November, ruim een maand dus na het verlaten van Moskou,

tusschen Orscha en Borissow aan de Berezina, bij Tolotschin, telde

het korps van Junot nog slechts 200 man; Poniatowski had er nog

500. De garde was tot 4800 weggesmolten. Van de 40.000 ruiters,

die den Niemen waren gepasseerd, waren nog maar even 1600 gewapenden

over.--Dombrowski, de Pool, van het 5e korps, had Borissow met 4000

man bezet en zich hier met het garnizoen van Minsk vereenigd. Weldra

moest hij echter met groot verlies van hier wijken in de richting van

Bobr, teruggeworpen door Tschitchagow, die tot Minsk was doorgedrongen

en Napoleon thans van uit het zuidwesten begon te bedreigen. Wel

had deze Victor, die nog altoos tegenover Wittgenstein stond, tot

zijn beschikking, en bevond Oudinot zich nog met 8000 man bij Bobr,

maar wat beteekende die zwakke, half verhongerde schaar tegenover de

legers van Kutusof, van Wittgenstein en van Tschitchagow, die thans

Borissow had bezet?

Dat deze stad en hiermede de eenige brug over de Berezina was verloren

gegaan, was een geduchte slag, want het weder was in de laatste dagen

omgeslagen; het vroor niet meer; den 19en had het zelfs gedooid. De

wegen waren dus grondeloos geworden, de rivieren niet meer over het ijs

te passeeren. Ook de kans om Minsk te bereiken was hiermede verdwenen.

De toestand werd steeds hachelijker. Een besluit moest genomen.

Den 22en November ontving Oudinot dus last Borissow en de brug aldaar

te hernemen en, mocht deze laatste zijn vernield, dan hoogerop of

lager de rivier af een punt, b.v. het stadje Berezino ten zuiden van

Borissow te bezetten en hier over te gaan.

Krachtig aangegrepen, beducht, dat hij Napoleon zelf tegenover

zich heeft, en wetende, dat Kutusof nog veel te ver af is om hem

te ondersteunen,--bij Kopijss passeerde diens voorhoede dien dag

den Dnieper--wijkt Tschitchagow in wanorde terug, ontruimt Borissow,

vernielt de brug en laat zich door Oudinots bewegingen in de richting

van Berezino ten slotte verleiden diens bewegingen met zijn hoofdmacht

te volgen.

Tevens valt op het in duisternis gehulde pad der armee eensklaps een

lichtstraal! Door de cavaleriebrigade Corbineau, die de hoofdmacht

willende opzoeken, zich bij Glubokoje, aan den weg van Wilna naar

Witebsk, had afgescheiden van het korps van Wrede en die hiertoe den

rechteroever der Berezina was gevolgd, is bij Studianka een waadbare

plaats ontdekt! In allerijl begint Oudinot hier een brug te slaan.

De rivier zal worden gepasseerd bij Studianka, gelastte de Keizer

terstond na ontvangst dezer tijding.--Onder bevel van den generaal

der genie Eblé, bijgestaan door den chef van zijn staf, den kolonel

Chapelle, en den kolonel der artillerie Chapuis, op den voet gevolgd

door den edelen generaal Chasseloup [30] rukt het overschot der

pontonniers, circa vierhonderd man, benevens enkele sappeurs naar

de aangewezen plaats om het werk van Oudinot te voltooien. Van

het pontonmaterieel, dat de Keizer bij Orscha had doen vernielen,

had Eblé zes voorraadwagens met gereedschap, spijkers, klampen,

kortom het noodige voor den bouw van twee schraagbruggen, benevens

twee veldsmidsen, alle voertuigen goed bespannen, en twee karren

met steenkolen weten te redden. De huizen van Studianka zouden het

noodige hout leveren.

In den namiddag van den 25en kwam dit detachement ter plaatse aan. Een

compagnie was bij Borissow achtergelaten om den vijand te misleiden.

Wel had Napoleon in zijn ongeduld verlangd, dat de bruggen reeds den

25en zouden gereed zijn, doch hieraan kon niet worden voldaan. Zelfs om

in den avond van den 26en klaar te wezen, zouden de mannen van Eblé,

die reeds twee dagen en twee nachten bijna onafgebroken op marsch

waren geweest, midden tusschen de ijsschotsen tot aan de borst in 't

water staande, zonder ander voedsel dan een stuk gekookt vleesch, den

ganschen nacht en den volgenden dag moeten doorwerken. Zij wisten dit,

die eenvoudige, in de massa verloren helden, wier namen de geschiedenis

eveneens, ten minste voor een deel, heeft bewaard. Eblé had het hun

gezegd. Van hun volharding, van hun zelfopoffering hing het lot des

legers af.--Opgeofferd hebben zij zich! Eblé is te Koningsbergen van

uitputting gestorven. Van zijn dapperen hebben er geen twaalf hun

vaderland wedergezien.

Twee bruggen zouden worden geslagen, circa tweehonderd meter van

elkander, de rechter voor de ruiters en de voetgangers, de andere

voor de voertuigen.--Honderd pontonniers gingen tegelijk te water om

de schragen in den slijkerigen bodem vast te zetten. Hoewel het weer

sterk begon te vriezen, het water zich op hun armen, beenen en borst

als ijskorsten vastzette en hun hevige pijn veroorzaakte, bleven zij

onverdroten aan het werk. De rivier was op dat punt circa 100 meter

breed; met drie en twintig schragen per brug,--voor meer ontbraken

de hulpmiddelen--meende men deze voldoende stevigheid te kunnen geven.

Napoleon was zelf bij het werk tegenwoordig.--"'t Duurt lang, heel

lang!" moest Eblé een paar maal van hem hooren. Met een zwijgend

gebaar wees deze dan naar zijn mannen, die, tot aan de borst in

't water werkten als paarden, zonder dat er ook zelfs maar een slok

brandewijn aanwezig was om hen te verkwikken.--Dan volgde er een zacht:

"Sire, u ziet, dat wij doen wat wij kunnen."--"'t Is wel! Dank u."--De

Keizer keerde terug naar den stapel planken, waarop hij een tijd lang

had gezeten.--Om één uur was de brug voor de voetgangers eindelijk

voltooid; de overtocht kon beginnen. De kurassiers van Doumerc

openden den trein, dan kwamen drie Zwitsersche regimenten. De enkele

kozakken-posten, die zij aantroffen, werden over de kling gejaagd

of verstrooid, op ernstigen tegenstand werd aanvankelijk nergens

gestooten. Blijkbaar was Tschitchagow bedrogen geworden door al die

schijnbewegingen in de richting van Berezino (zuid).

Onafgebroken werd de overtocht voortgezet. Wel kwam Oudinot in gevecht

met een divisie, welke op haar schreden was teruggekeerd, doch deze

werd teruggedreven. Zembin en de lange bruggen door het moeras aldaar

werden daarna bezet. De terugtocht was hiermede voorloopig verzekerd,

zoodra een batterij van veertig vuurmonden bij Studianka de positie

nog kwam versterken.

Om vier uur was ook de andere brug gereed. De zwakke constructie,

het gebrekkige materieel, de slappe bodem en de geweldige vrachten,

die ze te torsen kreeg, waren echter oorzaak, dat ze in de volgende

dagen bij herhaling onbruikbaar werd; dat stukken er van met schragen,

voertuigen en al door het water werden verzwolgen, en dat Eblé's

pontonniers telkens uit hun welverdienden slaap opgewekt moesten

worden, om weder in het ijskoude water af te dalen en de schade

te herstellen.

Weerzinwekkend zijn de tooneelen, bij Studianka aan de oevers van

die op de meeste plaatsen nog geen vier of vijf voet diepe rivier

afgespeeld. Duizenden menschen, mannen, vrouwen en kinderen, zijn

daar gevallen onder de kogels der Russen, jammerlijk omgekomen

tusschen de ijsschotsen of door het water medegesleurd. Toch had

een groot deel dier ongelukkigen gered kunnen worden, wanneer de

generale staf beter zijn plicht had begrepen en de circa 40.000

achterblijvers en maraudeurs met geweld gedwongen had de bruggen over

te gaan en--wanneer die schepsels hiertoe zelven hadden medegewerkt;

want de rechterbrug is in den nacht van den 27en op den 28en November

en ook gedurende een deel van den vorigen nacht uren lang ongebruikt

gebleven, terwijl geen honderd pas van daar bij helderen maneschijn

duizenden weerlooze, ongewapende menschen, door de schuren en het stroo

van Studianka aangelokt, aan het bivakvuur hun lapje paardenbiefstuk

zaten te braden, alsof er van de aanwezigheid van een Wittgenstein,

een Platof en een Kutusof tot op uren in 't ronde geen sprake zelfs

was. Hardnekkig weigerden ze op te staan en het vuur te verlaten.

Den 26en en den 27en, zelfs nog in den vroegen ochtend van den 28en

kon de overtocht ongestoord plaats hebben. Geen vijand vertoonde

zich. Oudinot had den rechteroever tot ter hoogte van Borissow

bezet.--Met de divisie Partouneaux in deze stad zelve, de rest

van zijn korps, nog circa 10.000 man sterk, bij Studianka met den

linkervleugel geleund aan een dicht bosch en met een terrein voor

zich, dat zich uitstekend leende voor de tirailleurtaktiek zijner

infanterie, stond Victor nog op den linkeroever. Eugène, Junot en de

Polen waren met het rampzalige overschot hunner korpsen reeds op weg

naar Zembin. Napoleon zelf was eerst den 27en met de garde de rivier

gepasseerd. In Studianka had hij nachtkwartier gehouden.

Bij zijn aanval op Oudinot had Tschitchagow zijn bagagetrein terstond

laten volgen, doch had die in den steek moeten laten. Meer dan

duizend bespannen wagens met levensmiddelen en uitrustingstukken

van allerlei aard waren zoodoende in handen van Oudinots cavalerie

gevallen. Reusachtig was de hoeveelheid ham, worst, gerookt vleesch,

scheepsbeschuit, die werd gevonden. En dan die duizenden paren

schoenen!

Verscheiden soldaten hebben zich toen voor vijf en twintig dagen van

voedsel voorzien. Dit laatste en het nieuwe schoeisel hebben menigen

krijgsman, die nog slechts een paar lappen linnen tot voetbedekking

had, het leven gered. De Fransche armee zal dien admiraal bovendien

ten eeuwigen dage erkentelijk moeten blijven, want hij is de man

geweest, die haar den uitweg naar Zembin openliet, toen hij bij den

afmarsch naar het zuiden verzuimde de bruggen door het moeras aldaar

te vernielen.

Dit verzuim heeft hij zeker willen herstellen toen hij, door zijn

spionnen verwittigd, dat de Fransche armee, in tweeën gescheiden door

de Berezina, een stelling bij dit plaatsje had ingenomen, den 28en

ten aanval oprukte. Door de Russische opperbevelhebbers was namelijk

besloten, dat zij die armee gezamenlijk zouden aangrijpen en in de

Berezina werpen.

Terwijl Wittgenstein, uit het noordoosten komende, de divisie

Partouneaux dus aanvalt en grootendeels gevangen maakt,--slechts één

bataljon ontkwam--terwijl Kutusof Victor in front en flank aanvalt

maar geen succes kan behalen, omdat dit Fransche korps nog weinig heeft

geleden en het terrein zijn tactiek begunstigt, stort Tschitchagow zich

op Oudinot en Ney, die op den rechteroever staan.--Succes behaalt hij

echter niet. Hoewel de patronenvoorraad gering is, en de bajonet dus

herhaalde malen dienst moet doen; hoewel het meerendeel den vorigen

dag niet heeft te eten gehad, vechten de Fransche en Zwitsersche

regimenten als duivels en behouden overal hun stellingen, terwijl de

kurassiers van Doumerc, telkens wanneer zij de kans hiertoe schoon

zien, de Russische carré's uiteenslaan en onder den voet rijden en

dan den geduchten pallas een doodend woord doen meespreken.

Den ganschen dag te paard, nu eens op den linker-, dan weder op den

rechteroever, is de Keizer overal de leven en bezieling schenkende

kracht.

Over de bruggen stroomde intusschen onafgebroken een dichte drom

weerlooze menschen. Van den hoofdweg afgebogen en twee zijwegen

volgende, hadden zij reeds vroeger instinctmatig een soort van

marschcolonne gevormd, die niemand dorst verlaten. Thans bij de

bruggen, hopende, dat aan hun ellende een einde zou komen, verlieten

velen deze colonne, liepen zijwaarts af naar de rivier, denkende hun

lotgenooten vóór te zijn, kwamen zoodoende plotseling voor het kruiende

water, zagen hier den dood voor oogen en trachtten hun vroegere plaats

te herkrijgen. Wee dan de zwakkeren!

Eerst laat in den avond kwam een einde aan het woedende gevecht,

dat herhaalde malen in een gruwelijk handgemeen was ontaard. Op alle

punten geslagen, ja, half vernietigd gingen de Russen terug. Om negen

uur begon Victor den afmarsch over de bruggen, nadat zijn soldaten

zich met geweld een baan hadden moeten breken door de gillende,

jammerende menschenmassa, die zich, met voertuigen en losse paarden

bont dooreen aan de toegangen verdrong en die den kostbaren tijd den

vorigen dag had laten verloren gaan.

Om één uur in den nacht had de laatste afdeeling van Victor de

overzijde bereikt. Slechts eenige duizenden achterblijvers bevonden

zich toen nog op den linkeroever; den volgenden morgen om half negen

deed Eblé, die uit medelijden met al die rampzaligen met de uitvoering

van 's Keizers bevel zoolang doenlijk had gewacht, de bruggen in

brand steken. Een uur later bestonden ze niet meer.--Toen kwamen de

kozakken met hun ijzingwekkend hoera.

Op dezelfde wijze deed de Keizer handelen met de bruggen bij Zembin;

doch de vorst viel weder in en maakte al zijn pogingen om zich de

kozakken hierdoor van het lijf te houden doelloos. Zij naderden thans

over het ijs.

De Berezina over, kwam het Fransche leger zoo goed als volslagen tot

oplossing. Binnen drie dagen slonk zijn effectief aan strijdbare mannen

weg tot beneden de negen duizend. Ney voerde weder de achterhoede aan.

Duidelijk zag Napoleon den toestand in.--"Het leger is talrijk maar

ontzettend uit zijn verband," schreef hij den 29en aan den hertog

van Bassano te Wilna. "Veertien dagen zijn er noodig om het weder

onder de vanen te verzamelen. De koude en de ontberingen zijn van

dit alles de oorzaak. Wij komen naar Wilna. Zullen wij ons daar

kunnen staande houden? Levensmiddelen en nogmaals levensmiddelen

zijn vóór alles noodig; zonder deze zijn er geen gruweldaden, tot

welke deze bandelooze massa zich tegenover de stad niet zal laten

vervoeren. Misschien zal het leger zich eerst achter den Niemen

kunnen verzamelen. Onder deze omstandigheden is het mogelijk, dat

ik mijn tegenwoordigheid te Parijs voor Frankrijk, voor het rijk,

zelfs voor het leger noodzakelijk begin te achten."

Den 5en December handelde hij in dezen zin. Eigenhandig schreef hij te

Smorgoni het bulletin, waarin hij van het leger afscheid nam en het

commando opdroeg aan Murat; toen riep hij zijn maarschalken samen,

toonde zich schijnbaar kalm, deed Eugène het bulletin voorlezen,

besteeg met de Caulaincourt, Duroc, Lefebvre-Desnouettes en graaf

Lobau een rijtuig, deed Rustan plaats nemen op den bok, reed den weg

op naar Wilna, passeerde onder den naam van de Caulaincourt geheel

Duitschland en kwam in den laten avond van den 18en December aan de

Tuilerieën in zulk een armoedige equipage, dat de schildwacht, die

hem in zijn bonten jas niet dadelijk herkende, aanvankelijk bezwaar

maakte hem te laten doorrijden.

Een reusachtig, hartverscheurend drama vormde de terugtocht van het

Groote Leger over Wilna naar den Niemen. Aan honderden, die door 's

Keizers tegenwoordigheid tot nog toe zedelijk waren geschraagd, ontzonk

thans eensklaps de moed. Velen vervloekten hem. Anderen keurden zijn

handelwijze volkomen goed. Het leger redden stond niet meer in zijn

macht, het was gedoemd onder te gaan, en bij een veldheer en een vorst

behoorde het belang van den staat te gaan boven het sentiment. Wat zou

er van Frankrijk zijn geworden, als hij, bij zijn troepen blijvende,

viel onder den lanssteek van een kozak of bezweek onder de koude?

Want fel koud was het opnieuw geworden, zoo fel, dat de adem als

een kolom stoom mond en neusgaten verliet en terstond in ijskorrels

overging, die als fijne hagel neervielen. De paarden moesten bij

herhaling stilhouden, om ze te bevrijden van de zware ijskorst, die

teugels en neusgaten telkens opnieuw overdekten. Te Wilna teekende

de thermometer van dokter Larrey 28° vorst.

Van de meeste geweerdragenden bevroren de uiterste ledematen. Over

allen lag zulk een sluier van neerslachtigheid en verdooving, dat

velen elkander zelfs niet meer herkenden.

Onverklaarbaar is het dus, dat o. a. de gansche divisie Loison,

circa 10.000 man jonge soldaten, aan de warme kazerne gewoon, uit

Wilna niettemin op marsch was gezonden in de richting van Smorgoni,

het Groote Leger te hulp. Wat een doorzicht en een gezond verstand bij

hem, die het bevel hiertoe gaf!--Binnen enkele dagen hadden de bivaks

in de open lucht en de groote ontberingen die gansche divisie benevens

de aan haar toegevoegde Napolitaansche cavalerie doen wegsmelten als

sneeuw voor de zon. Hiermede verdween de laatste kern van bruikbare

soldaten uit Wilna.

Laten we een dichten sluier werpen over de gruweltooneelen, hier

voorgevallen, toen die uitgehongerde, van ellende en gebrek half

waanzinnig geworden menschen voedsel verlangden, dat daar volop in

de magazijnen aanwezig was. Zij werden afgewezen, omdat zij niet

meer tot een korps behoorden en dus niet van gewaarmerkte bons waren

voorzien. Maret en van Hogendorp hadden de stad verlaten; bevelen

waren niet gegeven, op de administratieve bureaux hebben alleen de

voorschriften kracht van wet, is het sentiment zelfs in uiterste

gevallen daar slechts een holle klank.

Zoodoende zijn te Wilna duizenden gewonden en zieken,--en ziek waren

bijna allen--omgekomen van gebrek naast magazijnen vol levensmiddelen

en kleedingstukken. Eenige dagen later zouden deze een welkome buit

worden voor de eveneens half verhongerde kozakken van Platof, die

vóór Tschitchagows geregelde troepen uit, reeds den 10en December

als een zwerm gieren om de stad begonnen te zwerven.

Wilna geplunderd, werd de tocht naar den Niemen door al wat nog

kracht en energie bezat voortgezet. Zoo bereikte Murat den 11en 's

nachts Kowno. Ney volgde met 1500 man. Van hier schreef Berthier aan

den Keizer:

"Ik moet Uwe Majesteit mededeelen, dat de gansche armee totaal is

opgelost. Zelfs uw garde telt geen 500 man meer. De generaals, de

officieren hebben alles verloren wat zij bezaten; van bijna allen zijn

lichaamsdeelen bevroren. De straten zijn met lijken bedekt; de huizen

liggen vol. De armee vormt nog slechts één colonne van verscheiden

uren lengte, die 's morgens opbreekt en 's avonds ordeloos neervalt."

Den 19en December bereikte Murat Koningsbergen met nog geen 400 man

der oude garde en geen 600 ruiters gevolgd door eenige duizenden

achterblijvers.--Aan den Niemen, aan de grenzen van Pruisen had

Tschitchagow de vervolging tijdelijk gestaakt; ook zijn leger was

zoo goed als vernietigd. Wittgenstein rukte Macdonald achterna in de

richting van Koningsbergen.

Hier ontving Murat den 1en Januari 1813 de tijding, dat de Pruisische

generaal Yorck, onderbevelhebber van Macdonald, verraad had gepleegd,

zich zoogenaamd door de Russen had laten omsingelen en toen met hen

bij Tauroggen een verdrag gesloten had. Van zijn standpunt als Pruis,

die, met haat tegen Napoleon vervuld, dezen slechts met weerzin had

gediend, was deze daad verklaarbaar. Zijn koning, zeer verlegen met de

zaak en bevreesd voor de gevolgen, ontnam hem tijdelijk zijn commando

en stelde hem in staat van beschuldiging, maar Pruisen juichte luid.

In diezelfde dagen trof Schwartzenberg met Sacken ook een overeenkomst

en keerde met zijn korps naar Oostenrijk terug. Een en ander

was oorzaak, dat Murat, voor zijn eigen kroon bezorgd geworden,

onbekwaam voor de hem opgedragen, inderdaad zeer moeilijke taak,

retireerde naar Posen, het commando den 16en overdroeg aan Eugène,

afreisde naar Italië en... met Oostenrijk onderhandelingen aanknoopte.

Bij al de ellende, welke de veldtocht van Rusland had gebracht,

kwam voor den Keizer nog het verdriet, dat zijn familieleden hem

hadden bezorgd. In 't begin zagen we, had hij Jérome naar Westfalen

moeten terugzenden, uit louter onbekwaamheid en thans ging zijn

zwager Murat naar Napels terug; duidelijk was het nu, dat hij den

weg van 't verraad opging. Alleen Eugène had wederom zijn plicht

gedaan en later over 1812 sprekende kon Napoleon terecht verklaren:

"Wij hebben allen fouten begaan, alleen Eugène niet."

Napoleon(#27883) · 第 41 / 49 题