HOOFDSTUK XXIII.

Bij Borodino. In Moskou.

In weerwil van een zware verkoudheid, welke hem het spreken

bijna belette, zat Napoleon nog vóór half drie in den zadel om de

vijandelijke stelling te verkennen. Den vorigen dag had hij het

portret van zijn zoon ontvangen en dit, om ook zijn soldaten in de

vreugde over dit geschenk van zijn vrouw te doen deelen, tegen den

buitenwand zijner tent doen ophangen zoodat allen het konden komen

bezichtigen. De geestdrift zijner mannen was hierdoor sterk toegenomen,

het vooruitzicht eindelijk eens te kunnen afrekenen met dien gehaten,

naar wodka riekenden vijand, die ze nog nooit hadden kunnen vastkrijgen

en alleen door roof en brandstichting van zijn tegenwoordigheid had

doen blijken, deed het overige!

Een salvo uit wel honderd stukken geschut zou het sein wezen tot

den aanval. Tegelijkertijd zou Poniatowski tegen den linkervleugel

oprukken en een deel van het korps Davoust tegen het centrum.

't Is bijna zes uur. De dichte, natte nevel, die over het terrein

ligt, begint op te trekken. De zon breekt door. Zal 't die van

Austerlitz wezen?

Napoleon gaat zitten op het buitentalud van een der veroverde schansen,

eerst om drie uur in den namiddag zal hij die plaats verlaten.

Achter hem, gedekt door een veldwerk en een terreinplooi, staat

de garde, zooals altoos op dagen van gevecht, in groot tenue. Die

grognards, die reeds grijzende veteranen wachten uren lang, scherp

lettende op al 't geen op de heuvels vóór hen plaats grijpt. Wanneer

zal 't hun beurt worden? Daar dreunt het eerste salvo uit het kanon,

doch voor hen geldt dit sein van den aanval nog niet.--Op dezen

bloedigen dag zal de garde de beslissing niet brengen. Het commando

"Voorwaarts!" zal voor haar niet weerklinken om met een "Vive l'

Empereur" te worden beantwoord. Meer nog dan vroeger zal zij daar,

bij Borodino weder den naam verdienen van de "Onsterfelijke," door de

kameraden van de linieregimenten haar wel eens gekscherend gegeven,

omdat zij zelden meer in 't vuur werd gebracht, en de Keizer haar

alleen bezigde in uiterste gevallen.--Trillende van krijgsvuur,

het gelaat van enkelen door zenuwachtig ongeduld hoogrood gekleurd,

moeten die mannen werkeloos toezien, terwijl de divisiën van Davoust

en van Ney gindsche schansen vóór hen eerst nemen, dan door een

tegenstoot onder gruwelijke verliezen worden teruggeworpen; zij

moeten zien, dat ook de krijgers van Eugène tevergeefs stormloopen

op het reuzenbolwerk van Gorki, dat geduchte telkens in vuur gehulde

centrum des vijands. Een dreunend "Hoera!" ontsnapt aan hun stijf

opeengeperste lippen, als Montbruns ruiters eindelijk, in razenden

galop gansche afdeelingen infanterie onder den voet rijdende, het

ongehoord stoute stuk bedrijven, langs de keel die schans binnenjagen

en, eenmaal daar, onder een ontzettend handgemeen de artilleristen

op hun eigen stukken beginnen neer te houwen.

Wel sneuvelt hierbij Montbrun zelf; wel slaat een drom van Russische

escadrons zijn koene cavalerie onder zware verliezen de schans

weder uit, maar de soldaten van Eugène hebben van de hun geschonken

kans dapper partij getrokken en de groote schans omsingeld. Om drie

uur valt ze in hun handen. Een groot lijkenveld is ze; de dooden en

stervenden liggen hier en daar tot een halve manshoogte opgestapeld;

daartusschen gewonde paarden, in hun doodstrijd hun eigen meesters

de hersenen uit het hoofd slaande.

Op den linkervleugel blijft het pleit lang onbeslist. Toch treedt de

garde niet op.--"Waarmede zou ik moeten kampen, als ik morgen werd

aangevallen," moet Napoleon geantwoord hebben op een verzoek, om de

beslissing door de garde te doen geven. 't Is bijna niet te gelooven.

Om vier uur steeg de Keizer te paard, reed naar het terrein, waarop

Ney en Murat nog altoos streden, en keerde eerst tegen zeven uur

terug.--"Anders dan gewoonlijk, was zijn gelaat hoogrood gekleurd,

zijn haar in wanorde, hij zelf blijkbaar vermoeid," schreef de Bausset,

die het portret uit Parijs had overgebracht.

Na drieën waren beide partijen zoo uitgeput, dat het tot groote

aanvallen niet meer kwam; de slag verliep in een gruwelijke, doellooze

kanonnade, die wel gansche rijen krijgers, op een beperkte ruimte

opeengehoopt, met één schot neervelde, en een der oorzaken is geweest

van den ondergang der Fransche cavalerie op dien dag,--noodeloos bleef

ze, urenlang aan het vijandelijke vuur blootgesteld;--en die eerst

met het invallen van het duister een einde nam, doch geen beslissing

bracht. Meer dan 28.000 doode en gekwetste Franschen, meer dan 40.000

Russische gevallenen bedekten toen het slagveld.

Evenals bij Smolensk had de Keizer ook hier bijna alleen in front

aangevallen. Had hij ginds verzuimd een deel zijner macht den Dnieper

te doen doorwaden om Bagration af te snijden van Moskou, hier had hij

voor Poniatowski's omvattende beweging een te zwakke macht gebezigd;

een defensieve flank van enkele Russische regimenten had aan deze

beweging van den Poolschen prins weldra paal en perk gesteld.

De strijd bleef dus onbeslist. Kutusof bivakkeerde op het slagveld en

ging den volgenden morgen, gedekt door een sterke achterhoede, terug

op Moshaisk. Murat volgde hem met het overschot der cavalerie.--De

Keizer bleef dien dag nog bij Schiwardino.--"Hij scheen doodaf van

vermoeienis. Van tijd tot tijd klemde hij de handen krampachtig om de

knieën en hoorde ik hem steunend: "Moskou! Moskou!" zeggen, verhaalt

zijn kamerdienaar Constant.

Langzaam bleef Kutusof teruggaan, trok den 14en 's morgens door Moskou

en sloeg den weg in naar Kolomna. De hoofdstad zou niet verdedigd,

maar den vijand prijsgegeven worden!

Dit besluit had ten gevolge, dat duizenden inwoners haar in allerijl

verlieten. In de voorsteden begonnen reeds rookzuilen op te stijgen.

Langzaam volgde Napoleon zijn vijand, gaf Berthier bevel om al

de nog ver achterstaande infanterie en cavalerie naar Smolensk te

dirigeeren o. a. ook maarschalk Victor, die aanvankelijk te Berlijn

was achtergebleven, doch reeds den 4en September den Niemen eveneens

gepasseerd was. Te Smolensk zou hij de kern eener legerreserve vormen

en zoo naar Moskou rukken.

Inmiddels had Rusland reeds weken te voren met Turkije vrede gesloten;

de hierdoor vrij gekomen troepen onder den admiraal Tschitchagow waren

in de richting van Brest op marsch; den 20en September stonden hier

64.000 man. Voor het Fransche hoofdleger begon dus ernstig gevaar te

dreigen in zijn rug. Of Schwartzenburg en Reynier sterk genoeg zouden

zijn hieraan het hoofd te bieden?

In den avond van den 14en September verlieten de laatste Russische

afdeelingen Moskou. Om een doelloos gevecht te vermijden was haar

commandant met Sebastiani, die de Fransche voorhoede tijdelijk

aanvoerde, overeengekomen, dat de ontruiming ongestoord zou plaats

hebben en dat de Franschen eerst twee uur hierna van de stad bezit

zouden nemen.

Vreugde en zelfvoldoening stonden op Napoleons gelaat te lezen,

toen hij, staande op een heuveltop, de reuzenstad aan zijn voeten zag

liggen. Terwijl zijn korpscommandanten in de omstreken een kantonnement

of bivak betrokken, Poniatowski b.v. ten zuiden, Davoust en Ney

ten westen er van,--Junot was te Moshaisk achtergebleven--zocht de

garde haar weg naar het Kremlin, het eeuwenoude paleis der Czaren,

een vesting op zichzelve; de Keizer koos zijn nachtkwartier in een

der uiterste huizen van de voorstad Dorogomilow.

Op verschillende plaatsen in de stad brandde het toen reeds. Den

volgenden morgen vroeg reed de Keizer naar het Kremlin. Geen

plaatselijke autoriteiten heetten hem welkom of kwamen hem in

ootmoedige houding de sleutels der stad aanbieden. De stad scheen

uitgestorven; maar het aantal branden door bandieten en dergelijk

gespuis aangestoken, nam gestadig toe, en de meerendeels houten huizen

schonken het vuur rijkelijk voedsel. De in stilte op verschillende

punten, in magazijnen en winkels opgestapelde lichtbrandbare stoffen

en vaten met sterken drank deden het vuur weldra een ontzettenden

omvang krijgen, zelfs het Kremlin begon gevaar te loopen. Reeds den

16en lag negen tiende der stad in asch. Napoleon was verplicht zijn

verblijf te verlaten en buiten de stad op 't kasteel Petrowski een

nieuw onderkomen te zoeken.

Eerst den 18en, toen het vuur grootendeels door gebrek aan voedsel

was uitgedoofd, honderden kerels en ontvluchte gevangenen, verdacht

van brandstichting, waren opgeknoopt of doodgeschoten en hier en

daar vaak nog slechts één enkel gespaard gebleven huis de richting

aangaf, waarin eenmaal een lange straat had geloopen, keerde hij naar

't Kremlin terug.

Dat de brand opzettelijk was aangestoken, leed geen twijfel. Beter

dan Kutusof had graaf Rostopchin, Moskou's gouverneur, zijn eed

gehouden. Geen Moskou, een vlammenzee zouden de Franschen vinden, had

hij gezworen; zelf had hij een fakkel geworpen in het slaapvertrek

van 't paleis, dat hij met zijn huisgezin jaren lang had bewoond en

ontslagen gevangenen had hij tot zijn handlangers gemaakt. Zoover had

zijn haat tegen Frankrijk den oud-Russischen edelman vervoerd!--Voor

deze gewelddaad heeft de natie zich echter niet dankbaar betoond,

integendeel. Door den Keizer verbannen, door zijn landgenooten veracht

en verfoeid, is hij jaren later te Parijs in vergetelheid gestorven,

nadat hij zijn goed recht tot die daad tevergeefs had trachten te

bewijzen.

In en om Moskou begon de Fransche hoofdmacht, die na den slag bij

Borodino,--door Napoleon slag aan de Moskowa geheeten--tot 95.000

krijgers in 't gelid was weggesmolten, thans een weinig op haar

verhaal te komen. In bijna alle paleizen en groote huizen, die aan het

vuur weerstand hadden geboden, werden vaak zeer kunstig verborgen,

voorraden meel, wijn, en specerijen gevonden. Goed beheerd, waren

de levensmiddelen zeker meer dan voldoende geweest om zelfs een

leger zoo groot als het Fransche voor een half jaar en langer van

alles te voorzien;--zoo rekenden Daru, de kwartiermeester-generaal,

en Larrey, de chef van den geneeskundigen dienst ten minste. Doch

de roekeloosheid, waarmede met alles werd omgesprongen, was oorzaak,

dat er voor millioenen waarde verloren ging. Stelselmatig werden de

huizen uitgeplunderd; enkele soldaten maakten zelfs gemeene zaak met

het gespuis, dat den brand had helpen verspreiden. Gedost in prachtige

pelzen zelfs in damesmantels van dons en hermelijn kon men de mannen

de eerste dagen langs de straten zien dolen. Een wacht van grenadiers

der garde aan 't Kremlin vond men in 't bezit van een reusachtige

vaas met confituren en van een stapel flesschen wijn. De commandant,

een oude snorbaard, stond met een potlepel naast die vaas en noodigde

ieder, die zijn post passeerde, uit van zijn confituren te proeven

en een flesch te ledigen op het behaalde succes; zelfs officieren

werden door de opgewonden, door langdurige ellende half verstompte

mannen niet verschoond.

Hoe groot het bedrag is in die dagen aan goud, juweelen

en kostbaarheden te Moskou geroofd, is niet te bepalen, maar

reusachtig. Toch is geen duizendste deel ervan over de grenzen gekomen;

bijna alles is in Rusland gebleven, onder de sneeuw en het ijs der

wegen, verzwolgen door de diepe rivieren, die op den terugmarsch

moesten worden gepasseerd, geroofd door de kozakken, die op hun ruige

paardjes voortdurend als een vlucht hongerige gieren om de troepen

zwierven en meedoogenloos iederen soldaat afmaakten, die het waagde

zijn troep te verlaten of door uitputting neerviel.

Aan dien staat van bandeloosheid en tuchteloosheid te Moskou

werd echter weldra een einde gemaakt. Orde en discipline keerden

terug. Reusachtige voorraden wijn en levensmiddelen van allerlei

aard, meel en pekelvleesch werden door de zorg der administratie en

de korpscommandanten in 't Kremlin of in magazijnen bijeengebracht;

ook in het onderhoud der troepen werd ruimschoots voorzien. Om Europa

den indruk te geven, dat in Rusland alles naar wensch ging, schonk

Napoleon aan een te Moskou achtergebleven troep Fransche comedianten

zelfs verlof voorstellingen te geven. De troep maakte goede zaken;

de comedie werd door de soldaten druk bezocht.

De Keizer zelf kwam er geen enkele maal. In zijn hoofdkwartier, het

Kremlin opgesloten, was zijn geest vervuld met andere dingen dan met

gedachten aan vermaak of ontspanning. Zelfs bij Eylau en bij Essling

had zijn vertrouwen op zijn gelukster hem niet begeven. Thans begon

hij in te zien, dat deze veldtocht mogelijk zou eindigen in een ramp.

Reeds wist hij, dat hij de kracht van zijn strategisch kunnen had

uitgeput; dat hij evenals in 1797 in de Alpen bij Leoben tegenover

aartshertog Karel, en in 1805 vóór Austerlitz een grens had bereikt,

die niet kon worden overschreden zonder gevaar voor vernietiging;

dat hij niet bij machte was verder in Rusland door te dringen

of tegen St. Petersburg op te rukken, omdat zijn leger hiertoe

te veel had geleden. Toch ontwierp hij een plan in dien zin, want

hij was aanvankelijk nog te koppig om met zijn onderbevelhebbers te

beraadslagen, doch het werd door deze kort en bondig afgekeurd.--Vrede

sluiten, in elk geval teruggaan naar Smolensk, liefst naar Wilna

of Minsk, was in hun oog het eenige middel van behoud, want uit

St. Petersburg kwam taal nog teeken, dat wees op eenig streven naar

toenadering.

Dat de Keizer dus met beide handen een gelegenheid aangreep, om

met den Czaar, al was 't maar zijdelings, in betrekking te komen is

verklaarbaar. Generaal Toutelmine, een eerwaardig grijsaard, gouverneur

van het onder bescherming der keizerin staande vondelingshuis bood zich

hiertoe aan. Verontwaardigd over Rostopchins schanddaad, erkentelijk

voor de wijze, waarop men hem en zijn pleegkinderen had bejegend,

verzocht hij den Keizer aan zijn beschermvrouw kennis te mogen geven

van den toestand, waarin het gesticht verkeerde, en in zijn schrijven

te mogen mededeelen hoe innig ook Napoleon die daad verfoeide en hoe

gaarne hij een oplossing wenschte voor den tegenwoordigen toestand. Een

zekere von Jakowleff, een volbloed-Rus, die den brand van Moskou had

bijgewoond en van de ellende, door zijn landgenooten daar geleden,

was getuige geweest, belastte zich met een eigenhandig schrijven van

Napoleon aan Alexander. Hoffelijk doch hooghartig gesteld, was dit

echter weinig geschikt om den diep gekrenkten Czaar, die weder geheel

onder den invloed der oud-Russische partij was geraakt, welwillend

te stemmen.

Inmiddels verdubbelde Napoleon de zorg voor zijn troepen, en deed

ze, zooveel doenlijk in Moskou zelf onder dak brengen. Zelfs over

de duizenden rampzaligen, Russen en vreemdelingen, die tijdens den

brand in de stad waren gebleven en letterlijk aan alles gebrek leden,

ontfermde hij zich en verschafte hun levensmiddelen en een verblijf,

tot door Rusland in hun onderhoud zou worden voorzien. Voorts deed hij

uit de omstreken tegen contante betaling, zooveel mogelijk slachtvee

aanvoeren, en fourage voor de paarden, een hoofdvoorwaarde voor de

instandhouding der artillerie en haar bespanningen; nog bezat hij

600 vuurmonden.

Sluw als altoos, wist Kutusof den commandant der voorhoede inmiddels

te misleiden, want hij boog af met zijn macht naar 't zuiden in

de richting van Kaluga en het rijke achterland aldaar, had den 18en

September Podolsk bereikt; door vrijwilligers en recruten vermeerderde

zijn macht dagelijks. (In 't begin van October had hij weder ruim

110.000 man onder zijn bevelen.)

Lang bleef dit voor Napoleon niet verborgen. Reeds den 26en September

stonden Murat en Bessières, bij wie Poniatowski zich had aangesloten,

weder tegenover den vijand, om diens bewegingen waar te nemen en den

weg van Podolsk naar Moskou te dekken.

Dat een langer verblijf te Moskou onverbiddelijk moest leiden naar

den ondergang werd met den dag duidelijker.

Was de daar opgestapelde voorraad verbruikt, dan kon ze niet

worden vernieuwd. Over het leger legde zich een sluier van zorg

en vrees voor de toekomst. Alexander liet niets van zich hooren;

Caulaincourt had kortaf bedankt voor de eer hem persoonlijk te gaan

opzoeken. Sinds Tilsit waren de toestanden te veel veranderd; het

stond te bezien of de Czaar hem nu nog zoo voorkomend zou ontvangen

als voorheen. Ten einde raad en hiermede een geducht offer brengende

aan zijn eigenliefde, besloot Napoleon den 4en October Lauriston

naar Kutusofs hoofdkwartier te zenden en langs dezen weg toenadering

te zoeken, doch Kutusof bevreesd om evenals Barclay de Tolly van

verraad te worden beschuldigd,--reeds gingen er stemmen tegen hem op,

omdat hij niet aanviel--wilde hem aanvankelijk niet zelf ontvangen

doch zond hem zijn adjudant. Hierover gebelgd, keerde Lauriston naar

Murats hoofdkwartier terug.

Deze handelwijze van Kutusof deed bij een deel van zijn omgeving

echter de vrees ontstaan, dat de kans op vrede hierdoor voor goed was

weggenomen. Een ander deel, de oorlogspartij, begreep, dat het in haar

belang was de Franschen aan de praat te houden, omdat de toestand van

hen hierdoor met elken dag nog ongunstiger werd. Tusschen generaal

Bennigsen, een even sluwen als vermetelen Rus en Murat, kwam het nu

tot een onderhoud. IJdel en onvoorzichtig als altijd, praatte Murat

hierbij zijn neus voorbij en schonk den ander een veel dieperen blik

op den feitelijken toestand der Fransche armee dan voor deze gewenscht

was. Dit gaf Kutusof aanleiding Lauriston ten slotte toch te ontvangen

en te hooren wat hij te zeggen had.

Veel baatte dit niet. Kutusof gaf onomwonden te kennen, dat hij den

brand van Moskou uitsluitend toeschreef aan de vaderlandsliefde der

Moskovieten, die hun stad liever in vlammen zagen opgaan, dan dat

zij ze overgaven aan den vijand. Of er kans op vrede bestond kon

hij niet zeggen. Zelfs voor het sluiten van een wapenstilstand miste

hij de macht; alleen de Keizer had hierover te beslissen. Hij bood

Lauriston dus aan, prins Wolkonski met de voorstellen van Napoleon

naar St. Petersburg te zenden en het schermutselen tusschen de

voorposten te doen staken, tot er antwoord was gevolgd. Binnen een

dag of tien, twaalf kon dit worden te gemoet gezien.--De kozakken

zouden in hun bewegingen inmiddels vrij blijven; bij de Franschen

konden de fourageeringen worden voortgezet.

Hoewel Napoleon reeds wist, dat de pogingen tot tusschenkomst van

generaal Toutelmine en van den heer von Jakowleff zonder resultaat

waren gebleven; hoewel hij wist met welk een gillenden wraakkreet het

zien van den brand van Moskou door Kutusofs soldaten was beantwoord;

hoewel hij zich ook van den stap van Wolkonski bij Alexander weinig

succes voorstelde, meende hij dit voorstel niet van de hand te

mogen wijzen. Over tien dagen was het eerst half October; volgens de

verzekering van verscheiden volkomen betrouwbare personen begon het

nooit vóór half of voor einde November te vriezen. Reeds lang vóór

dien tijd kon hij dus op Smolensk zijn teruggegaan.

Na lang beraad had hij afgezien van een plan om, vereenigd met Victor,

die Smolensk had bereikt, en met Saint-Cyr, die nog bij Polotzk aan

de Duna stond, over Bjeloi en Welish naar St. Petersburg te rukken

en Alexander hier den vrede voor te schrijven. Zelf had hij gevoeld,

dat deze vermetele zet niet meer uitvoerbaar was. Zijn leger had te

veel geleden.

De macht, waarover hij in 't begin van October nog kon beschikken,

was in hoofdzaak opgesteld in een driehoek met Moskou, Riga en

Brest Litewsky als hoekpunten. Van Moskou naar den Niemen bedroeg de

afstand 115 mijlen [29]. In deze ruimte stonden: bij Moskou 95.000,

bij Moshaisk 5000, bij Smolensk 37.000, op den linkervleugel in de

lijn Dunaburg-Riga 25.000, bij Polotzk 17.000, op den rechtervleugel

bij Brest 34.000, te zamen dus 213.000 man.

Met een leger, dat de helft van zijn sterkte en een groot deel van zijn

gevechtswaarde had verloren;--Borodino had meer dan vijftig opper-

en hoofdofficieren gekost--met een leger, waarin reeds ontmoediging,

droefgeestigheid en angst voor de toekomst heerschten, dat bijna

geen gelegenheid had gehad door voedsel en rust weder eenigermate op

krachten te komen; en, dat om en bij Moskou nog maar vier duizend

ruiters in 't gelid telde, zou, werd er geen vrede gesloten, de

terugtocht dus aanvaard moeten worden. Het zou moeten marcheeren

langs grootendeels vernielde wegen door een landstreek, die reeds was

kaal gegeten, door totaal verwoeste dorpen en met een vijand naast en

voor en achter zich, die over een massa lichte cavalerie beschikte,

dorstte naar wraak en in het klimaat weldra een bondgenoot zou krijgen,

even mededoogenloos als geducht.

Wederom dringt de Keizer ons ontzag af, want ondanks het folterende

bewustzijn, dat hij alleen, tegen den raad van alle weldenkenden in,

zijn krijgers in dezen toestand heeft gebracht, dat hij alleen van

al 't gebeurde en van al 't geen er nog volgen kon de oorzaak is,

verraadt zijn wasbleek gelaat geen spoor van de aandoeningen, die

zijn ziel bestormen. Aan niemand vraagt hij raad; aan niet een zijner

getrouwen gunt hij een blik in zijn binnenste; tegenover niet één

hunner stort hij zijn gemoed uit of geeft hij lucht aan zijn trotsch

hart. Ook thans weder blijft hij in dit opzicht zich zelf.

Maar ook versaagt hij geen seconde. Alsof zijn hoofd en zijn lichaam

geen vermoeienis kennen, zet hij zich weder aan den arbeid om alles

te regelen en voor te bereiden voor den afmarsch en om den vijand

tegelijkertijd te misleiden omtrent zijn voornemens. Den 9en October

deelt hij den hertog van Bassano te Wilna de mogelijkheid mede, "dat

hij tegen November winterkwartieren betrekt tusschen den Dnieper en

de Duna, om zoodoende dichter bij zijn reserves te zijn, het leger

rust te gunnen en zich gemakkelijker met andere aangelegenheden te

kunnen bezig houden."--De zaken des rijks handelt hij nog geregeld

af. De koeriersdienst tusschen Moskou en Parijs stelt nog dagelijks

honderden personen en paarden in 't werk.

Murat ontving nu order Kutusofs kamp bij Tarutino nauwlettend te

bewaken, zijn troepen rust te gunnen en ze zoo goed mogelijk te

voeden. Uit de kelders van Moskou werden hiertoe levensmiddelen en

wijn afgezonden. De vorming van een korps van 15.000 man te Smolensk

werd bevolen hem in zuid-oostelijke richting te gemoet te gaan, als

hij den weg naar Kaluga, naar de welvarende, rijke provinciën van

't zuiden mocht inslaan, en dit zou dus voor zijn rechtervleugel

waken. Victor moest zich gereed houden tot uitrukken. Naar Moskou

moesten voorts al de van hun korps afgedwaalde soldaten worden

opgezonden, die zich te Wilna, Minsk, Witebsk of Smolensk hadden

aangemeld. Uit den wapenvoorraad van het Kremlin zouden die dan van

geweren worden voorzien en onder beveiliging van detachementen van

minstens 1500 goedgewapende infanteristen worden overgebracht. Des

nachts moest altoos in een carré worden gebivakkeerd, want Platofs

kozakken stroopten reeds tot onder de muren van Smolensk.

Dan bestemde hij Junot om voor het vervoer der gekwetsten te zorgen;

van den trein werden een paar honderd wagens en voertuigen,--te Moskou

waren er nog circa 1200--hiertoe tot diens beschikking gesteld. Voor

't geval hij besluiten mocht hier te overwinteren, want zelfs hierover

dacht hij, deed hij ten slotte het Kremlin in staat van verdediging

brengen, de wallen met vuurmonden bewapenen, patronen en kardoezen

aanmaken, aan ieder korps voor zes maanden vivres in de gedaante van

meel, brood, zout en pekelvleesch uitreiken en op uitgebreide schaal

tot op grooten afstand van de stad fourageeringen verrichten.--Toch

gebeurde het nog vaak genoeg, dat een paard dagen achtereen weinig meer

tusschen de kiezen kreeg dan het stroo van het dak eener boerenwoning.

Nog verder ging hij, want, om de boeren met hun groenten en hun vee

naar de stad te lokken, trachtte hij de geestelijkheid op zijn hand

te krijgen; hij noodigde deze uit de te Moskou gespaard gebleven

kerkgebouwen weder in gebruik te nemen en hier zelfs voor keizer

Alexander gebeden ten hemel te zenden.

Terwijl hij overdag dus alles deed om voor zijn leger een minder

ongunstigen toestand te scheppen en de achtergebleven inwoners der stad

te helpen, bezigde hij een deel van den nacht voor de administratieve

zaken, doch werd hierbij meermalen gestoord door een fellen lichtgloed

en door zware rookwolken, die telkens nog uit de smeulende puinhoopen

opstegen en opnieuw schrik en ontsteltenis onder de bevolking teweeg

brachten.

In dienzelfden tijd ongeveer wierp hij ook eenige denkbeelden op

't papier betreffende 't geen zou moeten geschieden, wanneer er uit

St. Petersburg geen voldoend antwoord kwam. Een tocht naar 't zuiden,

in de richting van Kaluga en Tula, dus naar een nog niet door den

oorlog geteisterd gewest, lachte hem het meeste toe. De zorg voor

levensmiddelen en fourage zou hierdoor heel wat verminderen. Later

kon de weg naar Smolensk dan niettemin ingeslagen en de tegenpartij

misleid worden.

Nog voordat hij het omtrent dit punt met zich zelf eens was geworden,

dwong Kutusof hem reeds tot handelen. Den 18en greep deze Murats

linkervleugel onverhoeds met overmacht aan en wierp hem met zwaar

verlies in noordelijke richting. Juist was Napoleon bezig inspectie te

houden over het korps van Ney, dat hij eveneens naar de stad had doen

komen, toen die mare hem bereikte. Terstond nam hij een besluit. Het

gansche leger ontving bevel zich den volgenden morgen buiten Moskou

aan den weg naar Kaluga te verzamelen.

In den vroegen morgen van den 19en stonden Eugène, Ney, de garde en

Davoust tot den afmarsch gereed. Napoleon verliet Moskou; met een

divisie der jonge garde bleef Mortier in het Kremlin.

Een allerzonderlingste karavaan van duizenden militaire voertuigen,

karretjes, droschkis, kalessen en andere middelen van transport,

volgepakt met gestolen of buitgemaakt goed, voor het meerendeel

bespannen met kleine Russische paardjes, volgde het leger. Nog

grilliger en bonter was de schaar van duizenden menschen, mannen,

vrouwen en kinderen, van allerlei landaard en herkomst, die

werktuigelijk hadden gehoorzaamd aan den dwang der noodzakelijkheid

en eveneens besloten hadden Moskou te verlaten. Duizenden Franschen,

ja, zelfs de Duitschers, die zich vóór de komst der troepen daar

bevonden, hadden uit vrees voor erger nog, als de Russen terugkeerden,

hun boeltje gepakt en togen nu mede met vrouw en kind.

Den 23en bereikte Napoleon het geheel verlaten stadje Borowsk. Vijf

en dertig dagen had hij te Moskou doorgebracht. Den 24en geraakte

Eugène bij Malo-Jaroslawetz slaags met een deel van Kutusofs armee en

behaalde op zijn halfverraste tegenpartij een bloedige overwinning,

die Kutusof deed besluiten in de richting van Kaluga te retireeren.

Met welk een vijand hij van nu af rekening zou moeten houden,

bleek Napoleon, toen hij, met Caulaincourt, Rapp en Berthier het

slagveld wilde gaan bezoeken, en zich eensklaps omsingeld zag door

een horde kozakken, die hij in de verte aanvankelijk voor Fransche

cavalerie had gehouden; zijn escadron van dienst werd uiteengeslagen

en een artilleriepark tijdelijk genomen. Eerst aan Bessières met de

garde-grenadiers te paard gelukte het dien onverhoedschen aanval,

die den Keizer de vrijheid, ja, zelfs het leven had kunnen kosten,

het droombeeld van Platof, af te slaan.--Tegelijkertijd had hij het

gevaar kunnen zien van een langen marsch met een leger, dat door zulk

een reusachtigen sleep voertuigen en ongewapende vluchtelingen werd

gevolgd. Het vraagstuk: Waarheen? Wat nu? kwam weder op het tapijt.

Ditmaal hoorde hij zijn omgeving en enkele korpscommandanten. Na een

ganschen dag beraad--den 25en--werd besloten alle verdere plannen

tot vervolging des vijands naar het zuiden op te geven. De hoofdmacht

zou over Moshaisk en Wiasma naar Smolensk marcheeren.

Heeft het eenparige advies van zijn staf Napoleon tot dit besluit

gebracht? Stond dit reeds in beginsel bij hem vast? Wie zal 't

zeggen?--Mogelijk heeft dat advies hem slechts in zijn besluit

gesterkt.

In den nacht van 22 en 23 September had ook Mortier het Kremlin

verlaten. Zijn pogingen om dit in de lucht te doen vliegen, waren

mislukt. Zelfs de grootste vereerders van den Keizer zullen deze op

zijn last verrichte daad van geweld nimmer kunnen goedpraten.

Terug! Terug naar Smolensk! was van nu af het wachtwoord.--Het weder

werkte aanvankelijk mede; nog was het overdag meestal zonnig en

zacht; alleen 's nachts was het merkbaar, dat het koude jaargetijde

naderde. Al 't geen er over het vroegtijdig invallen van den winter

in dat rampjaar als oorzaak van den ondergang van het Groote Leger is

geschreven, behoort dan ook thuis op 't gebied der fantasie. Terwijl

het te Moskou vaak reeds sneeuwde tegen het einde van October, bleef

het weder nu helder en mooi, en vroor het eerst den 27en October. Den

1en November daalde de thermometer echter tot 3° onder het vriespunt;

den 4en viel de eerste sneeuw. Tot dezen datum bleef het weder ook

meestal helder en was het niet bijzonder koud.--"Tot den 6en November

is het weder uitmuntend geweest," heeft Napoleon zelf gezegd in zijn

beruchte 29e bulletin.

Ook Kutusof was weder op marsch gegaan, doch niet naar Kaluga.

In den loop van den 27en vernam Napoleon van een gevangen genomen

Russisch officier, dat zijn tegenstander Smolensk tot doel had;

hij besloot dus met de garde spoed te maken en Kutusof ginds vóór te

zijn. De gekwetsten uit den slag bij Borodino, die in het uitgestrekte

klooster van Kolozkoje onder dak gebracht waren, moesten op voertuigen

geladen en medegenomen worden; hij zelf kwam dien avond nog te

Gshask. Per rijtuig of te voet maakte hij nu verder den terugtocht

mede. Gewapend met een stok, gehuld in een pels, met een bonten

muts op het hoofd, stapte hij, zonder een enkele maal om te zien,

dagelijks uren lang voort aan het hoofd zijner garde. Te paard kwam

hij niet meer. Langs het slagveld van Borodino voerde zijn weg. Een

huivering ging allen door de leden.

Te Wiasma (1 November) ontving Napoleon berichten over den

stand van zaken op de vleugels zijner armee. Gunstig waren die

niet.--Saint-Cyr had Polotzk moeten verlaten, omdat Wittgenstein

hem had aangegrepen. Uit Smolensk was Victor hem te hulp

gesneld. Schwartzenberg had moeten wijken voor het opdringen van

Tschitchagow; deze had Brest thans bezet.

Dewijl Napoleon vond, dat Davoust, die de achterhoede aanvoerde,

niet snel genoeg vooruitkwam, te veel schermutselde met de kozakken

en hierdoor ook de andere korpsen ophield, werd Ney met dat commando

belast; hij zou te Wiasma blijven, tot al de andere korpsen hem waren

voorbijgemarcheerd. Met het oog op de herhaalde aanvallen van de

kozakkenhorden, die nacht en dag om de troepen zwierven en van elke

gelegenheid gebruik maakten om hun slag te slaan, beval Napoleon,

dat in gesloten carré's zou worden gemarcheerd met de bagage in het

midden, de troep op zooveel gelederen, als de breedte van den weg

toeliet. Een half bataljon vormde de achterflank; gansche bataljons

in gesloten gelederen vormden flanken, zoodat er bij 't halthouden

terstond naar alle zijden vuur kon worden gegeven,--want o! die

kozakken met hun schor hoera, waren zulke geduchte vijanden, niet

tegenover een gesloten troep, voor deze weken ze spoedig genoeg uit,

maar voor de alleen of in groepen gaande mannen. Tegenover die bezigden

zij de lans; de lijken werden daarna geplunderd.

Met de garde en het korps van Junot, spoedde Napoleon zich op 2 en

3 November voort in de richting van Smolensk en kreeg zoodoende op

Kutusof een zoo grooten voorsprong, dat van afgesneden worden van

die stad, zelfs geen sprake meer kon wezen. Over de korpsen van

Eugène, Ney en Davoust maakte hij zich niet bezorgd; "als die maar

doormarcheerden, niet telkens met kozakken vochten, en zoodoende het

mooie weder lieten voorbijgaan zou alles wel goed gaan," zeide hij.

Hoe verkeerd hij den toestand had ingezien en welk een misslag hij

had begaan met zijn leger in tweeën te scheiden, bleek weldra bij

Wiasma. Terwijl een zwerm kozakken de andere korpsen onverpoosd kwelde

en afmatte, viel Kutusofs voorhoede Ney in den namiddag van den 3en

hier met zijn cavalerie onverhoeds op 't lijf, zoodat Eugène en Davoust

front moesten maken om hun krijgsmakker te ondersteunen. Generaal

Miroladovitch, die Kutusofs voorhoede aanvoerde en uit het zuiden,

uit de richting van Jucknow kwam opdagen, deed de lucht daarbij weldra

trillen onder het donderen van ruim honderd vuurmonden.

Tot laat in den avond duurde dit hardnekkige gevecht, dat op het

verlies van bijna 2000 oude, brave soldaten te staan kwam.--Door het

juiste schot der Fransche artillerie waren de verliezen der Russen veel

aanzienlijker, maar hun gekwetsten hadden kans op hulp, de Franschen

moesten volslagen onverzorgd worden achtergelaten. De ellende begon.

Te Wiasma werd gebivakkeerd, doch te eten was er niets. De uit Moskou

medegevoerde voorraad was verteerd; de levensmiddelen, in de stad

aanwezig geweest, waren door de garde verslonden. Zelfs vond men

geen onderdak, want bij den afmarsch had de garde, niet denkende

aan de duizenden achter hen volgende kameraden, de huizen in brand

gestoken. In een nabijgelegen bosch sloegen Eugène en Davoust het bivak

dus op, deden groote vuren aanleggen en paardenvleesch uitreiken. Hier

konden de brave, ijzeren mannen van Davoust voor het eerst in drie

etmalen met de voeten naar de verkwikkende warmte van het wachtvuur

gekeerd, eenige uren slapen. Vijftien dagen achtereen hadden zij de

achterhoede uitgemaakt.

Niet voor den volgenden dag ontving Napoleon de eerste berichten

over dit gevecht bij Wiasma. Toen hij kort daarna Davoust

ontmoette, viel hij heftig tegen dezen uit. Zijn korps zou,

heette het, in een bandeloozen troep zijn ontaard en zich hebben

misdragen.--Hooghartig bitter beantwoordde de prins van Eckmühl die

onverdiende beschuldiging. Waar een drietal divisiegeneraals als

Gérard, Morand en Compans, hoewel gewond, nog altoos te paard aan de

spits hunner bataljons waren te vinden, kòn van bandeloosheid geen

sprake zijn, zeide hij. Zich zelf verdedigde hij niet; hiertoe was

hij te trotsch.--Uit wrevel en inwendige woede vervreemdde de Keizer

hier een zijner beste, kundigste onderbevelhebbers van zich. Aan het

laakbare van zijn eigen gedrag als opperbevelhebber scheen hij niet te

denken. Met den half versuften Murat en den half verbijsterden Berthier

naast zich schreed hij voort. Vaak sprak hij uren achtereen geen woord.

En thans naderde de winter snel! Het begon te sneeuwen; de wegen

werden spiegelglad; bij tientallen vielen de paarden der bespanningen,

die niet van winterbeslag waren voorzien, bij de minste stijging in

den weg. Alleen de garde telde nog eenige escadrons; van de andere

cavalerieregimenten gingen de mannen reeds bijna allen te voet. De

warmste kleedingstukken waren bij de opening van den veldtocht te

Dantzig achtergelaten;--wie had in die snikheete Junidagen aan een

winterveldtocht gedacht?--Slechts enkelen hadden uit Moskou een pels

of een bonte jas medegenomen. Het voedsel bestond reeds uit weinig

meer dan uit een soort van dunne meelpap zonder zout doch met een paar

patronen zilt gemaakt, en een lap paardenvleesch, bij het bivakvuur

geroosterd. Op den blooten grond zonder tent of afdak werd de nacht

meestal doorgebracht.

Was het te verwonderen, dat zich reeds den 5en November bedenkelijke

teekenen van ontbinding en oplossing begonnen te vertoonen?--"Alleen

de Koninklijke Italiaansche garde," schrijft de Fézensac in zijn

Souvenirs militaires, "marcheerde nog in goede orde; de rest scheen

ontmoedigd, door uitputting overmand. Een ontzettende massa van hun

korps afgedwaalde, ongewapende menschen, meer dan vier duizend man

van alle wapens, bedekten de wegen en waren niet te overreden bijeen

te blijven."

Bij Dorogobusch, drie dagmarschen van Smolensk, was die massa met

inbegrip der vluchtelingen en der voerlieden reeds tot bijna 50.000

geklommen. Tien duizend soldaten lagen dood op en naast de wegen. Geen

vijftigduizend man waren nog onder de wapenen.

Maar ginds vooruit, in de verte lag Smolensk! Daar

waren levensmiddelen, kleederen en woningen! Daar wachtten

versterkingen! Daar zouden die vervloekte kozakken de vervolging

wel staken!

Nog voordat hij deze stad bereikte, ontving de Keizer onrustbarende

berichten uit Parijs en van Victor.

Te Parijs had de voormalige generaal Malet, een vurig republikein en

heftig tegenstander van Napoleon, een man, die wegens geesteszwakte

reeds jarenlang verblijf hield in een gesticht, een poging gewaagd

om de republiek te herstellen. Geholpen door een priester, even

fanatiek als hij, was hij op den inval gekomen valsche bescheiden en

bevelen samen te stellen en in de stad het bericht te verspreiden,

dat Napoleon dood was en dat de Senaat tot het herstel der republiek

was besloten. Met die valsche stukken was hij naar een der kazernes

gegaan, had met eenige soldaten verschillende zich in hechtenis

bevindende officieren, als de generaal Lahorie en den generaal

Guidal in vrijheid gesteld en zich uitgevende voor generaal Lamotte,

den hertog van Rovigo zelfs doen gevangen nemen. Weldra herkend en

ontmaskerd, had hij hier het einde van zijn komplot gezien. Hij zelf en

de voornaamste schuldigen waren doodgeschoten; hiermede was een einde

gemaakt aan een aanslag op de dynastie, die zoo weinig uitwerking naar

buiten had gehad, dat alles reeds was afgeloopen en de dooden reeds

waren begraven, toen Parijs meer in bijzonderheden kennis er van kreeg.

"Heeft dan niemand gedacht aan mijn zoon, aan Napoleon II?" riep de

Keizer onder het lezen van dit bericht bij herhaling uit.--Neen,

niemand! Mogelijk hadden velen te Parijs zelfs dat "Oef!" van

verluchting geslaakt, waarmede de tijding van zijn dood volgens zijn

eigen zeggen te eeniger tijd zou worden begroet. Met hem stond en

viel het gansche Napoleontische wereldrijk; dit was een kolossus met

leemen voeten; het miste den hechten grondslag eener oude dynastie. Het

vermetele komplot van een half krankzinnigen man was voldoende geweest

het te doen wankelen.

Wie weet of de gedachte, dat zijn tegenwoordigheid te Parijs thans

noodiger was dan ooit, niet van dezen dag af in zijn brein heeft post

gevat? Aan de redding van zijn leger viel niet meer te denken; het was

ten doode opgeschreven, zelfs al verliet hij het geen seconde. Dit

wist hij. Zijn ganschen toestand wel beschouwd, moest zijn verlaten

van dit leger hem voortdurend meer gerechtvaardigd voorkomen.

Ook de tijdingen van Victor waren angstwekkend. Het korps van Saint-Cyr

(6e) en dat van Oudinot (2e), beide geen 1800 man meer sterk, waren

voor den krachtigen drang van Wittgenstein gezwicht. Dus had Victor,

die ze uit Smolensk zou te hulp komen, halt gehouden achter een

riviertje, bij Ssjenno, geen zes Duitsche mijlen van 's Keizers

terugtochtsweg, ten zuidwesten van Witebsk. Hier kon hij zich ten

minste verdedigen, schreef hij.

Den 7en antwoordde Napoleon:

"Z. M. beveelt u den vijand met uw zes vereenigde divisiën onverwijld

aan te grijpen, hem over de Duna terug te werpen en Polotzk te

heroveren. Deze beweging is van het hoogste belang. Binnen enkele

dagen kunnen uw verbindingswegen naar achter door de kozakken worden

overstroomd. De Keizer en de armee komen morgen te Smolensk; door een

onafgebroken marsch van 120 uur gaans is alles zwaar vermoeid. Treedt

weder aanvallend op. Het heil der armee hangt hiervan af; iedere dag

vertraging is een ramp. De cavalerie is geheel gedemonteerd; de koude

heeft al de paarden gedood. Voorwaarts dus!--Dit beveelt de Keizer;

dit beveelt de noodzakelijkheid."

Dezen noodkreet buiten rekening gelaten, verried Napoleon door geen

enkel woord wat in zijn ziel omging. Tegen niemand uit zijn omgeving

sprak hij uit wat hij voelde. In tijden van voorspoed een prater van

belang, tot onvoorzichtig wordens toe, dan aan zijn fantasie den vrijen

teugel vierende, sloot hij zich thans geheel op in zich zelf.--"Hij

was bleek, doch zijn gelaat was kalm," schrijft Constant. "Door niets

in zijn wezen verried hij hoe zwaar hij inwendig leed."

Thans beging hij een grooten militairen misslag. Hij maakte

Schwartzenberg en den flinken Macdonald, terwijl het hiertoe nog

tijd was, niet bekend met den ernst van zijn toestand. Tot een meer

geconcentreerd samenwerken met hem kwamen zij dus niet.

De verdere terugtocht naar Smolensk onder de dagelijks sterker

wordende winterkoude en het toenemende gebrek aan voedsel, gepaard

aan de onafgebroken vervolging der Russen, leidde weldra tot een nòg

grooter oplossing. De wegen waren overdekt met soldaten, die hun wapens

hadden weggeworpen en alleen of in kleine troepen voortsloften. Elk

bivak vorderde een aantal menschen, die door koude en gebrek waren

bezweken. Zwijgend togen de anderen die plaatsen voorbij. Ieder paard

dat viel, werd terstond aan stukken gesneden. Veel soldaten begonnen

teekenen te geven van zinneloosheid.

Te Smolensk reeds was het leger zijn volslagen ondergang nabij. Evenals

zijn staf te voet, trok de Keizer den 9en die stad binnen. Eugène,

die met zijn korps den grooten weg had verlaten, kwam dienzelfden

dag voor de halfbevroren Wop, een rechterzijrivier van den Dnieper,

doch slaagde er niet in over dat water een brug te slaan, die bestand

was tegen de ijsschotsen; en de kozakken drongen op!--Met het water

tot aan de schouders trachtten velen naar de overzijde te waden,

doch honderden kwamen hierbij om tusschen het ijs. De vuurmonden

en bagagewagens moesten achtergelaten worden, evenals die der

marketentsters, die op deze plek al hun zuur verdiende bezittingen

in den steek moesten laten en den hemel mochten danken, dat zij ten

minste hun kinderen behouden aan de overzijde konden brengen.

De overtocht over de Wop kostte zes duizend man benevens zestig

vuurmonden.

Door de zorg van den hertog van Bassano was te Smolensk, te

Minsk, te Borrissow aan de Beresina en te Orscha, kortom in

de hoofddepotplaatsen des legers, wel een aanzienlijke voorraad

levensmiddelen bijeengebracht, doch niet voor langer dan tien dagen

en ook niet voor al de duizenden, die het leger van uit Moskou waren

gevolgd. Voorts deden de talrijke troepen tot alle wapens behoorende,

doch van hun korps afgedwaalde soldaten en de maraudeurs, op de

magazijnen die alleen voor de geregelde troepen werden geopend,

een aanval, welke niet terstond met kracht werd afgewezen.

Vonden de garde en het korps van Junot dus nog levensmiddelen en

kleeding, voor de hen volgende afdeelingen, die de stad tusschen 9 en

15 November naderden, was letterlijk niets meer over, zelfs geen dak,

want op last van hooger hand waren de nog staan gebleven huizen in

brand gestoken.

Ook de militaire toestand werd voortdurend gevaarlijker, want Kutusof

had zijn voorhoede doen afbuigen van den grooten weg en dezen nog

alleen doen volgen door ongeregelde cavalerie. Hij zelf marcheerde

reeds dagen lang op de linkerflank van Napoleon, circa vier Duitsche

mijlen van hem verwijderd, met zijn voorhoede in de tusschenruimte

en telkens aangrijpende, wanneer de gelegenheid hiertoe gunstig

was. Groot gevaar bestond er dus, dat hij vastberaden optredende,

Krasnoi, Orscha of eenig ander gewichtig punt van den terugtochtsweg

bereikte vóór de Fransche armee en dat Kutusof deze dan in flank en

rug greep.

In weerwil van de vertoogen zijner omgeving en vooral van de aan zijn

staf toegevoegde Engelsche attaché's, ging Kutusof tot zulk een stap

echter niet over. Nog altoos was de garde een geduchte, goed gewapende

troep, met Napoleon aan haar spits; tot welke vermetele zetten deze in

staat was, had hij indertijd bij Austerlitz ondervonden. Hij vreesde

den gewonden leeuw nog altijd en achtte het dus raadzamer niet meer

menschenlevens op te offeren dan noodig was, en geen grooten slag

te wagen, maar het moreel van zijn tegenpartij door onafgebroken

alarmeeren te schokken en uit te putten. De sneeuw, de vorst en de

honger zouden dan wel het overige doen. Alle teekenen van ontbinding

waren reeds aanwezig. Zijn eigen soldaten hadden bovendien reeds veel

geleden. Bij hem ook vielen er eveneens duizenden, niet zoozeer van

de kozakkenhorden als wel van de geregelde troepen. De zorg van hun

onderhoud liet ook vaak alles te wenschen over; en de gevolgen van dat

aanhoudend bivakkeeren in de open lucht te midden van sneeuw en ijs

waren ook duidelijk zichtbaar. Waarom zou hij dus door een tegenover

Napoleon altijd gewaagden zet voor één gewelddaad aan alles een einde

trachten te maken?

Napoleon(#27883) · 第 40 / 49 题