Bij Borodino. In Moskou.
In weerwil van een zware verkoudheid, welke hem het spreken
bijna belette, zat Napoleon nog vóór half drie in den zadel om de
vijandelijke stelling te verkennen. Den vorigen dag had hij het
portret van zijn zoon ontvangen en dit, om ook zijn soldaten in de
vreugde over dit geschenk van zijn vrouw te doen deelen, tegen den
buitenwand zijner tent doen ophangen zoodat allen het konden komen
bezichtigen. De geestdrift zijner mannen was hierdoor sterk toegenomen,
het vooruitzicht eindelijk eens te kunnen afrekenen met dien gehaten,
naar wodka riekenden vijand, die ze nog nooit hadden kunnen vastkrijgen
en alleen door roof en brandstichting van zijn tegenwoordigheid had
doen blijken, deed het overige!
Een salvo uit wel honderd stukken geschut zou het sein wezen tot
den aanval. Tegelijkertijd zou Poniatowski tegen den linkervleugel
oprukken en een deel van het korps Davoust tegen het centrum.
't Is bijna zes uur. De dichte, natte nevel, die over het terrein
ligt, begint op te trekken. De zon breekt door. Zal 't die van
Austerlitz wezen?
Napoleon gaat zitten op het buitentalud van een der veroverde schansen,
eerst om drie uur in den namiddag zal hij die plaats verlaten.
Achter hem, gedekt door een veldwerk en een terreinplooi, staat
de garde, zooals altoos op dagen van gevecht, in groot tenue. Die
grognards, die reeds grijzende veteranen wachten uren lang, scherp
lettende op al 't geen op de heuvels vóór hen plaats grijpt. Wanneer
zal 't hun beurt worden? Daar dreunt het eerste salvo uit het kanon,
doch voor hen geldt dit sein van den aanval nog niet.--Op dezen
bloedigen dag zal de garde de beslissing niet brengen. Het commando
"Voorwaarts!" zal voor haar niet weerklinken om met een "Vive l'
Empereur" te worden beantwoord. Meer nog dan vroeger zal zij daar,
bij Borodino weder den naam verdienen van de "Onsterfelijke," door de
kameraden van de linieregimenten haar wel eens gekscherend gegeven,
omdat zij zelden meer in 't vuur werd gebracht, en de Keizer haar
alleen bezigde in uiterste gevallen.--Trillende van krijgsvuur,
het gelaat van enkelen door zenuwachtig ongeduld hoogrood gekleurd,
moeten die mannen werkeloos toezien, terwijl de divisiën van Davoust
en van Ney gindsche schansen vóór hen eerst nemen, dan door een
tegenstoot onder gruwelijke verliezen worden teruggeworpen; zij
moeten zien, dat ook de krijgers van Eugène tevergeefs stormloopen
op het reuzenbolwerk van Gorki, dat geduchte telkens in vuur gehulde
centrum des vijands. Een dreunend "Hoera!" ontsnapt aan hun stijf
opeengeperste lippen, als Montbruns ruiters eindelijk, in razenden
galop gansche afdeelingen infanterie onder den voet rijdende, het
ongehoord stoute stuk bedrijven, langs de keel die schans binnenjagen
en, eenmaal daar, onder een ontzettend handgemeen de artilleristen
op hun eigen stukken beginnen neer te houwen.
Wel sneuvelt hierbij Montbrun zelf; wel slaat een drom van Russische
escadrons zijn koene cavalerie onder zware verliezen de schans
weder uit, maar de soldaten van Eugène hebben van de hun geschonken
kans dapper partij getrokken en de groote schans omsingeld. Om drie
uur valt ze in hun handen. Een groot lijkenveld is ze; de dooden en
stervenden liggen hier en daar tot een halve manshoogte opgestapeld;
daartusschen gewonde paarden, in hun doodstrijd hun eigen meesters
de hersenen uit het hoofd slaande.
Op den linkervleugel blijft het pleit lang onbeslist. Toch treedt de
garde niet op.--"Waarmede zou ik moeten kampen, als ik morgen werd
aangevallen," moet Napoleon geantwoord hebben op een verzoek, om de
beslissing door de garde te doen geven. 't Is bijna niet te gelooven.
Om vier uur steeg de Keizer te paard, reed naar het terrein, waarop
Ney en Murat nog altoos streden, en keerde eerst tegen zeven uur
terug.--"Anders dan gewoonlijk, was zijn gelaat hoogrood gekleurd,
zijn haar in wanorde, hij zelf blijkbaar vermoeid," schreef de Bausset,
die het portret uit Parijs had overgebracht.
Na drieën waren beide partijen zoo uitgeput, dat het tot groote
aanvallen niet meer kwam; de slag verliep in een gruwelijke, doellooze
kanonnade, die wel gansche rijen krijgers, op een beperkte ruimte
opeengehoopt, met één schot neervelde, en een der oorzaken is geweest
van den ondergang der Fransche cavalerie op dien dag,--noodeloos bleef
ze, urenlang aan het vijandelijke vuur blootgesteld;--en die eerst
met het invallen van het duister een einde nam, doch geen beslissing
bracht. Meer dan 28.000 doode en gekwetste Franschen, meer dan 40.000
Russische gevallenen bedekten toen het slagveld.
Evenals bij Smolensk had de Keizer ook hier bijna alleen in front
aangevallen. Had hij ginds verzuimd een deel zijner macht den Dnieper
te doen doorwaden om Bagration af te snijden van Moskou, hier had hij
voor Poniatowski's omvattende beweging een te zwakke macht gebezigd;
een defensieve flank van enkele Russische regimenten had aan deze
beweging van den Poolschen prins weldra paal en perk gesteld.
De strijd bleef dus onbeslist. Kutusof bivakkeerde op het slagveld en
ging den volgenden morgen, gedekt door een sterke achterhoede, terug
op Moshaisk. Murat volgde hem met het overschot der cavalerie.--De
Keizer bleef dien dag nog bij Schiwardino.--"Hij scheen doodaf van
vermoeienis. Van tijd tot tijd klemde hij de handen krampachtig om de
knieën en hoorde ik hem steunend: "Moskou! Moskou!" zeggen, verhaalt
zijn kamerdienaar Constant.
Langzaam bleef Kutusof teruggaan, trok den 14en 's morgens door Moskou
en sloeg den weg in naar Kolomna. De hoofdstad zou niet verdedigd,
maar den vijand prijsgegeven worden!
Dit besluit had ten gevolge, dat duizenden inwoners haar in allerijl
verlieten. In de voorsteden begonnen reeds rookzuilen op te stijgen.
Langzaam volgde Napoleon zijn vijand, gaf Berthier bevel om al
de nog ver achterstaande infanterie en cavalerie naar Smolensk te
dirigeeren o. a. ook maarschalk Victor, die aanvankelijk te Berlijn
was achtergebleven, doch reeds den 4en September den Niemen eveneens
gepasseerd was. Te Smolensk zou hij de kern eener legerreserve vormen
en zoo naar Moskou rukken.
Inmiddels had Rusland reeds weken te voren met Turkije vrede gesloten;
de hierdoor vrij gekomen troepen onder den admiraal Tschitchagow waren
in de richting van Brest op marsch; den 20en September stonden hier
64.000 man. Voor het Fransche hoofdleger begon dus ernstig gevaar te
dreigen in zijn rug. Of Schwartzenburg en Reynier sterk genoeg zouden
zijn hieraan het hoofd te bieden?
In den avond van den 14en September verlieten de laatste Russische
afdeelingen Moskou. Om een doelloos gevecht te vermijden was haar
commandant met Sebastiani, die de Fransche voorhoede tijdelijk
aanvoerde, overeengekomen, dat de ontruiming ongestoord zou plaats
hebben en dat de Franschen eerst twee uur hierna van de stad bezit
zouden nemen.
Vreugde en zelfvoldoening stonden op Napoleons gelaat te lezen,
toen hij, staande op een heuveltop, de reuzenstad aan zijn voeten zag
liggen. Terwijl zijn korpscommandanten in de omstreken een kantonnement
of bivak betrokken, Poniatowski b.v. ten zuiden, Davoust en Ney
ten westen er van,--Junot was te Moshaisk achtergebleven--zocht de
garde haar weg naar het Kremlin, het eeuwenoude paleis der Czaren,
een vesting op zichzelve; de Keizer koos zijn nachtkwartier in een
der uiterste huizen van de voorstad Dorogomilow.
Op verschillende plaatsen in de stad brandde het toen reeds. Den
volgenden morgen vroeg reed de Keizer naar het Kremlin. Geen
plaatselijke autoriteiten heetten hem welkom of kwamen hem in
ootmoedige houding de sleutels der stad aanbieden. De stad scheen
uitgestorven; maar het aantal branden door bandieten en dergelijk
gespuis aangestoken, nam gestadig toe, en de meerendeels houten huizen
schonken het vuur rijkelijk voedsel. De in stilte op verschillende
punten, in magazijnen en winkels opgestapelde lichtbrandbare stoffen
en vaten met sterken drank deden het vuur weldra een ontzettenden
omvang krijgen, zelfs het Kremlin begon gevaar te loopen. Reeds den
16en lag negen tiende der stad in asch. Napoleon was verplicht zijn
verblijf te verlaten en buiten de stad op 't kasteel Petrowski een
nieuw onderkomen te zoeken.
Eerst den 18en, toen het vuur grootendeels door gebrek aan voedsel
was uitgedoofd, honderden kerels en ontvluchte gevangenen, verdacht
van brandstichting, waren opgeknoopt of doodgeschoten en hier en
daar vaak nog slechts één enkel gespaard gebleven huis de richting
aangaf, waarin eenmaal een lange straat had geloopen, keerde hij naar
't Kremlin terug.
Dat de brand opzettelijk was aangestoken, leed geen twijfel. Beter
dan Kutusof had graaf Rostopchin, Moskou's gouverneur, zijn eed
gehouden. Geen Moskou, een vlammenzee zouden de Franschen vinden, had
hij gezworen; zelf had hij een fakkel geworpen in het slaapvertrek
van 't paleis, dat hij met zijn huisgezin jaren lang had bewoond en
ontslagen gevangenen had hij tot zijn handlangers gemaakt. Zoover had
zijn haat tegen Frankrijk den oud-Russischen edelman vervoerd!--Voor
deze gewelddaad heeft de natie zich echter niet dankbaar betoond,
integendeel. Door den Keizer verbannen, door zijn landgenooten veracht
en verfoeid, is hij jaren later te Parijs in vergetelheid gestorven,
nadat hij zijn goed recht tot die daad tevergeefs had trachten te
bewijzen.
In en om Moskou begon de Fransche hoofdmacht, die na den slag bij
Borodino,--door Napoleon slag aan de Moskowa geheeten--tot 95.000
krijgers in 't gelid was weggesmolten, thans een weinig op haar
verhaal te komen. In bijna alle paleizen en groote huizen, die aan het
vuur weerstand hadden geboden, werden vaak zeer kunstig verborgen,
voorraden meel, wijn, en specerijen gevonden. Goed beheerd, waren
de levensmiddelen zeker meer dan voldoende geweest om zelfs een
leger zoo groot als het Fransche voor een half jaar en langer van
alles te voorzien;--zoo rekenden Daru, de kwartiermeester-generaal,
en Larrey, de chef van den geneeskundigen dienst ten minste. Doch
de roekeloosheid, waarmede met alles werd omgesprongen, was oorzaak,
dat er voor millioenen waarde verloren ging. Stelselmatig werden de
huizen uitgeplunderd; enkele soldaten maakten zelfs gemeene zaak met
het gespuis, dat den brand had helpen verspreiden. Gedost in prachtige
pelzen zelfs in damesmantels van dons en hermelijn kon men de mannen
de eerste dagen langs de straten zien dolen. Een wacht van grenadiers
der garde aan 't Kremlin vond men in 't bezit van een reusachtige
vaas met confituren en van een stapel flesschen wijn. De commandant,
een oude snorbaard, stond met een potlepel naast die vaas en noodigde
ieder, die zijn post passeerde, uit van zijn confituren te proeven
en een flesch te ledigen op het behaalde succes; zelfs officieren
werden door de opgewonden, door langdurige ellende half verstompte
mannen niet verschoond.
Hoe groot het bedrag is in die dagen aan goud, juweelen
en kostbaarheden te Moskou geroofd, is niet te bepalen, maar
reusachtig. Toch is geen duizendste deel ervan over de grenzen gekomen;
bijna alles is in Rusland gebleven, onder de sneeuw en het ijs der
wegen, verzwolgen door de diepe rivieren, die op den terugmarsch
moesten worden gepasseerd, geroofd door de kozakken, die op hun ruige
paardjes voortdurend als een vlucht hongerige gieren om de troepen
zwierven en meedoogenloos iederen soldaat afmaakten, die het waagde
zijn troep te verlaten of door uitputting neerviel.
Aan dien staat van bandeloosheid en tuchteloosheid te Moskou
werd echter weldra een einde gemaakt. Orde en discipline keerden
terug. Reusachtige voorraden wijn en levensmiddelen van allerlei
aard, meel en pekelvleesch werden door de zorg der administratie en
de korpscommandanten in 't Kremlin of in magazijnen bijeengebracht;
ook in het onderhoud der troepen werd ruimschoots voorzien. Om Europa
den indruk te geven, dat in Rusland alles naar wensch ging, schonk
Napoleon aan een te Moskou achtergebleven troep Fransche comedianten
zelfs verlof voorstellingen te geven. De troep maakte goede zaken;
de comedie werd door de soldaten druk bezocht.
De Keizer zelf kwam er geen enkele maal. In zijn hoofdkwartier, het
Kremlin opgesloten, was zijn geest vervuld met andere dingen dan met
gedachten aan vermaak of ontspanning. Zelfs bij Eylau en bij Essling
had zijn vertrouwen op zijn gelukster hem niet begeven. Thans begon
hij in te zien, dat deze veldtocht mogelijk zou eindigen in een ramp.
Reeds wist hij, dat hij de kracht van zijn strategisch kunnen had
uitgeput; dat hij evenals in 1797 in de Alpen bij Leoben tegenover
aartshertog Karel, en in 1805 vóór Austerlitz een grens had bereikt,
die niet kon worden overschreden zonder gevaar voor vernietiging;
dat hij niet bij machte was verder in Rusland door te dringen
of tegen St. Petersburg op te rukken, omdat zijn leger hiertoe
te veel had geleden. Toch ontwierp hij een plan in dien zin, want
hij was aanvankelijk nog te koppig om met zijn onderbevelhebbers te
beraadslagen, doch het werd door deze kort en bondig afgekeurd.--Vrede
sluiten, in elk geval teruggaan naar Smolensk, liefst naar Wilna
of Minsk, was in hun oog het eenige middel van behoud, want uit
St. Petersburg kwam taal nog teeken, dat wees op eenig streven naar
toenadering.
Dat de Keizer dus met beide handen een gelegenheid aangreep, om
met den Czaar, al was 't maar zijdelings, in betrekking te komen is
verklaarbaar. Generaal Toutelmine, een eerwaardig grijsaard, gouverneur
van het onder bescherming der keizerin staande vondelingshuis bood zich
hiertoe aan. Verontwaardigd over Rostopchins schanddaad, erkentelijk
voor de wijze, waarop men hem en zijn pleegkinderen had bejegend,
verzocht hij den Keizer aan zijn beschermvrouw kennis te mogen geven
van den toestand, waarin het gesticht verkeerde, en in zijn schrijven
te mogen mededeelen hoe innig ook Napoleon die daad verfoeide en hoe
gaarne hij een oplossing wenschte voor den tegenwoordigen toestand. Een
zekere von Jakowleff, een volbloed-Rus, die den brand van Moskou had
bijgewoond en van de ellende, door zijn landgenooten daar geleden,
was getuige geweest, belastte zich met een eigenhandig schrijven van
Napoleon aan Alexander. Hoffelijk doch hooghartig gesteld, was dit
echter weinig geschikt om den diep gekrenkten Czaar, die weder geheel
onder den invloed der oud-Russische partij was geraakt, welwillend
te stemmen.
Inmiddels verdubbelde Napoleon de zorg voor zijn troepen, en deed
ze, zooveel doenlijk in Moskou zelf onder dak brengen. Zelfs over
de duizenden rampzaligen, Russen en vreemdelingen, die tijdens den
brand in de stad waren gebleven en letterlijk aan alles gebrek leden,
ontfermde hij zich en verschafte hun levensmiddelen en een verblijf,
tot door Rusland in hun onderhoud zou worden voorzien. Voorts deed hij
uit de omstreken tegen contante betaling, zooveel mogelijk slachtvee
aanvoeren, en fourage voor de paarden, een hoofdvoorwaarde voor de
instandhouding der artillerie en haar bespanningen; nog bezat hij
600 vuurmonden.
Sluw als altoos, wist Kutusof den commandant der voorhoede inmiddels
te misleiden, want hij boog af met zijn macht naar 't zuiden in
de richting van Kaluga en het rijke achterland aldaar, had den 18en
September Podolsk bereikt; door vrijwilligers en recruten vermeerderde
zijn macht dagelijks. (In 't begin van October had hij weder ruim
110.000 man onder zijn bevelen.)
Lang bleef dit voor Napoleon niet verborgen. Reeds den 26en September
stonden Murat en Bessières, bij wie Poniatowski zich had aangesloten,
weder tegenover den vijand, om diens bewegingen waar te nemen en den
weg van Podolsk naar Moskou te dekken.
Dat een langer verblijf te Moskou onverbiddelijk moest leiden naar
den ondergang werd met den dag duidelijker.
Was de daar opgestapelde voorraad verbruikt, dan kon ze niet
worden vernieuwd. Over het leger legde zich een sluier van zorg
en vrees voor de toekomst. Alexander liet niets van zich hooren;
Caulaincourt had kortaf bedankt voor de eer hem persoonlijk te gaan
opzoeken. Sinds Tilsit waren de toestanden te veel veranderd; het
stond te bezien of de Czaar hem nu nog zoo voorkomend zou ontvangen
als voorheen. Ten einde raad en hiermede een geducht offer brengende
aan zijn eigenliefde, besloot Napoleon den 4en October Lauriston
naar Kutusofs hoofdkwartier te zenden en langs dezen weg toenadering
te zoeken, doch Kutusof bevreesd om evenals Barclay de Tolly van
verraad te worden beschuldigd,--reeds gingen er stemmen tegen hem op,
omdat hij niet aanviel--wilde hem aanvankelijk niet zelf ontvangen
doch zond hem zijn adjudant. Hierover gebelgd, keerde Lauriston naar
Murats hoofdkwartier terug.
Deze handelwijze van Kutusof deed bij een deel van zijn omgeving
echter de vrees ontstaan, dat de kans op vrede hierdoor voor goed was
weggenomen. Een ander deel, de oorlogspartij, begreep, dat het in haar
belang was de Franschen aan de praat te houden, omdat de toestand van
hen hierdoor met elken dag nog ongunstiger werd. Tusschen generaal
Bennigsen, een even sluwen als vermetelen Rus en Murat, kwam het nu
tot een onderhoud. IJdel en onvoorzichtig als altijd, praatte Murat
hierbij zijn neus voorbij en schonk den ander een veel dieperen blik
op den feitelijken toestand der Fransche armee dan voor deze gewenscht
was. Dit gaf Kutusof aanleiding Lauriston ten slotte toch te ontvangen
en te hooren wat hij te zeggen had.
Veel baatte dit niet. Kutusof gaf onomwonden te kennen, dat hij den
brand van Moskou uitsluitend toeschreef aan de vaderlandsliefde der
Moskovieten, die hun stad liever in vlammen zagen opgaan, dan dat
zij ze overgaven aan den vijand. Of er kans op vrede bestond kon
hij niet zeggen. Zelfs voor het sluiten van een wapenstilstand miste
hij de macht; alleen de Keizer had hierover te beslissen. Hij bood
Lauriston dus aan, prins Wolkonski met de voorstellen van Napoleon
naar St. Petersburg te zenden en het schermutselen tusschen de
voorposten te doen staken, tot er antwoord was gevolgd. Binnen een
dag of tien, twaalf kon dit worden te gemoet gezien.--De kozakken
zouden in hun bewegingen inmiddels vrij blijven; bij de Franschen
konden de fourageeringen worden voortgezet.
Hoewel Napoleon reeds wist, dat de pogingen tot tusschenkomst van
generaal Toutelmine en van den heer von Jakowleff zonder resultaat
waren gebleven; hoewel hij wist met welk een gillenden wraakkreet het
zien van den brand van Moskou door Kutusofs soldaten was beantwoord;
hoewel hij zich ook van den stap van Wolkonski bij Alexander weinig
succes voorstelde, meende hij dit voorstel niet van de hand te
mogen wijzen. Over tien dagen was het eerst half October; volgens de
verzekering van verscheiden volkomen betrouwbare personen begon het
nooit vóór half of voor einde November te vriezen. Reeds lang vóór
dien tijd kon hij dus op Smolensk zijn teruggegaan.
Na lang beraad had hij afgezien van een plan om, vereenigd met Victor,
die Smolensk had bereikt, en met Saint-Cyr, die nog bij Polotzk aan
de Duna stond, over Bjeloi en Welish naar St. Petersburg te rukken
en Alexander hier den vrede voor te schrijven. Zelf had hij gevoeld,
dat deze vermetele zet niet meer uitvoerbaar was. Zijn leger had te
veel geleden.
De macht, waarover hij in 't begin van October nog kon beschikken,
was in hoofdzaak opgesteld in een driehoek met Moskou, Riga en
Brest Litewsky als hoekpunten. Van Moskou naar den Niemen bedroeg de
afstand 115 mijlen [29]. In deze ruimte stonden: bij Moskou 95.000,
bij Moshaisk 5000, bij Smolensk 37.000, op den linkervleugel in de
lijn Dunaburg-Riga 25.000, bij Polotzk 17.000, op den rechtervleugel
bij Brest 34.000, te zamen dus 213.000 man.
Met een leger, dat de helft van zijn sterkte en een groot deel van zijn
gevechtswaarde had verloren;--Borodino had meer dan vijftig opper-
en hoofdofficieren gekost--met een leger, waarin reeds ontmoediging,
droefgeestigheid en angst voor de toekomst heerschten, dat bijna
geen gelegenheid had gehad door voedsel en rust weder eenigermate op
krachten te komen; en, dat om en bij Moskou nog maar vier duizend
ruiters in 't gelid telde, zou, werd er geen vrede gesloten, de
terugtocht dus aanvaard moeten worden. Het zou moeten marcheeren
langs grootendeels vernielde wegen door een landstreek, die reeds was
kaal gegeten, door totaal verwoeste dorpen en met een vijand naast en
voor en achter zich, die over een massa lichte cavalerie beschikte,
dorstte naar wraak en in het klimaat weldra een bondgenoot zou krijgen,
even mededoogenloos als geducht.
Wederom dringt de Keizer ons ontzag af, want ondanks het folterende
bewustzijn, dat hij alleen, tegen den raad van alle weldenkenden in,
zijn krijgers in dezen toestand heeft gebracht, dat hij alleen van
al 't gebeurde en van al 't geen er nog volgen kon de oorzaak is,
verraadt zijn wasbleek gelaat geen spoor van de aandoeningen, die
zijn ziel bestormen. Aan niemand vraagt hij raad; aan niet een zijner
getrouwen gunt hij een blik in zijn binnenste; tegenover niet één
hunner stort hij zijn gemoed uit of geeft hij lucht aan zijn trotsch
hart. Ook thans weder blijft hij in dit opzicht zich zelf.
Maar ook versaagt hij geen seconde. Alsof zijn hoofd en zijn lichaam
geen vermoeienis kennen, zet hij zich weder aan den arbeid om alles
te regelen en voor te bereiden voor den afmarsch en om den vijand
tegelijkertijd te misleiden omtrent zijn voornemens. Den 9en October
deelt hij den hertog van Bassano te Wilna de mogelijkheid mede, "dat
hij tegen November winterkwartieren betrekt tusschen den Dnieper en
de Duna, om zoodoende dichter bij zijn reserves te zijn, het leger
rust te gunnen en zich gemakkelijker met andere aangelegenheden te
kunnen bezig houden."--De zaken des rijks handelt hij nog geregeld
af. De koeriersdienst tusschen Moskou en Parijs stelt nog dagelijks
honderden personen en paarden in 't werk.
Murat ontving nu order Kutusofs kamp bij Tarutino nauwlettend te
bewaken, zijn troepen rust te gunnen en ze zoo goed mogelijk te
voeden. Uit de kelders van Moskou werden hiertoe levensmiddelen en
wijn afgezonden. De vorming van een korps van 15.000 man te Smolensk
werd bevolen hem in zuid-oostelijke richting te gemoet te gaan, als
hij den weg naar Kaluga, naar de welvarende, rijke provinciën van
't zuiden mocht inslaan, en dit zou dus voor zijn rechtervleugel
waken. Victor moest zich gereed houden tot uitrukken. Naar Moskou
moesten voorts al de van hun korps afgedwaalde soldaten worden
opgezonden, die zich te Wilna, Minsk, Witebsk of Smolensk hadden
aangemeld. Uit den wapenvoorraad van het Kremlin zouden die dan van
geweren worden voorzien en onder beveiliging van detachementen van
minstens 1500 goedgewapende infanteristen worden overgebracht. Des
nachts moest altoos in een carré worden gebivakkeerd, want Platofs
kozakken stroopten reeds tot onder de muren van Smolensk.
Dan bestemde hij Junot om voor het vervoer der gekwetsten te zorgen;
van den trein werden een paar honderd wagens en voertuigen,--te Moskou
waren er nog circa 1200--hiertoe tot diens beschikking gesteld. Voor
't geval hij besluiten mocht hier te overwinteren, want zelfs hierover
dacht hij, deed hij ten slotte het Kremlin in staat van verdediging
brengen, de wallen met vuurmonden bewapenen, patronen en kardoezen
aanmaken, aan ieder korps voor zes maanden vivres in de gedaante van
meel, brood, zout en pekelvleesch uitreiken en op uitgebreide schaal
tot op grooten afstand van de stad fourageeringen verrichten.--Toch
gebeurde het nog vaak genoeg, dat een paard dagen achtereen weinig meer
tusschen de kiezen kreeg dan het stroo van het dak eener boerenwoning.
Nog verder ging hij, want, om de boeren met hun groenten en hun vee
naar de stad te lokken, trachtte hij de geestelijkheid op zijn hand
te krijgen; hij noodigde deze uit de te Moskou gespaard gebleven
kerkgebouwen weder in gebruik te nemen en hier zelfs voor keizer
Alexander gebeden ten hemel te zenden.
Terwijl hij overdag dus alles deed om voor zijn leger een minder
ongunstigen toestand te scheppen en de achtergebleven inwoners der stad
te helpen, bezigde hij een deel van den nacht voor de administratieve
zaken, doch werd hierbij meermalen gestoord door een fellen lichtgloed
en door zware rookwolken, die telkens nog uit de smeulende puinhoopen
opstegen en opnieuw schrik en ontsteltenis onder de bevolking teweeg
brachten.
In dienzelfden tijd ongeveer wierp hij ook eenige denkbeelden op
't papier betreffende 't geen zou moeten geschieden, wanneer er uit
St. Petersburg geen voldoend antwoord kwam. Een tocht naar 't zuiden,
in de richting van Kaluga en Tula, dus naar een nog niet door den
oorlog geteisterd gewest, lachte hem het meeste toe. De zorg voor
levensmiddelen en fourage zou hierdoor heel wat verminderen. Later
kon de weg naar Smolensk dan niettemin ingeslagen en de tegenpartij
misleid worden.
Nog voordat hij het omtrent dit punt met zich zelf eens was geworden,
dwong Kutusof hem reeds tot handelen. Den 18en greep deze Murats
linkervleugel onverhoeds met overmacht aan en wierp hem met zwaar
verlies in noordelijke richting. Juist was Napoleon bezig inspectie te
houden over het korps van Ney, dat hij eveneens naar de stad had doen
komen, toen die mare hem bereikte. Terstond nam hij een besluit. Het
gansche leger ontving bevel zich den volgenden morgen buiten Moskou
aan den weg naar Kaluga te verzamelen.
In den vroegen morgen van den 19en stonden Eugène, Ney, de garde en
Davoust tot den afmarsch gereed. Napoleon verliet Moskou; met een
divisie der jonge garde bleef Mortier in het Kremlin.
Een allerzonderlingste karavaan van duizenden militaire voertuigen,
karretjes, droschkis, kalessen en andere middelen van transport,
volgepakt met gestolen of buitgemaakt goed, voor het meerendeel
bespannen met kleine Russische paardjes, volgde het leger. Nog
grilliger en bonter was de schaar van duizenden menschen, mannen,
vrouwen en kinderen, van allerlei landaard en herkomst, die
werktuigelijk hadden gehoorzaamd aan den dwang der noodzakelijkheid
en eveneens besloten hadden Moskou te verlaten. Duizenden Franschen,
ja, zelfs de Duitschers, die zich vóór de komst der troepen daar
bevonden, hadden uit vrees voor erger nog, als de Russen terugkeerden,
hun boeltje gepakt en togen nu mede met vrouw en kind.
Den 23en bereikte Napoleon het geheel verlaten stadje Borowsk. Vijf
en dertig dagen had hij te Moskou doorgebracht. Den 24en geraakte
Eugène bij Malo-Jaroslawetz slaags met een deel van Kutusofs armee en
behaalde op zijn halfverraste tegenpartij een bloedige overwinning,
die Kutusof deed besluiten in de richting van Kaluga te retireeren.
Met welk een vijand hij van nu af rekening zou moeten houden,
bleek Napoleon, toen hij, met Caulaincourt, Rapp en Berthier het
slagveld wilde gaan bezoeken, en zich eensklaps omsingeld zag door
een horde kozakken, die hij in de verte aanvankelijk voor Fransche
cavalerie had gehouden; zijn escadron van dienst werd uiteengeslagen
en een artilleriepark tijdelijk genomen. Eerst aan Bessières met de
garde-grenadiers te paard gelukte het dien onverhoedschen aanval,
die den Keizer de vrijheid, ja, zelfs het leven had kunnen kosten,
het droombeeld van Platof, af te slaan.--Tegelijkertijd had hij het
gevaar kunnen zien van een langen marsch met een leger, dat door zulk
een reusachtigen sleep voertuigen en ongewapende vluchtelingen werd
gevolgd. Het vraagstuk: Waarheen? Wat nu? kwam weder op het tapijt.
Ditmaal hoorde hij zijn omgeving en enkele korpscommandanten. Na een
ganschen dag beraad--den 25en--werd besloten alle verdere plannen
tot vervolging des vijands naar het zuiden op te geven. De hoofdmacht
zou over Moshaisk en Wiasma naar Smolensk marcheeren.
Heeft het eenparige advies van zijn staf Napoleon tot dit besluit
gebracht? Stond dit reeds in beginsel bij hem vast? Wie zal 't
zeggen?--Mogelijk heeft dat advies hem slechts in zijn besluit
gesterkt.
In den nacht van 22 en 23 September had ook Mortier het Kremlin
verlaten. Zijn pogingen om dit in de lucht te doen vliegen, waren
mislukt. Zelfs de grootste vereerders van den Keizer zullen deze op
zijn last verrichte daad van geweld nimmer kunnen goedpraten.
Terug! Terug naar Smolensk! was van nu af het wachtwoord.--Het weder
werkte aanvankelijk mede; nog was het overdag meestal zonnig en
zacht; alleen 's nachts was het merkbaar, dat het koude jaargetijde
naderde. Al 't geen er over het vroegtijdig invallen van den winter
in dat rampjaar als oorzaak van den ondergang van het Groote Leger is
geschreven, behoort dan ook thuis op 't gebied der fantasie. Terwijl
het te Moskou vaak reeds sneeuwde tegen het einde van October, bleef
het weder nu helder en mooi, en vroor het eerst den 27en October. Den
1en November daalde de thermometer echter tot 3° onder het vriespunt;
den 4en viel de eerste sneeuw. Tot dezen datum bleef het weder ook
meestal helder en was het niet bijzonder koud.--"Tot den 6en November
is het weder uitmuntend geweest," heeft Napoleon zelf gezegd in zijn
beruchte 29e bulletin.
Ook Kutusof was weder op marsch gegaan, doch niet naar Kaluga.
In den loop van den 27en vernam Napoleon van een gevangen genomen
Russisch officier, dat zijn tegenstander Smolensk tot doel had;
hij besloot dus met de garde spoed te maken en Kutusof ginds vóór te
zijn. De gekwetsten uit den slag bij Borodino, die in het uitgestrekte
klooster van Kolozkoje onder dak gebracht waren, moesten op voertuigen
geladen en medegenomen worden; hij zelf kwam dien avond nog te
Gshask. Per rijtuig of te voet maakte hij nu verder den terugtocht
mede. Gewapend met een stok, gehuld in een pels, met een bonten
muts op het hoofd, stapte hij, zonder een enkele maal om te zien,
dagelijks uren lang voort aan het hoofd zijner garde. Te paard kwam
hij niet meer. Langs het slagveld van Borodino voerde zijn weg. Een
huivering ging allen door de leden.
Te Wiasma (1 November) ontving Napoleon berichten over den
stand van zaken op de vleugels zijner armee. Gunstig waren die
niet.--Saint-Cyr had Polotzk moeten verlaten, omdat Wittgenstein
hem had aangegrepen. Uit Smolensk was Victor hem te hulp
gesneld. Schwartzenberg had moeten wijken voor het opdringen van
Tschitchagow; deze had Brest thans bezet.
Dewijl Napoleon vond, dat Davoust, die de achterhoede aanvoerde,
niet snel genoeg vooruitkwam, te veel schermutselde met de kozakken
en hierdoor ook de andere korpsen ophield, werd Ney met dat commando
belast; hij zou te Wiasma blijven, tot al de andere korpsen hem waren
voorbijgemarcheerd. Met het oog op de herhaalde aanvallen van de
kozakkenhorden, die nacht en dag om de troepen zwierven en van elke
gelegenheid gebruik maakten om hun slag te slaan, beval Napoleon,
dat in gesloten carré's zou worden gemarcheerd met de bagage in het
midden, de troep op zooveel gelederen, als de breedte van den weg
toeliet. Een half bataljon vormde de achterflank; gansche bataljons
in gesloten gelederen vormden flanken, zoodat er bij 't halthouden
terstond naar alle zijden vuur kon worden gegeven,--want o! die
kozakken met hun schor hoera, waren zulke geduchte vijanden, niet
tegenover een gesloten troep, voor deze weken ze spoedig genoeg uit,
maar voor de alleen of in groepen gaande mannen. Tegenover die bezigden
zij de lans; de lijken werden daarna geplunderd.
Met de garde en het korps van Junot, spoedde Napoleon zich op 2 en
3 November voort in de richting van Smolensk en kreeg zoodoende op
Kutusof een zoo grooten voorsprong, dat van afgesneden worden van
die stad, zelfs geen sprake meer kon wezen. Over de korpsen van
Eugène, Ney en Davoust maakte hij zich niet bezorgd; "als die maar
doormarcheerden, niet telkens met kozakken vochten, en zoodoende het
mooie weder lieten voorbijgaan zou alles wel goed gaan," zeide hij.
Hoe verkeerd hij den toestand had ingezien en welk een misslag hij
had begaan met zijn leger in tweeën te scheiden, bleek weldra bij
Wiasma. Terwijl een zwerm kozakken de andere korpsen onverpoosd kwelde
en afmatte, viel Kutusofs voorhoede Ney in den namiddag van den 3en
hier met zijn cavalerie onverhoeds op 't lijf, zoodat Eugène en Davoust
front moesten maken om hun krijgsmakker te ondersteunen. Generaal
Miroladovitch, die Kutusofs voorhoede aanvoerde en uit het zuiden,
uit de richting van Jucknow kwam opdagen, deed de lucht daarbij weldra
trillen onder het donderen van ruim honderd vuurmonden.
Tot laat in den avond duurde dit hardnekkige gevecht, dat op het
verlies van bijna 2000 oude, brave soldaten te staan kwam.--Door het
juiste schot der Fransche artillerie waren de verliezen der Russen veel
aanzienlijker, maar hun gekwetsten hadden kans op hulp, de Franschen
moesten volslagen onverzorgd worden achtergelaten. De ellende begon.
Te Wiasma werd gebivakkeerd, doch te eten was er niets. De uit Moskou
medegevoerde voorraad was verteerd; de levensmiddelen, in de stad
aanwezig geweest, waren door de garde verslonden. Zelfs vond men
geen onderdak, want bij den afmarsch had de garde, niet denkende
aan de duizenden achter hen volgende kameraden, de huizen in brand
gestoken. In een nabijgelegen bosch sloegen Eugène en Davoust het bivak
dus op, deden groote vuren aanleggen en paardenvleesch uitreiken. Hier
konden de brave, ijzeren mannen van Davoust voor het eerst in drie
etmalen met de voeten naar de verkwikkende warmte van het wachtvuur
gekeerd, eenige uren slapen. Vijftien dagen achtereen hadden zij de
achterhoede uitgemaakt.
Niet voor den volgenden dag ontving Napoleon de eerste berichten
over dit gevecht bij Wiasma. Toen hij kort daarna Davoust
ontmoette, viel hij heftig tegen dezen uit. Zijn korps zou,
heette het, in een bandeloozen troep zijn ontaard en zich hebben
misdragen.--Hooghartig bitter beantwoordde de prins van Eckmühl die
onverdiende beschuldiging. Waar een drietal divisiegeneraals als
Gérard, Morand en Compans, hoewel gewond, nog altoos te paard aan de
spits hunner bataljons waren te vinden, kòn van bandeloosheid geen
sprake zijn, zeide hij. Zich zelf verdedigde hij niet; hiertoe was
hij te trotsch.--Uit wrevel en inwendige woede vervreemdde de Keizer
hier een zijner beste, kundigste onderbevelhebbers van zich. Aan het
laakbare van zijn eigen gedrag als opperbevelhebber scheen hij niet te
denken. Met den half versuften Murat en den half verbijsterden Berthier
naast zich schreed hij voort. Vaak sprak hij uren achtereen geen woord.
En thans naderde de winter snel! Het begon te sneeuwen; de wegen
werden spiegelglad; bij tientallen vielen de paarden der bespanningen,
die niet van winterbeslag waren voorzien, bij de minste stijging in
den weg. Alleen de garde telde nog eenige escadrons; van de andere
cavalerieregimenten gingen de mannen reeds bijna allen te voet. De
warmste kleedingstukken waren bij de opening van den veldtocht te
Dantzig achtergelaten;--wie had in die snikheete Junidagen aan een
winterveldtocht gedacht?--Slechts enkelen hadden uit Moskou een pels
of een bonte jas medegenomen. Het voedsel bestond reeds uit weinig
meer dan uit een soort van dunne meelpap zonder zout doch met een paar
patronen zilt gemaakt, en een lap paardenvleesch, bij het bivakvuur
geroosterd. Op den blooten grond zonder tent of afdak werd de nacht
meestal doorgebracht.
Was het te verwonderen, dat zich reeds den 5en November bedenkelijke
teekenen van ontbinding en oplossing begonnen te vertoonen?--"Alleen
de Koninklijke Italiaansche garde," schrijft de Fézensac in zijn
Souvenirs militaires, "marcheerde nog in goede orde; de rest scheen
ontmoedigd, door uitputting overmand. Een ontzettende massa van hun
korps afgedwaalde, ongewapende menschen, meer dan vier duizend man
van alle wapens, bedekten de wegen en waren niet te overreden bijeen
te blijven."
Bij Dorogobusch, drie dagmarschen van Smolensk, was die massa met
inbegrip der vluchtelingen en der voerlieden reeds tot bijna 50.000
geklommen. Tien duizend soldaten lagen dood op en naast de wegen. Geen
vijftigduizend man waren nog onder de wapenen.
Maar ginds vooruit, in de verte lag Smolensk! Daar
waren levensmiddelen, kleederen en woningen! Daar wachtten
versterkingen! Daar zouden die vervloekte kozakken de vervolging
wel staken!
Nog voordat hij deze stad bereikte, ontving de Keizer onrustbarende
berichten uit Parijs en van Victor.
Te Parijs had de voormalige generaal Malet, een vurig republikein en
heftig tegenstander van Napoleon, een man, die wegens geesteszwakte
reeds jarenlang verblijf hield in een gesticht, een poging gewaagd
om de republiek te herstellen. Geholpen door een priester, even
fanatiek als hij, was hij op den inval gekomen valsche bescheiden en
bevelen samen te stellen en in de stad het bericht te verspreiden,
dat Napoleon dood was en dat de Senaat tot het herstel der republiek
was besloten. Met die valsche stukken was hij naar een der kazernes
gegaan, had met eenige soldaten verschillende zich in hechtenis
bevindende officieren, als de generaal Lahorie en den generaal
Guidal in vrijheid gesteld en zich uitgevende voor generaal Lamotte,
den hertog van Rovigo zelfs doen gevangen nemen. Weldra herkend en
ontmaskerd, had hij hier het einde van zijn komplot gezien. Hij zelf en
de voornaamste schuldigen waren doodgeschoten; hiermede was een einde
gemaakt aan een aanslag op de dynastie, die zoo weinig uitwerking naar
buiten had gehad, dat alles reeds was afgeloopen en de dooden reeds
waren begraven, toen Parijs meer in bijzonderheden kennis er van kreeg.
"Heeft dan niemand gedacht aan mijn zoon, aan Napoleon II?" riep de
Keizer onder het lezen van dit bericht bij herhaling uit.--Neen,
niemand! Mogelijk hadden velen te Parijs zelfs dat "Oef!" van
verluchting geslaakt, waarmede de tijding van zijn dood volgens zijn
eigen zeggen te eeniger tijd zou worden begroet. Met hem stond en
viel het gansche Napoleontische wereldrijk; dit was een kolossus met
leemen voeten; het miste den hechten grondslag eener oude dynastie. Het
vermetele komplot van een half krankzinnigen man was voldoende geweest
het te doen wankelen.
Wie weet of de gedachte, dat zijn tegenwoordigheid te Parijs thans
noodiger was dan ooit, niet van dezen dag af in zijn brein heeft post
gevat? Aan de redding van zijn leger viel niet meer te denken; het was
ten doode opgeschreven, zelfs al verliet hij het geen seconde. Dit
wist hij. Zijn ganschen toestand wel beschouwd, moest zijn verlaten
van dit leger hem voortdurend meer gerechtvaardigd voorkomen.
Ook de tijdingen van Victor waren angstwekkend. Het korps van Saint-Cyr
(6e) en dat van Oudinot (2e), beide geen 1800 man meer sterk, waren
voor den krachtigen drang van Wittgenstein gezwicht. Dus had Victor,
die ze uit Smolensk zou te hulp komen, halt gehouden achter een
riviertje, bij Ssjenno, geen zes Duitsche mijlen van 's Keizers
terugtochtsweg, ten zuidwesten van Witebsk. Hier kon hij zich ten
minste verdedigen, schreef hij.
Den 7en antwoordde Napoleon:
"Z. M. beveelt u den vijand met uw zes vereenigde divisiën onverwijld
aan te grijpen, hem over de Duna terug te werpen en Polotzk te
heroveren. Deze beweging is van het hoogste belang. Binnen enkele
dagen kunnen uw verbindingswegen naar achter door de kozakken worden
overstroomd. De Keizer en de armee komen morgen te Smolensk; door een
onafgebroken marsch van 120 uur gaans is alles zwaar vermoeid. Treedt
weder aanvallend op. Het heil der armee hangt hiervan af; iedere dag
vertraging is een ramp. De cavalerie is geheel gedemonteerd; de koude
heeft al de paarden gedood. Voorwaarts dus!--Dit beveelt de Keizer;
dit beveelt de noodzakelijkheid."
Dezen noodkreet buiten rekening gelaten, verried Napoleon door geen
enkel woord wat in zijn ziel omging. Tegen niemand uit zijn omgeving
sprak hij uit wat hij voelde. In tijden van voorspoed een prater van
belang, tot onvoorzichtig wordens toe, dan aan zijn fantasie den vrijen
teugel vierende, sloot hij zich thans geheel op in zich zelf.--"Hij
was bleek, doch zijn gelaat was kalm," schrijft Constant. "Door niets
in zijn wezen verried hij hoe zwaar hij inwendig leed."
Thans beging hij een grooten militairen misslag. Hij maakte
Schwartzenberg en den flinken Macdonald, terwijl het hiertoe nog
tijd was, niet bekend met den ernst van zijn toestand. Tot een meer
geconcentreerd samenwerken met hem kwamen zij dus niet.
De verdere terugtocht naar Smolensk onder de dagelijks sterker
wordende winterkoude en het toenemende gebrek aan voedsel, gepaard
aan de onafgebroken vervolging der Russen, leidde weldra tot een nòg
grooter oplossing. De wegen waren overdekt met soldaten, die hun wapens
hadden weggeworpen en alleen of in kleine troepen voortsloften. Elk
bivak vorderde een aantal menschen, die door koude en gebrek waren
bezweken. Zwijgend togen de anderen die plaatsen voorbij. Ieder paard
dat viel, werd terstond aan stukken gesneden. Veel soldaten begonnen
teekenen te geven van zinneloosheid.
Te Smolensk reeds was het leger zijn volslagen ondergang nabij. Evenals
zijn staf te voet, trok de Keizer den 9en die stad binnen. Eugène,
die met zijn korps den grooten weg had verlaten, kwam dienzelfden
dag voor de halfbevroren Wop, een rechterzijrivier van den Dnieper,
doch slaagde er niet in over dat water een brug te slaan, die bestand
was tegen de ijsschotsen; en de kozakken drongen op!--Met het water
tot aan de schouders trachtten velen naar de overzijde te waden,
doch honderden kwamen hierbij om tusschen het ijs. De vuurmonden
en bagagewagens moesten achtergelaten worden, evenals die der
marketentsters, die op deze plek al hun zuur verdiende bezittingen
in den steek moesten laten en den hemel mochten danken, dat zij ten
minste hun kinderen behouden aan de overzijde konden brengen.
De overtocht over de Wop kostte zes duizend man benevens zestig
vuurmonden.
Door de zorg van den hertog van Bassano was te Smolensk, te
Minsk, te Borrissow aan de Beresina en te Orscha, kortom in
de hoofddepotplaatsen des legers, wel een aanzienlijke voorraad
levensmiddelen bijeengebracht, doch niet voor langer dan tien dagen
en ook niet voor al de duizenden, die het leger van uit Moskou waren
gevolgd. Voorts deden de talrijke troepen tot alle wapens behoorende,
doch van hun korps afgedwaalde soldaten en de maraudeurs, op de
magazijnen die alleen voor de geregelde troepen werden geopend,
een aanval, welke niet terstond met kracht werd afgewezen.
Vonden de garde en het korps van Junot dus nog levensmiddelen en
kleeding, voor de hen volgende afdeelingen, die de stad tusschen 9 en
15 November naderden, was letterlijk niets meer over, zelfs geen dak,
want op last van hooger hand waren de nog staan gebleven huizen in
brand gestoken.
Ook de militaire toestand werd voortdurend gevaarlijker, want Kutusof
had zijn voorhoede doen afbuigen van den grooten weg en dezen nog
alleen doen volgen door ongeregelde cavalerie. Hij zelf marcheerde
reeds dagen lang op de linkerflank van Napoleon, circa vier Duitsche
mijlen van hem verwijderd, met zijn voorhoede in de tusschenruimte
en telkens aangrijpende, wanneer de gelegenheid hiertoe gunstig
was. Groot gevaar bestond er dus, dat hij vastberaden optredende,
Krasnoi, Orscha of eenig ander gewichtig punt van den terugtochtsweg
bereikte vóór de Fransche armee en dat Kutusof deze dan in flank en
rug greep.
In weerwil van de vertoogen zijner omgeving en vooral van de aan zijn
staf toegevoegde Engelsche attaché's, ging Kutusof tot zulk een stap
echter niet over. Nog altoos was de garde een geduchte, goed gewapende
troep, met Napoleon aan haar spits; tot welke vermetele zetten deze in
staat was, had hij indertijd bij Austerlitz ondervonden. Hij vreesde
den gewonden leeuw nog altijd en achtte het dus raadzamer niet meer
menschenlevens op te offeren dan noodig was, en geen grooten slag
te wagen, maar het moreel van zijn tegenpartij door onafgebroken
alarmeeren te schokken en uit te putten. De sneeuw, de vorst en de
honger zouden dan wel het overige doen. Alle teekenen van ontbinding
waren reeds aanwezig. Zijn eigen soldaten hadden bovendien reeds veel
geleden. Bij hem ook vielen er eveneens duizenden, niet zoozeer van
de kozakkenhorden als wel van de geregelde troepen. De zorg van hun
onderhoud liet ook vaak alles te wenschen over; en de gevolgen van dat
aanhoudend bivakkeeren in de open lucht te midden van sneeuw en ijs
waren ook duidelijk zichtbaar. Waarom zou hij dus door een tegenover
Napoleon altijd gewaagden zet voor één gewelddaad aan alles een einde
trachten te maken?