HOOFDSTUK XIX.

Het drama in Spanje.

"Een opstand van monniken" heeft de Keizer in zijn verholen

gramschap het verzet op het Iberische schiereiland in den beginne

smalend genoemd; toch is deze uitdrukking onjuist. Aanvankelijk

was de geestelijkheid hem zelfs niet ongenegen, omdat ze in hem

een bestrijder meende te zien van den zoo gehaten Godoy. Eerst

later, toen zij zijn ware bedoelingen, de onderwerping van Spanje,

had leeren kennen is ze van houding veranderd en heeft ze door het

opzweepen van den geloofshaat der bevolking den strijd tegen de

Fransche overheersching ontzettende vormen doen aannemen.

Napoleon leefde nu eenmaal in de waan, dat het godsbestuur hem op

deze wereld een grootsche taak had te vervullen gegeven en reeds lang

liep hij met plannen rond ook Spanje in zijn systeem op te nemen;

dat hij een groote fout beging zich in de familieaangelegenheden

der Spaansche Bourbons te mengen is even waar als zijn met Tilsit

begane fout, Pruisen zoo diep te vernederen. Wel was het waar, dat

Napoleon reeds tijdens den veldtocht in Pruisen voldoende bewijzen

van verraad van zijn ouden bondgenoot had ontvangen; de nachtelijke

bijeenkomsten van Godoy met de Pruisische en Russische gezanten waren

den Keizer niet onbekend gebleven, maar dit verontschuldigt evenmin

zijn inmenging in de familiequaesties der Spaansche Bourbons als het

verzoek zoowel van Karel IV en diens zoon Ferdinand, den Prins van

Asturië, om zich met hun particuliere aangelegenheden te bemoeien en

hun scheidsrechter te zijn.

Ferdinand ging hierin zelfs nog verder; die riep zijn bescherming in

"tegen een bende doodvijanden" en verzocht zijn aangenomen zoon te

mogen worden door een huwelijk met een prinses uit zijn huis.--Deze

had dan een dochter van Lucien kunnen wezen.

Dat Talleyrand, wel niet meer in naam doch steeds nog in de daad

Napoleons rechterhand in diens aangelegenheden met het buitenland,

dezen uit aangeboren zucht tot intrige aanhoudend prikkelde om in

Spanje krachtig op te treden, mag hierbij evenmin worden vergeten.

Wetende dat Godoy in stilte tegen hem samenspande en Junots troepen

bij hun opmarsch in den steek had gelaten, voor hun verpleging en

voeding niet de minste zorg gedragen had, gaf Napoleon aan twee

korpsen bevel de Spaansche grenzen te overschrijden, het land ten

noorden van de Ebro te bezetten en in Barcelona, Sint-Sebastiaan

en Pampeluna garnizoen te leggen. Een derde korps dirigeerde hij

naar Cadix en eischte toen (Februari 1808) afstand van het bezette

grondgebied in ruil voor Portugal.--Karel IV durfde dezen eisch,

toch een aanslag op zijn gebied, niet met klem van de hand te wijzen.

Verontwaardigd over het ellendige bestuur van Godoy, gerugsteund door

de bevolking, beducht voor de gevolgen, als Spanje nog verder door

Fransche troepen werd bezet, wisten eenige aanzienlijken Ferdinand,

ook al een zwak en besluiteloos wezen, te bewegen bij zijn vader

aan te dringen op Godoy's ontslag. Karel weigerde aan dit verzoek

te voldoen. Toen een nieuw Fransch leger onder Murat de grenzen

overtrok en langzaam Madrid begon te naderen; toen het bericht kwam

dat de koning wilde vluchten naar Cadix en dus Aranjuez verlaten had,

geraakte de bevolking te Madrid in opstand. Het paleis van Godoy werd

bestormd. Terwijl diens rampzalige gemalin, een prinses van Bourbon nog

wel, door het grauw werd geëerbiedigd, werd hij zelf, nadat hij zes en

dertig uur onder eenige rollen stroomatten op een zolder verscholen had

gezeten doch door honger en dorst verplicht was geworden te voorschijn

te komen, gepakt en had hij aan een paar gardes te danken dat hij,

met wonden overdekt, eindelijk in een kazerne terecht kwam.

Om zijn "dierbaren vriend en gunsteling" het leven te redden, deed

Karel IV den 19en Maart afstand van den troon ten behoeve van zijn

zoon. Murat stond toen nog maar één dagmarsch van Madrid.

De tijding van dezen troonsafstand was hem maar half aangenaam,

want hij had zelf wel koning van Spanje willen worden. Hierover

dacht Napoleon echter niet en had reeds lang Louis, Jérome en

Jozef gepolst. Had de eerste met het oog op zijn gezondheid altijd

aangedrongen om in meer zuidelijke streken geplaatst te worden, nu

het er op aankwam bedankte hij voor de eer. Ook Jérome meende niet te

moeten aannemen, daar zijn huwelijk met Catherine van Wurtemburg,

een protestante, een beletsel zou zijn en hij haar niet wilde

opofferen. Dan Jozef! Deze was reeds vóór de andere broers gepolst,

maar had bedankt, want slechts een gedeelte van Spanje was aangeboden;

nu herhaalde de Keizer het verzoek doch Spanje in haar geheel en

Jozef aanvaardde thans de kroon, die eens een Karel V had bezeten!

Den 23en trok Murat de hoofdstad binnen en werd hier door Ferdinand,

dien hij niet als koning erkende en dien hij prins van Asturië bleef

noemen, zoowel als door de bevolking, die in de Franschen thans de

bevrijders zag van Godoy's tirannie, voorkomend ontvangen. Godoy,

die reeds met ketenen beladen per kar van Aranjuez op weg was naar

een gevangenis te Madrid, zond hij naar Bayonne.

Intusschen had Karel IV zijn daad herroepen en Napoleon verzocht

scheidsrechter tusschen hem en zijn zoon te zijn. Ferdinand verliet

Madrid, begaf zich naar Bayonne, waar Napoleon zich reeds bevond,

en vond hier zijn ouders, die hem reeds den 20en April hierheen

waren voorafgegaan, waar ze door Napoleon met vorstelijken praal

werden ontvangen.

Te Madrid waren de broeder van Karel IV, zijn dochter de ex-koningin

van Etrurië en zijn jongste zoon Francisco de Paolo, een kind van

dertien jaar, achtergebleven.--Misschien hadden de gebeurtenissen een

bevredigenden loop genomen, als Murat niet den last had ontvangen ook

deze leden der koninklijke familie naar Bayonne te doen geleiden en

als de kleine Francisco het paleis had willen verlaten. Den 9en Mei

brak er nogmaals een ontzettend oproer uit. Uit alle huizen vielen

schoten. Een dragonder van Murats garde, wiens paard door een kogel was

neergeveld, zou zelfs voor de oogen zijner kameraden zijn vermoord,

als deze niet met de blanke sabel op de menigte waren ingestormd en

hem hadden ontzet.

Murat deed geducht wraak nemen. Vooral het escadron Mamelukken der

garde hield met kromsabel en donderbus een gruwelijke opruiming.

Toen Karel IV van Napoleon vernam wat er in zijn hoofdstad was

geschied, werd hij woedend, ontzag zich niet in 't bijzijn van

Joséphine en de geheele keizerlijke hofhouding zijn zoon toe te roepen:

"Ellendeling, je kunt tevreden zijn. Jouw misdadig verzet tegen je

vader is oorzaak geweest, dat Madrid thans baadt in bloed. Dit bloed

kome over jou hoofd!"--De koningin hief zelfs de hand tegen haar zoon

op en overlaadde hem met scheldwoorden.

Denzelfden avond nog,--6 Mei--stond Ferdinand, die op dit alles

geen syllabe antwoord had gegeven, de kroon weder af aan zijn vader;

nog twee dagen later deed deze met al zijn mannelijke nakomelingen

ten gunste van Napoleon afstand van den troon, "om daarover in het

belang van Spanje naar goedvinden te beschikken," en begaf zich met

zijn vrouw, zijn dochter en den "vriend" naar Rome. Aan Ferdinand

en zijn broertjes werd het kasteel van Valencay, een bezitting van

Talleyrand, als verblijf aangewezen.

In 't midden van Mei riep Napoleon nu een Junta van 150 Spaansche

afgevaardigden bijeen om een nieuwe grondwet samen te stellen en den

9en Juli verliet Jozef Bayonne op weg naar Madrid. In 't begin ging

het goed, maar al spoedig hield het enthousiasme van de bevolking op,

ja werd hem zelfs de weg versperd door een leger van 40.000 man, meest

geregelde troepen, onder den generaal Guesta. Wel werden de troepen

teruggedreven en deed Jozef den 20en Juli zijn intocht in Madrid,

maar 't was er alles behalve veilig voor den nieuwen koning, die dan

ook elf dagen later voorzichtigheidshalve de stad weder verliet en

te Vittoria achter de Ebro een veiliger verblijf zocht.

Was Murat misschien wat teleurgesteld Spanje niet te krijgen,

Napoleon wilde toch zijn zwager beloonen voor de uitstekende diensten

op militair gebied aan hem verleend en daarom had de Keizer hem de

keuze gelaten tusschen Portugal en Napels; Murat koos het laatste en

in September zien wij hem zijn intrede in Napels doen, waar hij de

schatkist leeg vond en het leger vertrokken.

Jozef had er duchtig huis gehouden en deze, die altijd geld en

troepen noodig had in zijn eerste koninkrijk zou nu nog veel erger

dingen ondervinden.

Geheel Spanje was in vollen opstand. In de nog niet door de Fransche

troepen bezette provinciën als Asturië en Arragon, te Sevilla en

te Badajoz had de bevolking naar de wapenen gegrepen; overal hadden

zich junta's gevormd. De reden was, dat den 19en Juli generaal Dupont

verplicht geweest was bij Baylen in Andalusië tusschen de Sierra Morena

en de Guadalquivir te capituleeren. Al de Spaansche grandes hadden

Jozef daarop zelfs zonder afscheid verlaten; Mexico en het geheele

vasteland van Zuid-Amerika van Peru tot aan de monden van de Rio

de la Plata, de koloniën dus, waarop Napoleon zoo tuk was geweest,

hadden hun havens voor Engeland geopend en zich bij de partij van

het gevallen koningshuis aangesloten.

Hoe Jozef zelf over zijn toestand dacht, kan blijken uit een fragment

van zijn brief van 9 Augustus aan zijn broeder:

"De gansche wereld zonder uitzondering heb ik hier tegen

mij. Zelfs de hoogere standen zijn na eenige aarzeling de

beweging der volksklasse gevolgd.--Als generaal zou mijn

taak draaglijk, zelfs gemakkelijk zijn, want met een korps

van uw oude soldaten zou ik de Spanjaarden overwinnen; als

koning is mijn rol echter niet vol te houden. Om over mijn

onderdanen de baas te worden, zou ik een deel er van moeten

verdelgen. Ik verkies dus niet langer te heerschen over

een natie, die niet van mij is gediend. Als overwonneling

heengaan, wensch ik echter ook niet. Zend mij dus een van uw

legers: aan de spits er van keer ik dan terug naar Madrid,

en onderhandel hier met de bevolking.--Wenscht gij dit, dan

schenk ik haar in uw naam Ferdinand VII als koning; maar ik

zelf wensch terug naar Napels, naar een volk, dat door mijn

zorgen gelukkig wil wezen. Ik ben uw broeder, uw eigen bloed;

en Murat heeft van zijn nieuw rijk nog geen bezit genomen."

De nederlaag bij Baylen was niet de eenige slag, die de Fransche

wapenen in diezelfde dagen trof. Aan de Mondego was een Engelsch leger

van 16.000 man onder generaal Arthur Wellesley de Portugeezen te hulp

gekomen en door Junot tevergeefs aangevallen. In het daarop gevolgde

gevecht bij Vimeira waren de Engelschen overwinnaar gebleven. Van het

bij Baylen gebeurde onderricht, beducht voor zijn leger, dat op de

positie van Torres Vedras ten noorden van Lissabon was teruggegaan,

trof Junot den 30en Augustus bij Cintra met Wellesley een overeenkomst,

waarbij werd bepaald, dat zijn troepen met Engelsche schepen naar

een Fransche haven zouden worden overgebracht.

De tijding van Duponts nederlaag ontving de Keizer, die Bayonne had

verlaten, op den terugweg naar Parijs. Terstond begreep hij dat de

terugtocht van zijn macht tot achter de Ebro hiervan het gevolg zou

moeten wezen; dat het leger aan gene zijde van de Pyreneën thans te

zwak was geworden voor het beoogde doel, de vermeestering van het land,

en dat zijn tegenwoordigheid ginds op het gevechtsveld dringend werd

vereischt, want het zou gaan om de eer van het groote keizerrijk. Een

gedeelte van zijn troepen uit Duitschland zou hij naar Spanje moeten

verplaatsen en aan Ruslands wensch ten opzichte van Pruisen, n.l. om

de aan deze mogendheid opgelegde oorlogsschatting te verminderen en

een deel zijner in Duitschland staande regimenten terug te nemen,

leende hij dus thans een meer gewillig oor dan vroeger. Den 8en

October sloot hij met Frederik Wilhelm een tractaat o.a. behelzende,

dat deze de eerstvolgende tien jaar niet meer dan ruim veertigduizend

man onder de wapenen zou houden en geen onderhandelingen met Engeland

openen, voordat hij zelf met dit rijk had vrede gesloten. Door dit

tractaat kreeg hij (8 October) de vrije beschikking over ruim 150.000

geoefende soldaten, die dwars door Duitschland naar den Rijn zouden

terugkeeren. Alleen in Silezië zou hij drie vestingen bezet houden

tot de oorlogskosten geheel waren afbetaald.

Met dien dreigenden toestand in Spanje voor oogen trok hij naar Erfurt

om keizer Alexander op diens verzoek nogmaals te ontmoeten. De vorsten

van het Rijnverbond en een drom andere gekroonde hoofden, vooral uit

Duitschland, zouden hier tevens bijeenkomen.

Niet voor zijn genoegen ging de Keizer derwaarts, al omgaven luister

en pracht zijn komst, en al schonk het hem voldoening, toen hij, bij

een galavoorstelling in den schouwburg met zijn keizerlijken vriend

de hofloge binnentredende, al die groote en kleine potentaten van

hun zetels zag rijzen en staan blijven, tot hij was gezeten. Geen

feestelijkheden en vermaken, de groote politieke vraagstukken van

het oogenblik waren het, welke hem naar 't stille stadje hadden

geroepen. Met Alexander wilde hij nogmaals overleggen en--dezen tot

geduld aanmanen, nu de Donau-vorstendommen Wallachije en Moldavië hem

niet zoo gemakkelijk in den schoot waren gevallen, als zijn weelderige

fantasie hem dit te Tilsit had voorgetooverd, en nu ook de zaken in

Finland nog niet naar wensch vlotten.

Dagen achtereen beraadslaagden die twee onder vier oogen; het slot

er van was, dat, terwijl Alexander zijn vriend de vrije hand liet in

het westen van Europa hij zelf naar willekeur in Finland en op het

Scandinavische schiereiland zou kunnen handelen. Op het vasteland

zou geen mogendheid zonder hun beider toestemming zich mogen wapenen;

als bemiddelaars in alle zaken zouden zij zich gezamenlijk tegenover

Engeland voordoen, en in geval van oorlog elkander steunen. Den 12en

October werd een door beiden onderteekend schrijven gericht aan George

III om mede te werken tot herstel van de rust in Europa.

Binnen acht dagen kwam het antwoord. Engelands gedragslijn stond

onherroepelijk vast. In geen geval kon het de partij van den koning

van Napels, Ferdinand IV, die Sicilië nog altoos bezet hield, of die

van het huis van Braganza loslaten.--Deze verklaring maakte iederen

verderen stap tot verzoening overbodig.

Den 13en October nam Alexander afscheid van zijn bondgenoot en keerde

Napoleon terug naar Parijs.--Het Congres van Erfurt behoorde tot

het verledene. Niet alleen was er met Alexander over de politiek

gesproken, want in deze dagen leed Napoleon een groot échec met het

oog op zijn persoonlijke plannen omtrent een tweede huwelijk, waarop

we later terugkomen.

Te St. Cloud terug, ontving hij de bevestiging van het gerucht,

dat aartshertog Karel op uitgebreide schaal krijgstoerustingen deed

maken. Duizenden artillerie- en treinpaarden werden daar aangekocht,

groote militaire magazijnen aangelegd en groote troepenbewegingen

verricht.

Om dit alles bekreunde Napoleon zich voorloopig echter niet. Aan de

overzijde van den Rijn had Napoleon nog altijd een machtig leger

staan, dat telkens versterking ontving, op kosten van de bewoners

der bezette streken leefde, en snel was bijeen te trekken. Al zijn

aandacht was gevestigd op Spanje. Den 5en November reeds bevond hij

zich te Vittoria, nam hier het bevel op zich over een korps, dat

rechtstreeks naar Madrid zou marcheeren en den 6en November klonk

het Voorwaarts! voor de geheele armee, die, ingedeeld in acht groote

korpsen, de Ebro in waaiervorm begon te passeeren.

Enkele dagen later waren de onder Castanos en Palafox verzamelde

afdeelingen uiteengeslagen en verstrooid, en was de stad Burgos

genomen. Den 30en November werd de nauwe pas van de Somo Sierra

onder de oogen des Keizers bestormd en genomen. Den 3en December,

dus nog geen maand nadat hij Vittoria had verlaten, was het paleis van

Buen-Retiro te Madrid onder zware verliezen vermeesterd en de hoofdstad

weder in Fransche handen; Jozef werd in zijn waardigheid hersteld.

Plechtig deed deze zijn intocht in Madrid en hield daarbij in een der

kerken een rede waarin hij deed uitkomen, dat hij de kroon uit handen

van de Cortes te Bayonne had ontvangen. Nu zou alles wel goed gaan

als Napoleon hem nu maar de vrije hand liet, zoo dacht de nog altijd

eigenzinnige oudste, die zich nu eenmaal boven zijn keizerlijken

broeder stelde.

Een beslissing was nochtans nergens verkregen. Waar de troepen in

de provinciën binnentrokken, legde de bevolking het hoofd in den

schoot; daarbuiten was alles in vollen opstand. Deze was plaatselijk

geworden en ontaard in een partijgangers-, een guerillakrijg

met al zijn sombere, bloedige gevolgen. Koeriers, alleen reizende

militairen, achterblijvers, gekwetsten werden onderweg overvallen en

op afschuwelijke wijze afgemaakt; bronnen werden vergiftigd, in één

woord al de gruwelen gepleegd, waartoe fanatisme en priesterdwang een

domme, onbeschaafde doch hartstochtelijk aan zijn vorstenhuis en zijn

land gehechte natie kunnen opzweepen.

De cathechismus, welke aan iederen oprechten Spanjaard in die dagen

onderwezen werd, teekent den toestand.

"Wat zijt ge, mijn kind?--Spanjaard bij de genade Gods.--Wie

is de vijand van ons geluk?--De keizer der Franschen.--Hoeveel

naturen zijn er?--Twee; de menschelijke en de duivelsche.--Hoeveel

keizers der Franschen zijn er?--Één echte in drie gedaanten.--Hoe

heeten deze?--Napoleon, Murat en Godoy.--Wie is de slechtste?--Ze

zijn alle drie even slecht.--Van wie stamt Napoleon af?--Van de

zonde.--Murat?--Van Napoleon.--En Godoy?--Van beiden.--Wat is

het karakter van den eerste?--Hoogmoed en heerschzucht.--Van den

tweede?--Roofzucht en wreedheid.--En van den derde?--Hebzucht, verraad

en onwetendheid.--Wat zijn de Franschen?--Voormalige christenen,

ketters geworden.--Is het dooden van een Franschman zonde?--Neen,

padre; als men één dier honden doodt, verwerft men den hemel.--Welke

straf verdient een Spanjaard, die te kort schiet in zijn plicht?--Den

dood en de eerloosheid des verraders.--Wie zal ons bevrijden van onze

vijanden?--Ons onderling vertrouwen en de wapenen."

Terwijl zijn onderbevelhebbers streden op zijn flanken, en Saragossa

werd ingesloten, wendde Napoleon zich naar het westen, naar Valladolid

om het Engelsche leger, dat uit Portugal, onder generaal Moore

namelijk, naar Madrid op marsch was, aan te grijpen.

De Sierra de Guaderama moest hierbij gepasseerd; het vroor, dat het

kraakte; de wegen waren spiegelglad; vooral de cavalerie kon bijna niet

vooruitkomen. In 't gebergte werden de troepen bovendien overvallen

door een sneeuwstorm, die menschen en paarden half blind maakte. Maar

de Engelschen, bevreesd te worden afgesneden, waren thans in vollen

aftocht naar de haven van La Corunna; hen wilde Napoleon volstrekt

inhalen. Hoewel het reeds liep tegen Januari, de dagen kort, en de

wegen zeer slecht waren, maakten de soldaten dagelijks nog marschen

van tien uren en meer, waarbij de infanterie, want alle bruggen waren

door de Engelschen afgebroken, zich vaak vier of vijf keer per dag

naakt moest uitkleeden, om met de uniform en de wapens boven het

hoofd door het ijskoude water der gezwollen beken te waden.

Op die wijze werd op oudejaarsavond van het jaar 1808 Astorga, in Leon,

bereikt, maar in welk een toestand! Alleen de spits der regimenten en

een paar honderd ruiters hadden Napoleon tot zoover kunnen volgen. De

rest lag langs den weg, uitgeput, doodaf. Drie grenadiers der garde

hadden onderweg zelfmoord gepleegd, omdat zij niet verder kònden en

niet in 's vijands handen wilden vallen.

Te Astorga nam de Keizer eensklaps afscheid van zijn getrouwen;

onrustbarende berichten over Oostenrijks voortgezette wapening maakten

zijn tegenwoordigheid te Parijs noodig; doch eerst verrichtte hij

nog een daad van barmhartigheid tegenover ruim duizend Engelsche

vrouwen en kinderen, die generaal Moore bij zijn overhaasten aftocht

in een schuur buiten de stad met niets dan droge gerst tot voedsel,

had achtergelaten. Hij liet ze in de stad onder dak brengen en van

voedsel voorzien en deed Moore door een parlementair verwittigen, dat

deze huisgezinnen zijner soldaten hem, zoodra het weder dit toeliet,

zouden worden teruggegeven. Tevens gaf hij Soult last de vervolging

voort te zetten en keerde met zijn garde terug naar Valladolid.

In de bergen van Leon haalde Soult de Engelschen in, dwong hun

achterhoede tot wijken en bracht Moore, die door zwaar stormweder

belet werd zich in te schepen, bij La Corunna ten slotte een geduchte

nederlaag toe, waarbij deze generaal zelf het leven liet.

Terwijl de Engelschen aan de noordwestkust van het schiereiland dus een

les ontvingen, die hun lang zou heugen, voldeed Lannes aan den last,

hem te Astorga gegeven, om het bevel over de troepen vóór Saragossa

op zich te nemen.--Versterkt door het overschot der troepen van

Castanos, die bij Tudela de nederlaag hadden geleden, had de geheele

krijgszuchtige bevolking van Arragon, in 't geheel circa 80.000 man,

zich binnen de muren dezer goed versterkte stad opgesloten met het

vaste voornemen zich te verdedigen tot het uiterste.--Vooral de boeren

waren verwoed. Met hun vrouwen, hun kinderen en hun vee stadwaarts

getogen, hadden zij in een der stadswijken een huis of onderkomen

gekregen onder voorwaarde zich in geen geval over te geven. Hier leefde

dat volk in een poel van drek en vuil met het vee samen als beesten in

één hok. In deze wijken brak weldra een epidemie uit, waarbij de lijken

der gestorvenen onbegraven in de straten en stegen bleven liggen.

Een stad met een bevolking, die in haar fatalisme nog veel van de

Arabieren had overgehouden, was met storm niet te nemen. Zoodra de

buitenste versterkingen gevallen waren, moesten de huizen dus voet

voor voet door mijnen en buskruit worden opgeruimd. Toch verlieten

de bewoners ze niet. Terwijl de bijlslagen der sappeurs buiten

weergalmden, kon men hen binnen litaniën hooren zingen. Vloog ten

slotte een huis in de lucht, dan schaarden de niet gevallen bewoners

zich op de puinhoopen om die weder te verdedigen en uit hun met

allerlei ontuig geladen donderbussen op de aanvallers te vuren.

Middelerwijl gierden dagelijks honderden granaten over de hoofden

der verdedigers.

Vooral de kloosters met hun geweldig dikke muren leverden een ernstig

beletsel op; die waren niet te ondermijnen. Men paste dit middel dus

alleen toe op een deel van den buitenmuur en maakte hierin een bres;

dan moest een gereedstaande stormcolonne de rest doen.

Toch hield de bevolking vol. Geen honger, geen ziekte, geen ijzer of

vuur was bij machte die door de monniken met het kruisbeeld in de

vuist aangevuurde mannen en vrouwen te bewegen tot de overgave. De

edelmoedigheid van Lannes behaalde ten slotte de zege.--Den 20en Maart

werd een nonnenklooster genomen; in de kerk werden niet alleen de

"zusters" maar meer dan driehonderd vrouwen van allerlei rang en

stand gevonden. Half verhongerd, door uitputting den dood nabij,

reeds dagen lang van alle zijden ingesloten, hadden zij geen voedsel

kunnen machtig worden.

Voor Lannes geleid, zorgde deze terstond, dat de marketentsters

haar voor zijn rekening van al het noodige voorzagen; ten slotte

liet hij haar zelfs naar de stad terugbrengen. Van de daken, van de

torens had de bevolking dit alles met gloeiende blikken gevolgd. Allen

stormden thans de vrouwen tegemoet om te vernemen wat er met haar was

geschied; en deze--hadden slechts lof voor dien Franschen maarschalk

en zijn soldaten. Opgewondenheid en fanatisme verdwenen als met een

tooverslag. Dienzelfden avond nog capituleerde Saragossa.

Lannes vertrok toen naar Parijs, waar de Keizer hem had ontboden,

vond hem hier niet meer en reisde door naar Augsburg. Soult was

intusschen met zijn sterk gedund korps Portugal binnengerukt. Met

onverminderde heftigheid duurde de oorlog op het schiereiland voort.

Napoleon(#27883) · 第 35 / 49 题