Onder klokkengelui stroomde het volk door de met vlaggen getooide
stad naar de plaats der plechtigheid, de Nôtre-Dame. Voorafgegaan
door den paus kwam Napoleon, gevolgd door de keizerin, de prinsen en
prinsessen de kerk binnen, daarop volgden de maarschalken, dragende
de kroon, de schepter, degen enz. Met plechtige toespraken werden de
verschillende initialen door den paus aan den Keizer overhandigd,
daarna zette hij zich zelf de kroon op het hoofd en ontving daarop
den pauselijken zegen.
Vervolgens nam Napoleon de kroon en plaatste deze op het hoofd van
Joséphine, die met tranen in de vriendelijke oogen voor het altaar
geknield lag; het was het meest aangrijpende oogenblik, alleen
verstoord door den perfiden glimlach van Talleyrand. Wat moet dit
moment voor haar wel geweest zijn, maar ook welk een gebeurtenis in
het leven van den Corsicaan, die zoo echt eenvoudig maar begrijpelijk
tijdens de ceremonie zijn broer Jozef aanstootende, zeide: "Jozef,
als vader ons nu eens zag."
De mooie rede van den kerkvorst, zijn waardige verschijning, verhoogde
nog de plechtigheid en toen Napoleon ten slotte den eed had afgelegd,
daverde een "Leve de Keizer" door de kathedraal.
De kroning maakte zoowel in als buiten Frankrijk grooten indruk en
in zoover had Napoleon dus volkomen zijn doel bereikt.
Pius VII vertrok niet direct na de kroning, maar bleef nog enkele
maanden in Frankrijks hoofdstad, het scheen den kerkvorst goed te
bevallen en ten onrechte heeft men wel beweerd, dat er niet de noodige
egards voor hem werden in acht genomen. Na in April van 't volgende
jaar nog het kind van Louis en Hortense te hebben gedoopt, vertrok hij
weder naar Rome, waar hij in Mei aankwam, zoo al niet verheugd over
den afloop der onderhandelingen met Napoleon dan toch uiterst voldaan
over de hartelijke ontvangst hem allerwege bereid en de groote piëteit,
die de Franschen voor hem als hoofd der kerk hadden aan den dag gelegd.
Het kind, dat de paus had gedoopt en welke plechtigheid met groot
ceremonieel was gevierd en waarvan aan alle hoven bericht was gezonden,
bracht, evenals het eerste kind, in het droevige huwelijksleven van
Hortense en Louis een lichtstraaltje; reeds van het begin af was de
verhouding slecht geweest. Louis, in den regel afwezig, had reeds
in de eerste dagen van hun huwelijk de weinige kieschheid gehad,
Hortense in te lichten over het vroegere leven van haar moeder en
men zal erkennen, dat deze volstrekt onnoodige mededeelingen niet
bevorderlijk waren voor een goede verhouding. Zijn hard en dikwijls
onbillijk optreden tegen Hortense hadden bovendien de uitwerking,
dat zij in stilte leed en in de afwezigheid van haar man, zonder
haar hart uit te storten, in de omgeving van Napoleon en Joséphine
eenige vergoeding trachtte te vinden, voor 't geen ze met Louis
samenwonende, volkomen miste. Wel scheen de komst van het eerste
kind eenige verandering ten goede te brengen, maar het was van korten
duur en de melancolieke man van vroeger, die het nergens kon vinden,
telkens voor ziekte naar het Zuiden moest en zich ook op politiek
gebied niet bewoog, zooals zijn broers, maakte het leven van Hortense
inderdaad ongelukkig. Wel nam hij ten slotte zijn betrekking van
divisiegeneraal en lid van den Staatsraad aan, maar noch het een,
noch het ander had zijn belangstelling.
Geheel anders Jozef! We weten, hoe deze altijd in oppositie was tegen
zijn jongeren broer; wat had het Napoleon een hoofdbreken gekost bij
de regeling van het erfrecht, Jozef te voldoen. Nauwelijks was het
hem bekend, dat Napoleon het kind van Louis als zijn opvolger wilde
aanwijzen of Jozef ging direct aan het werk om voor zijn rechten
op te komen en hierin vond hij zoowel bij Lucien als Louis steun,
zoodat deze zelfs door hem werd overgehaald de aanwijzing van zijn
kind als opvolger te weigeren. Napoleon was geëindigd met Jozef
naar Boulogne te zenden, waardoor hij niet in Parijs kon komen en
Napoleon de gelegenheid kreeg het erfrecht te regelen op de wijze,
zooals hij dat wilde, zonder dat Jozef hem hierin kon weerstreven en
tevens aanhangers kon winnen om zich tegen de plannen van zijn broer
te verzetten.
Ten slotte was Jozef gezwicht. 't Was dan ook al te verleidelijk;
de waardigheid van Prins met een tractement van één millioen, die van
Groot-Keurvorst met 333.333 francs en dan nog als woning een paleis,
wie zou er niet wat voor laten loopen, vooral als men dan nog binnen 6
weken twee gratificaties ontvangt uit de "grande-cassette" van 300 en
50.000 francs! 't Was de moeite waard, doch 't verzet van Jozef tegen
zijn broer eindigde er toch niet mee. Dat zat nu eenmaal in 't bloed.
Dat Jozef zoo intiem was met Bernadotte, die ook al door zijn
toedoen o.a. maarschalk was geworden, hinderde den Keizer geweldig;
dat hij zijn huis inrichtte op zoodanige wijze dat daaraan lieden
werden verbonden, die Napoleon niet gezind waren, eveneens en toen
Napoleon in October 1804 o.a. met Jozef overleg pleegde over de
regeling der kroning, kwam het tot een hevige uitbarsting tusschen de
broers. Napoleon wist wel waar hem de schoen wrong. Jaloezie tegenover
Eugenius de Beauharnais en Hortense speelde een hoofdrol en in het
bijzijn van anderen kwam het soms tot heftige scènes, waaruit Napoleons
groote genegenheid voor zijn stiefkinderen ten duidelijkste bleek. Ten
slotte stelde Napoleon zijn broer voor de keuze òf zich geheel uit het
publieke leven terug te trekken, òf te blijven voortgaan hem tegen
te werken, òf zich openlijk met hem te verbinden. Napoleon zegt hem
openhartig, dat hij het laatste hoopt, maar geeft hem ook duidelijk te
verstaan, dat hij het tweede niet zal dulden en dat hij hem dan ook
openlijk als vijand zal beschouwen. Jozef onderwerpt zich en kiest
het laatste; we zullen zien, dat het meer schijn dan werkelijkheid was.
Van de zijde van Jozef dus verzet, met Lucien was de band reeds geheel
verbroken! Zagen we vroeger hoe deze broer in Portugal goede zaken
had gemaakt en van het aldaar verkregen geld goede sier maakte in
Parijs en zich grandioos inrichtte, een tweede huwelijk van Lucien
met Madame Jouberthon was de oorzaak van de verwijdering tusschen
hem en Napoleon. Juist in den tijd, dat Napoleon het plan had hem
te doen huwen met een Spaansche Infante, weduwe van den vorst van
Etrurië, kwam Napoleon tot de ontdekking, dat hij in alle stilte
gehuwd was met Mme Jouberthon, een toch al niet te gunstig bekend
staande dame en dat niet alleen, maar zelfs was er voor de sluiting
van het huwelijk reeds een kind geboren. Het is te begrijpen, dat de
huwelijksvoorstellen van Napoleon bij Lucien weinig ingang vonden,
maar eveneens, dat zijn broer, alles van het tweede huwelijk hoorende,
in woede ontstak. Aanvankelijk van plan ernstige maatregelen te nemen,
begreep Napoleon, dat deze toch weinig zouden uitwerken en het wijzer
was niets meer te doen, daar noch hij, noch ook zijn moeder eenigen
invloed op Lucien zou hebben. Eenmaal voor dit fait-accompli geplaatst,
eischte hij echter, dat Luciens vrouw niet den naam van Bonaparte
zou dragen. De jongere broer dacht er niet over naar den anderen te
luisteren, eischte wel degelijk dien naam voor zijn vrouw op en dat
niet alleen, hij wilde ook voor haar een plaats in de familie.
Het slot was, dat Napoleon hem gaf te verstaan, dat dit zoo niet
kon gaan en Lucien zich had te onderwerpen. Deze wilde dit niet en
op het einde van December 1803 vertrok hij uit Parijs naar Italië,
zooals hij aan Jozef schreef "met haat in het hart." Wel kwam hij het
volgend jaar in Parijs terug, wel gaf hij te kennen geen afstand te
doen van zijn aanspraken wat het erfrecht betreft, wel deed Napoleon
een uiterste concessie door hem te beloven in het erfrecht ook hem
een plaats te geven, onder beding dat zijn kinderen uit het tweede
huwelijk voor altijd bleven uitgesloten, het baatte alles niets; Lucien
eischte opname in de familie en in het erfrecht, Napoleon weigerde
beslist. Met Lucien werd gebroken; deze vestigde zich te Rome en de
poging van mama om Lucien weder in Napoleons gunst te doen opnemen,
nog eenige weken voor de kroning aangewend, had geen resultaat.
Was Lucien dus niet bij de plechtigheid op 2 December tegenwoordig,
ook Napoleons jongste broer Jérome ontbrak. Met het oog op het
groote verschil in leeftijd, Napoleon was 15 jaar ouder, kunnen we
ons begrijpen, dat Napoleon de zorg voor zijn opvoeding geheel op
zich moest nemen en tijdens het Consulaat zien we Jérome dan ook in
de omgeving van Napoleon en Joséphine; deze vond hem blijkbaar een
aardigen jongen, maar verwende hem in den grond en Jérome maakte daar
flink gebruik van en leidde een gemakkelijk en lui leventje. Uitgaan
en pret maken waren zijn hoofdbezigheden, terwijl het koopen van een
reisnecessaire voor de som van 15000(!) francs wel voldoende bewees,
dat hem de waarde van het geld niet erg bekend was.
Reeds waren er klachten van de broers ingekomen bij Napoleon over
de verkeerde wijze, waarop hij door Joséphine werd opgevoed en zoo
werd besloten hem eene opleiding voor zeeofficier te geven. Hij werd
naar de vloot gezonden om onder leiding van den admiraal Gautheaume,
die zeer strenge instructies van Napoleon kreeg, aan orde en tucht
te gewennen. Misschien, dacht Napoleon, zou hij een groote rol
ter zee kunnen vervullen evenals zijn broers in het leger en in
de politiek! Aanvankelijk ging het goed en kon Gautheaume gunstige
rapporten over zijn discipel aan Napoleon zenden. Jérome viel het
niet moeilijk aan de nieuwe omgeving te wennen en voelde zich ook
ter zee geheel op zijn plaats. Dat hij de ernst van het leven nog
niet goed begreep, was met het oog op zijn jeugdigen leeftijd te
verklaren en dat hij na zijn aanstelling tot luitenant ter zee, in
Parijs teruggekeerd, deze bevordering duchtig vierde, eveneens. Toch
schijnt hij het wat al te bont te hebben gemaakt, want Napoleon zond
hem spoedig weer naar Nantes met bevel op een der schepen, de Epervier,
te embarkeeren. Wel duurde het nog eenigen tijd, voor hij aan den
last voldeed en zette hij in Nantes de festijnen van Parijs voort,
maar eindelijk zien we hem weer zee kiezen.
Zoo treffen we Jérome op zijn brik de Epervier in het begin van 1803
in de West-Indische wateren aan; zelfs werd hij bij ontstentenis van
zijn kapitein door den vlootvoogd tijdelijk met het commando over een
der schepen belast, voorwaar voor Jérome, die het schip meer als een
plezierjacht, dan als een oorlogsschip beschouwde en op zijn schip
nu en dan als huzarenkapitein gekleed ging, een te verantwoordelijke
betrekking. De gevolgen bleven dan ook niet uit. Niettegenstaande
de admiraal Villaret hem beval, ook met het oog op den uitgebroken
oorlog met Engeland, te vertrekken, haastte Jérome zich niet, bleef
lang op Martinique, zond ten slotte de Epervier naar Frankrijk terug,
maar ging zelf met enkele vrienden naar... de Vereenigde Staten van
Noord-Amerika, zoodat we hem in Juli van het jaar 1803 in Washington
aantreffen. Dit uitstapje kostte geld, maar Jérome wist raad. Hij
nam den vertegenwoordiger van Frankrijk aldaar, zekeren Pichon, in
den arm en deze moest hem geld geven, wat ook geschiedde. Zoo leefde
hij er te Washington en Baltimore lustig op los en dacht niet aan
vertrekken, ook niet toen een Fransch schip zich in de haven bevond
en de gelegenheid voor vertrek hem dus werd geboden.
In Baltimore had hij kennis gemaakt met de nog jeugdige en mooie Miss
Elisabeth Patterson. De jongen, hij was pas negentien jaar, was spoedig
doodelijk verliefd en wilde huwen met de schoone Amerikaansche. De
consul trachtte hem er van af te brengen en waarschuwde Jérome, dat
hij de toestemming van zijn moeder moest hebben en dat dit huwelijk
volgens de Fransche wetten ongeldig zou wezen, maar het gelukte noch
Pichon, noch anderen hem te bewegen van het huwelijk af te zien. En
Miss Patterson zelf? Geen raadgevingen baatten, ook haar tot andere
gedachten te brengen. "'t Was beter één uur de vrouw van Jérome
Bonaparte te zijn, dan van een ander gedurende het geheele leven,"
gaf ze als bescheid. Zoo werd de verbintenis gesloten en zorgde
vader Patterson wel, dat het huwelijkscontract de duidelijke bepaling
inhield, dat bij scheiding, hetzij door Jérome, hetzij veroorzaakt
door de verwanten, de dochter het recht had op het eigendom en het
volle genot van een derde der goederen van Jérome en tevens, dat bij
afwezigheid van Elisabeth dit aan de erfgenamen kwam!
Napoleon, dit alles vernemende, was ten hoogste ontstemd en wilde
natuurlijk het huwelijk niet erkennen. Ook eischte hij onmiddellijken
terugkeer naar Frankrijk, doch wel schrijft Jérome een zeer onderworpen
brief aan Talleyrand met belofte van terug te komen, maar in een brief
aan zijn moeder, waarin hij haar het huwelijk mededeelde, vermeldt hij
niets over den terugtocht, noch roert hij daarin het ernstige feit aan,
dat hij vrijwel desertie heeft gepleegd. Jérome neemt nu eenmaal alles
nog al licht op; hij blijft, viert feest, maakt pret en... schuld.
We kunnen dus niet zeggen, dat de verhouding tusschen Napoleon en
zijn broers tijdens de kroningsdagen zoo bijster goed was, aan de
eene zijde stil verzet met schijnbare onderwerping, aan den anderen
kant volkomen opstand en verwijdering.
Drie dagen later vierde Parijs wederom een luisterrijk feest, doch
thans een van zuiver militairen aard. Aan al de regimenten in de
hoofdstad in garnizoen en aan al de korpsen daar buiten, door den
kolonel en een keurbende zijner soldaten vertegenwoordigd, reikte
Napoleon de nieuwe adelaars uit, die kostbare veldteekens, zwaar van
zijde, borduursels en goud, de zinnebeelden van eer en trouw, welke
binnen weinige jaren zegevierend door Europa zouden gaan om ten slotte
in den reuzenslag van Waterloo weg te zinken in een zee van bloed.