2 December 1804 was de groote dag!

Onder klokkengelui stroomde het volk door de met vlaggen getooide

stad naar de plaats der plechtigheid, de Nôtre-Dame. Voorafgegaan

door den paus kwam Napoleon, gevolgd door de keizerin, de prinsen en

prinsessen de kerk binnen, daarop volgden de maarschalken, dragende

de kroon, de schepter, degen enz. Met plechtige toespraken werden de

verschillende initialen door den paus aan den Keizer overhandigd,

daarna zette hij zich zelf de kroon op het hoofd en ontving daarop

den pauselijken zegen.

Vervolgens nam Napoleon de kroon en plaatste deze op het hoofd van

Joséphine, die met tranen in de vriendelijke oogen voor het altaar

geknield lag; het was het meest aangrijpende oogenblik, alleen

verstoord door den perfiden glimlach van Talleyrand. Wat moet dit

moment voor haar wel geweest zijn, maar ook welk een gebeurtenis in

het leven van den Corsicaan, die zoo echt eenvoudig maar begrijpelijk

tijdens de ceremonie zijn broer Jozef aanstootende, zeide: "Jozef,

als vader ons nu eens zag."

De mooie rede van den kerkvorst, zijn waardige verschijning, verhoogde

nog de plechtigheid en toen Napoleon ten slotte den eed had afgelegd,

daverde een "Leve de Keizer" door de kathedraal.

De kroning maakte zoowel in als buiten Frankrijk grooten indruk en

in zoover had Napoleon dus volkomen zijn doel bereikt.

Pius VII vertrok niet direct na de kroning, maar bleef nog enkele

maanden in Frankrijks hoofdstad, het scheen den kerkvorst goed te

bevallen en ten onrechte heeft men wel beweerd, dat er niet de noodige

egards voor hem werden in acht genomen. Na in April van 't volgende

jaar nog het kind van Louis en Hortense te hebben gedoopt, vertrok hij

weder naar Rome, waar hij in Mei aankwam, zoo al niet verheugd over

den afloop der onderhandelingen met Napoleon dan toch uiterst voldaan

over de hartelijke ontvangst hem allerwege bereid en de groote piëteit,

die de Franschen voor hem als hoofd der kerk hadden aan den dag gelegd.

Het kind, dat de paus had gedoopt en welke plechtigheid met groot

ceremonieel was gevierd en waarvan aan alle hoven bericht was gezonden,

bracht, evenals het eerste kind, in het droevige huwelijksleven van

Hortense en Louis een lichtstraaltje; reeds van het begin af was de

verhouding slecht geweest. Louis, in den regel afwezig, had reeds

in de eerste dagen van hun huwelijk de weinige kieschheid gehad,

Hortense in te lichten over het vroegere leven van haar moeder en

men zal erkennen, dat deze volstrekt onnoodige mededeelingen niet

bevorderlijk waren voor een goede verhouding. Zijn hard en dikwijls

onbillijk optreden tegen Hortense hadden bovendien de uitwerking,

dat zij in stilte leed en in de afwezigheid van haar man, zonder

haar hart uit te storten, in de omgeving van Napoleon en Joséphine

eenige vergoeding trachtte te vinden, voor 't geen ze met Louis

samenwonende, volkomen miste. Wel scheen de komst van het eerste

kind eenige verandering ten goede te brengen, maar het was van korten

duur en de melancolieke man van vroeger, die het nergens kon vinden,

telkens voor ziekte naar het Zuiden moest en zich ook op politiek

gebied niet bewoog, zooals zijn broers, maakte het leven van Hortense

inderdaad ongelukkig. Wel nam hij ten slotte zijn betrekking van

divisiegeneraal en lid van den Staatsraad aan, maar noch het een,

noch het ander had zijn belangstelling.

Geheel anders Jozef! We weten, hoe deze altijd in oppositie was tegen

zijn jongeren broer; wat had het Napoleon een hoofdbreken gekost bij

de regeling van het erfrecht, Jozef te voldoen. Nauwelijks was het

hem bekend, dat Napoleon het kind van Louis als zijn opvolger wilde

aanwijzen of Jozef ging direct aan het werk om voor zijn rechten

op te komen en hierin vond hij zoowel bij Lucien als Louis steun,

zoodat deze zelfs door hem werd overgehaald de aanwijzing van zijn

kind als opvolger te weigeren. Napoleon was geëindigd met Jozef

naar Boulogne te zenden, waardoor hij niet in Parijs kon komen en

Napoleon de gelegenheid kreeg het erfrecht te regelen op de wijze,

zooals hij dat wilde, zonder dat Jozef hem hierin kon weerstreven en

tevens aanhangers kon winnen om zich tegen de plannen van zijn broer

te verzetten.

Ten slotte was Jozef gezwicht. 't Was dan ook al te verleidelijk;

de waardigheid van Prins met een tractement van één millioen, die van

Groot-Keurvorst met 333.333 francs en dan nog als woning een paleis,

wie zou er niet wat voor laten loopen, vooral als men dan nog binnen 6

weken twee gratificaties ontvangt uit de "grande-cassette" van 300 en

50.000 francs! 't Was de moeite waard, doch 't verzet van Jozef tegen

zijn broer eindigde er toch niet mee. Dat zat nu eenmaal in 't bloed.

Dat Jozef zoo intiem was met Bernadotte, die ook al door zijn

toedoen o.a. maarschalk was geworden, hinderde den Keizer geweldig;

dat hij zijn huis inrichtte op zoodanige wijze dat daaraan lieden

werden verbonden, die Napoleon niet gezind waren, eveneens en toen

Napoleon in October 1804 o.a. met Jozef overleg pleegde over de

regeling der kroning, kwam het tot een hevige uitbarsting tusschen de

broers. Napoleon wist wel waar hem de schoen wrong. Jaloezie tegenover

Eugenius de Beauharnais en Hortense speelde een hoofdrol en in het

bijzijn van anderen kwam het soms tot heftige scènes, waaruit Napoleons

groote genegenheid voor zijn stiefkinderen ten duidelijkste bleek. Ten

slotte stelde Napoleon zijn broer voor de keuze òf zich geheel uit het

publieke leven terug te trekken, òf te blijven voortgaan hem tegen

te werken, òf zich openlijk met hem te verbinden. Napoleon zegt hem

openhartig, dat hij het laatste hoopt, maar geeft hem ook duidelijk te

verstaan, dat hij het tweede niet zal dulden en dat hij hem dan ook

openlijk als vijand zal beschouwen. Jozef onderwerpt zich en kiest

het laatste; we zullen zien, dat het meer schijn dan werkelijkheid was.

Van de zijde van Jozef dus verzet, met Lucien was de band reeds geheel

verbroken! Zagen we vroeger hoe deze broer in Portugal goede zaken

had gemaakt en van het aldaar verkregen geld goede sier maakte in

Parijs en zich grandioos inrichtte, een tweede huwelijk van Lucien

met Madame Jouberthon was de oorzaak van de verwijdering tusschen

hem en Napoleon. Juist in den tijd, dat Napoleon het plan had hem

te doen huwen met een Spaansche Infante, weduwe van den vorst van

Etrurië, kwam Napoleon tot de ontdekking, dat hij in alle stilte

gehuwd was met Mme Jouberthon, een toch al niet te gunstig bekend

staande dame en dat niet alleen, maar zelfs was er voor de sluiting

van het huwelijk reeds een kind geboren. Het is te begrijpen, dat de

huwelijksvoorstellen van Napoleon bij Lucien weinig ingang vonden,

maar eveneens, dat zijn broer, alles van het tweede huwelijk hoorende,

in woede ontstak. Aanvankelijk van plan ernstige maatregelen te nemen,

begreep Napoleon, dat deze toch weinig zouden uitwerken en het wijzer

was niets meer te doen, daar noch hij, noch ook zijn moeder eenigen

invloed op Lucien zou hebben. Eenmaal voor dit fait-accompli geplaatst,

eischte hij echter, dat Luciens vrouw niet den naam van Bonaparte

zou dragen. De jongere broer dacht er niet over naar den anderen te

luisteren, eischte wel degelijk dien naam voor zijn vrouw op en dat

niet alleen, hij wilde ook voor haar een plaats in de familie.

Het slot was, dat Napoleon hem gaf te verstaan, dat dit zoo niet

kon gaan en Lucien zich had te onderwerpen. Deze wilde dit niet en

op het einde van December 1803 vertrok hij uit Parijs naar Italië,

zooals hij aan Jozef schreef "met haat in het hart." Wel kwam hij het

volgend jaar in Parijs terug, wel gaf hij te kennen geen afstand te

doen van zijn aanspraken wat het erfrecht betreft, wel deed Napoleon

een uiterste concessie door hem te beloven in het erfrecht ook hem

een plaats te geven, onder beding dat zijn kinderen uit het tweede

huwelijk voor altijd bleven uitgesloten, het baatte alles niets; Lucien

eischte opname in de familie en in het erfrecht, Napoleon weigerde

beslist. Met Lucien werd gebroken; deze vestigde zich te Rome en de

poging van mama om Lucien weder in Napoleons gunst te doen opnemen,

nog eenige weken voor de kroning aangewend, had geen resultaat.

Was Lucien dus niet bij de plechtigheid op 2 December tegenwoordig,

ook Napoleons jongste broer Jérome ontbrak. Met het oog op het

groote verschil in leeftijd, Napoleon was 15 jaar ouder, kunnen we

ons begrijpen, dat Napoleon de zorg voor zijn opvoeding geheel op

zich moest nemen en tijdens het Consulaat zien we Jérome dan ook in

de omgeving van Napoleon en Joséphine; deze vond hem blijkbaar een

aardigen jongen, maar verwende hem in den grond en Jérome maakte daar

flink gebruik van en leidde een gemakkelijk en lui leventje. Uitgaan

en pret maken waren zijn hoofdbezigheden, terwijl het koopen van een

reisnecessaire voor de som van 15000(!) francs wel voldoende bewees,

dat hem de waarde van het geld niet erg bekend was.

Reeds waren er klachten van de broers ingekomen bij Napoleon over

de verkeerde wijze, waarop hij door Joséphine werd opgevoed en zoo

werd besloten hem eene opleiding voor zeeofficier te geven. Hij werd

naar de vloot gezonden om onder leiding van den admiraal Gautheaume,

die zeer strenge instructies van Napoleon kreeg, aan orde en tucht

te gewennen. Misschien, dacht Napoleon, zou hij een groote rol

ter zee kunnen vervullen evenals zijn broers in het leger en in

de politiek! Aanvankelijk ging het goed en kon Gautheaume gunstige

rapporten over zijn discipel aan Napoleon zenden. Jérome viel het

niet moeilijk aan de nieuwe omgeving te wennen en voelde zich ook

ter zee geheel op zijn plaats. Dat hij de ernst van het leven nog

niet goed begreep, was met het oog op zijn jeugdigen leeftijd te

verklaren en dat hij na zijn aanstelling tot luitenant ter zee, in

Parijs teruggekeerd, deze bevordering duchtig vierde, eveneens. Toch

schijnt hij het wat al te bont te hebben gemaakt, want Napoleon zond

hem spoedig weer naar Nantes met bevel op een der schepen, de Epervier,

te embarkeeren. Wel duurde het nog eenigen tijd, voor hij aan den

last voldeed en zette hij in Nantes de festijnen van Parijs voort,

maar eindelijk zien we hem weer zee kiezen.

Zoo treffen we Jérome op zijn brik de Epervier in het begin van 1803

in de West-Indische wateren aan; zelfs werd hij bij ontstentenis van

zijn kapitein door den vlootvoogd tijdelijk met het commando over een

der schepen belast, voorwaar voor Jérome, die het schip meer als een

plezierjacht, dan als een oorlogsschip beschouwde en op zijn schip

nu en dan als huzarenkapitein gekleed ging, een te verantwoordelijke

betrekking. De gevolgen bleven dan ook niet uit. Niettegenstaande

de admiraal Villaret hem beval, ook met het oog op den uitgebroken

oorlog met Engeland, te vertrekken, haastte Jérome zich niet, bleef

lang op Martinique, zond ten slotte de Epervier naar Frankrijk terug,

maar ging zelf met enkele vrienden naar... de Vereenigde Staten van

Noord-Amerika, zoodat we hem in Juli van het jaar 1803 in Washington

aantreffen. Dit uitstapje kostte geld, maar Jérome wist raad. Hij

nam den vertegenwoordiger van Frankrijk aldaar, zekeren Pichon, in

den arm en deze moest hem geld geven, wat ook geschiedde. Zoo leefde

hij er te Washington en Baltimore lustig op los en dacht niet aan

vertrekken, ook niet toen een Fransch schip zich in de haven bevond

en de gelegenheid voor vertrek hem dus werd geboden.

In Baltimore had hij kennis gemaakt met de nog jeugdige en mooie Miss

Elisabeth Patterson. De jongen, hij was pas negentien jaar, was spoedig

doodelijk verliefd en wilde huwen met de schoone Amerikaansche. De

consul trachtte hem er van af te brengen en waarschuwde Jérome, dat

hij de toestemming van zijn moeder moest hebben en dat dit huwelijk

volgens de Fransche wetten ongeldig zou wezen, maar het gelukte noch

Pichon, noch anderen hem te bewegen van het huwelijk af te zien. En

Miss Patterson zelf? Geen raadgevingen baatten, ook haar tot andere

gedachten te brengen. "'t Was beter één uur de vrouw van Jérome

Bonaparte te zijn, dan van een ander gedurende het geheele leven,"

gaf ze als bescheid. Zoo werd de verbintenis gesloten en zorgde

vader Patterson wel, dat het huwelijkscontract de duidelijke bepaling

inhield, dat bij scheiding, hetzij door Jérome, hetzij veroorzaakt

door de verwanten, de dochter het recht had op het eigendom en het

volle genot van een derde der goederen van Jérome en tevens, dat bij

afwezigheid van Elisabeth dit aan de erfgenamen kwam!

Napoleon, dit alles vernemende, was ten hoogste ontstemd en wilde

natuurlijk het huwelijk niet erkennen. Ook eischte hij onmiddellijken

terugkeer naar Frankrijk, doch wel schrijft Jérome een zeer onderworpen

brief aan Talleyrand met belofte van terug te komen, maar in een brief

aan zijn moeder, waarin hij haar het huwelijk mededeelde, vermeldt hij

niets over den terugtocht, noch roert hij daarin het ernstige feit aan,

dat hij vrijwel desertie heeft gepleegd. Jérome neemt nu eenmaal alles

nog al licht op; hij blijft, viert feest, maakt pret en... schuld.

We kunnen dus niet zeggen, dat de verhouding tusschen Napoleon en

zijn broers tijdens de kroningsdagen zoo bijster goed was, aan de

eene zijde stil verzet met schijnbare onderwerping, aan den anderen

kant volkomen opstand en verwijdering.

Drie dagen later vierde Parijs wederom een luisterrijk feest, doch

thans een van zuiver militairen aard. Aan al de regimenten in de

hoofdstad in garnizoen en aan al de korpsen daar buiten, door den

kolonel en een keurbende zijner soldaten vertegenwoordigd, reikte

Napoleon de nieuwe adelaars uit, die kostbare veldteekens, zwaar van

zijde, borduursels en goud, de zinnebeelden van eer en trouw, welke

binnen weinige jaren zegevierend door Europa zouden gaan om ten slotte

in den reuzenslag van Waterloo weg te zinken in een zee van bloed.

Napoleon(#27883) · 第 30 / 49 题