HOOFDSTUK IV

Het huwelijk uit wraak.

Roger, koning van Sicilië, had een broeder en eene zuster. Deze

broeder, Monfroi, kwam tegen hem in opstand, waardoor het land in

vuur en vlam werd gezet hij had echter het ongeluk twee veldslagen

te verliezen en in handen des konings te vallen, die zich tevreden

stelde als straf hem zijne vrijheid te ontnemen. Deze goedertierenheid

deed Roger echter in de oogen van een gedeelte zijner onderdanen

doorgaan voor een barbaar. Zij zeiden dat hij zijn broeder het

leven slechts gelaten had om eene langzame en onmenschelijke wraak

te genieten. Anderen, beter ingelicht, schreven de hardvochtige

behandeling van Monfroi in de gevangenis toe aan zijn zuster

Mathilda. Deze prinses had steeds den prins gehaat en hield niet op

hem te kwellen, zoolang hij leefde. Zij leefde slechts kort, hetgeen

als een gerechte straf werd beschouwd voor hare ontaarde gevoelens.

Monfroi liet twee zonen na; zij waren nog jong. Roger had wel lust zich

van hen te ontdoen uit vrees dat zij, ouder geworden, het verlangen

om hun vader te wreken, hen er toe zou brengen een partij aan te

voeren, die niet genoeg onderdrukt was om nooit meer moeilijkheden te

veroorzaken. Hij deelde zijn plan mee aan senator Leontio Siffredi,

zijn minister, die het niet goedkeurde en om hem er af te brengen, zich

met de opvoeding van Enrique, den oudste, belastte en hem aanraadde

aan den connetable van Sicilië den jongsten zoon toe te vertrouwen,

die don Pedro heette. Roger vond het goed, overtuigd, dat zijn neven

door deze beide mannen zouden worden opgevoed in de onderworpenheid,

welke zij hem verschuldigd waren. Zelf zorgde hij voor de opvoeding

van zijne nicht Constance, eenige dochter van Mathilda en even oud

als Enrique. Hij gaf haar dienstmaagden en leermeesters en spaarde

geen kosten.

Leontio Siffredi had een kasteel binnen twee mijlen van Palermo in

een bosch, Belmonte geheeten. Daar beijverde de minister zich om

Enrique eenmaal de troon van Sicilië waardig te maken. Hij merkte

allereerst in dezen prins zulke beminnelijke eigenschappen op, dat

hij zich aan hem hechtte alsof hij geen kinderen had. Hij had evenwel

twee dochters. De oudste, Blanche, een jaar ouder dan de prins, was

een volmaakte schoonheid en de jongste, Portia, die bij hare geboorte

den dood van hare moeder had veroorzaakt, lag nog in de wieg. Blanche

en prins Enrique beminden elkaar, zoodra zij daartoe in staat waren,

maar hadden geen gelegenheid zich samen te onderhouden. De prins

wist er echter nu en dan iets op te vinden. En hij maakte zoo'n goed

gebruik van die enkele kostbare oogenblikken, dat hij de dochter

van Siffredi wist over te halen haar toestemming te geven voor de

uitvoering van een door hem beraamd plan. Toevallig moest Leontio

een reis ondernemen naar een der meest verwijderde provincies van het

koninkrijk en tijdens zijne afwezigheid liet Enrique een gat maken in

den muur van zijn vertrek, dat grensde aan de kamer van Blanche. Deze

opening werd met een houten deur gesloten en deze was zoo kunstig

gemaakt in de lambriseering, dat het niet te zien was. Een kundig

architect maakte dit werk met even grooten ijver als discretie.

Door deze opening kwam de verliefde Enrique eenige malen in de

kamer van zijne maitresse, maar maakte geen misbruik van hare

goedheid. Indien zij al de onvoorzichtigheid had gehad hem te

ontvangen, was dit alleen geschied op zijne verzekering, dat hij

nooit meer zou eischen dan de onschuldigste liefdesbewijzen. Op een

nacht vond hij haar zeer ongerust; zij had vernomen dat Roger zeer

ziek was en dat hij Siffredi als grootkanselier van het rijk bij zich

ontboden had om hem zijn laatste wilsbeschikking mee te deelen. Zij

dacht zich haar lieven Enrique reeds op den troon en de angst hem in

dezen hoogen rang te verliezen, veroorzaakte eene vreemde ontroering,

zij had zelfs tranen in de oogen. "Gij weent mevrouw," zei hij, "wat

moet ik denken van de droefheid waaraan gij u overgeeft?"--"Seigneur,"

antwoordde Blanche, "ik kan u mijn onrust niet verbergen, de koning

uw oom zal weldra sterven en u zijn plaats nalaten. Wanneer ik

bedenk, hoezeer uwe nieuwe grootheid u van mij gaat verwijderen,

beken ik ongerust te zijn. Een monarch ziet de zaken uit een ander

oogpunt dan een minnaar en dat, wat zijn verlangen uitmaakte, toen

er nog een macht boven de zijne was, laat hem slechts koud op den

troon. Misschien is het mijn verstand, of slechts een voorgevoel, maar

het verontrust mij en mijn vertrouwen in uw goedheid kan deze onrust

niet bedaren. Ik twijfel niet aan de standvastigheid uwer gevoelens;

ik maak mij slechts ongerust over mijn geluk."

"Beminnelijke Blanche," antwoordde de prins, "uwe vrees rechtvaardigt

mijn gehechtheid aan uwe bekoorlijkheden, maar uw buitensporig

wantrouwen beleedigt mijn liefde en als ik het zeggen mag, de achting

welke gij mij verschuldigd zijt. Neen, neen, denk niet dat uw lot

van het mijne kan worden gescheiden, geloof eerder, dat gij alleen

altijd mijne vreugde en geluk zult uitmaken. Laat dus uwe ijdele

vrees varen. Laat zij niet deze zoete uren vergallen." "Ach Seigneur,"

antwoordde Blanche, "zoodra gij gekroond zijt, kunnen uw onderdanen u

vragen eene prinses te huwen, welk schitterend huwelijk nieuwe rijken

bij de uwe voegt; en misschien komt gij hunne verwachtingen na, zelfs

ten koste van uw innigste wenschen." "En waarom," hernam Enrique,

"vormt gij u zelf zulk een droevig beeld van de toekomst en kwelt u

zelf daarmee? Indien de hemel over mijn oom beschikt en mij meester

van Sicilië maakt, zweer ik bij alles wat ons heilig is, dat ik mij

aan u zal geven te Palermo in tegenwoordigheid van mijn gansche hof."

Deze uitingen stelden de dochter van Siffredi een weinig gerust. Verder

spraken zij over de ziekte des konings. Enrique liet zijn goed hart

spreken; hij beklaagde zijn oom, ofschoon hij niet veel reden had om

er getroffen door te zijn; de macht van het bloed deed hem den vorst

beklagen, wiens dood hem een kroon zou bezorgen. Blanche kende nog niet

alle ongelukken, welke haar bedreigden. De connetable van Sicilië,

die eens voor gewichtige aangelegenheden op het kasteel van Belmonte

was gekomen en haar ontmoet had terwijl zij uit het vertrek van haar

vader kwam, was door hare schoonheid getroffen. Hij vroeg reeds den

volgenden dag om haar hand aan Siffredi, die zijn aanzoek aannam;

in deze dagen was echter de ziekte van Roger tusschenbeide gekomen,

waardoor het huwelijk werd uitgesteld en Blanche had er nog niet over

hooren spreken.

Op zekeren morgen, terwijl Enrique bezig was zich te kleeden, zag

hij plotseling Leontio binnenkomen, gevolgd door Blanche. "Seigneur,"

zei de kanselier, "de tijding welke ik u kom brengen, zal u bedroeven,

maar de troost die haar vergezelt, zal uwe smart lenigen. De koning uw

oom is gestorven en door zijn dood laat hij u zijn scepter na. Sicilië

is onderworpen aan u. De grooten van het rijk wachten uwe orders te

Palermo. Zij hebben mij ermee belast ze uit uwen mond te vernemen en ik

kom, seigneur, met mijne dochter, u de eerste en oprechte eerbewijzen

brengen, welke uwe nieuwe onderdanen u verschuldigd zijn." De prins

die wist, dat Roger al twee maanden aan een loopende ziekte leed, was

niet verwonderd bij het hooren van deze tijding. Evenwel getroffen

door de plotselinge verandering van positie, voelde hij duizend

verschillende gewaarwordingen bij zich opkomen. Hij peinsde een

oogenblik en sprak vervolgens: "Wijze Siffredi, ik beschouw u steeds

als mijn vader. Het zal mij een eer zijn mij door u te laten raden

en gij zult veeleer over Sicilië regeeren dan ik." Na deze woorden

ging hij naar een tafel, waarop schrijfgereedschap lag en een blank

vel papier nemend schreef hij zijn naam onder aan de pagina. "Wat

wilt gij doen Seigneur?" vroeg Siffredi. "U mijne erkentelijkheid en

mijne achting betoonen," antwoordde Enrique. Hij gaf daarop het papier

aan Blanche en zei: "Ontvang, mevrouw, dit bewijs van mijn trouw en

de macht die ik u geef." Blanche nam het blozend aan en antwoordde:

"Seigneur, ik ontving met eerbied de gunstbewijzen van mijn koning,

maar ik ben afhankelijk van een vader, en gij zult goed vinden,

dat ik hem het papier ter hand stel, om er het gebruik van te maken,

dat zijn wijsheid hem zal ingeven."

Zij gaf werkelijk de handteekening van Enrique aan haar vader. Deze

bemerkte nu eerst wat tot dusver zijn aandacht was ontsnapt. Hij

wachtte zich echter wel op de zaak in te gaan en zei: "Uwe majesteit

zal mij niets te verwijten hebben. Ik zal er geen misbruik van

maken."--"Waarde Leontio, welk gebruik gij er ook van zoudt willen

maken, ik zal mijne belofte nakomen. Maar kom," vervolgde hij, "keer

naar Palermo terug, laat de toebereidselen voor mijne kroning gereed

maken en zeg aan mijne onderdanen, dat ik dra volg om van hen den

eed van trouw te ontvangen en hun mijne genegenheid te betuigen". De

minister gehoorzaamde aan de bevelen van zijn nieuwen meester en ging

met zijne dochter op weg naar Palermo.

Eenige uren na hen vertrok de prins ook uit Belmonte meer denkende

aan zijn liefde dan aan zijn hoogen rang. Toen men hem de stad zag

binnenkomen, juichte men hem toe; hij betrad onder gejuich van het

volk het paleis, waar alles reeds gereed was voor de plechtigheid. Hij

vond er prinses Constance in rouwkleederen. Zij scheen zeer onder

den indruk van den dood van Roger. Op gepaste wijze condoleerden

zij elkander wederkeerig met den dood van dezen vorst, maar Enrique

deed dit met meer koelheid dan de prinses, daar zij ondanks de

familie-onaangenaamheden dezen prins nooit had kunnen haten. Hij

plaatste zich op de troon en de prinses ging naast hem zitten op een

ietwat lageren stoel. De grooten des rijks namen hun plaats in, ieder

volgens zijn rang. De plechtigheid begon en Leontio als grootkanselier

en bewaarder van het testament las dit luide voor. In hoofdzaak bevatte

dit geschrift, dat bij Roger's kinderloos overlijden de oudste zoon

van Montfroi tot zijn opvolger benoemd werd, op voorwaarde, dat hij

prinses Constance zou huwen en dat, wanneer hij hare hand weigerde,

de kroon van Sicilië zou toebehooren aan don Pedro zijn broeder,

op dezelfde voorwaarden.

Deze woorden brachten voor Enrique eene verrassing en wel eene

zeer onaangename, die er niet beter op werd toen Leontio na het

geheele testament te hebben voorgelezen, tot de aanwezigen sprak:

"Mijne heeren, toen ik de laatste wenschen van wijlen den koning aan

onzen nieuwen vorst overbracht, stemde deze edelmoedige prins er in

toe prinses Constance, zijn nicht, zijn hand aan te bieden." Enrique

wilde den kanselier in de rede vallen: "Leontio," zei hij, "denk aan

het papier van Blanche...." Maar Siffredi liet den vorst geen tijd

eene verklaring te geven: "Seigneur", zei hij, "zoo is het. De edelen

van het koninkrijk," vervolglde hij en toonde het papier, "zullen er

uit lezen door uwe doorluchtige handteekening bekrachtigd, hoe groot

de achting is, welke gij voor de prinses koestert, en den eerbied,

welken gij de laatste wenschen van wijlen den koning, uw oom bewijst."

Hierna las hij het papier voor, dat hij zelf had ingevuld. De

nieuwe koning beloofde daarin onomwonden prinses Constance te

zullen huwen volgens de bedoelingen van Roger. De zaal weerklonk van

vreugdegejuich. "Leve onze grootmoedige koning Enrique," riepen zij die

tegenwoordig waren. Want bekend als men was met den tegenzin, welken

deze prins voor de prinses getoond had, vreesde men niet zonder reden

dat hij tegen deze bepaling van het testament in verzet zou komen en

twist over het koninkrijk zou brengen; door deze verklaring waren zij

echter gerustgesteld. De algemeene toejuichingen verscheurden echter

het hart van den vorst.

Constance, die gedreven door eerzucht en door haar teedere gevoel wat

meer dan eenig ander belang bij de zaak had, gebruikte dit oogenblik om

den koning haar erkentelijkheid te betuigen. De vorst wist zich bijna

niet goed te houden. Hij ontving de dankbetuiging van de prinses met

zooveel onrust, hij was zoo verward, dat hij zelfs niet kon antwoorden,

wat de welvoeglijkheid van hem eischte. Eindelijk, zich niet langer

kunnende beheerschen, naderde hij Siffredi, wiens opdracht hem dicht

bij den koning hield, en zei zacht: "Wat doet gij Leontio? Het papier

dat ik uw dochter gaf, was hiervoor niet bestemd, gij verraadt...."

"Seigneur," antwoordde Siffredi, "denk aan uwen roem. Indien gij de

wenschen van wijlen uw oom niet nakomt, verliest gij de kroon van

Sicilië." Na deze woorden verwijderde hij zich uit de nabijheid des

konings om een antwoord te voorkomen. Enrique voelde zich in groote

verlegenheid. Hij was verbitterd op Siffredi, hij kon niet besluiten

Blanche te verlaten en verdeeld tusschen haar en zijn roem, wist hij

niet welke keuze hij moest doen. Eindelijk meende hij toch het middel

gevonden te hebben om de dochter van Siffredi te behouden zonder van

den troon afstand te doen. Hij deed alsof hij zich aan de wenschen

van Roger onderwierp en nam zich voor onderwijl te Rome dispensatie

aan te vragen van zijn huwelijk met zijn nicht, door zijn weldaden de

grooten van het rijk voor zich te winnen, en op deze wijze zijn macht

zoo goed te vestigen, dat men hem niet zou dwingen de voorwaarden

van het testament na te komen.

Zoodra hij dit plan gevormd had, werd hij rustiger en zich naar

Constance keerende, bevestigde hij wat de grootkanselier reeds had

medegedeeld. Op het oogenblik echter, dat hij haar trouw zwoer,

kwam Blanche binnen om op bevel haars vaders aan de prinses hare

verknochtheid te betuigen en hoorde de woorden van Enrique. En daar

Leontio bij haar geen twijfel wilde laten omtrent haar ongeluk, stelde

hij haar aan Constance voor met de woorden: "Mijne dochter, betuig

uwe koningin uwe hulde: wensch haar eene bloeiende regeering en een

gelukkig huwelijk." Deze verschrikkelijke slag deed de ongelukkige

Blanche bijna hare bezinning verliezen. Tevergeefs trachtte zij

hare smart te verbergen, beurtelings werd zij rood en bleek en

haar geheele lichaam beefde. De prinses vermoedde echter niets: zij

schreef haar onsamenhangende woorden toe aan verlegenheid van een

meisje, dat opgevoed in een woestijn weinig gewend was aan het hof te

verkeeren. De vorst begreep het echter wel beter. De wanhoop, die hij

in haar oogen las, bracht hem van streek. Hij twijfelde niet of zij

moest, oordeelend naar den schijn, hem voor trouweloos houden. Hij

zou minder ongerust geweest zijn, indien hij haar had kunnen spreken,

doch hoe moest hij het middel daarvoor vinden, nu geheel Sicilië als

't ware het oog op hem gevestigd had. Overigens liet de wreede Siffredi

hem geen kans. De minister, die in de harten van deze beide minnenden

las en de ongelukken wilde voorkomen, die hun liefde over den staat

kon veroorzaken, nam zijne dochter weldra mee naar Belmonte en besloot

haar zoo spoedig mogelijk uit te huwelijken om meer dan één reden.

Toen zij thuis waren aangekomen, bracht hij haar in kennis met het

verschrikkelijk lot, dat voor haar was weggelegd. Hij zei haar, dat

hij den connetabel het ja-woord had gegeven. "Rechtvaardige hemel,"

riep zij uit, door den schrik bevangen, "welke vreeselijke folteringen

hebt gij voor de ongelukkige Blanche weggelegd?" Hierna viel zij buiten

kennis in de armen van haar vader. Hoewel deze medelijden met haar had,

veranderde zijn eerste besluit toch niet. Eindelijk kwam Blanche weer

bij, meer door het groot verdriet dat zij had dan door het water dat

Siffredi haar in het gelaat wierp en hare droevige oogen openende

zag zij hem zich beijverende om haar te helpen.

"Seigneur," zei zij met doffe stem, "ik schaam mij, dat ik u mijn

zwakheid heb laten zien, maar de dood, welke spoedig een einde

zal maken aan mijne kwellingen, zal u spoedig verlossen van eene

ongelukkige dochter, welke over haar hart heeft beschikt zonder

uwe voorkennis." "Neen, lieve Blanche," antwoordde Leontio, "gij

zult niet sterven, en uw deugd zal haar macht over u herwinnen. Het

aanzoek van den connetabel doet u alle eer; het is de beste partij in

den Staat...." "Ik acht zijn persoon en zijn verdienste," antwoordde

Blanche, "maar seigneur, de koning had mij doen hopen...." Doch toen

viel Siffredi haar op zijn beurt in de rede, "ik weet alles wat ge

daarover zeggen wilt. Ik ben niet onbekend met uwe liefde voor dezen

vorst, en ik zou haar in andere omstandigheden niet afkeuren, gij

zoudt zelfs zien, dat ik mij zou beijveren u de hand te verzekeren

van Enrique, wanneer het belang van zijn roem en dat van den staat

hem niet noodzaakten met Constance te huwen. Op voorwaarde alleen,

dat hij met deze prinses zou huwen, heeft de gestorven koning hem als

opvolger aangewezen. Wilt gij, dat hij aan u de voorkeur geeft boven

de kroon van Sicilië? Geloof, dat ik ook diep getroffen ben door den

doodelijken slag, welke u is toegebracht. Maar waar wij niet tegen het

noodlot kunnen strijden, moet gij moedig zijn; gij moet er een eer in

stellen om niet aan het geheele koninkrijk te laten zien, dat gij een

ijdele hoop gekoesterd hebt. Uwe toegenegenheid voor den koning zou

zelfs aanleiding geven tot lasterpraatjes over u en het eenige middel

om deze te voorkomen is te trouwen met den connetabel. Kortom, Blanche,

er is niets meer aan te doen. De koning doet afstand van u voor een

troon: hij trouwt met Constance. De connetable heeft mijn woord,

kom dit na bid ik u; en als het noodig is om u ertoe te bewegen,

dat ik van mijn gezag gebruik maak, dan beveel ik het u."

Na deze woorden ging hij heen en liet haar aan haar gedachten

over. Hij hoopte, dat na de redenen, welke hij had aangevoerd om

haar deugd te sterken tegenover de neiging van haar hart, zij uit

zich zelf zou besluiten de vrouw te worden van den connetable. Hij

bedroog zich niet, maar wat kostte het de ongelukkige Blanche niet,

dit besluit te nemen! De smart, dat haar voorgevoel over de ontrouw van

Enrique verwezenlijkt was en dat zij gedwongen was, hem te verliezen

en te worden overgeleverd aan een man, dien zij niet kon beminnen,

veroorzaakte haar zulk nameloos wee, dat haar bestaan ondragelijk

werd. "Indien mijn ongeluk vaststaat," riep zij uit, "hoe kan ik er

mij dan tegen verzetten zonder te sterven? Meedoogenloos noodlot,

waarom hebt gij mij met de zoetste hoop gevleid, wanneer gij mij toch

in een afgrond van rampen werpen moest? En gij trouwelooze minnaar,

geeft je aan een ander, terwijl je mij eeuwige trouw hebt beloofd! Heb

je dan zoo spoedig kunnen vergeten, wat je me gezworen hebt? Om

je te straffen voor het feit, dat ge mij zoo wreed bedrogen hebt,

geve de hemel, dat de echtelijke legerstede het tooneel worde van

verdriet en niet van genot en dat de liefkoozingen van Constance uw

trouweloosheid vergiftigen. Moge je huwelijk even afschuwelijk wonden

als het mijne! Ja, verrader, ik zal den connetable huwen, dien ik niet

bemin, om mijzelf te straffen, dat ik mijne genegenheid zoo slecht had

geplaatst. Waar mijn godsdienst verbiedt de hand aan mijn leven te

slaan, zie ik, dat de dagen die mij overblijven, in rouw en ellende

voorbij zullen gaan. Als gij nog eenige liefde voor mij gevoelt, zal

ik mij op je wreken door mij in de armen van een ander te werpen, en

indien gij mij geheel hebt vergeten, zal Sicilië ten minste er zich

op kunnen beroemen een vrouw te hebben voortgebracht, die zich zelf

gestraft heeft omdat zij te lichtvaardig over haar hart had beschikt."

In een dergelijken toestand bracht dit treurig slachtoffer van de

liefde en den plicht den nacht door, voorafgaande aan haar huwelijk met

den connetable. Siffredi, die haar den volgenden dag bereid vond aan

zijne wenschen te voldoen, haastte zich van de gunstige gelegenheid

te profiteeren. Hij liet den connetable den zelfden dag nog te

Belmonte komen, en voltrok in het geheim het huwelijk in de kapel

van het kasteel. Welk een dag voor Blanche! Het was nog niet genoeg

een kroon te verliezen, afstand van een minnaar te doen en zich aan

iemand te moeten geven dien zij haatte; doch zij moest daarbij nog hare

gevoelens verbergen voor een echtgenoot, die een grooten hartstocht

voor haar koesterde en van nature jaloersch was. Deze echtgenoot,

blijde haar te bezitten, was steeds aan haar voeten. Hij liet haar

zelfs niet den schralen troost in het geheim haar ongeluk te kunnen

beweenen. Toen de nacht aanbrak, voelde de dochter van Leontio haar

smart verdubbelen. Maar wat moest zij doen, toen hare vrouwen, na

haar ontkleed te hebben, haar alleen lieten met den connetable? Hij

vroeg eerbiedig naar de oorzaak van de bedruktheid, waarin zij

scheen te verkeeren. Deze vraag bracht Blanche in verlegenheid en

zij veinsde zich onwel te voelen. Eerst nam haar echtgenoot dit aan,

maar lang bleef hij niet in deze dwaling. Daar hij werkelijk ongerust

was over haar toestand, drong hij bij haar aan om naar bed te gaan,

zij legde dit aandringen verkeerd uit en vormde zich daarvan zulk

een wreed beeld, dat zij tenslotte in tranen uitbarstte. Welk een

schouwspel voor een man, die meende zijn vurigst verlangen bereikt

te hebben. Hij twijfelde niet langer of de ziekte van zijn vrouw was

noodlottig voor zijne liefde. Ofschoon deze gedachte zijn toestand

bijna even ellendig maakte als die van Blanche, had hij wilskracht

genoeg om zijn vermoeden te verbergen. Hij verdubbelde zijn attenties

en drong er bij haar op aan naar bed te gaan, haar verzekerend dat

hij de rust, die zij noodig had, niet zou verstoren. Hij bood zelfs

aan haar vrouwelijke bedienden te roepen, indien zij oordeelde dat

die hulp haar verlichting kon brengen. Blanche, door deze belofte

gerustgesteld, zei dat zij alleen rust noodig had om de zwakte,

waarin zij zich bevond, te overwinnen. Hij deed, alsof hij haar

geloofde. Zij gingen samen naar bed en brachten een nacht door,

hemelsbreed verschillend van dien, welke de liefde geeft aan minnenden.

Terwijl de dochter van Siffredi zich overgaf aan haar smart, ging de

connetable in zich zelf na, waardoor zijn huwelijk zoo noodlottig

kon zijn. Hij begreep, dat hij een mededinger had, maar toen hij

hem wilde ontdekken, kwam hij op geen enkel spoor. Hij wist alleen,

dat hij de ongelukkigste van de mannen was. Hij had reeds twee derden

van den nacht met overdenkingen doorgebracht, toen hij een gerucht

hoorde. Hij was verrast te hooren hoe iemand zachtjes door de kamer

liep. Hij meende zich te bedriegen, want hij herinnerde zich zelf

de deur gesloten te hebben, nadat de vrouwelijke bedienden zich

hadden verwijderd. Hij opende de gordijnen om zich met eigen oogen

te overtuigen wat de oorzaak was van het geluid, dat hij hoorde:

het licht op den schoorsteen was echter uitgegaan en weldra hoorde

hij een zachte stem, die herhaaldelijk Blanche riep. Zijn jaloersche

vermoedens kregen nu de overhand en daar zijn eer er mede gemoeid

was en hem verplichtte op te staan om een beleediging te voorkomen of

deze te wreken, nam hij zijn degen en liep naar de zijde vanwaar de

stem kwam. Hij voelt een degen den zijne kruisen. Hij gaat vooruit,

waarop de ander zich terugtrekt. Hij vervolgt, maar de ander wijkt

achteruit. Hij zoekt hem, die tracht te vluchten in alle hoeken van

de kamer voor zoover de duisternis het toelaat en vindt niets. Hij

blijft staan, luistert en hoort niets meer. Het lijkt toovenarij. Hij

denkt dat de belager van zijn eer door de deur gevlucht is, maar

de grendel was er op als tevoren. Daar hij niets van dit avontuur

begreep, riep hij zijn dichtstbijzijnde bedienden en terwijl hij hun

de deur opende, bleef hij in de doorgang staan en was op zijn hoede om

zijn tegenstander niet te laten ontsnappen. Op zijn herhaald geroep

kwamen eenige dienaren met toortsen. Hij nam een kaars en stelde met

ontblooten degen een onderzoek in. Hij vond echter niemand, noch eenig

spoor, dat er iemand geweest was. Hij kon geen geheime deur ontdekken,

noch eenige opening, waardoor men toegang had kunnen krijgen; hij kon

echter nu niet blind blijven voor den omvang van zijn ongeluk. Van

Blanche mocht hij geen opheldering verwachten, daar zij te groot belang

er bij had de waarheid te verbergen. Hij besloot zijn hart bloot te

leggen aan Leontio, nadat hij de dienaren had weggezonden, zeggende,

dat hij eenig gerucht had gehoord, maar zich vergist had. Hij ontmoette

zijn schoonvader, die op het lawaai uit zijn slaapvertrek was gekomen,

en vertelde hem wat er was voorgevallen onder onmiskenbare teekenen

van opgewondenheid en diepe smart.

Siffredi was verrast over het avontuur. Ofschoon het hem niet

natuurlijk scheen, achtte hij het toch waarschijnlijk, en daar hij

alles mogelijk achtte van de liefde des konings, werd hij hevig

door die gedachte ontroerd. Maar verre van voedsel te geven aan de

jaloersche vermoedens van zijn schoonzoon, stelde hij hem gerust met

de verklaring, dat de stem, welke hij had meenen te hooren en den

degen, welke den zijne had gekruist, niets anders konden zijn dan de

spooksels van een door jaloerschheid verhitte verbeelding; dat het

onmogelijk was voor iemand de kamer van zijn dochter binnen te komen,

dat de smart, welke hij bij zijne vrouw had opgemerkt, misschien was

veroorzaakt door eenige ongesteldheid; dat de eer niet verantwoordelijk

moest gesteld worden voor veranderingen van het temperament; dat de

verandering van een meisje, gewend in afzondering te leven, en die

zich plotseling ziet gegeven aan een man, dien zij nog niet kende en

dus niet kon beminnen, de oorzaak wel eens kon zijn van deze tranen

en zuchten en de ongesteldheid waarover zij klaagde; dat de liefde in

het hart van meisjes van edelen bloede slechts ontstond door den tijd

en toewijding; dat hij hem aanmaande zijn ongerustheid te kalmeeren,

zijn teederheid te verdubbelen om Blanche beter te stemmen en dat

hij hem bad naar haar terug te keeren, overtuigd dat dit wantrouwen

en die ongerustheid hare deugd beleedigden.

De connetable antwoordde niets op de argumenten van zijn schoonvader;

hetzij dat hij begon te gelooven zich werkelijk vergist te hebben,

hetzij dat hij het beter oordeelde te veinzen dan te trachten

den grijsaard te overtuigen van een feit, dat zoo onwaarschijnlijk

scheen. Hij keerde in het vertrek zijner vrouw terug, vleide zich naast

haar neer en trachtte door den slaap zijn onrust te kalmeeren. Blanche

van haar kant, de treurige Blanche, was evenmin bedaard. Zij had

maar al te goed dezelfde geluiden als haar echtgenoot gehoord en

zij kon een avontuur, waarvan zij het geheim en de redenen kende,

niet voor een illusie houden. Zij verbaasde zich, dat Enrique in haar

slaapvertrek trachtte door te dringen, nadat hij zoo plechtig zijn

woord aan Constance had gegeven. Inplaats van zich over dezen stap

te verheugen, beschouwde zij deze als een nieuwe beleediging en haar

hart werd door oprechten toorn vervuld.

Terwijl de dochter van Siffredi in haar vooringenomenheid den jongen

koning schuldiger dan alle mannen vond, wenschte deze ongelukkige

vorst, meer dan ooit op haar verliefd, haar te spreken om zich vrij

te pleiten van den schijn, die tegen hem was. Hij zou voor dit doel

wel eerder te Belmonte gekomen zijn, maar de bezigheden, welke hij te

verrichten had, lieten dat niet toe, en zoo kon hij zich eerst dezen

nacht uit het paleis verwijderen. Hij kende te goed de omstreken van

de plaats waar hij was opgevoed, om moeite te hebben met het vinden

van een toegangsweg tot het kasteel van Siffredi, vooral waar hij

nog den sleutel bezat van een geheime deur, die toegang verleende

tot de tuinen. Hierlangs bereikte hij zijn vroeger appartement en

vandaar betrad hij vervolgens de kamer van Blanche. Verbeeld u de

verwondering van dezen vorst, toen hij er een man aantrof en een

degen zich tegenover den zijne stelde. Het scheelde weinig, of hij had

zich vergeten en op de plaats den vermetele gestraft, die zijn hand

had durven op te heffen tegen zijn eigen koning, maar de gedachte,

dat hij de dochter van Leontio voor alle gepraat moest bewaren,

kalmeerde zijn toorn. Hij trok zich op dezelfde manier terug als

hij gekomen was en gejaagder dan ooit sloeg hij den weg naar Palermo

in. Eenige oogenblikken vóór het aanbreken van den dag kwam hij daar

aan en sloot zich in zijn vertrekken op, te overspannen om te kunnen

denken. Hij dacht slechts aan zijn terugkeer naar Belmonte. Zijn

veiligheid, zijn eer en vooral zijn liefde stonden hem niet toe de

opheldering van dit avontuur uit te stellen. Zoodra het dag was, liet

hij zijn jachtrijtuig voorkomen en onder voorwendsel van dit vermaak,

betrad hij het woud van Belmonte met eenige hovelingen. Eenigen tijd

bleef hij jagen om zijn plannen te verbergen en toen hij zag, dat

ieder ijverig de honden volgde, verwijderde hij zich en sloeg den weg

naar het kasteel van Leontio in. Hij kende dien zeer goed en in zijn

ongeduld zijn paard niet ontziende, had hij in weinig tijd de ruimte

afgelegd, welke hem scheidde van het voorwerp zijner liefde. Hij zocht

naar een geschikt voorwendsel om zich in het geheim een onderhoud met

de dochter van Siffredi te verschaffen, toen hij een hoek omslaande,

twee vrouwen opmerkte, dichtbij aan den voet van een boom gezeten. Hij

twijfelde niet of deze vrouwen behoorden tot het kasteel en dit gezicht

ontroerde hem, maar deze ontroering werd nog grooter, toen hij Blanche

herkende, die bij het hooren van den galop het hoofd had omgewend. Zij

was met Nise, een harer vrouwelijke bedienden, die zij kon vertrouwen,

het kasteel ontvlucht om tenminste onbespied te kunnen weenen.

Hij vloog naar haar toe, wierp zich aan hare voeten en in haar oogen de

sporen ziende van groote smart, riep hij verteederd: "Schoone Blanche,

wees niet langer droevig. Volgens den schijn ben ik schuldig, ik beken

het, maar wanneer gij zult vernemen het plan, dat ik voor u gevormd

heb, zal hetgeen u nu een misdaad schijnt, een bewijs blijken van mijn

onschuld en mijne groote liefde." Door deze woorden meende Enrique haar

te kunnen kalmeeren, maar het werd slechts erger. Zij wilde antwoorden,

maar snikken smoorden haar stem. De prins was hierover zeer verwonderd

en zei: "Hoe, mevrouw, kan ik uw verdriet niet lenigen? Door welk

ongeluk heb ik uw vertrouwen verloren, ik, die mijn kroon in de

waagschaal stel en zelfs mijn leven om mij aan u te wijden."

De dochter van Leontio, zich beheerschend, zei hem: "Seigneur,

uwe beloften zijn waardeloos. Voortaan kan niets mij meer aan u

binden."--"Ach, Blanche," viel Enrique haar in de rede, "welke wreede

woorden voegt gij mij toe! Wie kan u aan mijn liefde onttrekken,

wie zal zich bloot willen stellen aan de woede eens konings, die

geheel Sicilië in vuur zal zetten, liever dan de hoop op te geven

u te bezitten."--"Al uwe macht, Seigneur," antwoordde langzaam

de dochter van Siffredi, "wijkt voor de hinderpalen, die ons

scheiden. Ik ben de vrouw van den connetable." "De vrouw van den

connetable!" riep de prins uit, eenige schreden teruggaande. Hij kon

den volzin niet voleindigen. Door dezen onverwachten slag begaven

zijn krachten hem. Hij liet zich vallen aan den voet van een boom,

welke achter hem stond. Hij was bleek, ontdaan en slechts zijn oogen,

welke hij op Blanche vestigde, zeiden haar hoe zeer het ongeluk hem

trof. Zij keek hem aan en hij zag, dat hare gevoelens weinig van

de zijne verschilden; en deze beide gelieven bewaarden onderling

een verschrikkelijk stilzwijgen. Eindelijk was de prins een weinig

bekomen, kon weder spreken en zei zuchtend tot Blanche: "Mevrouw wat

hebt gij gedaan? Gij hebt mij ten verderve gebracht en gij zijt zelf

ook verloren door uwe lichtgeloovigheid."

Het griefde Blanche, dat de vorst haar verwijten scheen te doen,

terwijl zij meende zeer gegronde redenen te hebben zich over hem te

beklagen. "Hoe, Seigneur," antwoordde zij, "verzwaart ge uw ontrouw

nog door huichelarij! Zoudt gij willen, ondanks alles wat ik gehoord

en gezien heb, dat ik u voor onschuldig hield? Neen Seigneur, ik

beken u, dat ik daartoe niet in staat ben."--"Evenwel, mevrouw,"

antwoordde de koning, "hebben deze getuigen, die u zoo trouw schijnen,

u misleid." Zij zelf hebben geholpen om u te bedriegen en zoowaar

gij de vrouw van den connetable zijt, ben ik onschuldig en trouw

gebleven aan u."--"En Seigneur," hernam zij, "heb ik u niet tegenover

Constance hooren bevestigen, dat gij haar uw hand en uw hart schenkt;

hebt gij niet aan de rijksgrooten verklaard, dat gij de wenschen van

den overleden vorst zoudt nakomen, en heeft de prinses niet de hulde

van uwe nieuwe onderdanen ontvangen in de hoedanigheid van koningin en

echtgenoote van prins Enrique? Waren mijne oogen dan betooverd? Zeg

liever, trouwelooze, dat gij niet verwachtte, dat Blanche in uw hart

het belang van een troon kon vergoeden en beken zonder te veinzen wat

gij niet meer gevoelt of nooit gevoeld hebt, dat de kroon van Sicilië

u veiliger toescheen met Constance dan met Blanche. Gij hebt gelijk,

mijnheer, een schitterende troon was ik evenmin waard dan een prins

als gij. Ik was te ijdel om het te gelooven, maar gij moest mij

niet in deze dwaling gelaten hebben. Gij weet mijn ongerustheid,

dat ik u zou verliezen. En waarom hebt gij mij gerust gesteld? Was

het noodig mijn vrees te verdrijven? Ik zou eerder het noodlot dan u

hebben aangeklaagd en gij zoudt tenminste mijn liefde hebben behouden,

mijn hand zou nooit een ander dan gij verworven hebben. Thans is het

niet het juiste oogenblik, om u te rechtvaardigen. Ik ben de vrouw van

den connetabel en om mij een onderhoud, dat mijne eer zou bezoedelen,

te besparen, moet gij dulden, seigneur, dat ik, zonder in eerbied

voor u te kort te schieten, een vorst verlaat, dien ik niet langer

mag aanhooren."

Bij deze woorden verwijderde zij zich met zooveel spoed, als de

omstandigheden haar veroorloofden. "Blijf staan, mevrouw," riep de

vorst uit; "breng een vorst niet tot wanhoop, die eerder geneigd

is een troon omver te werpen, dien ik, zooals ge mij verwijt,

boven u zou hebben verkozen, dan aan de verwachtingen van zijne

onderdanen te voldoen."--"Deze nieuwe opoffering is thans onnoodig,"

antwoordde Blanche. "Waar ik niet meer vrij ben, kan het mij weinig

schelen of Sicilië in de asch wordt gelegd en aan wie gij uw hand

schenkt. Hoewel ik zwak genoeg was, mijn hart te laten overrompelen,

zal ik tenminste de kracht hebben die neiging te onderdrukken en aan

den nieuwen koning van Sicilië toonen, dat de vrouw van den connetabel

niet meer de minnares is van vorst Enrique." Zoo sprekend, ging zij

plotseling met Nisa naar binnen en de deur achter zich sluitend,

liet zij den vorst overstelpt door smart achter. Hij kon zich niet

herstellen van den slag, dien Blanche hem had toegebracht door de

tijding van haar huwelijk. "Onrechtvaardige Blanche," riep hij uit,

"gij hebt de herinnering aan onze belofte vergeten. Ondanks mijn

eeden en de uwe, zijn wij gescheiden. De gedachte, welke ik nog had

gekoesterd uwe liefde te bezitten, was dus slechts ijdele waan. O

wreede vrouw, wat kost het mij niet, dat ik u mijn liefde heb betoond!"

Vervolgens drong het beeld van het geluk van zijn medeminnaar

zich op aan zijn geest met alle verschrikkingen der jaloezie; en

deze hartstocht beheerschte hem eenige oogenblikken zoodanig, dat

hij op het punt stond zich te wreken op den connetabel zoowel als op

Siffredi. De rede kalmeerde echter langzamerhand de heftigheid van zijn

toorn. De onmogelijkheid om Blanche af te brengen van de meening over

zijn ontrouw, maakte hem wanhopig. Hij hoopte deze te kunnen wijzigen,

wanneer hij nog eens met haar zou kunnen spreken. Om daartoe te geraken

oordeelde hij het noodig den connetabel te verwijderen en hij besloot

hem te laten arresteeren als verdacht van een samenzwering. Hij gaf

daartoe bevel aan den kapitein van zijn lijfgarde, die naar Belmonte

ging, zich bij het aanbreken van den nacht van zijn persoon verzekerde

en hem naar het kasteel te Palermo voerde. Dit incident veroorzaakte

te Belmonte groote opschudding. Siffredi vertrok terstond om bij

den koning voor de onschuld van zijn schoonzoon in te staan en hem de

noodlottige gevolgen onder het oog te brengen van zulk een willekeurige

arrestatie. De vorst, voorbereid op dezen stap van den minister, en die

zich minstens een ongestoord onderhoud met Blanche wilde verzekeren,

alvorens den connetabel los te laten, had uitdrukkelijk bevolen,

dat hij door niemand vóór den volgenden morgen wilde worden lastig

gevallen. Maar Leontio stoorde zich niet aan dit bevel en trad het

vertrek des konings binnen.

"Seigneur," zei hij, "wanneer het een eerbiedig en trouw onderdaan

veroorloofd is zich over zijn meester te beklagen, kom ik tot u met een

klacht over uzelf. Welke misdaad heeft mijn schoonzoon begaan? Heeft

Uwe Majesteit wel gedacht aan de eeuwige schande voor mijn familie en

aan de gevolgen van eene arrestatie, die uw voornaamste staatsdienaren

van u kunnen vervreemden?" "Ik heb zekere inlichtingen," antwoordde de

koning, "dat de connetabel een complot heeft gesmeed met den infant

don Pedro."--"Een complot?" viel de verbaasde Leontio hem in de

rede. "Ach Seigneur, geloof het niet, men heeft u voorgelogen. Het

verraad is nog nooit in de familie Siffredi binnengeslopen; en

het is voor den connetabel voldoende, dat hij mijn schoonzoon is,

om boven iedere verdenking te staan. De connetabel is onschuldig,

maar geheime beweegredenen leidden u bij zijne arrestatie."

"Waar gij zoo openlijk tot mij spreekt," antwoordde de koning,

"zal ik het ook doen. Gij beklaagt u over de gevangenhouding van den

connetabel. En heb ik mij niet meer over uwe wreedheid te beklagen? Gij

zijt het, barbaarsche Siffredi, die mij mijn gemoedsrust hebt ontnomen

en er mij toe gebracht hebt door uwe heimelijke zorgen het lot van

den meest gewonen sterveling te benijden. Want gij moet u niet vleien,

dat ik mij aan uwe gedachtengang stoor. Tot mijn huwelijk met Constance

werd tevergeefs besloten...."

"Hoe Seigneur," riep Leontio ontroerd uit, "gij zoudt de prinses

niet huwen na haar voor de oogen van uw volk met deze hoop te hebben

gevleid?"--"Indien ik hunne verwachting teleurstel," antwoordde

de koning, "is dit slechts aan u zelf te wijten. Waarom hebt gij

mij genoodzaakt haar iets te beloven, dat ik niet kan nakomen? Wie

verplichtte u een brief, dien ik uwe dochter had gegeven, met den naam

van Constance in te vullen? Gij waart niet onbekend met mijn plannen;

waarom moest gij het hart van Blanche geweld aandoen door haar een

man te laten huwen, dien zij niet beminde? En welk recht hebt gij

op het mijne, dat gij er over durft te beschikken ten gunste van

een prinses, welke ik haat. Zijt gij vergeten, dat zij de dochter

van die wreede Mathilda is, die de rechten van het bloed en de

menschelijkheid met voeten tredend, mijn vader liet omkomen in een

hardvochtige gevangenschap? En nu zou ik haar huwen? Neen Siffredi,

laat die hoop varen, eerder dan dit weerzinwekkend huwelijk, zult

gij Sicilië in vlammen zien en zijn landouwen overstroomd van bloed."

"Heb ik goed gehoord?" riep Leontio uit. "Och Seigneur wat voorspelt

gij mij! Welke verschrikkelijke bedreigingen. Maar ik maak mij

ten onrechte ongerust," vervolgde hij, van toon veranderend. "Gij

houdt te veel van uwe onderdanen, om hen zulk een treurig lot te

berokkenen. Gij zult u niet door de liefde laten vervoeren, gij

zult uwe deugden niet bezoedelen door te vervallen in de zwakheden

van den gewonen mensch. Indien ik mijne dochter aan den connetabel

heb gegeven, heb ik dat alleen gedaan, seigneur, om uwe majesteit

een dapper onderdaan te bezorgen, die door zijn arm en het leger,

waarover hij beschikt, uwe belangen kan voorstaan tegenover don

Pedro. Ik heb gemeend door hem met zoo nauwe banden aan mijne familie

te...." "En het zijn juist die banden," riep vorst Enrique uit,

"het zijn die vervloekte banden, welke mij verderven, wreede vriend,

waarom hebt gij mij zulk een gevoeligen slag toegebracht? Had ik u

opgedragen mijn belangen te behartigen ten koste van mijn hart? Waarom

liet gij mij zelf niet daarvoor zorgen? Ontbreekt het mij aan moed

om de onderdanen te onderwerpen, die zich tegen mij zouden willen

verzetten? Ik zou den connetabel wel hebben weten te straffen als hij

mij niet had gehoorzaamd. Ik weet, dat vorsten geen tyrannen mogen

zijn, dat het geluk van hun volk hun eerste plicht is; maar moeten

zij daarom de slaven zijn van hunne onderdanen? En op het oogenblik,

dat de hemel hen uitkiest om te regeeren, verliezen zij dan het recht,

dat de natuur aan alle menschen geeft, om zelf over hunne genegenheid

te beschikken? Ach, indien zij niet als de minste stervelingen mogen

genieten, neem dan deze souvereine macht terug, waarvan gij mij hebt

willen verzekeren ten koste van mijn rust."

"Gij moet niet vergeten, Seigneur," antwoordde de minister, "dat

wijlen de koning uw oom de troonsopvolging afhankelijk heeft gemaakt

van het huwelijk met de prinses." "En welk recht," hernam Enrique,

"had hij zelf anderen voorwaarden te stellen? Had hij deze onwaardige

voorwaarden ontvangen van zijn broeder koning Karel, toen hij dezen

opvolgde? Moest gij de zwakheid hebben u aan zulk eene onrechtvaardige

voorwaarde te onderwerpen? Voor een grootkanselier zijt gij slecht

op de hoogte van onze gebruiken. In één woord toen ik mijn hand aan

Constance beloofde, was dit niet vrijwillig. Ik wil mijn belofte niet

houden en indien don Pedro de hoop mocht koesteren om den troon te

bestijgen, kan, opdat niet het volk wordt gewikkeld in een twist, die

te veel bloed zou kosten, de degen beslissen wie van ons het waardigst

is om te regeeren." Leontio durfde niet verder aandringen en stelde

zich tevreden hem op de knieën de vrijheid van zijn schoonzoon te

vragen; deze verkreeg hij. "Ga," zei de koning, "keer naar Belmonte

terug, de connetabel zal u weldra volgen." De minister vertrok en

kwam te Belmonte aan, overtuigd dat zijn schoonzoon hem op de hielen

volgde. Hij vergiste zich, Enrique wilde Blanche dien nacht spreken

en met dit doel stelde hij de bevrijding van haar echtgenoot tot den

volgenden morgen uit.

Intusschen gaf de connetabel zich aan bittere overpeinzingen over. Zijn

arrestatie had hem de oogen geopend over de ware oorzaak van zijn

ongeluk. Hij gaf zich geheel over aan zijn jaloezie; en zijn trouw

verwenschend, die hem tot nu toe tot eer had gestrekt, dorstte hij

slechts naar wraak. Daar hij zeer goed begreep, dat de koning dezen

nacht niet zou laten voorbijgaan om Blanche op te zoeken, vroeg hij

aan den gouverneur van Palermo hem vrij te laten, met het doel hen

samen te verrassen, en gaf de verzekering, den volgenden morgen terug

te komen. De gouverneur, die met hem bevriend was, ging er des te

eerder toe over, daar hij wist dat Siffredi zijne invrijheidsstelling

had bewerkt; zelfs liet hij hem een paard geven om naar Belmonte te

rijden. Daar aangekomen, bond de connetabel zijn paard aan een boom,

ging het park binnen door een deur, waarvan hij den sleutel bezat,

en was zoo gelukkig het kasteel binnen te gaan zonder dat iemand

hem zag. Hij bereikte de kamer van zijn vrouw en verborg zich in de

antichambre, achter een tochtscherm. Hij was van plan vandaar alles

te bespieden wat er gebeurde en dan plotseling de kamer van Blanche

binnen te treden bij het minste gerucht, dat hij vernam. Hij zag

Nisa weggaan, die hare meesteres verliet om naar het vertrekje te

gaan waar zij sliep.

De dochter van Siffredi, die zonder moeite de reden had geraden waarom

haar echtgenoot was gevangen genomen, oordeelde terecht, dat hij dien

nacht niet te Belmonte zou terugkeeren, ofschoon, zooals haar vader

zei, de koning hem verzekerd had, dat hij weldra terug zou zijn;

zij twijfelde niet of Enrique zou van de gelegenheid gebruik maken

om haar te zien en vrij met haar te praten. Zij verwachtte dus den

prins om hem een daad te verwijten, welke verschrikkelijke gevolgen

voor haar kon hebben.

Werkelijk opende zich, eenigen tijd nadat Nisa vertrokken was, de

wand en wierp de koning zich aan de voeten van Blanche. "Mevrouw,"

zei hij haar, "veroordeel niet zonder mij te hooren. Indien ik den

connetabel heb laten gevangen nemen, bedenk dan, dat dit het eenige

middel was, dat mij overbleef om mij te rechtvaardigen. Deze list

hebt gij trouwens u zelf te wijten. Waarom weigerde gij mij aan te

hooren? Helaas, morgen zal uw echtgenoot vrij zijn en ik zal niet

langer met u kunnen spreken. Luister dus voor de laatste maal naar

mij. Indien uw verlies mijn lot beklagenswaard maakt, sta mij dan

ten minste den schralen troost toe, u te zeggen, dat ik dit ongeluk

niet door mijn ontrouw over u heb gebracht. Het kon niet anders,

in de omstandigheden, waarin uw vader mij had geplaatst. Ik moest de

prinses bedriegen in uw en mijn belang om u de kroon en de hand van

uw minnaar te verzekeren. Ik wilde slagen, ik had reeds maatregelen

genomen om deze verloving af te breken; maar gij hebt mijn werk

vernietigd en van uwe lichtvaardigheid hebt gij twee harten, die door

een volmaakte liefde verbonden hadden kunnen zijn, voor eeuwig in het

ongeluk gestort." Hij was zoo wanhopig aan het einde van dit gesprek,

dat Blanche er door geroerd werd. Zij twijfelde niet langer aan zijn

onschuld; eerst was zij er blij om en later werd haar smart des te

heviger. "Ach seigneur," zei zij tegen den vorst, "na de beschikking

van het lot veroorzaakt gij mij nieuwe smart door mij te zeggen, dat

gij niet schuldig zijt. Wat heb ik gedaan ongelukkige, mijn boosheid

heeft mij overweldigd, ik dacht wreed verlaten te zijn en in mijn

spijt heb ik de hand van den connetable aanvaard. Helaas terwijl ik

u beschuldigde van bedrog, was ik het zelf die, te lichtgeloovige

minnares, de banden doorsneed, welke ik gezworen had nimmer te

zullen verbreken. Wreek u seigneur, op uw beurt. Haat de ondankbare

Blanche. Vergeet...." "Is dat noodig mevrouw?" viel Enrique haar in de

rede. "Gij moet het toch trachten te doen," zei zuchtend de dochter

van Siffredi. "Zoudt gij het zelf kunnen?" "Ik beloof het niet maar

zal toch alles doen, om dat doel te bereiken," antwoordde zij. "Ach,

wreede vrouw," zei de prins, "gij zult gemakkelijk Enrique vergeten,

wanneer gij dit wilt." "Maar wat wilt gij dan?" vroeg Blanche op vasten

toon. "Denkt gij, dat ik kan toestaan, dat gij nog langer uwe zorgen

aan mij wijdt? Neen seigneur, wanneer ik niet geboren ben om koningin

te zijn, heeft de hemel mij toch ook niet bestemd om eene ongeoorloofde

liefde te volgen. Mijn echtgenoot is, als gij seigneur, gesproten

uit het edele huis van Anjou; en wanneer mijn gegeven woord mij niet

reeds aan hem bond en uwe toenadering onverbiddelijk afwees, dan zou

toch mijn eer zich daartegen verzetten. Ik verzoek u heen te gaan;

wij moeten elkander niet meer zien." "Welk een barbaarschheid," riep

de koning. "Ach Blanche, is het mogelijk, dat gij mij zoo hardvochtig

behandelt? Is het dus niet genoeg, dat ik u moet denken in de armen van

den connetabel maar gij wilt mij nog verbieden u te zien, de eenige

troost welke mij overblijft?" "Ga heen," antwoordde de dochter van

Siffredi met tranen in de oogen, "hem te zien, die mij teeder heeft

lief gehad, is mij een kwelling nu ik de hoop heb verloren hem ooit te

bezitten. Adieu seigneur, vlucht, gij moet dat doen ter wille van uw

roem en mijn goeden naam. Ik vraag het u ook ter wille van mijn rust;

want ofschoon mijn deugd niet bezwijken zal voor de neigingen van mijn

hart, veroorzaakt de herinnering aan uwe teederheid zulk een wreeden

strijd, dat het mij te veel kost om er steeds weerstand aan te bieden."

Zij uitte deze woorden met zooveel heftigheid, dat zij zonder

er aan te denken een flambouw omstootte, die op een tafel achter

haar stond. Deze ging uit onder het vallen. Blanche zocht ze op,

ging naar het kamertje van Nisa door de antichambre en kwam weldra

met licht terug. De koning zag haar niet of hij begon haar zijn

liefde op te dringen. Bij het hooren van de stem van den vorst

trad de connetabel met den degen in de hand het vertrek binnen,

liep vol woede op Enrique toe, en riep uit: "Het is genoeg tyran,

denk niet, dat ik laf genoeg ben om de beleediging te verduren,

welke gij mijn eer hebt aangedaan." "Ha verrader," antwoordde de

koning zich verdedigend opstellend, "verbeeld je niet ongestraft je

plan te kunnen volvoeren." Na deze woorden begonnen zij een gevecht

dat te hevig was om lang te kunnen duren. De connetabel bedenkende,

dat Siffredi en zijn dienaren te spoedig zouden komen aanloopen

op de kreten van Blanche en zich tegen zijn wraak zouden verzetten,

ontzag zich niet. Zijn woede maakte hem blind, hij berekende zoo slecht

zijn uitvallen, dat hij zich zelf in den degen van zijn vijand wierp;

deze ging hem in het lichaam tot aan het gevest en de koning hield op.

De dochter van Leontio, getroffen door den toestand waarin zij haar

echtgenoot zag en den natuurlijken afkeer overwinnend dien zij voor

hem koesterde, knielde en wilde hem helpen. Maar deze ongelukkige

echtgenoot was te zeer op haar verbitterd, om zich te laten verteederen

door de betuigingen van haar smart en medelijden. De dood, die hij

voelde naderen, kon zijn jalouzie niet verminderen. Hij zag in de

laatste oogenblikken slechts het geluk van zijn tegenstander en deze

gedachte scheen hem zoo vreeselijk toe dat hij alles wat hem nog aan

kracht overbleef verzamelend, zijn degen ophief en haar in den boezem

van Blanche stootte, en uitriep: "Sterf trouwelooze echtgenoote,

die zoo schromelijk de trouw hebt geschonden, die gij mij op het

altaar hadt gezworen. En gij," vervolgde hij, "Enrique, verheug u

niet in uw lot. Gij zult u niet verheugen over mijn ongeluk, ik sterf

tevreden." Na deze woorden gaf hij den geest en zijn gelaat, bedekt

door den schaduw des doods had nog iets fiers en verschrikkelijks. Dat

van Blanche leverde een geheel anderen aanblik. Doodelijk getroffen

was zij op het stervende lichaam van haar echtgenoot gevallen en het

bloed van het ongelukkige slachtoffer vermengde zich met dat van den

moordenaar, die zoo snel zijn wreed besluit had ten uitvoer gebracht,

dat de koning hem niet had kunnen tegenhouden. De ongelukkige prins

uitte een kreet toen hij Blanche zag vallen en wilde aan haar dezelfde

zorgen wijden waarvoor zij zoo slecht beloond werd. Maar stervende zei

zij: "Seigneur, uwe moeite is te vergeefs, ik ben het slachtoffer,

dat het onverbiddelijk noodlot eischte. Moge nu zijn toorn gestild

zijn en mijn lot bijdragen tot het geluk van uwe regeering." Terwijl

zij deze woorden sprak, kwam Leontio op het rumoer de kamer binnen

en getroffen door wat hij zag, bleef hij onbeweeglijk staan. Blanche

zag hem niet en vervolgde: "Vaarwel, prins, blijf aan mij denken,

mijn liefde en mijn ongeluk verplichten u daartoe. Wees niet boos op

mijn vader. Ontzie zijne ouderdom, zijn smart en doe recht wedervaren

aan zijn ijver. Zeg hem vooral, dat ik onschuldig ben; dat verzoek

ik u in de allereerste plaats. Adieu, mijn waarde Enrique.... ik

sterf.... ontvang mijn laatste zucht...."

Bij deze woorden stierf zij. De koning bleef eenigen tijd

zwijgen. Vervolgens zei hij tegen Siffredi die roerloos bleef staan:

"Zie, Leontio, beschouw uw werk; zie het resultaat van uw heimelijke

zorgen voor mijn welzijn." De grijsaard antwoordde niet, zoozeer

werd hij beheerscht door smart. Maar waarom zal ik datgene trachten

te beschrijven, waarvoor geen woorden te vinden zijn?

De koning behield zijn geheele leven een teedere herinnering aan zijn

geliefde. Hij kon niet besluiten met Constance te huwen. De infant

don Pedro huwde met deze prinses en beiden lieten niets achterwege

om de bepaling in het testament in vervulling te laten gaan, doch ten

slotte moesten zij voor Enrique wijken, die zijn vijanden overwon. Wat

Siffredi betreft, het verdriet zooveel ongeluk te hebben veroorzaakt

deed hem het verblijf in zijn vaderland ondragelijk worden. Hij verliet

Sicilië en ging met Porcia, zijn overgebleven dochter, naar Spanje,

waar hij dit kasteel kocht. Hij leefde nog 15 jaar na den dood van

Blanche en had voor zijn dood nog de troost dat Porcia huwde. Zij

werd de echtgenoote van Jerome de Silin en ik ben de eenige vrucht uit

dit huwelijk. Ziedaar, vervolgde de weduwe van don Pedro de Pinares,

mijne familiegeschiedenis en een trouw verhaal van de ongelukken, die

op deze schilderij worden voorgesteld, welke Leontio, mijn grootvader,

liet vervaardigen om bij zijn nakomelingschap het aandenken aan dit

noodlottig avontuur levendig te houden."

De Zonderlinge Lotgevallen van Gil Blas van Santillano, deel 1 van 2 De Spaansche Avonturier · 第 54 / 67 题