HOOFDSTUK III

Een groote verandering bij don Vincent, en het vreemde besluit,

dat de liefde de schoone Aurora deed nemen.

Korten tijd na dit avontuur werd don Vincent ziek. Zelfs wanneer

hij niet reeds op vergevorderden leeftijd was geweest, waren de

ziekteverschijnselen toch al zoo hevig, dat een noodlottigen afloop was

te vreezen. Men liet de beroemdste doktoren uit Madrid komen. De een

heette dokter Andros, en de andere dokter Oguetos. Zij onderzochten

den zieke en waren beide het er over eens, dat de gal ontstoken was;

maar dat was ook het eenige waarover zij het eens waren. De een wilde,

dat men den zieke van dit oogenblik af liet purgeeren en de ander was

van meening, dat met purgeeren moest worden gewacht."Het is noodig,"

zei Andros, "te purgeeren voordat de gal eenig deel aantast." Oguetos

hield daarentegen staande, dat we moesten wachten tot de gal rijp

was alvorens een purgeermiddel aan te wenden. "Maar uwe methode,"

zei de ander, "is regelrecht in strijd met die van den prins

der geneeskunde. Hippocrates beveelt aan bij de hevigste koortsen

steeds te purgeeren en zegt dat purgeeren noodig is wanneer de gal

"en orgasme" is, dat wil zeggen ontstoken."--"O daarin bedriegt gij

u," antwoordde Oguetos. "Hippocrates verstaat niet onder het woord

"orgasme" eene ontsteking, meer veeleer een vloeiing."

Daarover begonnen onze dokters zich op te winden. De een haalde den

griekschen tekst aan en noemde verscheidene schrijvers, die zijne

meening waren toegedaan; de ander, op een latijnsche vertaling

bouwend, sprak met nog grooter overtuiging. Wie te gelooven? Don

Vincent wist het niet en daar hij een keus moest doen, gaf hij het

vertrouwen aan hem, die de meeste zieken had behandeld, dat wil

zeggen aan den oudste. Woedend trok Andros zich terug niet zonder

tegenover zijn ouderen collega eenige spottende opmerkingen te maken

over het _orgasme_. Oguetos had dus gezegevierd en de methode van

dokter Sangrado toegedaan, begon hij met den zieke overvloedig ader

te laten, liet daarna wachten met purgeeren tot de gal rijp was,

doch de dood, welke ongetwijfeld vreesde, dat eene purgatie met

zooveel zorg voorbereid, hem zijn prooi zou ontnemen, rukte mijn

meester weg. Aldus was het einde van Seigneur don Vincent, die het

leven verloor, omdat zijn geneesheer geen grieksch kende.

Na haar vader waardig te hebben begraven, nam Aurora het bestuur

van zijne goederen over, ontsloeg eenige bedienden en trok zich

terug op een kasteel aan de oevers van de Taag, tusschen Sacedon

en Bicendia. Mij hield ze en ik volgde haar naar buiten. Ondanks

het juiste verslag, dat ik haar gegeven had over don Louis, beminde

zij nog steeds dezen jongen edelman of liever kon haar liefde niet

overwinnen, en gaf zich er geheel aan over. "Gil Blas," zei ze eens

zuchtend, "ik kan don Louis niet vergeten; welke moeite ik ook doe om

hem uit mijne gedachten te verbannen, komt hij er steeds in terug,

niet zooals gij hem mij hebt geschilderd, maar zooals ik zou willen

dat hij was, teeder, verliefd en soliede. Uwe hulp, waarde Gil Blas,

heb ik dan ook meer noodig dan ooit. Ik moet je een plan ontvouwen,

dat ge zeer zonderling zult vinden. Weet, dat ik zoo spoedig mogelijk

naar Salamanca wil vertrekken. Daar ga ik mij als edelman verkleeden en

onder den naam van don Felix kennis maken met Pacheco; ik zal trachten

zijn vertrouwen en vriendschap te winnen en hem dikwijls spreken over

mijn nicht Aurora de Guzmann. Misschien wenscht hij haar dan wel

te zien. Wij zullen twee woningen hebben te Salamanca. In de eene

ben ik don Felix, in de andere Aurora en nu eens als man verkleed,

dan weer in mijne gewone kleeding, vlei ik mij hem te brengen, waar

ik hem hebben wil. Ik erken gaarne, dat mijn plan zonderling is;

maar mijn liefde brengt mij er toe."

Het plan van Aurora scheen mij onzinnig toe. Maar hoe onredelijk ik het

ook mocht vinden, wachtte ik mij wel haar daarop te wijzen. Integendeel

begon ik de pil te vergulden en ik wist te bewijzen, dat dit dwaze plan

slechts een aangenaam, ongevaarlijk spelletje was. Ik weet niet meer

wat ik zooal zeide; maar zij was 't met mij eens; verliefde menschen

zijn erg gemakkelijk wanneer men hunne dolzinnige verbeelding slechts

vleit. Wij beschouwden dus deze gewaagde onderneming slechts als eene

comedie, waarvan alleen de opvoering goed verzorgd moest worden. Wij

kozen onze acteurs onder de bedienden en verdeelden vervolgens de

rollen, wat zonder getwist of krakeel geschiedde, omdat wij geen

beroepsacteurs waren. Besloten werd, dat juffrouw Ortiz de tante van

Aurora zou zijn onder den naam van dona Kimena de Guzmann, dat men haar

een bediende en een dienstmeisje zou geven; en dat Aurora, als edelman,

mij tot kamerdienaar zou hebben en een der dienstmaagden, verkleed als

page, om haar ter zijde te staan als kamenier. Na aldus alles geregeld

te hebben, keerden wij naar Madrid terug, waar wij vernamen, dat

don Louis er nog was, maar weldra naar Salamanca zou vertrekken. Wij

laadden alle noodige kleeren in de diligence, mijne meesteres liet

het toezicht op haar huis over aan haar zaakgelastigde en vervolgens

vertrokken allen, die een rol in dit stuk hadden te spelen, met haar

naar Salamanca. Wij waren reeds oud Castilië doorgereden, toen de

as van onze karos brak. Het was tusschen Aula en Villaflor op 300

of 400 pas van een kasteel, dat aan den voet van een berg lag. Het

werd nacht en wij zaten leelijk verlegen; gelukkig kwam er een boer

voorbij, die ons uit de moeilijkheid redde. Hij vertelde ons, dat

het kasteel vóór ons behoorde aan dona Elvira, weduwe van don Pedro

de Pinares, en hij vertelde zooveel goeds van deze dame, dat mijne

meesteres mij vooruit zond om nachtverblijf. Elvira logenstrafte het

verhaal van den boer niet; weliswaar kwijtte ik mij van mijn opdracht

op eene wijze, die haar zou hebben bewogen ons te ontvangen, zelfs

wanneer zij niet de beleefdheid in eigen persoon ware geweest. Wij

waren weldra op het kasteel, waar de weduwe van don Pedro ons aan de

deur opwachtte. Ik zal de beleefdheidsfrasen, die gewisseld werden,

stilzwijgend voorbijgaan. Alleen dient gezegd, dat Elvira eene oude

dame was, die uitstekend de plichten der gastvrijheid verstond. Zij

geleidde Aurora naar een prachtig appartement en wijdde haar aandacht

daarna aan alles wat ons betrof. Toen het souper gereed was, liet

zij in de kamer van Aurora opdienen, waar beiden aan tafel gingen. De

weduwe van don Pedro was niet een dier personen, welke een maaltijd

oneer aandoen door er droomerig of verdrietig bij te zitten. Zij was

opgeruimd en wist uitstekend het gesprek gaande te houden. Zij wist

zich uitstekend uit te drukken, ik bewonderde haar geestigheid en

schoonen vorm, welken zij aan haar gedachten gaf. Aurora scheen er

evenzeer door bekoord als ik. Zij sloten vriendschap en beloofden

elkaar te zullen schrijven. Daar onze karos eerst den volgenden dag

gerepareerd kon worden, zouden wij zoolang op het kasteel blijven. Wij

werden op onze beurt onthaald en wij sliepen niet minder goed dan

wij gedineerd hadden. Den volgenden dag vond mijne meesteres nieuwe

aantrekkelijkheid in den omgang met Elvira. Zij dineerden in een

groote zaal, waar verscheidene schilderijen hingen. Er was er een,

waarvan de figuren uitstekend waren geteekend, maar het geheel bood

een treurigen aanblik. Een doode edelman, achterover liggende, badende

in zijn bloed, was erop geschilderd, tot in den dood was zijn blik

nog dreigend. Naast hem op den grond lag een jonge dame in een andere

houding met een degen in de borst te sterven, terwijl zij haar blik

gevestigd hield op een jongen man, die doodelijk bedroefd scheen haar

te moeten verliezen. De schilder had de schilderij verder voltooid met

een persoon, welke mijn aandacht niet ontging. Het was een grijsaard

met schoon gelaat, die diep geroerd over hetgeen hij zag, niet minder

getroffen scheen dan de jonge man. De zielsbedroefde grijsaard scheen

overstelpt van smart, terwijl bij den jongen man woede en droefheid

om den voorrang streden. Alles was met zooveel nauwkeurigheid en

vol uitdrukking geschilderd, dat wij niet konden nalaten er steeds

naar te kijken. Op de vraag van mijne meesteres zei Elvira, dat deze

schilderij eene trouwe voorstelling was van de ongelukken in hare

familie. Het antwoord maakte de nieuwsgierigheid van Aurora gaande en

de weduwe van don Pedro beloofde deze te bevredigen. Ortiz, haar beide

kameraden en ik bleven op onze beurt ook na afloop van den maaltijd

talmen. Onze meesteres wilde ons wegzenden, maar Elvira, die wel zag

hoe wij van nieuwsgierigheid brandden, liet ons blijven, zeggende, dat

de geschiedenis geen geheim was. Een oogenblik daarna begon zij aldus:

De Zonderlinge Lotgevallen van Gil Blas van Santillano, deel 1 van 2 De Spaansche Avonturier · 第 53 / 67 题