Een groote verandering bij don Vincent, en het vreemde besluit,
dat de liefde de schoone Aurora deed nemen.
Korten tijd na dit avontuur werd don Vincent ziek. Zelfs wanneer
hij niet reeds op vergevorderden leeftijd was geweest, waren de
ziekteverschijnselen toch al zoo hevig, dat een noodlottigen afloop was
te vreezen. Men liet de beroemdste doktoren uit Madrid komen. De een
heette dokter Andros, en de andere dokter Oguetos. Zij onderzochten
den zieke en waren beide het er over eens, dat de gal ontstoken was;
maar dat was ook het eenige waarover zij het eens waren. De een wilde,
dat men den zieke van dit oogenblik af liet purgeeren en de ander was
van meening, dat met purgeeren moest worden gewacht."Het is noodig,"
zei Andros, "te purgeeren voordat de gal eenig deel aantast." Oguetos
hield daarentegen staande, dat we moesten wachten tot de gal rijp
was alvorens een purgeermiddel aan te wenden. "Maar uwe methode,"
zei de ander, "is regelrecht in strijd met die van den prins
der geneeskunde. Hippocrates beveelt aan bij de hevigste koortsen
steeds te purgeeren en zegt dat purgeeren noodig is wanneer de gal
"en orgasme" is, dat wil zeggen ontstoken."--"O daarin bedriegt gij
u," antwoordde Oguetos. "Hippocrates verstaat niet onder het woord
"orgasme" eene ontsteking, meer veeleer een vloeiing."
Daarover begonnen onze dokters zich op te winden. De een haalde den
griekschen tekst aan en noemde verscheidene schrijvers, die zijne
meening waren toegedaan; de ander, op een latijnsche vertaling
bouwend, sprak met nog grooter overtuiging. Wie te gelooven? Don
Vincent wist het niet en daar hij een keus moest doen, gaf hij het
vertrouwen aan hem, die de meeste zieken had behandeld, dat wil
zeggen aan den oudste. Woedend trok Andros zich terug niet zonder
tegenover zijn ouderen collega eenige spottende opmerkingen te maken
over het _orgasme_. Oguetos had dus gezegevierd en de methode van
dokter Sangrado toegedaan, begon hij met den zieke overvloedig ader
te laten, liet daarna wachten met purgeeren tot de gal rijp was,
doch de dood, welke ongetwijfeld vreesde, dat eene purgatie met
zooveel zorg voorbereid, hem zijn prooi zou ontnemen, rukte mijn
meester weg. Aldus was het einde van Seigneur don Vincent, die het
leven verloor, omdat zijn geneesheer geen grieksch kende.
Na haar vader waardig te hebben begraven, nam Aurora het bestuur
van zijne goederen over, ontsloeg eenige bedienden en trok zich
terug op een kasteel aan de oevers van de Taag, tusschen Sacedon
en Bicendia. Mij hield ze en ik volgde haar naar buiten. Ondanks
het juiste verslag, dat ik haar gegeven had over don Louis, beminde
zij nog steeds dezen jongen edelman of liever kon haar liefde niet
overwinnen, en gaf zich er geheel aan over. "Gil Blas," zei ze eens
zuchtend, "ik kan don Louis niet vergeten; welke moeite ik ook doe om
hem uit mijne gedachten te verbannen, komt hij er steeds in terug,
niet zooals gij hem mij hebt geschilderd, maar zooals ik zou willen
dat hij was, teeder, verliefd en soliede. Uwe hulp, waarde Gil Blas,
heb ik dan ook meer noodig dan ooit. Ik moet je een plan ontvouwen,
dat ge zeer zonderling zult vinden. Weet, dat ik zoo spoedig mogelijk
naar Salamanca wil vertrekken. Daar ga ik mij als edelman verkleeden en
onder den naam van don Felix kennis maken met Pacheco; ik zal trachten
zijn vertrouwen en vriendschap te winnen en hem dikwijls spreken over
mijn nicht Aurora de Guzmann. Misschien wenscht hij haar dan wel
te zien. Wij zullen twee woningen hebben te Salamanca. In de eene
ben ik don Felix, in de andere Aurora en nu eens als man verkleed,
dan weer in mijne gewone kleeding, vlei ik mij hem te brengen, waar
ik hem hebben wil. Ik erken gaarne, dat mijn plan zonderling is;
maar mijn liefde brengt mij er toe."
Het plan van Aurora scheen mij onzinnig toe. Maar hoe onredelijk ik het
ook mocht vinden, wachtte ik mij wel haar daarop te wijzen. Integendeel
begon ik de pil te vergulden en ik wist te bewijzen, dat dit dwaze plan
slechts een aangenaam, ongevaarlijk spelletje was. Ik weet niet meer
wat ik zooal zeide; maar zij was 't met mij eens; verliefde menschen
zijn erg gemakkelijk wanneer men hunne dolzinnige verbeelding slechts
vleit. Wij beschouwden dus deze gewaagde onderneming slechts als eene
comedie, waarvan alleen de opvoering goed verzorgd moest worden. Wij
kozen onze acteurs onder de bedienden en verdeelden vervolgens de
rollen, wat zonder getwist of krakeel geschiedde, omdat wij geen
beroepsacteurs waren. Besloten werd, dat juffrouw Ortiz de tante van
Aurora zou zijn onder den naam van dona Kimena de Guzmann, dat men haar
een bediende en een dienstmeisje zou geven; en dat Aurora, als edelman,
mij tot kamerdienaar zou hebben en een der dienstmaagden, verkleed als
page, om haar ter zijde te staan als kamenier. Na aldus alles geregeld
te hebben, keerden wij naar Madrid terug, waar wij vernamen, dat
don Louis er nog was, maar weldra naar Salamanca zou vertrekken. Wij
laadden alle noodige kleeren in de diligence, mijne meesteres liet
het toezicht op haar huis over aan haar zaakgelastigde en vervolgens
vertrokken allen, die een rol in dit stuk hadden te spelen, met haar
naar Salamanca. Wij waren reeds oud Castilië doorgereden, toen de
as van onze karos brak. Het was tusschen Aula en Villaflor op 300
of 400 pas van een kasteel, dat aan den voet van een berg lag. Het
werd nacht en wij zaten leelijk verlegen; gelukkig kwam er een boer
voorbij, die ons uit de moeilijkheid redde. Hij vertelde ons, dat
het kasteel vóór ons behoorde aan dona Elvira, weduwe van don Pedro
de Pinares, en hij vertelde zooveel goeds van deze dame, dat mijne
meesteres mij vooruit zond om nachtverblijf. Elvira logenstrafte het
verhaal van den boer niet; weliswaar kwijtte ik mij van mijn opdracht
op eene wijze, die haar zou hebben bewogen ons te ontvangen, zelfs
wanneer zij niet de beleefdheid in eigen persoon ware geweest. Wij
waren weldra op het kasteel, waar de weduwe van don Pedro ons aan de
deur opwachtte. Ik zal de beleefdheidsfrasen, die gewisseld werden,
stilzwijgend voorbijgaan. Alleen dient gezegd, dat Elvira eene oude
dame was, die uitstekend de plichten der gastvrijheid verstond. Zij
geleidde Aurora naar een prachtig appartement en wijdde haar aandacht
daarna aan alles wat ons betrof. Toen het souper gereed was, liet
zij in de kamer van Aurora opdienen, waar beiden aan tafel gingen. De
weduwe van don Pedro was niet een dier personen, welke een maaltijd
oneer aandoen door er droomerig of verdrietig bij te zitten. Zij was
opgeruimd en wist uitstekend het gesprek gaande te houden. Zij wist
zich uitstekend uit te drukken, ik bewonderde haar geestigheid en
schoonen vorm, welken zij aan haar gedachten gaf. Aurora scheen er
evenzeer door bekoord als ik. Zij sloten vriendschap en beloofden
elkaar te zullen schrijven. Daar onze karos eerst den volgenden dag
gerepareerd kon worden, zouden wij zoolang op het kasteel blijven. Wij
werden op onze beurt onthaald en wij sliepen niet minder goed dan
wij gedineerd hadden. Den volgenden dag vond mijne meesteres nieuwe
aantrekkelijkheid in den omgang met Elvira. Zij dineerden in een
groote zaal, waar verscheidene schilderijen hingen. Er was er een,
waarvan de figuren uitstekend waren geteekend, maar het geheel bood
een treurigen aanblik. Een doode edelman, achterover liggende, badende
in zijn bloed, was erop geschilderd, tot in den dood was zijn blik
nog dreigend. Naast hem op den grond lag een jonge dame in een andere
houding met een degen in de borst te sterven, terwijl zij haar blik
gevestigd hield op een jongen man, die doodelijk bedroefd scheen haar
te moeten verliezen. De schilder had de schilderij verder voltooid met
een persoon, welke mijn aandacht niet ontging. Het was een grijsaard
met schoon gelaat, die diep geroerd over hetgeen hij zag, niet minder
getroffen scheen dan de jonge man. De zielsbedroefde grijsaard scheen
overstelpt van smart, terwijl bij den jongen man woede en droefheid
om den voorrang streden. Alles was met zooveel nauwkeurigheid en
vol uitdrukking geschilderd, dat wij niet konden nalaten er steeds
naar te kijken. Op de vraag van mijne meesteres zei Elvira, dat deze
schilderij eene trouwe voorstelling was van de ongelukken in hare
familie. Het antwoord maakte de nieuwsgierigheid van Aurora gaande en
de weduwe van don Pedro beloofde deze te bevredigen. Ortiz, haar beide
kameraden en ik bleven op onze beurt ook na afloop van den maaltijd
talmen. Onze meesteres wilde ons wegzenden, maar Elvira, die wel zag
hoe wij van nieuwsgierigheid brandden, liet ons blijven, zeggende, dat
de geschiedenis geen geheim was. Een oogenblik daarna begon zij aldus: