HOOFDSTUK II

Hoe Aurora Gil Blas ontving en welk onderhoud zij samen hadden.

Ik vond Aurora in nachtgewaad; dat deed mij genoegen. Ik groette haar

zeer eerbiedig met alle bevalligheid waarover ik kon beschikken. Zij

ontving mij met een lachend gelaat, liet mij naast haar plaats nemen

en tot mijn onuitsprekelijk genoegen zond zij haar afgezant naar eene

andere kamer om ons alleen te laten. Hierna sprak zij aldus:

"Gil Blas, gij hebt zeker wel bemerkt, dat ik u mag lijden en u

bevoorrecht boven alle andere bedienden van mijn vader; en wanneer

mijn blikken u nog niet genoeg hebben gezegd, zal de stap welken ik

thans doe daaromtrent geen twijfel meer laten."

Ik gaf haar geen tijd meer te zeggen. Als man meende ik aan haar

kuischheid de moeite van eene nadere uitlegging te moeten besparen. Ik

stond op en mij aan de voeten van Aurora werpende als een theaterheld

voor zijne prinses, riep ik op declamatischen toon uit: O, mevrouw,

heb ik goed gehoord, zou het mogelijk zijn dat Gil Blas, tot dusver

de speelbal der fortuin, het geluk had u gevoelens van liefde in te

boezemen?"--"Spreek niet zoo luid," viel mijne meesteres mij lachend

in de rede: "gij zult mijne vrouwen wekken, welke hiernaast slapen. Sta

op, ga weer zitten en hoor mij aan zonder mij in de rede te vallen. Ja,

Gil Blas," zei ze weer ernstig wordend, "ik heb het goed met je voor

en om te toewijzen dat ik je hoogacht zal ik je een geheim openbaren

waarvan mijn levensrust afhangt.

Ik bemin een jongen schoonen ridder van goede geboorte. Hij heet don

Louis Pacheco. Soms zie ik hem op de wandeling, maar heb hem nog nooit

gesproken. Ik weet zelfs niet of hij goede of slechte eigenschappen

bezit. En daarom heb ik iemand noodig, die zorgvuldig een en ander

onderzoekt en mij een trouw rapport uitbrengt. En voor dat doel heb

ik u uitgekozen en hoop, dat gij behendig en kiesch u van deze taak

zult kwijten."

Mijne meesteres hield op om te hooren wat ik daarop antwoordde. Ik

was eerst een weinig onthutst over de verandering, maar herstelde

mij en de teleurstelling overwinnend, welke steeds het gevolg is van

misplaatste stoutmoedigheid, betuigde ik haar zooveel ijver dat, al

kon ik niet meer verbergen, dat ik mij met een dwaze hoop gevleid had,

zij ten minste wist, dat ik eene onbezonnenheid wist te herstellen. Ik

vroeg haar twee dagen om over don Louis rapport uit te brengen. Hierna

verscheen juffrouw Ortis weer, geroepen door hare meesteres, die mij

in den tuin bracht en mij spottend toevoegde: "Bonsoir, Gil Blas;

ik behoef u niet aan te sporen op tijd op de afgesproken plaats te

zijn, ik ken al te goed uwe nauwgezetheid op dat punt."

Ik keerde terug naar mijn kamer, niet zonder eenige spijt in mijne

verwachting bedrogen te zijn. Ik wist mij echter te troosten met de

gedachte, dat het beter is de vertrouwde te zijn van mijne meesteres

dan haar minnaar. Ik overdacht dat dit mij iets zou kunnen aanbrengen,

dat de "courtiers d'amour" gewoonlijk goed voor hunne moeite worden

betaald en ik ging slapen, besloten om te doen wat Aurora van mij

verlangde. Ik vertrok den volgenden dag en de woning van een heer als

don Louis bleek niet moeilijk te vinden. Den tweeden dag van mijn

onderzoek was ik zoo gelukkig iemand te ontmoeten dien ik kende en

wij maakten een praatje. Op dat oogenblik ging een zijner vrienden

voorbij, die vertelde door don Joseph Pacheco, vader van don Louis, te

zijn weggejaagd omdat hij een vaatje wijn zou hebben opgedronken. Ik

liet deze goede gelegenheid niet voorbijgaan en vernam alles wat

ik wenschte te weten en ging opgeruimd naar huis, tevreden omdat

ik mijn belofte aan mijne meesteres kon houden. Ik moest haar dien

nacht rapport uitbrengen op dezelfde manier als den eersten keer. Ik

was echter lang niet zoo ongeduldig en verre van mij te vervelen

met het gebabbel van mijn ouden meester, bracht ik zelf het gesprek

op zijn veldtochten. Eerst toen ik verscheidene klokken twaalf uur

had hooren slaan, ging ik naar den tuin zonder mij te parfumeeren,

of met pommade in te wrijven.

Ik vond de dienares aanwezig, die mij schertsend verweet, dat ik

reeds van mijn ijver had ingeboet. Ik antwoordde niet en ik liet mij

naar het vertrek van Aurora brengen, die mij terstond vroeg, of ik

wat van don Louis wist te vertellen. "Ja, mevrouw," antwoordde ik

"allereerst diene, dat hij op 't punt staat naar Salamanca terug te

keeren om zijn studiën te voltooien. Naar men mij gezegd heeft, is het

een jong edelman, een en al eergevoel en rechtschapenheid. Ook aan moed

ontbreekt het hem, als Castiliaansch edelman, geenszins. Daarbij is hij

geestig en heeft aangename manieren, maar wat u misschien minder zal

bevallen, maar wat ik u toch moet zeggen is, dat hij te veel aardt naar

de overige jonge edellieden; hij is tamelijk losbandig. Weet gij dat

hij op zijn leeftijd reeds tot twee tooneelspeelsters in betrekking

heeft gestaan?" "Wat vertelt gij mij daar?" vroeg Aurora. "Welke

zeden! Maar ben je er wel zeker van?"--"O, ik twijfel er niet aan,

mevrouw. Een bediende, die vanmorgen uit zijn dienst is ontslagen,

heeft 't mij verteld en bedienden zijn zeer oprecht, wanneer zij

het hebben over de gebreken van hun meesters. Bovendien gaat hij

om met don Alexio Segiar, don Antonio Centellès en don Fernando de

Gamboa." "Dat is genoeg, Gil Blas," zei mijne meesteres zuchtend,

"na uw verslag zal ik mijn onwaardige liefde bekampen. Ga," vervolgde

zij, mij een kleine beurs in de handen stoppend, "hier is iets voor

uw moeite. Pas op, dat gij mijn geheim niet verraadt; denk er om,

dat ik vertrouw op uwe stilzwijgendheid."

Ik verzekerde mijne meesteres, dat ik de Harpocrates [1] was van de

vertrouwde bedienden en dat zij daaromtrent gerust kon zijn. Vervolgens

vertrok ik, zeer nieuwsgierig naar den inhoud van de beurs. Ik vond er

twintig pistolen in. Dadelijk dacht ik, dat Aurora ongetwijfeld meer

zou hebben gegeven, indien ik haar eene aangename tijding had gebracht,

waar zij reeds zoo goed voor een slecht bericht betaalde. Het speet

mij, dat ik de achtenswaardige ambtenaren niet had nagedaan, die soms

de waarheid in hun processen-verbaal een weinig aandikken. Nu had ik

een liefdesverhouding in de geboorte gesmoord, welke mij zeer nuttig

had kunnen zijn, wanneer ik niet zoo dwaas oprecht ware geweest. Ik

had echter de troost, dat ik schadeloos gesteld was voor de onnoodige

uitgaven aan pommade en parfumerie.

De Zonderlinge Lotgevallen van Gil Blas van Santillano, deel 1 van 2 De Spaansche Avonturier · 第 52 / 67 题