Hoe Aurora Gil Blas ontving en welk onderhoud zij samen hadden.
Ik vond Aurora in nachtgewaad; dat deed mij genoegen. Ik groette haar
zeer eerbiedig met alle bevalligheid waarover ik kon beschikken. Zij
ontving mij met een lachend gelaat, liet mij naast haar plaats nemen
en tot mijn onuitsprekelijk genoegen zond zij haar afgezant naar eene
andere kamer om ons alleen te laten. Hierna sprak zij aldus:
"Gil Blas, gij hebt zeker wel bemerkt, dat ik u mag lijden en u
bevoorrecht boven alle andere bedienden van mijn vader; en wanneer
mijn blikken u nog niet genoeg hebben gezegd, zal de stap welken ik
thans doe daaromtrent geen twijfel meer laten."
Ik gaf haar geen tijd meer te zeggen. Als man meende ik aan haar
kuischheid de moeite van eene nadere uitlegging te moeten besparen. Ik
stond op en mij aan de voeten van Aurora werpende als een theaterheld
voor zijne prinses, riep ik op declamatischen toon uit: O, mevrouw,
heb ik goed gehoord, zou het mogelijk zijn dat Gil Blas, tot dusver
de speelbal der fortuin, het geluk had u gevoelens van liefde in te
boezemen?"--"Spreek niet zoo luid," viel mijne meesteres mij lachend
in de rede: "gij zult mijne vrouwen wekken, welke hiernaast slapen. Sta
op, ga weer zitten en hoor mij aan zonder mij in de rede te vallen. Ja,
Gil Blas," zei ze weer ernstig wordend, "ik heb het goed met je voor
en om te toewijzen dat ik je hoogacht zal ik je een geheim openbaren
waarvan mijn levensrust afhangt.
Ik bemin een jongen schoonen ridder van goede geboorte. Hij heet don
Louis Pacheco. Soms zie ik hem op de wandeling, maar heb hem nog nooit
gesproken. Ik weet zelfs niet of hij goede of slechte eigenschappen
bezit. En daarom heb ik iemand noodig, die zorgvuldig een en ander
onderzoekt en mij een trouw rapport uitbrengt. En voor dat doel heb
ik u uitgekozen en hoop, dat gij behendig en kiesch u van deze taak
zult kwijten."
Mijne meesteres hield op om te hooren wat ik daarop antwoordde. Ik
was eerst een weinig onthutst over de verandering, maar herstelde
mij en de teleurstelling overwinnend, welke steeds het gevolg is van
misplaatste stoutmoedigheid, betuigde ik haar zooveel ijver dat, al
kon ik niet meer verbergen, dat ik mij met een dwaze hoop gevleid had,
zij ten minste wist, dat ik eene onbezonnenheid wist te herstellen. Ik
vroeg haar twee dagen om over don Louis rapport uit te brengen. Hierna
verscheen juffrouw Ortis weer, geroepen door hare meesteres, die mij
in den tuin bracht en mij spottend toevoegde: "Bonsoir, Gil Blas;
ik behoef u niet aan te sporen op tijd op de afgesproken plaats te
zijn, ik ken al te goed uwe nauwgezetheid op dat punt."
Ik keerde terug naar mijn kamer, niet zonder eenige spijt in mijne
verwachting bedrogen te zijn. Ik wist mij echter te troosten met de
gedachte, dat het beter is de vertrouwde te zijn van mijne meesteres
dan haar minnaar. Ik overdacht dat dit mij iets zou kunnen aanbrengen,
dat de "courtiers d'amour" gewoonlijk goed voor hunne moeite worden
betaald en ik ging slapen, besloten om te doen wat Aurora van mij
verlangde. Ik vertrok den volgenden dag en de woning van een heer als
don Louis bleek niet moeilijk te vinden. Den tweeden dag van mijn
onderzoek was ik zoo gelukkig iemand te ontmoeten dien ik kende en
wij maakten een praatje. Op dat oogenblik ging een zijner vrienden
voorbij, die vertelde door don Joseph Pacheco, vader van don Louis, te
zijn weggejaagd omdat hij een vaatje wijn zou hebben opgedronken. Ik
liet deze goede gelegenheid niet voorbijgaan en vernam alles wat
ik wenschte te weten en ging opgeruimd naar huis, tevreden omdat
ik mijn belofte aan mijne meesteres kon houden. Ik moest haar dien
nacht rapport uitbrengen op dezelfde manier als den eersten keer. Ik
was echter lang niet zoo ongeduldig en verre van mij te vervelen
met het gebabbel van mijn ouden meester, bracht ik zelf het gesprek
op zijn veldtochten. Eerst toen ik verscheidene klokken twaalf uur
had hooren slaan, ging ik naar den tuin zonder mij te parfumeeren,
of met pommade in te wrijven.
Ik vond de dienares aanwezig, die mij schertsend verweet, dat ik
reeds van mijn ijver had ingeboet. Ik antwoordde niet en ik liet mij
naar het vertrek van Aurora brengen, die mij terstond vroeg, of ik
wat van don Louis wist te vertellen. "Ja, mevrouw," antwoordde ik
"allereerst diene, dat hij op 't punt staat naar Salamanca terug te
keeren om zijn studiën te voltooien. Naar men mij gezegd heeft, is het
een jong edelman, een en al eergevoel en rechtschapenheid. Ook aan moed
ontbreekt het hem, als Castiliaansch edelman, geenszins. Daarbij is hij
geestig en heeft aangename manieren, maar wat u misschien minder zal
bevallen, maar wat ik u toch moet zeggen is, dat hij te veel aardt naar
de overige jonge edellieden; hij is tamelijk losbandig. Weet gij dat
hij op zijn leeftijd reeds tot twee tooneelspeelsters in betrekking
heeft gestaan?" "Wat vertelt gij mij daar?" vroeg Aurora. "Welke
zeden! Maar ben je er wel zeker van?"--"O, ik twijfel er niet aan,
mevrouw. Een bediende, die vanmorgen uit zijn dienst is ontslagen,
heeft 't mij verteld en bedienden zijn zeer oprecht, wanneer zij
het hebben over de gebreken van hun meesters. Bovendien gaat hij
om met don Alexio Segiar, don Antonio Centellès en don Fernando de
Gamboa." "Dat is genoeg, Gil Blas," zei mijne meesteres zuchtend,
"na uw verslag zal ik mijn onwaardige liefde bekampen. Ga," vervolgde
zij, mij een kleine beurs in de handen stoppend, "hier is iets voor
uw moeite. Pas op, dat gij mijn geheim niet verraadt; denk er om,
dat ik vertrouw op uwe stilzwijgendheid."
Ik verzekerde mijne meesteres, dat ik de Harpocrates [1] was van de
vertrouwde bedienden en dat zij daaromtrent gerust kon zijn. Vervolgens
vertrok ik, zeer nieuwsgierig naar den inhoud van de beurs. Ik vond er
twintig pistolen in. Dadelijk dacht ik, dat Aurora ongetwijfeld meer
zou hebben gegeven, indien ik haar eene aangename tijding had gebracht,
waar zij reeds zoo goed voor een slecht bericht betaalde. Het speet
mij, dat ik de achtenswaardige ambtenaren niet had nagedaan, die soms
de waarheid in hun processen-verbaal een weinig aandikken. Nu had ik
een liefdesverhouding in de geboorte gesmoord, welke mij zeer nuttig
had kunnen zijn, wanneer ik niet zoo dwaas oprecht ware geweest. Ik
had echter de troost, dat ik schadeloos gesteld was voor de onnoodige
uitgaven aan pommade en parfumerie.