HOOFDSTUK X

Een en ander over Arsenia en Florimonde.

Het was ongeveer tijd voor het theater en mijne meesteres vroeg mij

haar te volgen met Laura. Wij traden hare loge binnen waar zij haar

kleed verwisselde voor een veel schitterender kostuum, waarmede zij

op het tooneel zou verschijnen. Toen de voorstelling begon, nam Laura

mij mede en wij gingen samen ergens zitten vanwaar wij alles goed

konden hooren en zien.

Laura noemde mij de namen der verschillende tooneelspelers en

-speelsters telkens als zij op het tooneel kwamen. Zij stelde zich

niet tevreden met alleen hun namen te noemen maar de kwaadspreekster

beschreef hen ook nog bovendien! "Deze heeft leege hersens en die

daar is een onbeschofte vlegel. Dat mooie meisje daar en die eerder

vrij dan sierlijk is in haar bewegingen heet Rosarda Let. Zij is een

slechte aanwinst voor den troep. Men moest haar een plaatsje geven

bij den nieuwen troep, dien men formeert op bevel van den vice-koning

van Nieuw Spanje en die binnenkort scheep gaat naar Amerika. Kijk eens

goed naar die schitterende ster, die daar naar voren komt, die mooie

ondergaande zon, dat is Casilda. Als zij van iederen minnaar dien

zij reeds gehad heeft, een bouwsteen had gekregen, zou zij evenals

een vroegere Egyptische prinses een pyramide kunnen bouwen die tot

aan den derden hemel rijkt." De ondeugende Laura wist van allen wat

te zeggen en spaarde zelfs haar meesteres niet, zoo'n boosaardige tong!

Toch moet ik mijn zwakheid erkennen; ik was verliefd op mijne

schoone soubrette hoewel haar aard niet erg deugdzaam was. Zij sprak

echter zoo aardig en geestig kwaad van anderen, dat ik zelfs haar

kwaadsprekendheid begon lief te krijgen. In de pauzen stond zij op om

te gaan zien of Arsenia hare hulp ook soms noodig had; maar in plaats

van terstond naar hare plaats terug te keeren vermaakte zij zich een

tijd achter de coulissen met heeren die haar lieve woordjes toevoegden

en haar vleiden. Ik volgde haar eens om eens te zien wat zij deed en

bemerkte toen dat zij heel wat kennissen had. Tot driemaal toe werd zij

teruggehouden door een tooneelspeler, die haar iets te zeggen had en

alle drie schenen erg vertrouwelijk met haar om te gaan. Dat beviel

mij niet, en voor het eerst van mijn leven voelde ik wat jaloezie

was. Ik keerde zoo nadenkend en peinzend naar mijn plaats terug

dat Laura het terstond opmerkte toen zij weer bij mij kwam. "Wat

scheelt er aan Gil Blas," vroeg zij mij zeer verbaasd. "Wat zijt

gij somber gestemd sedert ik even weggeweest ben." "Mijn prinses,"

antwoordde ik, "het is werkelijk niet zonder reden; uw manier van

doen is wel wat al te luchthartig. Ik heb je zoo juist met eenige

tooneelspelers gezien." "Och, arme jongen, ben je daar zoo bedroefd

om. O, maar dan zult ge nog wel meer ondervinden want er gebeuren

nog heel andere dingen tusschen ons tooneelspelers. Gij moet je een

beetje gewennen aan onze ongedwongen verhoudingen tegenover elkaar

en niet zoo gauw jaloersch zijn, mijn jongen. Als men aan het tooneel

jaloersch is, stelt men zich belachelijk aan. Maar er zijn niet veel

van die menschen."

Na mij aldus aangespoord te hebben niemand te verdenken en rustig toe

te kijken, verklaarde zij mij, dat ik de gelukkige sterveling was,

die tot haar hart had weten door te dringen en dat zij mij alleen zou

liefhebben voor altijd. Op deze verzekering, waaraan ik zonder groote

achterdocht wel een beetje kon twijfelen, verklaarde ik, dat ik mij

niet meer ongerust zou maken en hield ook woord. Ik zag haar sedert

dien bewusten avond zich in het bijzonder onderhouden met heeren en

met hen schertsen. Toen de voorstelling was afgeloopen, gingen wij met

onze meesteres naar huis, waar Florimonde weldra aankwam met drie oude

heeren en een tooneelspeler, die bij haar kwamen soupeeren. Behalve

Laura en ik, waren er nog als bedienden in huis een keukenmeid,

een koetsier en een kleine lakei. Wij kwamen met ons vijven bijeen

om het avondeten klaar te maken.

De keukenmeid, die niet minder bekwaam was dan Juffrouw Jacinta,

maakte het vleesch klaar met den kok. De kamerjuffrouw en de kleine

lakei dekten de tafel en ik maakte het buffet klaar, waarop het

prachtigste goud en zilver prijkte, alles geschenken, die de godin

van den tempel had ontvangen. Ik zette er flesschen met verschillende

wijnsoorten op en fungeerde voor schenker om mijn meesteres te toonen,

dat ik van alles verstand had. Ik bewonderde de ingetogenheid van

de tooneelspeelsters gedurende het maal. Zij deden zeer gewichtig en

verbeeldden zich dames uit den hoogsten stand te zijn. Verre van de

heeren met excellentie aan te spreken, spraken zij hen zelfs niet toe

met seigneur, maar noemden hen gewoon bij hunne namen. Het is waar,

dat juist de heeren haar verwenden en haar zoo trotsch maakten

door zich een weinig te familiaar met haar bezig te houden. De

tooneelspeler, als een echt acteur die de heldenrol speelt, ging

heel gemoedelijk met haar om, dronk op hare gezondheid en voerde den

boventoon. "Verduiveld," zei ik bij mij zelf, "toen Laura mij vertelde,

dat een tooneelspeler en een markies overdag elkaars gelijken zijn,

had zij er ook aan toe kunnen voegen, dat zij het 's nachts nog meer

zijn, daar zij met elkaar den nacht doorbrengen en samen drinken."

Arsenia en Florimonde waren natuurlijk zeer opgewekt. Zij voerden

allerlei gewaagde gesprekken, afgewisseld door kleine liefkoozinigen

en aanhaligheden, die natuurlijk in hun volle waarde genoten werden

door die oude zondaars. Terwijl mijne meesteres er een vermaakte

met een onschuldig praatje, speelde haar vriendin in dien tijd niet

de kuische Suzanna met de twee anderen. Terwijl ik stond te kijken

naar dit tooneel, wat slechts al te veel bekoring had voor een ouden

jonggezel, bracht men het dessert. Toen zette ik flesschen likeur op

tafel en glaasjes en verwijderde mij om te gaan soupeeren met Laura,

die mij al wachtte. "Wel, Gil Blas," vroeg zij mij, "wat denkt gij van

de heeren, die gij zooeven gezien hebt?" "Het zijn zeker aanbidders

van Arsenia en Florimonde," antwoordde ik. "Neen," hernam zij, "het

zijn oude lichtmissen, die deze meisjes opzoeken zonder zich bepaald

aan haar te hechten. Zij verlangen slechts dat zij een beetje lief

voor hen zijn en zij zijn dwaas genoeg om dat weinigje wat zij hun

toestaan, goed te betalen. Gelukkig zijn Florimonde en mijne meesteres

op het oogenblik zonder amant, ik bedoel van die amants, die zich

doen gelden als echtgenooten en die alle genoegens willen genieten

van een huis, omdat zij alle kosten betalen. Ik voor mij ben er blij

om en ik houd vol, dat een verstandige cocotte zulke verbintenissen

moet vermijden. Waarom zich een meester aan te schaffen? Het is veel

beter stukje voor stukje een equipage te krijgen dan hem tot dien

prijs in eens te hebben."

Als Laura eenmaal aan het praten was, en zij praatte bijna altijd,

dan behoefde zij niet naar hare woorden te zoeken. Wat had zij dan een

vreeselijk radde tong! Zij vertelde mij duizend en meer avonturen,

die de actrices van den tooneeltroep hadden gehad, en ik maakte uit

al deze gesprekken op, dat ik geen betere betrekking kon getroffen

hebben om alle mogelijke ondeugden te leeren kennen. Ongelukkigerwijze

was ik op een leeftijd, waarop deze juist geen afschuw verwekken en

ik moet er nog bijvoegen, dat de soubrette deze uitbundigheden zoo

smakelijk voorstelde, dat ik er slechts het pleizier van zag. Zij kon

mij nog niet het tiende gedeelte van alle avonturen der tooneelspelers

vertellen, want zij praatte slechts drie uren met mij. De oude heeren

en de tooneelspelers vertrokken toen met Florimonde, die zij naar

huis brachten.

Toen zij weg waren, gaf mijne meesteres mij geld en zei: "Ziehier

tien pistolen, Gil Blas, om morgen inkoopen te doen. Vijf of zes

van onze heeren en dames komen morgen hier; zorg dus dat ge ons goed

onthaalt."--"Mevrouw" antwoordde ik, "met die som zou ik den geheelen

troep kunnen onthalen."--"Mijn vriend," hernam Arsenia, "je moet je

een beetje beschaafder uitdrukken en niet spreken van den "troep",

maar van een gezelschap. Men spreekt wel van een troep bandieten, een

troep bedelaars of een troep schrijvers, maar men spreekt steeds van

een gezelschap tooneelspelers. De acteurs van Madrid vooral verdienen,

dat men hun gezamenlijk aantal gezelschap noemt." Ik vroeg vergiffenis

aan mijne meesteres voor mijne weinig eerbiedige uitdrukking, verzocht

haar mijne onwetendheid te verontschuldigen en beloofde haar voortaan

altijd van "het gezelschap" te zullen spreken.

De Zonderlinge Lotgevallen van Gil Blas van Santillano, deel 1 van 2 De Spaansche Avonturier · 第 47 / 67 题