HOOFDSTUK IX

Welke ernstige gebeurtenis op dit avontuur volgde.

Wij bleven het grootste gedeelte van den dag in dat bosch zonder

een enkelen reiziger te zien, die voor den geestelijke zou kunnen

betalen. Eindelijk gingen wij er uit om naar het onderaardsche gewelf

terug te keeren, onze heldendaden besprekende en het belachelijk

geval, dat nog steeds het onderwerp van ons onderhoud uitmaakte,

toen we in de verte een koets ontdekten met vier muilezels bespannen.

Het rijtuig kwam in flinken draf op ons af en werd begeleid

door drie mannen te paard, die mij goed gewapend schenen en goed

voorbereid ons te ontvangen indien we moedig genoeg waren hen aan te

vallen. Rolando liet de troep stilhouden om daarover te beraadslagen

en de uitslag was, dat tot den aanval werd besloten. Dadelijk stelde

hij ons op, zooals hij dat goedvond en we gingen slagvaardig op de

koets af. Niettegenstaande de toejuichingen die ik in het bosch

had ontvangen, voelde ik mij geweldig beven en weldra werd mijn

geheele lichaam zóó door koud zweet bedekt, dat ik me niets goeds

voorspelde. Tot overmaat van geluk liep ik aan het hoofd der troep,

tusschen den kapitein en den luitenant, die mij daar hadden geplaatst

om mij maar dadelijk aan het vuur te gewennen. Rolando, die mijn

angst bemerkte, keek me van terzijde aan, en zei op kwaden toon:

"Luister, Gil Blas, denk er aan je plicht te doen, ik waarschuw je,

als je terugwijkt jaag ik je een kogel door je hoofd."

Ik was te zeer ervan overtuigd, dat hij zou doen wat hij zei, om die

waarschuwing in den wind te slaan; daarom beval ik slechts mijn ziel

aan God, daar ik nu den eenen kant niet minder had te vreezen dan

den andere. Intusschen kwamen de koets en de ruiters al dichterbij;

zij zagen welk soort lui wij waren, en daar zij ons plan aan onze

houding raadden, hielden zij op geweerschotsafstand stil. Zij hadden

evengoed als wij, karabijnen en pistolen bij zich. Terwijl zij zich

gereed maakten ons het hoofd te bieden, stapte er uit de koets een

welgemaakt, rijk gekleed man. Hij steeg op een los paard door een

der ruiters bij den teugel gehouden en stelde zich aan het hoofd der

anderen; tot wapen had hij slechts zijn zwaard en twee pistolen. Hoewel

ze slechts vier tegen negen waren, want de koetsier bleef op den bok,

gingen zij met een zekerheid vooruit, die mijn angst nog verergerde. Ik

liet echter niet na, hoewel over alle leden bevend, mij gereed te

houden tot vuren; maar om de dingen te vertellen, zooals ze zijn,

moet ik bekennen, dat ik mijn oogen sloot en mijn hoofd afwendde,

toen ik mijn karabijn afvuurde, zoodat de manier waarop ik aftrok,

mij die daad niet op het geweten laadde.

Ik zal niet uitweiden over die handeling: hoewel ik er bij

tegenwoordig was, zag ik niets en mijn angst, die mijn verbeelding

benevelde, verborg mij het vreeselijke van het schouwspel zelve,

dat mij schrik aanjoeg. Alles wat ik ervan weet, is, dat na een groot

gerucht van geweervuur, ik mijn metgezellen luidkeels hoorde roepen:

"Victorie! Victorie!" Bij dien uitroep verdween de verstijving, die

zich van mijn zinnen had meester gemaakt, en zag ik de vier ruiters

levenloos op het slagveld liggen. Van onze zijde hadden we slechts

één doode; een onzer ruiters had een kogel in de rechterknieschijf

gekregen. Ook de luitenant was gewond, doch slechts heel licht,

daar de kogel slechts de huid had geschaafd.

Rolando rende eerst naar het portier van de koets, waarin eene dame

was van vier- à vijfentwintig jaar, die hem heel mooi toescheen,

niettegenstaande den treurigen toestand, waarin hij haar zag. Ze

was tijdens het gevecht flauw gevallen en verkeerde nog in dien

toestand. Terwijl hij er slechts aan dacht haar aan te kijken, dachten

wij aan den buit. Wij begonnen met ons van de paarden der gestorven

ruiters te verzekeren, want die dieren, door het geluid der schoten

geschrokken, waren van den weg afgegaan na hun geleiders te hebben

verloren. Wat de muilezels betreft, deze waren pal blijven staan,

al had de koetsier gedurende het gevecht zijn zetel verlaten om zich

te redden. Wij stegen af om ze uit te spannen en wij belastten ze

met verschillende koffers, die we voor en achter de koets vonden

vastgesjord. Daarna nam men op order van den kapitein, de dame,

die nog niet tot zich zelve was gekomen en zette haar te paard,

ondersteund door een roover, die een der sterksten was en het best

bereden; toen namen wij de dame, de muilezels en de paarden mee en

lieten de koets en de beroofde dooden op den weg liggen.

De Zonderlinge Lotgevallen van Gil Blas van Santillano, deel 1 van 2 De Spaansche Avonturier · 第 18 / 67 题