van avond. Cilly is bijna klaar met haar kleeding, dunkt me."
"O, maar wij ook. Op de groote repetitie bij Cilly aan huis, kleeden
wij ons natuurlijk allemaal geheel zooals 't moet."
Daar vloog opeens de deur open en stormden twee kinderen, een jongen
en een meisje, de kamer in.
"Mama, mama!" riepen ze tegelijk. "Papa vraagt of u beneden komt, neef
Gerard is er en of wij even mochten blijven kijken naar de comedie!"
"Sst.... stil, stil!" zei mevrouw van Rensen, half lachend. Het
aardige tweetal, een jongen van 5 en een meisje van 4 jaar, bleef
hijgend en met roode wangen naast haar staan. "Gaat maar stil hier
zitten," zei hunne moeder fluisterend, "maar dan heel rustig zijn;
dan moogt ge wel even blijven kijken."
De kinderen gingen naast elkaar op de canapé zitten en mevrouw van
Rensen verliet de kamer.
Cécile speelde door alsof er niets gebeurd was en Loulou's broertje
en zusje keken naar haar met onverholen belangstelling. De "comedie"
scheen hun echter niet mee te vallen, want nadat zij een paar minuten
rustig hadden geluisterd maar niets begrepen, keken ze met groote
oogen om zich heen, vol verlangen naar iets, dat hunne aandacht meer
blijvend zou boeien.
Elsje had hen met een lachend gezicht gade geslagen, terwijl de andere
meisjes in haar werk verdiept waren. Elsje was ook de eenige, wier
rol thans geheel was geëindigd en toen het kleine meisje haar zag,
wenkte zij haar terstond door onophoudelijk knikken en grappige,
animeerende bewegingen met haar handje, om tusschen haar en haar
broertje op de canapé te komen zitten.
Elsje liet zich niet lang bidden en er kwam een warm, gelukkig gevoel
in haar hart, toen de beide kinderen zich tegen haar aanvlijden en
het kleine meisje vertrouwend naar haar opkeek.
"Moet je heelemaal niet meespelen?" vroeg ze, zóó zacht dat Elsje
haar onmogelijk verstaan kon.
Zij boog zich dichter naar het roode mondje toe, dat nu vlak bij
haar wang de gewichtige vraag herhaalde en haar toen als van zelf,
een kus gaf.
"Dat was een presentje! Dat dacht je niet, he?" lachte het kleine
meisje vroolijk.
"Ik wil heel graag nog zoo'n presentje," fluisterde Elsje, terwijl
ze haar hand over het zachte, blonde haar van het kind streek.
"Wat! Wat voor presentje?" vroeg de kleine jongen nieuwsgierig, die in
het geheel niet op zijn zusje geleek, maar donkerbruin haar en groote,
bruine oogen had.
"Niet zeggen, niet zeggen!" zei het meisje, maar Elsje kon den
vragenden blik van haar aardigen, kleinen buurman niet weerstaan en
hem een kus op de ronde wangen drukkend, zei ze:
"Dàt presentje! Bevalt het je?"
"Gunst Lizzie, je let heelemaal niet op!" riep Loulou opeens
scherp. "Toe kinderen, gaat nu maar weer naar beneden; het is hoog
tijd voor jullie om naar bed te gaan. Wat bezielt de juffrouw toch
dat ze jullie heelemaal vergeet!"
"We mochten vandaag laat opblijven om de comedie!" riep haar zusje
triomfantelijk.
"En we zitten hier nu net zoo gezellig!" riep het broertje.
Een algemeen gelach volgde, maar Louise bleef onverbiddelijk. Zij
stuurde de twee kinderen de kamer uit, riep aan de trap: "Juffrouw,
komt u Liesje en Tom halen?" en deed toen de deur dicht.
"Hè Lou, hoe wreed!" zei Emma medelijdend.
"Nu ja, maar die kinderen blijven vandaag veel te laat op en als we hen
nu nog langer hier hadden gehouden, waren ze hoe langer hoe lastiger
geworden. Toe, laten we nu maar gauw nog eens repeteeren. Kom Lizzie,
sta nu op van die canapé en begin te spelen."
Elsje gehoorzaamde. Louise, Cécile en Cato gingen op de canapé zitten,
dicht bij elkaar, met spottende gezichten, alsof zij afgesproken
hadden, nu eens flink om Elsje te gaan lachen. Emma bleef bij haar
staan met het boekje in de hand, om haar voort te helpen als zij
haperde en Elsje begon te spelen.
Het ontging haar natuurlijk niet dat de drie meisjes op de canapé zich
vroolijk om haar maakten. Zij giegelden en fluisterden onophoudelijk
onder elkaar, maar hoewel haar bloed begon te koken, hield zij zich
goed en liet zich niet van haar stuk brengen. Zooveel mogelijk haar
best doende niet op de plaaggeesten te letten, speelde zij door,
totdat Cécile opeens proestend en met tranen in de oogen van het
lachen, uitriep:
"Lieve tijd Lizzie, wat speel je stijf en houterig; ik geloof dat je
het met opzet doet om ons te ergeren!"
"Neen, heelemaal niet!" riep Elsje, terstond uit haar rol vallend en
met een kleur van verontwaardiging. Ze spande zich echter met waren
heldenmoed in, om zich dapper te houden en vervolgde haar spel. Emma
schudde afkeurend het hoofd tegen hare vriendinnen, maar zij letten
er niet op.
"Zeg Cilly, hoe kom _jij_ toch aan die boerin tot nichtje?" fluisterde
Cato, den zakdoek voor den mond houdend en terstond weer proestend
van het lachen.
"Hardrood zijn haar wangen en geel is heur haar!" zei Louise, bijna
overluid en op een toon, alsof ze een vers reciteerde. "Wanneer gaat
ze eigenlijk weer weg, Cilly?"
"Ik geloof dat ze na de partij naar haar lieflijk dorp teruggaat,"
antwoordde Cécile op alles behalve fluisterenden toon.
Nu was Elsje's geduld ten einde. Zonder het te willen, had zij wel
_moeten_ hooren, wat er gezegd was en met fonkelende oogen, driftig,
geheel buiten zichzelf, riep ze uit:
"En ik wou dat ik dadelijk terug kon gaan, van avond nog, nu,
terstond! Ik wou dat ik nooit, nooit hier gekomen was in die nare,
groote stad en bij jullie, die .... die .... heelemaal geen gevoel
hebt! Ik wou dat ik bij mijn grootmoeder was gebleven .... die is zoo
engelachtig voor me, als jullie je heelemaal niet kunt voorstellen! En
ik _wou_ dat ik weer in mijn lieflijk dorp was, Cécile, want dat is
het, je hebt gelijk dat je het zoo noemt, het is er heerlijk! En ik
wou dat ik weer buiten kon wandelen in de frissche, heerlijke lucht
en langs de hooge boomen en over onze mooie heide--alleen, alleen met
den ruimen, prachtigen hemel boven me en al die plechtige stilte om
me heen! Alleen, zonder al die rare, opgeprikte menschen, zonder al
die mooie kleeren en zonder jullie, die zoo'n verschrikkelijken hekel
aan me hebt! O, ik wou dat ik weg kon dadelijk, dadelijk! Maar jullie
zult nu geen last meer van me hebben! Ik bedank er voor om met jullie
comedie te spelen! Ik ga naar huis, speelt maar alleen!"
En met bevende lippen en ijskoude handen, maar met het hoofd fier in
den nek geworpen--ze _wilde_ niet schreien--snelde ze de kamer uit.
"Mijn hemel, wat een burgerlijk, aanstellerig kind!" zei Cato, toen
Elsje verdwenen was, maar de anderen, ook Cécile, zwegen beschaamd
en Emma keerde zich om, om niet te laten zien dat zij tranen in de
oogen had.
"Ze kan toch onmogelijk alleen naar huis gaan," zei Louise, na eenige
oogenblikken van algemeen stilzwijgen. "Ze weet zeker den weg niet,
wel Cilly? En het regent ook zoo!"
"Ik denk dat ze wel weer terug zal komen," zei Cécile. "Ze zal
veel te bang zijn dat mama boos op haar is, als ze zoo opeens thuis
komt. Laten we maar stil afwachten, wat zij doet; ik geloof nooit dat
ze zonder mij weg zal gaan en buitendien weet ze ook heelemaal niet,
hoe ze loopen moet."
"Zal ik eens even gaan zien, waar ze gebleven is?" vroeg Emma. "Hè,
waarom moesten jullie haar nu ook zóó plagen! Laat ik maar eens gauw
gaan zoeken..."
"Neen, neen, neen!" viel Cécile haastig in. "Blijf stil hier, Emma,
dan komt ze bepaald veel gauwer terug."
Intusschen was Elsje, met het vaste voornemen het huis uit te loopen,
de trap afgegaan. Op een der onderste treden struikelde ze en viel. Ze
deed zich gelukkig in 't geheel geen pijn en wilde juist weer opstaan,
toen in hare nabijheid een deur langzaam en met moeite werd geopend
en een kleine gestalte in een wit nachtjapontje op den drempel
verscheen. Twee aardige, bloote voetjes trippelden naar Elsje toe,
een zacht handje werd tegen haar wang gelegd en een vleiend stemmetje
vroeg:
"Heb je je pijn gedaan? Wat viel je met een bons! Ik hoorde het
heelemaal."
"Liesje, Liesje, kom gauw hier, kindje! Niet op dat koude
portaal!" riep een stem uit de kamer, waarop Elsje's vriendinnetje
terugriep: "Ja, ja, ik moet even helpen!"
"Of kan je wel alleen opstaan?" vroeg ze, toen Elsje snel opsprong,
"Kom maar gauw even mee naar binnen; juf zal je wel weer beter maken,
die is heel lief."
En Elsje's hand pakkend, trok ze haar snel met zich mee in de
kinderkamer, waar haar broertje al te bed lag en een vriendelijke
kinderjuffrouw Elsje lachend toeknikte.
"Liesje is altijd vol ijver om iedereen te helpen," zei ze. "Kom
vrouwtje, nu gauw in bed. Het is toch al zoo erg laat geworden
van avond."
"Kom je ons goeden nacht zeggen?" riep Tom vanuit zijn ledikantje.
Elsje antwoordde niet. Het was haar alsof ze droomde. In een
opgewondene, driftige stemming, met een diep ongelukkig gevoel
in haar hart, was ze zooeven de trap afgekomen en nu stond ze daar
plotseling in een warme, vroolijke kamer en drie gezichten keken haar
vriendelijk en vol belangstelling aan. Liesje zette een stoel voor
haar bij de tafel en dribbelde toen met een grappig, bedrijvig air
naar de juffrouw toe, fluisterde deze iets in en lachtte tevreden,
toen zij zei: "Ja, dat mag wel, maar dan ook terstond naar bed hoor!"
Het kleine meisje schoof vlug een tabouret bij den schoorsteen,
klauterde er op en haalde een doos te voorschijn, waarmee ze terstond
naar Elsje toeliep.
"Wil jij dit even open maken?" vroeg ze. "Kijk maar eens, wat er
in is."
Elsje opende de doos en zag een stuk chocolade liggen, dat blijkbaar
een deel had uitgemaakt van een sinterklaas-letter.
"Dat ziet er erg lekker uit," zei ze. "Is dat van jou, Liesje?"
"En van Tom," zei Liesje. "Proef er maar eens van." "Neemt ze het
heele stuk?" riep Tom vanuit zijn bed. Het scheen hem wat _heel_
royaal toe, alles aan Elsje af te staan.
Liesje liep haastig naar zijn bed toe en haar hoofdje naast het zijne
op het kussen leggend, fluisterde zij hem iets in, dat blijkbaar
zijn goedkeuring niet geheel wegdroeg, want hij schudde met groote
levendigheid van neen en betuigde bovendien nog:
"Dat wil ik niet, heelemaal niet, hoor." Liesje bedacht zich even,
toen fluisterde zij hem weer iets in en nu kwam hij blijkbaar tot
andere gedachten.
"Mag ik er dan den heelen dag mee spelen en kom jij er dan heelemaal
niet aan?" vroeg hij.
Zij knikte bevestigend en toen riepen ze tegelijk, Liesje met een
erg blij gezichtje:
"Je moogt het heele stuk chocolade nemen; het is heelemaal voor jou."
"Neen," zei Elsje, die evenals de juffrouw, lachend naar de beide
kinderen gekeken had, "dat is veel te jammer, dan blijft er niets
voor jullie over."
"Jawel, jawel, je moet het nemen, heusch," zei Liesje, terwijl ze
naar Elsje toekwam en een laatsten, niet geheel ongevoeligen blik op
de lekkernij wierp. "En nu ga ik naar bed."
En terwijl Elsje bij haar neerknielde, sloeg ze de armpjes om haar hals
en zei: "Nacht...." Toen plotseling zichzelf in de rede vallend met
een vroolijken, reinen lach, die Elsje als muziek in de ooren klonk,
"maar ik weet nog niet eens, hoe je heet!"
"Ik heet Elsje."
"Elsje? Wat aardig! Nacht Elsje...." en met haar zachte wang tegen
die van hare nieuwe vriendin, fluisterde ze: "Neem je het nu heusch
wel heelemaal? Toe, doe je het?"
Elsje drukte haar vaster tegen zich aan. "Kleine schat!" zei ze
zacht. "Ja, ik zal de chocolade nemen, hoor en ik dank je heel,
heel hartelijk."
"En Tom ook," zei Liesje, hare armen losmakend.
"Ja zeker, Tom ook. Ik dank jou ook hartelijk voor die heerlijke
chocolade, Tom," riep Elsje.
"Tot je dienst," riep Tom wijs terug.
Nu was Liesje's hart eindelijk gerust en liet ze zich gewillig door
de juffrouw overdekken en toestoppen.
"Blijf je nog een beetje hier in de kamer?" vroeg ze toen aan Elsje.
"Neen, neen, ik moet nu dadelijk weer naar boven," zei Elsje
snel. Haar drift was verdwenen, zij schaamde zich zelfs een beetje
over haar uitval van straks en was nu vast besloten, weer naar de
andere meisjes toe te gaan. Het aardige tooneeltje op de kinderkamer
had haar in een geheel andere stemming gebracht. Kom, ze moest weer
moedig zijn, zich niet zoo gauw van haar stuk laten brengen--het was
toch ook alles maar voor een tijd!
Ze nam haastig afscheid van de kinderjuffrouw en Tom en Liesje en
ging toen, wel met een kloppend hart, maar uiterlijk zoo bedaard als
haar mogelijk was, naar Louise's kamer terug.
Er kwam een zegevierende uitdrukking op Cécile's gezicht, toen zij
binnenkwam en zij keek Emma aan, alsof ze zeggen wou: "Heb ik het
je niet gezegd?" Er werd echter geen woord over het voorgevallene
gesproken. Louise en Cato waren koel beleefd tegen Elsje, Cécile
bemoeide zich niet met haar en Emma durfde niet te vriendelijk te zijn,
uit vrees dat de anderen haar zouden uitlachen.
Het stukje werd nog eenmaal gerepeteerd, toen was het tijd om naar
huis te gaan.
Tot Elsje's verwondering zeide Cécile in het rijtuig geen woord over
haar uitbarsting van drift. Zij sprak trouwens in het geheel niet
en nam geen de minste notitie van Elsje, totdat het rijtuig voor het
huis van mevrouw d'Ablong stil hield. "Het zal mij eens verwonderen
of grootmama nog op is," zei ze toen, "misschien is ze al naar bed
gegaan, vermoeid van de reis."
"Zou je grootmama dan vandaag al komen?" vroeg Elsje uit het rijtuig
stappend.
"Ja, van avond, terwijl wij uit waren."
Dus al weer iemand om kennis mee te maken en zich niet mee op haar
gemak te voelen, dacht Elsje met een zucht, terwijl ze Cécile in huis
volgde. De beide meisjes ontdeden zich van haar hoed en mantel en
gingen toen naar de zaal. Cécile liep vlug naar binnen, Elsje volgde
langzaam en verlegen.
In een gemakkelijken stoel bij den open haard, met het zachte schijnsel
van het lamplicht vallend op haar mooi, wit haar, waarbij het kapseltje
van zwarte kant aardig afstak, zat een oude dame met levendige,
donkere oogen, die sterk aan die van haar kleinzoon Frits d'Ablong
herinnerden. Op haar schoot lag een handwerk van fijne, zachtrose
wol en een grove haaknaald van wit been bewoog zich ijverig heen
en weer in hare kleine, welgevormde handen. Zij keek terstond op,
toen de meisjes binnenkwamen en liet zich met een lachend gezicht
door Cécile op beide wangen kussen.
"Zoo Cilly, ben je daar eindelijk?" zei ze met een welluidende
stem. "Is dat nu een manier om uit te zijn, als je oude grootmoeder
bij je komt! Toe kindje, ga eens even op zij. Is dit nu het dochtertje
van je zuster, Lize?" En zij knikte Elsje vriendelijk toe.
"Ja mama," zei mevrouw d'Ablong.
"Kom eens even bij me, lieve meid," zei de oude dame. "Ik vind het
aardig dat wij ook kennis met elkaar maken. Mijn kleinzoon heeft mij
al van je verteld. Kom, geef mij ook maar een kus. Je hebt ook nog
een oude grootmoeder, he?"
"Ja mevrouw," zei Elsje met haar hand in de zachte, warme hand der
vriendelijke dame.
"Dan moest je mij ook maar grootmama noemen, zoolang je hier bent. Wil
je dat wel?"
"Heel graag," zei Elsje zacht en boos op zichzelf, omdat ze weer dien
onverklaarbaren drang tot schreien voelde.
"Mooi zoo, geef mij dan nu een kus en laat mij je eens even goed
aankijken. Ik moet toch weten, hoe mijn nieuw kleindochtertje er
uit ziet."
Zij trok Elsje dichter naar zich toe, kuste haar op de wang, nam haar
hoofd tusschen de beide handen en keek haar vriendelijk in de oogen.
"Ziezoo, nu heb ik je portret al in mijn hoofd," zei ze, terwijl Elsje
haar dolgraag nog een kus zou hebben gegeven, als ze maar gedurfd had.
Toen ze zich dien avond te slapen legde, voelde ze zich gelukkiger
dan ze nog gedaan had, sedert ze bij hare tante logeerde. Over hetgeen
bij Louise van Rensen voorgevallen was, had Cécile thuis niets gezegd.
Hoofdstuk VIII.
De Feestavond.
De gewichtige dag aan den avond waarvan de partij zou plaats hebben,
was aangebroken en in het huis van mevrouw d'Ablong heerschte een
ongewone drukte. De beide deuren der twee kamers, die en suite
met elkaar waren verbonden en zich vooraan in het huis bevonden,
stonden wijd open, wel een bewijs dat er iets buitengewoons
aan de hand was, want deze kamers werden alleen bij feestelijke
gelegenheden gebruikt. Mannen liepen onophoudelijk af en aan met
hooge, mooie planten in groene kuipen om de hoeken der kamers te
versieren en guirlandes van dennengroen en puntige, glanzige klimop
werden met smaak om den spiegel en aan den muur bevestigd, waar
zij schilderachtig afstaken tegen de teere, lichte kleuren van het
behang. Cécile hield met een kritisch oog het toezicht over alles,
terwijl hare moeder nu en dan even binnen kwam om te zien, of men
goed vorderde met de versiering. "Het moet alles nu eens heel mooi
zijn, mama," had Cécile gezegd, "eens wat anders dan vroeger,"
en mevrouw d'Ablong vond alles goed, wat Cécile goed vond en was
alleen maar bang dat zij zich te veel zou vermoeien, als zij het zich
's ochtends reeds zoo druk maakte. Grootmama was met haar kleinzoon,
die den vorigen avond gearriveerd was, gaan wandelen. Zij had Elsje
gevraagd om mee te gaan, maar daar kon geen denken aan zijn, had
Cécile gezegd. Elsje moest noodzakelijk haar rol nog eens bestudeeren,
zij kende die volstrekt niet prompt en buitendien was er nog van
allerlei te doen. Het was een groote teleurstelling voor Elsje, die
toch al veel minder aan de oude dame had dan zij aanvankelijk had
gehoopt. Cécile wist altijd op een behendige manier tusschen beide
te komen, om een toenadering tusschen deze twee te verhinderen. Zij
vond het onnoodig en ongewenscht dat hare grootmoeder zich veel met
Elsje bemoeide en deze onder hare bescherming nam. Elsje moest weten,
waar zij staan moest; zij was nu eenmaal uit een totaal anderen stand
en het was al mooi genoeg dat zij bij de deftige mevrouw d'Ablong
logeeren mocht, zooveel mooie kleeren cadeau kreeg, bij de partij
mocht zijn, enz. enz. Frits was ook veel te vriendelijk jegens Elsje,
hij deed heusch net soms, of hij haar niet onaardig vond! Dat was nu
niet noodig, oordeelde Cécile; Elsje zou er maar brutaal van worden,
zij was toch al onbescheiden genoeg. En buitendien, zij hoorde hier
eigenlijk niet--het was vervelend altijd dat kind overal bij. Cécile
zou blij zijn, als zij weer goed en wel naar haar dorp vertrokken
was. Mama had haar eigenlijk maar nooit hier moeten laten komen!
Intusschen, zij was niet van plan, haar plezier te laten bederven door
Elsje. Gelukkig gedroeg deze zich thans ten minste iets beter dan in
't begin en als zij zich nu 's avonds maar een beetje achteraf hield
en wat bescheiden was, ook niet te veel danste, want dat deed ze nog
allesbehalve mooi,--dan zou alles wel goed afloopen.
's Avonds, voordat de beide meisjes zich gingen kleeden voor het feest,
nam Cécile Elsje nog eens onder handen op haar kamer. "Gedraag je nu
_als 't je blieft_ een beetje netjes," zei ze, "en lach vooral niet
zoo onbeschaafd luid. Dat deedt je gisterenavond telkens, als Frits een
aardigheid zei. Die keek ook al zoo vreemd op, toen hij het hoorde!"
"Dat is niet waar," zei Elsje driftig.
"Zulke uitdrukkingen gebruikt men bij ons niet," antwoordde Cécile
doodbedaard en uit de hoogte. "Je weet nu, waaraan je je te houden
hebt. Stel je niet op den voorgrond van avond, dans niet te veel, want
dat gaat je nog heel onelegant af en zeg geen onbehoorlijke dingen."
"Dat doe ik nooit," zei Elsje koppig.
"Je hebt me nu, geloof ik, wel begrepen," hernam Cécile scherp. "O,
daar is Keetje om je te helpen bij het kleeden."
Cécile verdween en Keetje haastte zich, aan Elsje's toilet te
beginnen. Een beelderige baljurk van de zachte, rose stof gemaakt, die
mevrouw d'Ablong in den winkel had uitgezocht, lag op het bed. Cécile
zou een nieuw balkleedje dragen van het bewuste, teergele, kantachtige
weefsel met de fijne, blauwe bloempjes. Elsje had een kleur gekregen,
toen de naaister haar paste en er over uit was, zoo goed als het rose
haar stond. Ze was meisje genoeg, om hiervoor niet ongevoelig te zijn
en ze verlangde naar het bal en zag er tegen op tegelijk. Keetje
besteedde bizonder veel zorg aan het kapsel en slaagde werkelijk
gelukkig.
"Kijk nu eens even in den spiegel, jongejuffrouw," zei ze, "en zie
eens, hoe het u zoo bevalt. De kuif zit, dunkt me, veel beter dan
anders, ik heb er erg mijn best op gedaan."
"Ik vind het keurig," zei Elsje verlegen; zij was niet gewend om veel
in den spiegel te kijken. Een lichte huivering van half prettige, half
"griezelige" agitatie voer haar door de leden, toen Keetje de jurk
voorzichtig van het bed nam en haar over de schouders liet glijden. Het
ruime lijfje, smaakvol met een weinig ragfijne kant gegarneerd, zat
keurig, en aardig staken de lage, goudleeren dansschoentjes en de
zijden kousen onder den ruimen rok uit. Elsje bleef met neergeslagen
oogen staan, terwijl Keetje handig en vlug haar werk deed. Zij had een
gevoel, alsof zij iemand anders was en toen Keetje op goedkeurenden
toon zei: "Ziezoo, nu bent u klaar!" keek ze met een droomerig lachje
op. Ze verroerde zich niet en haar hart klopte sneller, toen Keetje
de kaarsen op den schoorsteen aanstak en zei:
"Nu moet u eens voor den grooten spiegel gaan staan, _zóó_, dan kunt
u uzelf van top tot teen bekijken."
Zij duwde Elsje zacht naar voren en toen deze de oogen opsloeg,
zag ze haar beeld plotseling levensgroot in den fraaien spiegel
weerkaatst. Met zekeren nieuwsgierigen schroom keek ze naar de bekende
en toch zoo ongewone verschijning. Ze zag een bedeesd meisjesgezicht
met een warmrood blosje op de wangen, groote, schitterende oogen,
waarin een uitdrukking van kinderlijke verlegenheid lag, een half
blooten hals, door een teere kantwolk omsloten, en een stevig, rond
figuurtje, waaromheen lichtrose plooien bevallig waren gedrapeerd. Ze
haalde eens diep adem en keerde zich half beschaamd van den spiegel af,
als vond ze dat ze nu reeds meer dan lang genoeg gekeken had. Keetje
bezag haar nog eens met een langen, onderzoekenden blik, om te
ontdekken of zij nog iets verzuimd had, toen zei ze:
"Nu ga ik mevrouw even roepen, jongejuffrouw. Zij heeft mij gezegd
dat ik dit doen moest, als u klaar waart."
Zij ging de kamer uit en kwam bijna onmiddellijk terug met mevrouw
d'Ablong, die reeds geheel gekleed was in een japon van zware,
ruischende zwarte zijde. Een prachtige, diamanten broche prijkte aan
haar hals.
"Heel netjes," zei ze, nadat zij Elsje nauwkeurig van top tot teen
had opgenomen. "Kijk maar niet zoo bedremmeld, kind; kom, laat mij
eens zien hoe je gezicht er uit ziet." En het meisje vriendelijk bij
de kin vattend, keek ze haar lachend aan.
"Wat heb je een kleur en wat schitteren je oogen!" zei ze, "het is
net of je een ander kind bent. Nu, vindt je het nu ook prettig dat
ik je die mooie jurk heb gegeven en ben je nu van plan om eens een
heelen boel plezier te hebben van avond?"
Elsje knikte.
"Wat zal grootmoeder verlangen naar al je verhalen," vervolgde mevrouw
d'Ablong, die in een bizonder goed humeur was, nu ze zag hoe lief
Elsje het mooie toiletje stond. "Je zult wel dansers krijgen hoor,
doe vooral goed je best om de passen netjes te maken."
En in een, bij haar zeer ongewone, opwelling van teederheid voor Elsje,
kuste zij haar op de wang.
"Maar kindje, wat gloeit je gezicht!" riep zij uit, "ben je zoo
opgewonden?" Toen, met een plotselinge verandering van toon: "Ik vind
toch dat die garneering om den hals wat kaal staat. Je hals is ook
niet blank genoeg om zoo ver bloot te zijn. Je moest eigenlijk... ja,
wacht eens, ik zal je voor dezen éénen keer mijn parelsnoer leenen;
dat zal bepaald mooi staan bij die crème kant. Maar het is heel, heel
kostbaar, Elsje, pas dus vooral goed op dat je het niet verliest. Het
is een erfstuk van de familie d'Ablong en buitendien een groote som
gelds waard."
"Maar dan wil ik het eigenlijk veel liever niet dragen, tante, als
er eens wat aan kwam...."
"Onzin! Wat zou er nu aan een parelsnoer komen, dat je gewoon om je
hals draagt! Blijf hier maar even wachten, ik kom dadelijk weer terug."
Een paar minuten later kwam zij de kamer weer in met den kostbaren
ketting in haar hand. Juist wilde zij de deur sluiten, toen Cécile
op den drempel verscheen.
"Ik zag u hierin gaan, mama," zei ze, "ik ben klaar. Niet onaardig,
vindt u wel?"