Dl. II, pag. 33.]

„Om uwe majesteit genoegen te geven,” antwoordde de toovergodin, „zal ik

de beide honden hare vorige gestalte hergeven. De dame, door u bedoeld,

zal ik genezen van hare likteekens, zoodat daarvan niet het geringste

spoor zal overblijven, en vervolgens zal ik u ook hem noemen, die haar

dus heeft mishandeld.”

De kalif beval daarop de honden uit Zobeïde's woning te halen. Zijn

bevel werd met den meesten spoed volbragt. De toovergodin vroeg nu eene

kom met water, sprak daarover eene reeks onverstaanbare woorden uit,

en vervolgens eenige droppelen van dit water nemende, wierp zij die

op Amine en op de beide honden. Naauwelijks was dit geschied, of de

laatsten veranderden in twee dames van uitstekende schoonheid, en de

likteekens van Amine waren verdwenen.

Toen zeide de toovergodin tot den kalif: „Beheerscher der geloovigen, er

blijft mij nog over u den onbekenden echtgenoot van deze dame te noemen.

Hij bestaat u van zeer nabij want het is uw oudste zoon, de prins

Amindar. Het gerucht van Amine's schoonheid deed den prins in liefde

voor haar ontsteken; hij wist haar naar zijne woning te lokken, en heeft

haar gehuwd. De mishandeling, welke hij haar heeft doen ondergaan, is

eenigzins te verontschuldigen. Mevrouw zijne echtgenoot had zich te

veel vrijheid veroorloofd, en de verontschuldigingen, die zij inbragt,

droegen het kenmerk der onwaarheid, en moesten hem doen denken, dat zij

zich aan eene veel grootere misdaad had schuldig gemaakt, dan inderdaad

het geval was. Had zij hem hare fout beleden, de zaak zou zoo ver niet

gekomen zijn, maar wie zich door een' leugen zoekt te redden, zal

daarbij nimmer wel varen. Dit is alles, wat ik uwe majesteit te zeggen

heb, om haar verlangen te bevredigen.” Na deze woorden groette zij den

kalif en verdween.

Deze monarch, opgetogen van verwondering, en tevreden ever hetgeen door

zijne tusschenkomst had plaats gehad, deed daden, waarvan de late

nakomelingschap nog met lof zal spreken. Eerst liet hij den prins

Amindar, zijn' zoon, ontbieden, en zeide hem, dat hij met zijn geheim

huwelijk bekend was, terwijl hij hem te gelijk mededeelde, bij welke

gelegenheid Amine de wond aan hare wang had bekomen, en dat alleen

schaamte over hare onbezonnen daad haar had weêrhouden, hem dit te

belijden en zijne vergiffenis af te smeeken.—De prins liet zijnen vader

niet verder voortgaan, hij wachtte niet tot deze er van sprak, van haar

weder in gunst aan te nemen, maar hij deed dit terstond uit eigen

beweging. Vervolgens verklaarde de kalif, dat hij zijn hart en zijne

hand aan Zobeïde schonk. Hare drie zusters bestemde hij voor de drie

calenders, koningszonen, die dit geschenk met vreugde aannamen. Hij wees

aan elk hunner een prachtig paleis in Bagdad tot woning aan, verhief hen

tot de eerste waardigheden in zijn rijk en gaf hun zitting in zijnen

raad. Zoo verwierf zich de beroemde kalif Haroun-al-Raschid duizend

zegeningen, door zoo vele menschen gelukkig te maken, die met

ongeloofelijke rampspoeden hadden te worstelen gehad.

Duizend en één Nacht. Arabische vertellingen. Tweede deel · 第 7 / 22 题