Een strenge eisch?
Niet zoo erg.
Er staat immers niet: Doe al het goede. Er staat ook niet: Doe het
moeilijkst goede.
Er staat alleen: Doe het goede. Welnu, doe dat dan.
* * * * *
Er staat een bak aardappelen om te schillen. Schil die.
Of dat dan iets goeds is?
Wel, natuurlijk. Er moet toch gegeten worden? En daartoe zijn toch
aardappelen noodig. En die moeten toch eerst worden geschild?
Aardappelen-schillen, dat is: medewerken aan het onderhoud van het
menschelijk geslacht. En zou dat niet iets goeds zijn?
Sommigen denken bij het woord goed aanstonds aan de zelfverloochening
van een heilige.
Ten onrechte. Dan kwam de meerderheid onzer nooit aan het goede toe.
Maar goed is: Schoenen poetsen, vaten wasschen, bedden opmaken,
administratie bijhouden, kinderen verzorgen, een scheepsdek schrobben,
den vloer vegen, tuinboonen doppen, onkruid wieden, zieken oppassen,
orde handhaven, vleesch braden, huizen bouwen, schoenen lappen. En
duizend dingen meer.
We hebben de hand maar uit te strekken en het goede ligt onder haar
bereik. Overal omringt het ons. Gelukkig. Zonder een heilige te zijn,
kan ieder onzer dag aan dag het goede doen.
Doe dat dan. En doe het goed.
Poets de schoenen--zoo, dat ook de randen en de hakken glimmen. Wasch
de vaten--zoo, dat alle vet verdwenen is, ook uit de hoekjes. Maak de
bedden op--zoo, dat een mensch lekker ligt. Voer de administratie--zoo,
dat alles er behagelijk uitziet en uitmunt door nauwkeurigheid. Braad
het vleesch--zoo, dat het niet verbrandt. En lap de schoenen--zoo, dat
er geen pennen of spijkers door steken.
Doe uw werk onberispelijk, hoe eenvoudig het zij. De eisch is uiterst
bescheiden. Alle noodig en nuttig werk is goed.