VIII. ZAAKONDERWIJS.

Zaakonderwijs--o, daar meent die man mee, dat je de kinderen alles echt

moet laten zien, en dat je geen woorden moogt gebruiken.

Wie zo spreekt, nu, die heeft het glad mis.

Geen woorden gebruiken?

Maar dat doe ik op dit ogenblik toch zelf, nu ik zaakonderwijs ga geven

over zaakonderwijs.

Hoe zou een leraar in geschiedenis de zaken uit het verleden kunnen

meedelen zonder woorden?

Als die man aan zijn jongens verhaalt van Napoleons tocht naar Rusland,

zo levendig, dat de jongens er met hun hele hart bij zijn, dan _geeft_

hij zaakonderwijs, zo mooi als je 't maar denken kunt.

En als hij zijn jongens bracht bij oude gevels, dus bij de dingen, en

hij opende hun ogen niet door zijn woorden, of hij liet ze documenten

zien, b.v. handschriften, die ze niet begrepen, dan gaf hij _geen_

zaakonderwijs.

Zaakonderwijs--dat is, je leerlingen bij de werkelikheid brengen, zó,

dat ze haar zien, de werkelikheid van het nabije of het verre, in plaats

of tijd, op zinnelik of geestelik gebied. En daartoe gebruiken we de

dingen, de modellen, de afbeeldingen, maar naast en zelfs bij dat alles

toch ook de woorden. En daartegenover staat: formalisties onderwijs,

waar geen leven in zit en dat geen leven wekt.

We gaan samen naar het Rijksmuseum, ik wijs u Rembrandt's Staalmeesters

en zeg: Dit is een wonder van schoonheid. Gij zegt: die mannen met die

hoeden? Van dat mooie zie ik niets. En toch is het zo, houd ik vol, want

heel de wereld zegt het.

Heb ik u nu bij Rembrandt's schoonheid gebracht? Rembrandt was er in

al zijn schoonheid, en gij waart er ook. Gij stondt tegenover elkaar.

Maar er was geen aanraking. Die schoonheid bleef voor u verborgen.

Ondanks uw geopende ogen zaagt ge niet. En nu bedoelt zaakonderwijs:

uw ogen te openen, dat ze _wel_ zien. Zolang Rembrandt's schoonheid

u niet ontroerd heeft, is al uw opgeven daarvan maar napraterij,

formalisme, dode kennis. Daarom vordert zaakonderwijs twee dingen: de

vatbaarheid van de leerling om te begrijpen, te gevoelen, en de kunst

van de meester, om die vatbaarheid in werking te brengen. De gevoelige

plaat moet er zijn èn 't zonnelicht, en anders krijg je nooit een

photografie. De hele kunst van onderwijzen bestaat in het wekken der

geesten, zodat de leerlingen--kleine en grote--zelf de stoffelike en

geestelike realiteiten gaan zien en ervaren. En wie zulk onderwijs

geeft--Fröbelonderwijzeres, leraar, predikant, professor--die geeft goed

zaakonderwijs.

Onze gehele school, lagere en hogere, zit vol van pakhuiskennis. Kisten

en balen vol worden geladen en overgeladen. Dat goedje leeft niet, 't is

alles netjes ingepakt ter verzending. Hoeveel studenten in de letteren

komen in aanraking met de ziel der dichters, verklankt in hun taal?

Ze "leren" literatuur, zoals onze kleine studentjes in de lagere

school leren: "Op de kleigrond worden verbouwd tarwe, haver, bonen,

suikerbieten, vlas, cichorei, enz." Hebben ze die, al is 't in de

schooltuin bij de botanieles, ooit leren kennen? Neen, nimmer, tarwe

niet, haver niet, bonen niet, suikerbieten niet, vlas niet, cichorei

niet, en enz. ook niet. 't Hoeft ook niet, als ze 't maar kunnen

opzeggen.

Daartegen nu gaat het pleiten voor zaakonderwijs. Niet tegen het

opzeggen, maar tegen het _enkel_ opzeggen. Tegen de vernisbeschaving.

Tegen de schijncultuur.

Verspreide Opstellen, II · 第 19 / 55 题