Zaakonderwijs--o, daar meent die man mee, dat je de kinderen alles echt
moet laten zien, en dat je geen woorden moogt gebruiken.
Wie zo spreekt, nu, die heeft het glad mis.
Geen woorden gebruiken?
Maar dat doe ik op dit ogenblik toch zelf, nu ik zaakonderwijs ga geven
over zaakonderwijs.
Hoe zou een leraar in geschiedenis de zaken uit het verleden kunnen
meedelen zonder woorden?
Als die man aan zijn jongens verhaalt van Napoleons tocht naar Rusland,
zo levendig, dat de jongens er met hun hele hart bij zijn, dan _geeft_
hij zaakonderwijs, zo mooi als je 't maar denken kunt.
En als hij zijn jongens bracht bij oude gevels, dus bij de dingen, en
hij opende hun ogen niet door zijn woorden, of hij liet ze documenten
zien, b.v. handschriften, die ze niet begrepen, dan gaf hij _geen_
zaakonderwijs.
Zaakonderwijs--dat is, je leerlingen bij de werkelikheid brengen, zó,
dat ze haar zien, de werkelikheid van het nabije of het verre, in plaats
of tijd, op zinnelik of geestelik gebied. En daartoe gebruiken we de
dingen, de modellen, de afbeeldingen, maar naast en zelfs bij dat alles
toch ook de woorden. En daartegenover staat: formalisties onderwijs,
waar geen leven in zit en dat geen leven wekt.
We gaan samen naar het Rijksmuseum, ik wijs u Rembrandt's Staalmeesters
en zeg: Dit is een wonder van schoonheid. Gij zegt: die mannen met die
hoeden? Van dat mooie zie ik niets. En toch is het zo, houd ik vol, want
heel de wereld zegt het.
Heb ik u nu bij Rembrandt's schoonheid gebracht? Rembrandt was er in
al zijn schoonheid, en gij waart er ook. Gij stondt tegenover elkaar.
Maar er was geen aanraking. Die schoonheid bleef voor u verborgen.
Ondanks uw geopende ogen zaagt ge niet. En nu bedoelt zaakonderwijs:
uw ogen te openen, dat ze _wel_ zien. Zolang Rembrandt's schoonheid
u niet ontroerd heeft, is al uw opgeven daarvan maar napraterij,
formalisme, dode kennis. Daarom vordert zaakonderwijs twee dingen: de
vatbaarheid van de leerling om te begrijpen, te gevoelen, en de kunst
van de meester, om die vatbaarheid in werking te brengen. De gevoelige
plaat moet er zijn èn 't zonnelicht, en anders krijg je nooit een
photografie. De hele kunst van onderwijzen bestaat in het wekken der
geesten, zodat de leerlingen--kleine en grote--zelf de stoffelike en
geestelike realiteiten gaan zien en ervaren. En wie zulk onderwijs
geeft--Fröbelonderwijzeres, leraar, predikant, professor--die geeft goed
zaakonderwijs.
Onze gehele school, lagere en hogere, zit vol van pakhuiskennis. Kisten
en balen vol worden geladen en overgeladen. Dat goedje leeft niet, 't is
alles netjes ingepakt ter verzending. Hoeveel studenten in de letteren
komen in aanraking met de ziel der dichters, verklankt in hun taal?
Ze "leren" literatuur, zoals onze kleine studentjes in de lagere
school leren: "Op de kleigrond worden verbouwd tarwe, haver, bonen,
suikerbieten, vlas, cichorei, enz." Hebben ze die, al is 't in de
schooltuin bij de botanieles, ooit leren kennen? Neen, nimmer, tarwe
niet, haver niet, bonen niet, suikerbieten niet, vlas niet, cichorei
niet, en enz. ook niet. 't Hoeft ook niet, als ze 't maar kunnen
opzeggen.
Daartegen nu gaat het pleiten voor zaakonderwijs. Niet tegen het
opzeggen, maar tegen het _enkel_ opzeggen. Tegen de vernisbeschaving.
Tegen de schijncultuur.