Als 15 Februari de bondgenooten zich nog niet op dit alles verklaard

hebben, en onderwijl met Napoleon onderhandeld wordt te Châtillon,

zoodat het gevaar ontstaat van een vrede met Frankrijk eer Engeland

zelf een vast accoord heeft met de vastelandsmogendheden, wordt

Castlereagh dringend: »it is not reasonable that His Britannic

Majesty should be called upon to make extensive sacrifices of his

conquests to France for the general security of Europe, without being

at least assured as to those arrangements on the continent which most

concern the interests of Great Britain". Hij legt dus de bondgenooten

vier artikelen voor, waarvan er twee voor ons van belang zijn:

»1st. That the Belgian Provinces as far as the Meuse, as comprehended

between the ancient frontier of France and that river, together with

the country in advance of that river, bounded by a line to be drawn

from the said river at Maestricht by Aix-la-Chapelle and Duren to

Cologne on the Rhine, shall be ceded to the Prince of Orange as

Sovereign of the United Netherlands, to be annexed for ever to

Holland as an integral part thereof.

2d. That the other territories on the left bank of the Rhine, if not

annexed in whole or in part to Holland, shall be disposed of with a

due regard to the military security and protection of that State and

the North of Germany; and no arrangement of this sort can be made

without the full consent of His Britannic Majesty".[430]

[430] _Ged._ VII, 63. Naar de plaats waar zij voorgesteld en door

Oostenrijk en Pruisen aangenomen zijn, hebben deze artikelen den naam

behouden van conventie van Troyes; door Rusland zijn zij eerst 1 Maart

te Chaumont geteekend.--Eigenlijk heeft men niet met eene conventie

_in forma_ te doen, maar met een wisseling van nota's waarbij men zich

verbindt de artikelen als deel van een eventueel tractaat te zullen

accepteeren.

Oostenrijk verklaarde zich onmiddellijk bereid deze artikelen aan

te nemen[431]; Pruisen ook, doch met een voorbehoud: het wilde,

zoo het zelf tusschen Maas en Moezel geplaatst werd, niet al het

land benoorden de lijn Keulen-Maastricht aan Holland laten, opdat de

nieuwe Pruisische provincie niet afgesloten zou komen te liggen van

de Pruisische bezittingen rechts van den Beneden-Rijn[432]. Rusland

wilde, vóór het zich tot teekening verbond, door Castlereagh den

eisch zien ingewilligd omtrent de Russische schuld; het stelde dien

eisch thans in dezen vorm, dat Engeland en Holland gezamenlijk die

schuld voor hun rekening zouden nemen[433]. De Britsche minister

wilde er eerst weinig van hooren: »why pay Russia, rather than

Austria or Prussia? It comes, as a condition, with the worse grace,

after our gratuitous cessions to Denmark to fulfil a Russian

engagement".[434] Doch Rusland teekende niets, eer het in het bezit

was van een mondelinge toezegging van Castlereagh aan den Tsaar, dat

de zaak zou worden aanbevolen in de welwillende overweging van het

Britsche gouvernement, en men had Ruslands onderteekening noodig,

niet slechts voor de conventie, maar voor de groote alliantie van

Chaumont (1 Maart 1814) waarbij Rusland, Oostenrijk en Pruisen, voor

het geval Napoleon de hem te Châtillon gestelde voorwaarden verwierp,

zich verbonden aan den tegen Frankrijk voort te zetten oorlog

ieder met 150,000 man deel te nemen, tegen het genot van Engelsche

subsidiën. De vier mogendheden beloofden elkander, ook na den vrede

verbonden te blijven en een genoegzame krijgsmacht op de been te

houden tot bevestiging der nieuwe Europeesche orde. Die orde zelf

wordt nog slechts in hoofdtrekken geschetst: »l'Allemagne composée de

princes souverains unis par un lien fédéral.........; la fédération

suisse placée sous la garantie des grandes puissances......; l'Italie

partagée en Etats indépendans......; l'Espagne dans ses anciennes

limites......; la Hollande, état libre et indépendant, sous la

souveraineté du Prince d'Orange, avec un accroissement de territoire

et l'établissement d'une frontière convenable"[435]. Tegelijk nu

met dit tractaat zijn de artikelen van Troyes ook door Rusland

aangenomen, en hierop wisselden, ingevolge de mondelinge afspraak

met Alexander, Nesselrode en Castlereagh 6 Maart stukken van den

volgenden inhoud: Rusland verstaat zijne onderteekening alzoo, »que

lorsque les arrangemens projetés a l'égard des limites de la Hollande

auront reçus leur exécution et auront été cimentés par la paix, le

Prince d'Orange, Souverain de la Hollande, se chargera de la dette

de la Russie dans ce pays"; Engeland is vrij, »en considération

des avantages essentiels que l'agrandissement de la Hollande lui

procure", Holland van een voeglijk deel van dat bezwaar te ontlasten,

door het zelf op zich te nemen. »Parmi tant de puissances rendues

à la vie politique", heet het ter motiveering, »non seulement la

Hollande est celle dont l'indépendance avait été le plus complètement

abolie, et qui pouvait le moins se flatter de la recouvrer un jour,

mais elle va voir encore par les arrangemens que la sûreté de

l'Europe a fait juger nécessaires, son territoire et sa population

s'agrandir presque de moitié. S. M. Impériale ne regrette point les

sacrifices prodigieux qui ont amené d'aussi heureux résultats, mais

elle doit à ses peuples de leur en alléger le fardeau par tous les

moyens auxquels Elle peut recourir avec justice".[436] In antwoord

verzekert Castlereagh, dat hij voor het ontvangen stuk bij privaat

schrijven de welwillende aandacht verzoekt van zijn regeering.[437]

»You will observe", schrijft hij aan Lord Liverpool, »that the

request is wholly founded upon the previous successful execution of

our views for uniting Brabant with Holland. I certainly consider

the advantage by no means unimportant of giving Russia _a direct

interest_ in the execution of our views.... The demand in itself

appears to me much more one of policy than of justice". Verder heeft

hij van den Tsaar meenen te verstaan dat Rusland desnoods genoegen

zou nemen met een schikking waarbij Rusland, Engeland en Holland

ieder één derde van den last zouden dragen[438].

[431] Metternich aan Castlereagh, 15 Febr. 1814 (_Ged._ VII, 63).

[432] Hardenberg aan Castlereagh, 15 Febr. 1814 (_Ged._ VII, 65; vgl.

aldaar, 61).

[433] Nesselrode aan Castlereagh, 17 Febr. 1814 (_Ged._ VII 65; vgl.

aldaar, 62).

[434] Castlereagh aan Clancarty, 20 Febr. 1814 (_Ged._ VII, 62).

[435] F. de Martens, _Recueil_ III, 194.

[436] _Ged._ VII, 80.

[437] _Ged._ VII, 87.

[438] Castlereagh aan Liverpool, 8 Maart 1814 (_Ged._ VII, 86).

De Engelsche regeering wist nu tot welken prijs de eindelijke

bewilliging van Rusland in de vereeniging van Holland en België

alleen was te verkrijgen. Zij moest zich wel executeeren, maar stelde

Rusland natuurlijk niet tevreden vóór die vereeniging, met Ruslands

medewerking, inderdaad tot stand was gebracht. Als de mogendheden,

waaronder Rusland, bij protocol van 21 Juni 1814, de vereeniging

eindelijk uitspreken, wordt van de zaak nog geen verder gewag gemaakt

dan in de vage slotwoorden: »Les demandes des puissances à la charge

de la Hollande et de la Belgique seront l'objet d'une transaction

particulière avec le Prince d'Orange, à laquelle l'Angleterre prêtera

sa médiation. La négociation pour cet objet aura lieu à Vienne".[439]

Den 11den Juli geeft daarop Castlereagh aan Nesselrode te kennen,

dat te Weenen enkel onderhandeld kan worden op de basis eener

verdeeling van de schuld in drie gelijke deelen, waarvan één voor

Rusland blijft; en hier moet tegenover staan »that the commercial

system of Russia towards Great Britain should be previously placed

upon a different and more friendly footing than has latterly

prevailed".[440] Eerst 19 Mei 1815 is eindelijk het verdrag

geteekend, waarbij Engeland en Nederland elk de betaling der rente

van 25 millioen gulden Russische schuld op zich nemen; dus minder dan

één derde deel ieder; de vergrooting van Holland had ook niet zulk

een omvang gekregen, als Engeland zich te Troyes had voorgesteld. De

betalingen zullen ophouden wanneer de Koning der Nederlanden de

Belgische provinciën zou mogen verliezen.[441]

[439] _Ontstaan_ II, 33.

[440] _Ged._ VII, 160.

[441] Lagemans I, 72.

Moest dus Rusland met geld worden tevreden gesteld, ook Pruisen had

een voorbehoud gemaakt. Wat het daarmede bedoelde, zette Hardenberg

29 April 1814 in een uitvoerig stuk uiteen. Hij vroeg vooreerst alle

oude Pruisische bezittingen, ook die op den linker Rijnoever, terug;

voorts het geheele koninkrijk Saksen; en eindelijk wilde hij den

ganschen Rijn van Mainz tot Emmerik tot een Pruisischen stroom maken;

beide oevers moesten tot den Pruisischen staat behooren. Hiertoe was

noodig dat de verschillende takken van het Nassausche huis (waarvan

Nassau-Dillenburg er één was) hun bezittingen aan Pruisen afstonden.

Nassau-Usingen en Nassau-Weilburg zouden worden schadeloos gesteld op

den rechter Maasoever tusschen Aken en Spa; Nassau-Dillenburg vond

zijn schadeloosstelling in de vergrooting van Holland. Aan dit land

zouden volgens het Pruisische plan op den rechter Maasoever slechts

halvemanen komen om de vestingen Venlo en Roermond heen, en tegenover

Maastricht en Luik; voorts (afgezonderd) Gulik met een rayon, en

Luxemburg. Om deze laatste vesting te kunnen insluiten moest het

Hollandsche gebied in een langen, smallen tong worden uitgerekt langs

den geheelen loop der Fransche grens tusschen Maas en Moezel[442].

Terwijl dus Pruisen niet in eerste linie tegen Frankrijk wilde staan,

begeerde het de beide Rijnoevers tot de oude grens van Nederland toe.

[442] _Ged._ VII, 113.

Nog in een ander opzicht liep het den Souvereinen Vorst tegen. Het

voorloopig gouvernement, dat de Pruisen te Brussel hadden opgericht,

werd onder een anderen commissaris gesteld, maar niet onder den

zijnen. In het hoofdkwartier te Chaumont waren de Belgische

aanzienlijken verschenen, om van de bondgenooten te vernemen wat

het lot van hun land zou zijn.[443] Zij hielden bij Keizer Frans

aan, dat deze België onder zijn hoede nemen zou; was het herstel

van het Oostenrijksch bestuur zelf onmogelijk, dan hoopten zij een

afzonderlijke mogendheid te mogen worden onder een Oostenrijksch

prins. De Keizer nam alle hoop weg, zoowel op het een als op het

ander, en men gaf aan de deputatie te verstaan, dat de toekomstige

vereeniging met het Noorden een uitgemaakte zaak was.[444] Om de

Belgen echter zooveel mogelijk genoegen te geven werd beloofd dat

de Pruisische commissarissen door een Oostenrijkschen zouden worden

vervangen; tevens gaf men hun schriftelijk de verzekering dat door

de bondgenooten op hunne belangen zou worden gelet, wat betreft

godsdienst, handel, schuldenlast en vertegenwoordiging.[445] Den

nieuwen commissaris Vincent, Belg van geboorte, werd opgedragen de

bevolking zoo geleidelijk mogelijk op de vereeniging met Holland voor

te bereiden.[446]

[443] Hiervóór, bl. 205.

[444] Castlereagh aan Clancarty, 13 Maart 1814, (_Ged._ VII, 90).

[445] »Les souverains alliés auront à coeur de maintenir la religion

du peuple belgique, de protéger son commerce contre toute entrave

contraire à la raison et à la nature de sa position, et d'empêcher

qu'on ne le charge de dettes dont en justice il ne saurait être grevé.

Ils employeront leur haute influence et autorité pour lui procurer une

existence politique propre à lui assurer les avantages d'un systême de

gouvernement sage et libéral, jointe à une étendue de pouvoir et de

ressources qui lui permette de jouir avec sécurité de la liberté et de

l'indépendance qu'il est décidé à conquérir" (Note verbale adressée aux

députés belges, 14 Maart 1814; _Ged._ VII, 92).

[446] Metternich aan Vincent, 1 Mei 1814 (_Ged._ VII, 334).

Een gevoel van onbehagen maakte zich van de Belgen meester. Wat hun

het liefst ware geweest, onafhankelijkheid onder een Oostenrijksch

prins, werd hun ontzegd. Buiten hen om was tot de vereeniging met het

Noorden besloten; met een kettersche macht, klaagden de clericalen;

met een overwegend burgerlijke maatschappij, de groote heeren; met

lieden die drie modes ten achter zijn, de Franskiljons. Wie nog het

minst tegen de vereeniging opzagen waren de gezeten liberale burgers,

fabrikanten, »acquéreurs de biens nationaux", zooals de heeren

Huyttens en Bauwens. Maar hun vrijheid verloor het groote Fransche

afzetgebied, en wist niet wat zij er voor terug zou krijgen. Over

de hoogste belangen van het land zou worden beslist, zonder dat één

Belg stem in het kapittel had. Onderwijl werd de weinig militaire

natie tegelijk tot het oprichten van een eigen leger, en tot het

onderhouden van talrijke vreemde troepen genoodzaakt. Hadden wij

dan toch eindelijk een souverein, weeklaagt de algemeene raad van

het departement van de Dijle, om ons armen te beschermen![447] En

onderwijl drongen geruchten door omtrent een aanstaande verdeeling

van bij elkander behoorende landen. Bleef men er bij de Maas tot

grens te nemen, dan werden oud-Luik en oud-Namen in tweeën gereten,

waardoor tal van belangen werden geschaad.

[447] »Qu'il nous soit enfin permis de nous jeter aux pieds du Souverain

que la Providence et Vos Majestés doivent nous donner, en le conjurant

de sauver son peuple prêt à périr"! (Le conseil général du département

de la Dyle aux Souverains alliés, 27 April 1814; _Ged._ VII, 123).

Intusschen hadden de bondgenooten Napoleon overwonnen; zij konden

den vrede voorschrijven te Parijs. Het gansche geheel der nieuwe

regelingen, die de val van het Keizerrijk noodzakelijk maakte,

kon daar nog niet worden getroffen; veel moest worden overgelaten

aan het te Weenen te vergaderen Europeesch congres. De geheime

artikelen van het vredestractaat (30 Mei) bepalen ten aanzien der

Hollandsch-Belgische zaken niet meer, dan dat Holland zou worden

vergroot met België tot de Maas; dat zijn grens op den rechter

Maasoever zou worden geregeld »naar vereisch eener goede verdediging

van Holland en van zijn naburen"; dat de Schelde geopend zal zijn;

dat de landen op den linker Rijnoever, die sedert 1792 bij Frankrijk

waren ingelijfd, zouden toevallen aan Holland, aan Pruisen en aan

andere Duitsche staten[448]. De kwestie tusschen Holland en Pruisen

bleef dus, tot groote ergernis van den Souvereinen Vorst, geheel

open, en het tractaat zeide niet, dat men de provinciën Luxemburg,

Namen en Luik ongedeeld zou laten. Ook van voorwaarden ter

verzekering van de Belgische belangen, aan de deputatie te Chaumont

beloofd, was in het tractaat niets te vinden.

[448] Lagemans I, 15.

De mogendheden hadden den Souvereinen Vorst om advies gevraagd

omtrent de vervulling hunner aan de Belgen gedane belofte. Hij was

daarop 20 Mei naar Parijs vertrokken met eenige artikelen die van

hemzelf afkomstig waren, en bij welker vaststelling hij, behalve

met het antwoord aan de deputatie te Chaumont, rekening gehouden

had met bezwaren, die van Belgische zijde aan zijn commissaris

bij het voorloopig bestuur te Brussel, van der Capellen, waren

opgegeven[449]. Men had daar, behalve van de reeds vroeger opgegeven

punten van godsdienst, handel, schulden en vertegenwoordiging, ook

van de residentie van den vorst en van het onderhoud der Hollandsche

dijken gesproken, 't welk men, van plaatselijke Hollandsche

toestanden blijkbaar volstrekt onkundig, vreesde dat aan de Belgen

een zwaren last zou opleggen. Op dit punt was de geruststelling

gemakkelijk: de dijken werden in Holland niet uit de kas van het

gemeene land onderhouden. Wat het punt van den godsdienst betreft,

verwees men de Belgen naar de artikelen der Hollandsche grondwet,

die de gelijkstelling der gezindten uitspraken voor de wet, en de

gelijke benoembaarheid van alle ingezetenen tot staatsambten. Verder

verklaarde de Vorst zich voor een volkomen gemeenmaking van lusten

en lasten: vrije Scheldevaart dus en vrije vaart op de Hollandsche

koloniën; amalgama van schulden. De beide helften zouden in de

Staten-Generaal vertegenwoordigd kunnen zijn tot een gelijk

getal.[450] De Vorst zou een gedeelte van elk jaar te Brussel

doorbrengen, en de Staten-Generaal zouden afwisselend bijeenkomen

in een stad van het Noorden en in een stad van het Zuiden.[451] De

vereeniging zal dus zoo innig mogelijk zijn; de Hollandsche grondwet

zal voor het geheele rijk gelden, »modifiée d'un commun accord

d'après les nouvelles circonstances".

[449] Er bestaan van de bekende »acht artikelen" vier staten. Zij zijn,

na het inkomen der brieven van Capellen van 10 en 11 Mei (_Ontstaan_ II,

10 vv.) in alle hoofdpunten ontworpen door den Souvereinen Vorst zelf,

in een brief aan van Nagell van 16 Mei (_Ontstaan_ II, 14); vervolgens

door van Nagell in den vorm van een diplomatiek stuk gebracht 20 Mei

(_Ontstaan_ II, 18). De Souvereine Vorst neemt dit stuk mede naar

Parijs, waar Clancarty den inhoud overgiet en tevens beredeneert in een

uitvoerige, voor de bondgenooten bestemde memorie, die hij 25 Mei aan de

goedkeuring van den Souvereinen Vorst onderwerpt (_Ontstaan_ II, 19),

welke hem, in antwoord, 30 Mei de acht artikelen toezendt in hun

definitieven vorm, als artikelen die hij gereed is ten uitvoer te leggen

wanneer zij bij tractaat zullen zijn bekrachtigd (_Ontstaan_ II, 26).

Zij waren, naar 's Vorsten aanwijzingen, door Falck geredigeerd (Falck's

Brieven no. 105; Falck's _Gedenkschriften_, 138 vv.) en zijn, zonder

verandering, 21 Juni te Londen door de bondgenooten gearresteerd

(_Ontstaan_ II, 32), en vervolgens 21 Juli door hun werkelijken auteur,

den Souvereinen Vorst, officieel aangenomen (_Ontstaan_ II, 46).

[450] Zoo in het stuk van 20 Mei.--In de acht artikelen: »les provinces

belges seront convenablement représentées".

[451] Het stuk van 20 Mei bepaalt, dat het Zuiden een afzonderlijken

Raad van State zal hebben.--Niet in de acht artikelen overgenomen.

Het oorspronkelijk denkbeeld der mogendheden was geweest, dat de

voorslagen van den Souvereinen Vorst aan een kleine vergadering

van Belgische aanzienlijken zouden worden voorgelegd, om hunne

bedenkingen te vernemen. Een voorstel in dezen geest was 16 Mei door

Castlereagh naar den Haag afgezonden[452]. De Souvereine Vorst had er

dadelijk zooveel bezwaar in gezien, dat hij spoorslags naar Parijs

was getrokken om het te verhinderen[453]. De Belgische aanzienlijken

waren te Chaumont gehoord, meende hij; dit moest genoeg zijn. Welk

nut zou het hebben het resultaat van het onderzoek der daar vernomen

bedenkingen nog eens aan de goedkeuring van eenige notabelen te

onderwerpen die er toch geen wettigheid aan zouden kunnen verleenen?

Vincent meende er voor te kunnen instaan, dat de notabelen, zoo hij

ze kiezen mocht, ja zouden zeggen; het nut dat men bij mogelijkheid

van dit »ja" zou kunnen trekken kwam niet in vergelijking bij het

nadeel dat een altijd mogelijk »neen" zou toebrengen aan eene zaak

waartoe de bondgenooten toch reeds waren besloten. »Les Belges, loin

d'avoir à se plaindre, se féliciteront de voir enfin le terme de

la pénible incertitude où ils sont déjà restés trop longtems, et

d'apprendre que le soin d'assurer leur sort et de hâter la réunion

sur des bases justes et libérales est définitivement et exclusivement

confié au nouveau Souverain dont ils savent bien que les intentions

et le caractère[454] seront à la longue une garantie de leur bonheur

bien préférable à des stipulations convenues dans un moment comme

celui-ci entre le Souverain et quelques-uns de leurs

compatriotes"[455].

[452] _Ontstaan_ II, 16.

[453] _Ontstaan_ II, 17.

[454] »Hopende verder eenig personeel vertrouwen te verdienen, en kennis

te hebben hoe ver een Protestantsch vorst gaan kan, door mijn oponthoud

te Fulda alwaar alles zoo te zeggen de Roomsche godsdienst toegedaan

was, en nooit de minste aanstoot of zwarigheid ontstaan is" (S. V. aan

van Nagell, 16 Mei 1814; _Ontstaan_ II, 15). Maar Fulda was Vlaanderen

niet!

[455] Uit het stuk van den Vorst aan Clancarty van 30 Mei (_Ontstaan_

II, 27).

Noch de Noordnederlandsche souverein, noch het Noordnederlandsche

volk, dat tot dit alles, in de personen van Falck, van Nagell, van

Hogendorp, zijne medewerking verleende, hebben de Belgen voor vol

aangezien. Waren hunne bezwaren, ik zeg niet weerlegd, doch zelfs

maar gevat? Wat beteekende het, hun te verzekeren, dat de Katholieken

tot iedere landsbetrekking benoembaar waren?[456] Een dergelijke

verzekering, gegeven aan een natie voor 99% uit Katholieken

bestaande, was alleen al een beleediging aan het gezond verstand. Met

het opperen van hun religiebezwaar hadden de Belgen voorzeker niet

bedoeld te vragen, of Katholieken in België wel tot landsbetrekkingen

benoembaar zouden zijn. De moeilijkheden werden niet opgelost, zij

werden genegeerd. De bondgenooten onderteekenden alles, in meer of

minder goed vertrouwen op de uitkomst. Eigenlijk kwam een Belgische

notabelenvergadering hun toch zeer ongelegen. Zonder twijfel zou die

verzocht hebben dat de Belgische landen over de Maas niet van het

nieuwe rijk werden gescheiden, en de toewijzing van het gebied

tusschen Maas, Rijn en Moezel bleek een der moeilijkste onderwerpen

van alle en bleef nog lang onbeslist. Voorloopig maakten zij zich van

België af door tegelijk met de onderteekening der acht artikelen te

verklaren, dat zij over het land beschikten in het belang van het

evenwicht van Europa en krachtens het recht van verovering, en er,

tot de feitelijke voltrekking der vereeniging toe, het bestuur over

opdroegen aan den Souvereinen Vorst[457]. Deze aanvaardde het den

1sten Augustus met een niet ongeschikte proclamatie, door Falck

gesteld, waarin getracht was elk wat wils te geven. De moeilijkheid

van de taak echter, die Willem I en Noord-Nederland te wachten stond,

werd ook door Falck niet doorzien. Dezelfde gebeurtenis, die het

vredestractaat van Parijs had aangekondigd met de woorden: »La

Hollande recevra un accroissement de territoire", wordt in deze

proclamatie, zooals indertijd Vincent aangeraden had[458],

»l'agrandissement de la Belgique" genoemd. Werd Holland uitgebreid,

of België? In den gedachtengang van hen die de zaak uitgevonden

hadden, Holland. Maar het was een veeg teeken, dat men hiervoor

tegenover de nieuwe onderdanen niet uit durfde komen. Een fraaie

»vergrooting van België" inderdaad waarbij het, volgens Falck's

eigen bekentenis, »te langdradig zoude geweest zijn, de Belgen te

raadplegen"![459] De vergrooting was door België bedacht noch

goedgekeurd; zij werd ondergaan.

[456] »Les Belges jouiront de toute la tolérance religieuse que la

constitution des Provinces-Unies établit. Les catholiques sont par là

même éligibles à tous les postes". (Uit van Nagell's stuk van 20 Mei).

[457] Protocol van 21 Juni.

[458] Hiervóór, bl. 211.

[459] Aan D.J. van Lennep, 16 Aug. 1814 (Falck's _Brieven_, no. 105.)

De grenzen van het nieuwe koninkrijk zijn pas bij tractaat van 31

Mei 1815 bepaald. Willem I verkreeg daarbij verreweg het grootste

gedeelte der over de Maas gelegen oud-Namensche, oud-Luiksche en

oud-Limburgsche landen[460]; voorts van Sittard tot Mook de smalle

strook, die Pruisen verhindert tot aan de Maas te reiken. Onder

bijzondere bepalingen werd aan dit gebied Luxemburg toegevoegd,

als een vergoeding voor het verlies der Nassausche erflanden. De

verknipping van België was dus voorkomen, maar Holland won geen

duimbreed aan den Rijn. De mogendheden hadden zich genoodzaakt gezien

aan Pruisen de grootste helft van Saksen te onthouden, doch hadden

in ruil aan Pruisens begeerte naar de Rijnlanden in grooter mate

toegegeven dan de conventie van Troyes had kunnen doen verwachten.

In het oorspronkelijk plan om aan den Souvereinen Vorst den linker

Rijnoever toe te deelen van Emmerik tot Keulen, benevens den linker

Maasoever van Maastricht tot de Fransche grens, was het denkbeeld

eener »uitbreiding van Holland" duidelijker uitgedrukt dan in de

nieuwe regeling, die geheel op eene vereeniging van Holland en België

nederkwam.

De Wedergeboorte van Nederland · 第 21 / 35 段